Elisa en de Sunamitische vrouw
Een kamer voor de profeet en een zoon die weer leeft
Samenvatting
Elisa en de Sunamitische vrouw is de geschiedenis uit 2 Koningen 4:8-37 over een welgestelde vrouw uit Sunem die een kamer maakt voor de profeet Elisa. Zonder dat zij erom vraagt, belooft Elisa haar een zoon. Jaren later sterft het kind. De moeder gaat naar Elisa, die bidt tot de HEERE, en de jongen wordt weer levend.
Bijbelgedeelte
“En zij zeide tot haar man: Zie nu, ik heb gemerkt, dat deze man Gods heilig is, die bij ons altoos doortrekt.”
“Laat ons toch een kleine opperkamer van een wand maken, en laat ons daar voor hem zetten een bed, en tafel, en stoel, en kandelaar; zo zal het geschieden, wanneer hij tot ons komt, dat hij daar inwijke.”
“Nu loop toch haar tegemoet, en zeg tot haar: Is het wel met u? Is het wel met uw man? Is het wel met uw kind? En zij zeide: Het is wel.”
“Daarna kwam hij weder, en wandelde in het huis eens herwaarts, en eens derwaarts, en klom weder op, en breidde zich over hem uit; en de jongen niesde tot zevenmaal toe; daarna deed de jongen zijn ogen open.”
Het verhaal
De geschiedenis van Elisa en de Sunamitische vrouw staat in 2 Koningen 4:8-37, in de tijd dat Elisa als profeet door Israël trok. De vrouw woonde in Sunem; in de Statenvertaling heet zij "de Sunamietische". Haar naam noemt de Bijbel niet.
Wat deed de vrouw uit Sunem voor Elisa?
De tekst noemt haar "een grote vrouw": aanzienlijk en welgesteld. Zij nodigde Elisa uit om te eten, en voortaan ging hij daar binnen zo dikwijls hij langs Sunem kwam. Zij zei tegen haar man: "Zie nu, ik heb gemerkt, dat deze man Gods heilig is, die bij ons altoos doortrekt" (2 Koningen 4:9). Zij stelde voor een kleine opperkamer voor hem te maken, met een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar (2 Koningen 4:10).
Welke belofte gaf Elisa aan de Sunamitische vrouw?
Elisa wilde iets terugdoen en liet via zijn knecht Gehazi vragen of hij voor haar kon spreken bij de koning. Zij antwoordde: "Ik woon in het midden mijns volks" (2 Koningen 4:13). Zij vroeg niets. Gehazi merkte op dat zij geen zoon had en dat haar man oud was. Elisa zei tegen haar: "Op dezen gezetten tijd, omtrent dezen tijd des levens zult gij een zoon omhelzen" (2 Koningen 4:16). Zij vroeg de man Gods niet tegen haar te liegen. Maar op de tijd die hij genoemd had, baarde zij een zoon.
Wat gebeurde er met de zoon van de Sunamitische vrouw?
Toen het kind groter was, ging het naar zijn vader bij de maaiers en riep: "Mijn hoofd, mijn hoofd" (2 Koningen 4:19)! Een knecht droeg de jongen naar zijn moeder. Hij zat op haar knieën tot de middag, en toen stierf hij. De moeder legde hem op het bed van de man Gods, sloot de deur en reed in haast naar de berg Karmel. Tegen haar man zei zij alleen: "Het zal wel zijn" (2 Koningen 4:23), en tegen Gehazi: "Het is wel" (2 Koningen 4:26). Pas bij Elisa greep zij zijn voeten. De HEERE had het voor de profeet verborgen. Zij zei: "Heb ik een zoon van mijn heer begeerd" (2 Koningen 4:28)?
Hoe werd de zoon van de Sunamitische vrouw weer levend?
Elisa stuurde Gehazi vooruit met zijn staf, maar de moeder zwoer dat zij Elisa niet zou verlaten, en hij ging met haar mee. Gehazi legde de staf op het gezicht van de jongen, "doch er was geen stem, noch opmerking" (2 Koningen 4:31). Elisa kwam, sloot de deur en bad tot de HEERE. Hij legde zich over het kind, mond op mond, ogen op ogen, handen op handen, en het lichaam werd warm. Na een tweede keer niesde de jongen zevenmaal en deed zijn ogen open (2 Koningen 4:34-35). Elisa zei tegen de moeder: "Neem uw zoon op" (2 Koningen 4:36). Zij viel aan zijn voeten, boog zich ter aarde, nam haar zoon op en ging uit.
Achtergrond
Sunem lag in het gebied van de stam Issaschar (Jozua 19:18), aan de vlakte van Jizreël. Ook Abisag, die koning David verzorgde, kwam daarvandaan (1 Koningen 1:3). De berg Karmel, waar Elisa toen was, lag verder naar het westen: de moeder moest er een flinke tocht voor maken. Het gezin had knechten en ezelinnen, en op het land werkten maaiers. Uit de vraag van haar man (2 Koningen 4:23) leiden veel uitleggers af dat men op nieuwe maan en sabbat naar een profeet ging; de tekst legt het niet verder uit. Een jaartal geeft de Bijbel niet; het gebeurde in de tijd van Elisa, waarschijnlijk in de negende eeuw voor Christus.
Betekenis
In 2 Koningen 4 is de HEERE de Gever van het leven. De vrouw vroeg niet om een kind. God gaf het haar ongevraagd, door het woord van Zijn profeet, en Hij gaf het "op dien gezette tijd" (2 Koningen 4:17). De woorden "omtrent dezen tijd des levens" klinken al eerder in de Bijbel, toen de HEERE aan Abraham een zoon voor Sara beloofde (Genesis 18:14). Wat bij mensen onmogelijk is, doet God.
Daarna nam God het kind weer weg, en de tekst verzwijgt het verdriet van de moeder niet: "haar ziel is in haar bitterlijk bedroefd" (2 Koningen 4:27). Ook de profeet wist niet alles; de HEERE had het voor hem verborgen. Het leven kwam niet terug door de staf, alsof daar een kracht in zat. Elisa bad tot de HEERE, en de HEERE gaf het kind het leven terug. Hanna beleed het al: "De HEERE doodt en maakt levend" (1 Samuël 2:6).
Het Nieuwe Testament noemt deze geschiedenis niet bij naam. Wel zegt Hebreeën 11:35: "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen". Veel uitleggers denken daarbij aan de vrouw uit Sunem en aan de weduwe in Sarfath, wier zoon de HEERE op het gebed van Elia levend maakte (zie Elia en de raven). Deze geschiedenis wijst ook vooruit naar Christus. In Naïn, dat waarschijnlijk maar enkele kilometers van Sunem lag, gaf Hij een gestorven jongen terug aan zijn moeder (Lukas 7:15). Elisa moest bidden en zich over het kind uitstrekken; de Heere Jezus sprak met eigen gezag: "Jongeling, Ik zeg u, sta op" (Lukas 7:14)!
Lessen voor vandaag
God ziet wat in stilte gedaan wordt. De vrouw uit Sunem zorgde voor de profeet zonder er iets voor terug te vragen, en zij vroeg ook niets toen hij het aanbood. Toch gaf God haar meer dan zij durfde te hopen. De Heere Jezus zei: "Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen" (Mattheüs 10:41). Gastvrijheid voor wie Gods Woord brengt, ziet Hij niet over het hoofd.
Met ons verdriet mogen wij naar God gaan. De moeder ging regelrecht naar de man Gods en ging niet zonder hem terug. Wie een kind of een ander geliefd mens verliest, krijgt in deze geschiedenis geen belofte dat God het leven hier zal teruggeven. Wel mogen wij weten dat de HEERE de doden levend maakt, en dat Christus van Zichzelf zegt: "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25). Daarop rust de hoop van de opstanding.
Het leven komt van God, niet van een middel. De staf deed niets. Elisa sloot de deur en bad tot de HEERE, en de HEERE hoorde. Ook nu zijn mensen en middelen die God gebruikt nooit de bron; wij bidden tot Hem Die alleen het leven geeft.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Elisa was een profeet: iemand die het woord van God doorgeeft. Vaak kwam hij langs de plaats Sunem. Daar woonde een rijke vrouw met haar man. Zij vroeg Elisa om bij hen te eten. Daarna at hij er telkens als hij kwam.
Toen zei de vrouw tegen haar man: "Zie nu, ik heb gemerkt, dat deze man Gods heilig is". Ze maakten een kamertje voor hem, boven in het huis. Er kwam een bed in, een tafel, een stoel en een kandelaar, een standaard voor een lamp.
Elisa wilde iets voor de vrouw terugdoen. Maar zij had niets nodig. Toen zei Gehazi, de knecht van Elisa, dat zij geen zoon had. Haar man was al oud. Elisa beloofde de vrouw dat ze over een tijd een zoon in haar armen zou houden. Ze vroeg Elisa om niet tegen haar te liegen. Maar het gebeurde zoals Elisa gezegd had: ze kreeg een zoon.
Het kind werd groter. Op een dag ging hij naar zijn vader op het land, bij de maaiers, de mannen die het graan afsneden. Opeens riep hij: "Mijn hoofd, mijn hoofd"! Een knecht droeg hem naar zijn moeder. Hij zat op haar schoot tot de middag. Toen stierf hij.
De moeder legde hem op het bed van Elisa en deed de deur dicht. Zo snel ze kon, reed ze naar de berg Karmel. Gehazi kwam haar tegemoet en vroeg of het goed was met haar, haar man en haar kind. Ze antwoordde: "Het is wel". Daarmee zei ze dat het goed was. Wat er gebeurd was, vertelde ze niet.
Maar bij Elisa greep ze zijn voeten vast. Ze was heel verdrietig. De HEERE had Elisa niet verteld wat er gebeurd was. De vrouw zei dat ze nooit om een zoon had gevraagd.
Elisa gaf Gehazi zijn staf om die op het gezicht van de jongen te leggen. Maar de moeder zwoer bij de HEERE dat ze niet zonder Elisa terug zou gaan. Toen ging Elisa met haar mee. Gehazi legde de staf op de jongen. Er gebeurde niets.
Toen kwam Elisa. De jongen lag dood op het bed. Elisa deed de deur dicht en bad tot de HEERE. Daarna ging hij over de jongen liggen: zijn mond op de mond van het kind, zijn ogen op zijn ogen, zijn handen op zijn handen. Het lichaam werd warm.
Elisa liep in het huis heen en weer. Toen ging hij opnieuw over de jongen liggen. En de jongen niesde, wel zeven keer. Daarna deed hij zijn ogen open. De jongen leefde weer!
Elisa liet de moeder roepen en zei: "Neem uw zoon op". De moeder viel aan zijn voeten en boog zich diep. Toen nam ze haar zoon en ging naar buiten.
De HEERE had de vrouw een zoon gegeven, en Hij gaf de jongen ook het leven terug. Niet de staf maakte hem levend, maar de HEERE, tot Wie Elisa bad. Veel later maakte de Heere Jezus ook doden levend. Hij is Zelf de Opstanding en het Leven.
“Zo ging hij in, en sloot de deur voor hen beiden toe, en bad tot den HEERE.” (2 Koningen 4:33)
Tips voor de verteller
- Een paar woorden vragen uitleg. Een opperkamer is een kamer boven in het huis. Een kandelaar is een standaard voor een lamp. Maaiers sneden het graan af op het land. Laat de vrouw zonder naam, zoals de Bijbel doet, en noem geen doodsoorzaak die de tekst niet geeft. Het slot, 2 Koningen 4:32-37, kunt u rechtstreeks uit de Bijbel voorlezen.
- Kinderen vragen soms of God elk kind dat sterft weer levend maakt. Zeg eerlijk: nee, hier deed de HEERE een groot wonder, en wij weten niet waarom Hij het ene kind het leven teruggeeft en het andere niet. Wel zegt de Heere Jezus dat Hij de Opstanding en het Leven is, en dat wie in Hem gelooft zal leven, ook al is hij gestorven (Johannes 11:25). Let op kinderen die zelf iemand verloren hebben.
- Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het gesprek tussen Elisa, Gehazi en de vrouw over de belofte inkorten. Houd de dood van de jongen kort, zoals de Bijbel dat doet, en geef de meeste ruimte aan het gebed van Elisa en het moment dat de jongen zijn ogen opendoet. Daar laat de HEERE zien Wie Hij is.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat maakte de vrouw voor Elisa in haar huis?
- NavertellenWat deed Elisa toen hij bij de dode jongen kwam?
- VerwonderenWie gaf de jongen weer het leven?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat zei de moeder tegen Gehazi, en wat deed ze toen ze bij Elisa kwam?
- BetekenisDe staf hielp niet, het gebed van Elisa wel. Wat leert dat je over Wie het leven geeft?
- VerbindingLees Lukas 7:11-15. Wat deed de Heere Jezus in Naïn, en wat is anders dan bij Elisa?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Hebreeën 11:35. Aan welke vrouwen denk je bij dit vers, en wat zegt het over hun geloof en over God?
- Moeilijke vraagGod gaf deze moeder haar zoon terug, maar veel ouders krijgen hun kind niet terug. Hoe ga jij met die vraag om, en wat belooft God wel?
- PersoonlijkDe moeder zei "Het is wel", terwijl haar kind dood was, en ging regelrecht naar de man Gods. Bij wie breng jij je verdriet, en wat zou het betekenen om ermee naar God te gaan?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij leven geeft en de doden levend maakt. Bid voor ouders die rouwen om een kind, dat zij troost vinden bij de Heere Jezus, de Opstanding en het Leven.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Elisa en de Sunamitische vrouw
Waar staat het verhaal van Elisa en de Sunamitische vrouw in de Bijbel?
De geschiedenis staat in 2 Koningen 4:8-37, in het Oude Testament. Ze volgt direct op het wonder van de olie voor de weduwe (2 Koningen 4:1-7) en gaat vooraf aan de genezing van Naäman in 2 Koningen 5. Later komt de vrouw nog één keer terug, in 2 Koningen 8:1-6. In de Statenvertaling heet zij "de Sunamietische", naar haar woonplaats Sunem.
Waarom werd de jongen niet door de staf maar door het gebed van Elisa levend?
De tekst zegt niet waarom de staf niets deed. Gehazi legde de staf op het gezicht van de jongen, "doch er was geen stem, noch opmerking" (2 Koningen 4:31). Uitleggers lezen het verschillend. Sommigen denken dat Elisa werkelijk verwachtte dat de staf zou helpen; anderen zien een les dat het leven niet uit een voorwerp of een knecht komt. Duidelijk is wat er daarna gebeurde: Elisa sloot de deur en bad tot de HEERE, en de HEERE maakte het kind levend.
Vroeg de Sunamitische vrouw Elisa om een zoon?
Nee. Toen Elisa vroeg wat hij voor haar kon doen, zei zij dat zij niets nodig had: "Ik woon in het midden mijns volks" (2 Koningen 4:13). Het was Gehazi die opmerkte dat zij geen zoon had. Toen Elisa de zoon beloofde, vroeg zij hem niet tegen haar te liegen. Daarom zei zij later bij Elisa: "Heb ik een zoon van mijn heer begeerd" (2 Koningen 4:28)? Het kind was een gave die zij niet gevraagd had.
Waarom zei de Sunamitische vrouw: het is wel?
De Bijbel legt het niet uit. Tegen haar man zei zij "Het zal wel zijn" (2 Koningen 4:23), en tegen Gehazi "Het is wel" (2 Koningen 4:26), terwijl haar zoon dood op het bed van de profeet lag. Veel uitleggers zien hierin dat zij haar nood alleen aan de man Gods wilde vertellen; sommigen lezen er ook vertrouwen in. Bij Elisa zelf zweeg zij niet meer: zij greep zijn voeten, en Elisa zag dat haar ziel bitterlijk bedroefd was.
Waaraan stierf de zoon van de Sunamitische vrouw?
De Bijbel noemt geen ziekte. De jongen was bij zijn vader en de maaiers op het land en riep: "Mijn hoofd, mijn hoofd" (2 Koningen 4:19)! Hij zat op de knieën van zijn moeder tot de middag en stierf toen. Omdat het oogsttijd was, denken veel uitleggers aan een zonnesteek, maar dat is een vermoeden. De tekst laat de oorzaak open en legt de nadruk op wat de HEERE daarna deed.
Hoe vertelt u Elisa en de Sunamitische vrouw aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Leg eerst kort uit wat een profeet en een opperkamer zijn. Geef de vrouw geen verzonnen naam en noem geen doodsoorzaak die de Bijbel niet geeft. Vertel de dood van de jongen kort en geef de meeste ruimte aan het gebed van Elisa en het moment dat de jongen zijn ogen opendoet. De verteltips helpen bij de vraag of God elk kind weer levend maakt.
Stel een vraag over Elisa en de Sunamitische vrouw
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.