Ga naar hoofdinhoud
2 Koningen2 Koningen 5

Naäman wordt genezen

Een melaatse legeroverste, een meisje uit Israël en Gods genade

Samenvatting

Naäman wordt genezen is de geschiedenis uit 2 Koningen 5 over Naäman, de melaatse legeroverste van de koning van Syrië. Een meisje uit Israël, dat als gevangene in zijn huis dient, wijst hem op de profeet in Samaria. Elisa laat zeggen dat hij zich zevenmaal in de Jordaan moet wassen. Na zijn boosheid gehoorzaamt Naäman, wordt rein en belijdt de God van Israël. Gehazi, die stiekem geld aanneemt, wordt zelf melaats.

Bijbelgedeelte

“Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.”
2 Koningen 5:3 (Statenvertaling)
“Toen zond Elisa tot hem een bode, zeggende: Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.”
2 Koningen 5:10 (Statenvertaling)
“Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.”
2 Koningen 5:14 (Statenvertaling)
“Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht.”
2 Koningen 5:15 (Statenvertaling)
“En er waren vele melaatsen in Israël, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syriër.”
Lukas 4:27 (Statenvertaling)

Het verhaal

De genezing van Naäman staat in 2 Koningen 5. Ze speelt in de tijd van de profeet Elisa, de opvolger van Elia, toen Israël en Syrië elkaars vijanden waren. In de Statenvertaling heet de legeroverste Naaman; op deze site schrijven wij Naäman.

Het hoofdstuk begint met een groot man. Naäman was krijgsoverste van de koning van Syrië en stond hoog in aanzien. De tekst geeft er direct de reden bij: "want door hem had de HEERE den Syriërs verlossing gegeven" (2 Koningen 5:1). Al voordat Naäman de HEERE kent, is het de HEERE Die zijn overwinningen geeft. Het vers eindigt met twee woorden die alles veranderen: "doch melaats".

Wat zei het meisje uit Israël tegen de vrouw van Naäman?

Syrische benden hadden bij een strooptocht een kleine jonge dochter uit het land Israël gevangen meegenomen. Zij diende nu de vrouw van Naäman (2 Koningen 5:2). De Bijbel noemt haar naam niet. Zij zei tegen haar meesteres: "Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen" (2 Koningen 5:3). Ontledigen betekent hier: bevrijden. Naäman bracht haar woorden over aan zijn koning, en de koning van Syrië stuurde hem met een brief naar de koning van Israël. Naäman nam tien talenten zilver mee, zesduizend sikkels goud en tien wisselklederen (2 Koningen 5:4-6).

Waarom scheurde de koning van Israël zijn klederen?

In de brief stond dat de koning van Syrië zijn knecht Naäman had gezonden, opdat de koning van Israël hem van zijn melaatsheid zou bevrijden. De koning van Israël scheurde zijn klederen en riep: "Ben ik dan God, om te doden en levend te maken" (2 Koningen 5:7)? Hij dacht dat de Syriër een aanleiding zocht voor een nieuwe oorlog. Aan de profeet in zijn eigen land dacht hij niet. Elisa hoorde ervan en liet de koning weten dat Naäman bij hem moest komen, "zo zal hij weten, dat er een profeet in Israël is" (2 Koningen 5:8).

Wat liet Elisa tegen Naäman zeggen?

Naäman kwam met zijn paarden en zijn wagen en stond voor de deur van het huis van Elisa. Elisa kwam niet naar buiten. Hij stuurde een bode met de boodschap: "Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn" (2 Koningen 5:10). Naäman werd zeer toornig. Hij had verwacht dat de profeet zou uitkomen, de Naam van de HEERE zou aanroepen en zijn hand over de zieke plek zou strijken. En waren Abana en Farpar, de rivieren van Damascus, niet beter dan alle wateren van Israël (2 Koningen 5:11-12)? Hij keerde zich om en ging weg met grimmigheid.

Hoe werd Naäman genezen?

Zijn knechten kwamen naar hem toe en spraken hem aan met "Mijn vader". Als de profeet iets groots had gevraagd, zou hij het dan niet gedaan hebben? Hoeveel te meer nu hij alleen zei dat Naäman zich moest wassen om rein te worden (2 Koningen 5:13). Naäman luisterde. Hij daalde af naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder, "naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein" (2 Koningen 5:14). De genezing kwam niet uit het water, maar uit het woord dat God door Zijn profeet had gesproken.

Wat beleed Naäman na zijn genezing?

Naäman keerde met zijn hele gevolg terug naar Elisa en zei: "Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël" (2 Koningen 5:15)! Hij wilde een geschenk geven. Elisa zwoer bij de HEERE, voor Wiens aangezicht hij stond, dat hij niets zou aannemen, en hij bleef weigeren (2 Koningen 5:16). Toen vroeg Naäman om een last aarde, zoveel als twee muildieren konden dragen, want hij zou voortaan alleen de HEERE offers brengen. Hij vroeg ook om vergeving voor één ding: als zijn koning in het huis van Rimmon ging aanbidden en op zijn hand leunde, moest hij zich daar mee neerbuigen (2 Koningen 5:17-18). Elisa antwoordde alleen: "Ga in vrede" (2 Koningen 5:19).

Waarom werd Gehazi melaats?

Het hoofdstuk eindigt niet bij Naäman. Gehazi, de knecht van Elisa, vond dat zijn heer de Syriër te gemakkelijk had laten gaan. Hij liep Naäman na en loog dat Elisa hem stuurde: er waren twee jonge profeten gekomen, die een talent zilver en twee wisselklederen nodig hadden. Naäman gaf hem gul twee talenten. Gehazi borg het op in een huis en verscheen weer voor Elisa (2 Koningen 5:20-25). Elisa vroeg waar hij geweest was. Gehazi loog opnieuw. Maar Elisa zei: "Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet" (2 Koningen 5:26)? De melaatsheid van Naäman zou Gehazi en zijn nageslacht aankleven. Gehazi ging bij hem weg, melaats, wit als de sneeuw (2 Koningen 5:27).

Achtergrond

Syrië is in de Statenvertaling het rijk dat ook Aram heet, met Damascus als hoofdstad. In de tijd van Elisa, waarschijnlijk in de negende eeuw voor Christus, voerden Syrië en Israël geregeld oorlog; een precies jaartal geeft de Bijbel niet. De koning van Israël in dit hoofdstuk wordt niet bij naam genoemd. Veel uitleggers denken aan Joram, de zoon van Achab, maar de tekst zegt het niet. Elisa woonde toen in Samaria, de hoofdstad van het noordelijke rijk.

Het woord dat de Statenvertaling met melaatsheid weergeeft, omvat waarschijnlijk meer huidziekten dan de lepra die wij nu kennen. In Israël was een melaatse onrein en moest hij "alleen wonen; buiten het leger zal zijn woning wezen" (Leviticus 13:46). In Syrië gold die wet niet, en Naäman bleef legeroverste. Ook bij de reiniging van een melaatse in Israël kwam het getal zeven voor: de priester moest zevenmaal sprengen (Leviticus 14:7).

Het geschenk van Naäman was een vermogen. Een talent was een groot gewicht aan zilver; wisselklederen waren kostbare kleren om te verwisselen. Rimmon was een god die de koning van Syrië aanbad (2 Koningen 5:18); waarschijnlijk had hij een tempel in Damascus. De aarde die Naäman meenam, past bij het denken van die tijd dat een god bij zijn eigen land hoorde; veel uitleggers lezen het verzoek zo, al zegt de tekst niet waarom hij de aarde wilde.

Betekenis

In 2 Koningen 5 is de HEERE vanaf het eerste vers aan het werk. Hij gaf Syrië overwinningen door Naäman, een man die Hem nog niet kende (2 Koningen 5:1). Hij gebruikte een weggevoerd meisje, de laagste in het huis, om de hoogste op de weg te zetten. En Hij genas niet door het gezag van een koning of de rijkdom van een gezant, maar door een eenvoudig woord. De koning van Israël zei het zelf, al begreep hij het niet: alleen God kan doden en levend maken (2 Koningen 5:7).

God genas Naäman op Zijn eigen manier. Naäman had een plechtige handeling verwacht en vond de Jordaan te min. Maar de belofte hing aan het woord van de profeet, niet aan de kwaliteit van het water. Pas toen hij zich vernederde en deed wat gezegd was, werd hij rein. Zo staat het ook elders: "God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade" (Jakobus 4:6).

De genade was om niet. Naäman bood een vermogen aan, maar Elisa nam niets. Zo bleef helder dat de genezing een gave van de HEERE was en niet een dienst die te koop was. Gehazi maakte er toch handel van, en in zijn straf zien wij hoe ernstig God het neemt als Zijn genade te koop wordt aangeboden. Veel later zei Petrus tegen Simon de tovenaar iets wat daarop lijkt: "omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt" (Handelingen 8:20).

De vreemdeling belijdt de enige God. Naäman, een legeroverste van de vijand, kwam tot de belijdenis "dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël" (2 Koningen 5:15). De Heere Jezus trekt Zelf de lijn naar het Nieuwe Testament. In de synagoge van Nazareth zei Hij: "En er waren vele melaatsen in Israël, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syriër" (Lukas 4:27). Zijn hoorders werden daarover woedend. Gods genade was geen bezit van Israël; God geeft haar aan wie Hij wil, ook aan de heidenen.

Zo wijst deze geschiedenis vooruit naar Christus. Hij raakte een melaatse aan en zei: "Ik wil, word gereinigd" (Lukas 5:13)! Veel uitleggers zien in de melaatsheid ook een beeld van de zonde, die een mens niet zelf kan afwassen. David bad: "was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw" (Psalm 51:9).

Lessen voor vandaag

God maakt rein op Zijn manier, niet op de onze. Naäman wist precies hoe zijn genezing eruit moest zien, en werd boos toen het anders ging. Ook wij kunnen de weg van God te eenvoudig of te vernederend vinden. Het Evangelie vraagt geen grote prestatie, maar dat wij buigen en het woord geloven. Nederigheid is in deze geschiedenis geen deugd die Naäman zelf opbracht: zijn knechten wezen hem terug naar het woord, en God gaf genade aan wie zich vernederde.

Wat God geeft, is niet te koop. Elisa weigerde elk geschenk, Gehazi liep erachteraan. Wie God dient, mag Zijn genade niet tot een handel maken. De Heere Jezus zei tegen Zijn discipelen: "Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet" (Mattheüs 10:8). Gehazi laat zien waar het begeren van geld toe leidt: tot leugen op leugen. Paulus waarschuwt: "de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad" (1 Timotheüs 6:10).

God gebruikt kleine getuigen. Het meisje was weggevoerd uit haar land en had niets te zeggen in het huis van Naäman. Toch wees zij op de profeet van de HEERE, en God gebruikte haar woorden. Wie zich klein voelt op de plaats die God gegeven heeft, op school, op het werk of in een ziekenhuis, mag weten dat God Zijn woord ook daar laat horen.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Elisa was een profeet in Israël. Een profeet is iemand die het woord van God doorgeeft. In het land Syrië woonde in die tijd een machtig man. Hij heette Naäman. Hij was legeroverste: de baas over het leger van de koning van Syrië. De Bijbel zegt dat de HEERE door Naäman de Syriërs overwinningen had gegeven. Maar Naäman had een zware ziekte. Hij was melaats. Dat is een ziekte aan je huid. In Israël mocht een melaatse niet tussen de andere mensen wonen.

Soldaten uit Syrië waren in Israël binnengevallen. Ze hadden een jong meisje meegenomen. Nu werkte zij als dienstmeisje bij de vrouw van Naäman. De Bijbel vertelt niet hoe ze heette. Ze zei tegen de vrouw van Naäman dat ze wenste dat haar heer bij de profeet in Samaria was. Die profeet zou hem genezen van zijn melaatsheid.

Naäman vertelde het aan de koning van Syrië. De koning zei dat hij moest gaan. Hij gaf Naäman een brief mee voor de koning van Israël. Naäman nam ook veel geschenken mee: zilver, goud en mooie kleren. In de brief stond dat de koning van Israël Naäman moest genezen.

De koning van Israël las de brief. Hij scheurde zijn kleren. Zo lieten mensen toen zien dat ze erg geschrokken of verdrietig waren. Hij riep: "Ben ik dan God, om te doden en levend te maken"? Hij dacht dat de koning van Syrië ruzie zocht. Maar Elisa hoorde ervan. Hij liet de koning weten dat Naäman bij hem moest komen. Dan zou Naäman merken dat er een profeet in Israël was.

Zo kwam Naäman met zijn paarden en zijn wagen bij het huis van Elisa. Maar Elisa kwam niet naar buiten. Hij stuurde iemand met een boodschap: "Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn". Zevenmaal betekent zeven keer. Rein betekent: schoon en gezond.

Naäman werd heel boos. Hij had gedacht dat de profeet zelf naar buiten zou komen. Dat hij de Naam van de HEERE zou aanroepen en met zijn hand over de zieke plek zou gaan. En de rivieren bij Damascus waren toch veel beter dan de Jordaan? Kwaad draaide hij zich om en ging weg.

Toen kwamen zijn knechten bij hem. Ze zeiden dat hij het toch ook gedaan zou hebben als de profeet iets moeilijks had gevraagd. Nu vroeg de profeet alleen dat hij zich zou wassen. Naäman luisterde naar hen. Hij ging naar de Jordaan. Hij ging helemaal onder in het water. Eén keer. Twee keer. Zo ging hij door, zeven keer, precies zoals de man van God gezegd had. Toen hij voor de zevende keer boven kwam, was zijn huid weer als de huid van een kleine jongen. Naäman was rein! De HEERE had Naäman genezen, zoals Hij beloofd had.

Naäman ging met al zijn mannen terug naar Elisa. Hij zei: "Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël". Hij wilde Elisa een groot geschenk geven. Maar Elisa zwoer bij de HEERE dat hij niets zou aannemen. Naäman beloofde dat hij voortaan geen offers meer zou brengen aan andere goden, maar alleen aan de HEERE. Elisa zei tegen hem: "Ga in vrede".

Maar Gehazi, de knecht van Elisa, wist dat Elisa niets had aangenomen. Hij wilde toch iets van het zilver hebben. Hij rende Naäman achterna. Naäman stapte van zijn wagen af om hem tegemoet te gaan. Gehazi loog dat Elisa hem stuurde om zilver en kleren te halen. Naäman gaf hem graag nog meer dan hij vroeg. Gehazi verstopte het in een huis. Daarna ging hij weer bij Elisa staan.

Elisa vroeg waar hij geweest was. Gehazi loog weer. Maar Elisa wist het. Hij zei dat zijn hart erbij was geweest, toen Naäman van zijn wagen stapte. Elisa vroeg of dit de tijd was om zilver en kleren aan te nemen. Hij zei dat de melaatsheid van Naäman nu aan Gehazi zou blijven kleven. Toen Gehazi wegging, was hij melaats. Zijn huid was wit als sneeuw.

Zo eindigt deze geschiedenis. Naäman kwam uit een vijandig land en kende de HEERE niet. Toch werd hij rein door de HEERE, voor niets. Dat heet genade: iets goeds krijgen wat je niet verdiend hebt. Veel later zei de Heere Jezus dat er in de tijd van Elisa veel melaatsen in Israël waren, maar dat alleen Naäman de Syriër werd gereinigd. De Heere Jezus maakte zelf ook melaatsen rein. Hij geeft Zijn genade nog altijd om niet.

Om te onthouden
“Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël!” (2 Koningen 5:15)

Tips voor de verteller

  • Een paar woorden vragen uitleg. Melaats: een ernstige huidziekte; wie melaats was, mocht in Israël niet tussen de anderen wonen (Leviticus 13:46). Rein: schoon en gezond; in Israël mocht een melaatse die rein was weer tussen de anderen wonen (Leviticus 14:8). Profeet: iemand door wie God spreekt. De woorden van Elisa uit 2 Koningen 5:10 en de genezing uit 5:14 kunt u rechtstreeks uit de Bijbel voorlezen.
  • Het meisje heeft in de Bijbel geen naam. Geef haar daarom ook geen naam, en vertel niet hoe zij zich voelde; dat zegt de tekst niet. U kunt wel laten zien wat de Bijbel van haar vertelt: ver van huis sprak zij over de profeet van de HEERE, en God gebruikte haar woorden.
  • Kinderen vragen vaak waarom Gehazi zo zwaar gestraft werd. Zeg eerlijk wat de tekst noemt: hij loog tegen Naäman en tegen Elisa, en hij maakte geld van wat God voor niets had gegeven. God nam dat ernstig. Vertel de straf in de woorden van de Bijbel, zonder er iets aan toe te voegen. De tekst noemt ook zijn nageslacht (2 Koningen 5:27); dat kunt u bij oudere kinderen vertellen. Zeg erbij dat God ook leugenaars wil vergeven als zij hun zonde belijden.
  • Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het einde met Gehazi kort houden, maar laat het niet weg: het hoort bij de geschiedenis. Het verzoek van Naäman over het huis van Rimmon (2 Koningen 5:18) is hier weggelaten. Bij oudere kinderen kunt u het bespreken: Elisa gaf geen regel, maar zei alleen dat Naäman in vrede mocht gaan.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat zei het meisje tegen de vrouw van Naäman?
  2. NavertellenHoe vaak moest Naäman zich wassen in de Jordaan?
  3. VerwonderenWie maakte Naäman beter: het water of de HEERE?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWaarom werd Naäman eerst zo boos toen Elisa niet naar buiten kwam?
  2. BetekenisWaarom wilde Elisa geen geschenk van Naäman aannemen? Wat wilde hij daarmee laten zien over de HEERE?
  3. VerbindingDe Heere Jezus maakte ook melaatsen rein. Lees Lukas 17:11-19. Wat lijkt op de geschiedenis van Naäman?
  4. ToepassingHet meisje sprak in een vreemd land over de profeet van God. Waar kun jij vertellen over de Heere?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Lukas 4:23-30. Waarom noemt de Heere Jezus juist Naäman de Syriër, en waarom werden de mensen in Nazareth daar zo boos om?
  2. Wie is God?Al in vers 1 staat dat de HEERE door Naäman overwinningen gaf, terwijl Naäman Hem nog niet kende. Wat zegt dat over Gods macht over volken en mensen?
  3. Moeilijke vraagNaäman vroeg of hij zich met zijn koning mocht neerbuigen in het huis van Rimmon, en Elisa zei alleen: "Ga in vrede". Wat denk jij dat Elisa daarmee bedoelde?
  4. PersoonlijkNaäman vond Gods weg eerst te eenvoudig en te vernederend. Wat vind jij moeilijk aan het Evangelie, waarin je niets kunt verdienen of betalen?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zijn genade om niet geeft, ook aan mensen van ver weg. Bid om een nederig hart dat Gods woord gelooft en doet.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Thema's in dit verhaal

genezinggenade om nietgehoorzaamheid aan Gods woordGod van alle volkenhebzucht

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Naäman wordt genezen

Waar staat het verhaal van Naäman in de Bijbel?

De geschiedenis van Naäman staat in 2 Koningen 5, in het Oude Testament. Het hoofdstuk vertelt van het meisje uit Israël, de brief aan de koning van Israël, het wassen in de Jordaan, de belijdenis van Naäman en de straf van Gehazi. Het speelt in de tijd van de profeet Elisa; in de Bijbel staat het direct na de geschiedenissen in 2 Koningen 4. De Heere Jezus noemt Naäman in het Nieuwe Testament nog eens, in Lukas 4:27.

Waarom moest Naäman zich zevenmaal wassen in de Jordaan?

De Bijbel geeft geen reden; Elisa gaf alleen het bevel (2 Koningen 5:10). Veel uitleggers zien in het getal zeven de volheid of volkomenheid, zoals bij de wet op de reiniging van een melaatse, waar de priester zevenmaal moest sprengen (Leviticus 14:7). Duidelijk is wel waar het om ging: Naäman moest doen wat het woord van God zei, precies en volledig. Hij werd rein "naar het woord van den man Gods" (2 Koningen 5:14).

Was het water van de Jordaan geneeskrachtig?

Nee. De Bijbel zegt niets over bijzonder water, en Naäman vond zelf de rivieren van Damascus beter dan alle wateren van Israël (2 Koningen 5:12). Hij werd niet beter door het water, maar door de HEERE, Die door Elisa had beloofd: "gij zult rein zijn" (2 Koningen 5:10). Daarom eindigde zijn genezing ook niet bij de profeet, maar bij de belijdenis dat er geen God is op de hele aarde dan in Israël.

Hoe heette het meisje dat Naäman naar Elisa wees?

De Bijbel noemt haar naam niet. Ze heet in 2 Koningen 5:2 alleen "een kleine jonge dochter uit het land van Israël", die door Syrische benden was weggevoerd en de vrouw van Naäman diende. Namen die soms in kinderbijbels staan, komen niet uit de Bijbel. Juist zonder naam valt op wat zij deed: zij wees op de profeet in Samaria, en God gebruikte haar woorden om Naäman te genezen.

Waarom werd Naäman boos op Elisa?

Naäman voelde zich niet serieus genomen. Elisa kwam niet eens naar buiten, maar stuurde een bode. Naäman had verwacht dat de profeet de Naam van de HEERE zou aanroepen en zijn hand over de zieke plek zou strijken (2 Koningen 5:11). En waarom de Jordaan, als Damascus betere rivieren had? Zijn knechten hielpen hem: als de profeet iets groots had gevraagd, had hij het gedaan, dus waarom dan niet dit eenvoudige (2 Koningen 5:13)?

Waarom wilde Elisa geen geschenk van Naäman aannemen?

Elisa zwoer: "Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme" (2 Koningen 5:16)! De tekst legt het niet verder uit, maar de samenhang maakt het duidelijk. Naäman moest weten dat hij niet door een betaalde profeet, maar door de HEERE was genezen, en dat Gods genade niet te koop is. Juist daarom was de daad van Gehazi zo ernstig.

Wat gebeurde er met Gehazi?

Gehazi, de knecht van Elisa, liep Naäman achterna en vroeg met een verzonnen verhaal om zilver en kleren. Hij kreeg twee talenten zilver en verborg ze. Toen Elisa hem ernaar vroeg, loog hij opnieuw. Elisa zei dat de melaatsheid van Naäman hem en zijn nageslacht zou aankleven, en Gehazi ging weg, "melaats, wit als de sneeuw" (2 Koningen 5:27). In 2 Koningen 8:4-5 spreekt Gehazi nog met de koning; wanneer dat precies was, zegt de tekst niet.

Waarom nam Naäman aarde mee naar Syrië?

Naäman vroeg om een last aarde van een juk muildieren, "want uw knecht zal niet meer brandoffer of slachtoffer aan andere goden doen, maar den HEERE" (2 Koningen 5:17). De tekst zegt niet waarom hij daar aarde uit Israël voor nodig had. Veel uitleggers denken dat hij, zoals in die tijd gebruikelijk was, meende dat een god bij zijn eigen land hoorde. Duidelijk is dat hij voortaan alleen de HEERE offers wilde brengen.

Wat bedoelde Naäman met het huis van Rimmon?

Rimmon was een god die de koning van Syrië aanbad; waarschijnlijk had hij een tempel in Damascus. Naäman vroeg vergeving voor één ding: als zijn koning daar ging aanbidden en op zijn hand leunde, moest hij zich mee neerbuigen (2 Koningen 5:18). Elisa antwoordde alleen: "Ga in vrede" (2 Koningen 5:19). Daar denken christenen verschillend over. Sommigen zien er toestemming in voor een uiterlijke dienst aan de koning, anderen een afscheidsgroet waarmee Elisa Naäman aan de HEERE overliet zonder een regel te geven.

Wat zegt de Heere Jezus over Naäman?

In de synagoge van Nazareth zei de Heere Jezus: "En er waren vele melaatsen in Israël, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syriër" (Lukas 4:27). Hij liet daarmee zien dat God Zijn genade vrij schenkt, ook aan een vreemdeling, terwijl velen in Israël haar niet ontvingen. De mensen in de synagoge werden daarover zo toornig dat zij Hem van de berg wilden werpen (Lukas 4:28-29).

Wat was melaatsheid in de Bijbel?

Melaatsheid was een huidziekte die een mens onrein maakte. Het woord omvat waarschijnlijk meer aandoeningen dan de lepra die wij nu kennen; Leviticus 13 beschrijft verschillende vormen. In Israël moest een melaatse buiten het leger wonen en "Onrein, onrein" roepen (Leviticus 13:45-46). Genezing heette daarom ook reiniging. In het Nieuwe Testament reinigt de Heere Jezus melaatsen met een woord en een aanraking (Lukas 5:13).

Hoe vertelt u het verhaal van Naäman aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Leg eerst kort uit wat melaats en rein betekenen. Geef het meisje geen verzonnen naam. Laat de meeste ruimte voor het woord van Elisa, het zevenmaal onderdompelen en de belijdenis van Naäman. Laat het slot met Gehazi niet weg, maar vertel het sober in de woorden van de Bijbel. De verteltips helpen bij de vraag waarom Gehazi zo zwaar gestraft werd, en de gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over Naäman wordt genezen

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder