Johannes ontvangt de opdracht naar Pergamum te schrijven
Op Patmos krijgt Johannes van de verheerlijkte Christus de opdracht zijn visioen op te schrijven en te sturen aan de zeven gemeenten in Asia, waaronder Pergamum.
Pergamon (Grieks, Latijns: Pergamum). De naam hangt mogelijk samen met het Griekse woord pergamos, dat "citadel" of "hoge burcht" betekent — passend bij de stad die hoog op een heuvel gebouwd was. Het woord "perkament" is rechtstreeks van Pergamum afgeleid: volgens de overlevering werd die schrijfmaterie daar ontwikkeld nadat Egypte de uitvoer van papyrus had geblokkeerd om de bibliotheek van Pergamum te belemmeren.
Pergamum was de oude hoofdstad van het koninkrijk Pergamum in Klein-Azië en de zetel van de Romeinse proconsul in de provincie Asia. De stad bezat na Alexandrië de grootste bibliotheek van de antieke wereld en was een religieus centrum vol tempels. Christus noemt Pergamum "waar de troon van de satan is" en roept de gemeente op tot bekering (Openbaring 2:12-17).
Ook bekend als: Pergamon, Pergamos, Bergama (moderne naam)
Pergamum lag in het westen van Klein-Azië, in de oude landstreek Mysië, ongeveer 25 kilometer landinwaarts van de Egeische kust en ruim 80 kilometer ten noorden van Smirna. De stad was gebouwd op een steile, 335 meter hoge heuvel boven de vlakte van de rivier Caicus, waardoor zij van verre opviel en militair nauwelijks inneembaar was. Vanaf de top overzag de stad een vruchtbare vlakte en beheerste zij een belangrijk knooppunt van handelsroutes.
Pergamum heet vandaag Bergama, een stad met ongeveer 70.000 inwoners in de Turkse provincie Izmir. Op en rond de oude acropolis bevinden zich uitgebreide ruïnes die tot de belangrijkste archeologische plaatsen van Turkije behoren: het enorme hellingstheater, de tempel van Trajanus, de fundamenten van de bibliotheek en het grote altaar van Zeus. Het beroemde altaar zelf is in de negentiende eeuw door Duitse archeologen gedeeltelijk naar Berlijn overgebracht en staat daar sinds 1930 in het Pergamonmuseum.
Op Patmos krijgt Johannes van de verheerlijkte Christus de opdracht zijn visioen op te schrijven en te sturen aan de zeven gemeenten in Asia, waaronder Pergamum.
"Dit zegt Hij Die het scherpe, tweesnijdende zwaard heeft." In de stad waar de Romeinse proconsul zetelde en het recht van het zwaard uitoefende, wijst Christus op Zijn hogere autoriteit.
"Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. En u houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, Mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont."
Antipas wordt door Christus "Mijn trouwe getuige" genoemd. Hij is de enige met naam genoemde martelaar in de brieven aan de zeven gemeenten. De vroegchristelijke overlevering weet te melden dat hij in de stierenvormige koperen oven van de keizercultus de marteldood stierf, hoewel dat niet door de Bijbel zelf wordt verteld.
"Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. Zo hebt ook u er die zich houden aan de leer van de Nikolaieten."
"Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond."
"Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik te eten geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt."
De volgende bijbelgedeelten helpen je om de rol van Pergamum in de Schrift beter te begrijpen.
Pergamum lag in het westen van Klein-Azië, in de oude landstreek Mysië, ongeveer 25 kilometer van de Egeische kust en 80 kilometer ten noorden van Smirna. De stad was gebouwd op een steile heuvel van 335 meter hoog en overzag de vlakte van de rivier Caicus. Vandaag ligt op dezelfde plek de Turkse stad Bergama in de provincie Izmir.
Ja. Het woord perkament komt van het Latijnse pergamenum, "uit Pergamum", en verwijst rechtstreeks naar deze stad. Volgens de overlevering, vastgelegd door Plinius en anderen, blokkeerde Egypte de uitvoer van papyrus om te voorkomen dat de bibliotheek van Pergamum die van Alexandrië zou overtreffen. Daarop werd in Pergamum het gebruik van dierenhuiden als schrijfmaterieel tot hoge perfectie gebracht. Het perkament bleek duurzamer dan papyrus en werd eeuwenlang het voornaamste materiaal voor bijbelhandschriften.
In Openbaring 2:13 noemt Christus Pergamum de plaats "waar de troon van de satan is". Uitleggers hebben dit verschillend verklaard. Sommigen denken aan het gigantische altaar van Zeus Soter dat als een troon boven de stad stond en dat vandaag in het Pergamonmuseum te Berlijn te zien is. Anderen wijzen op de keizercultus: Pergamum bezat sinds 29 voor Christus de eerste tempel voor een Romeinse keizer in de provincie Asia, en was zo het officiële hart van de keizerverering. Weer anderen leggen een verband met het slangsymbool van Asklepios, de genezingsgod met zijn grote heiligdom in de stad. Waarschijnlijk ligt de waarheid in een combinatie: heel de stad was doordrongen van religies die Christus loochenden.
Antipas wordt in Openbaring 2:13 door Christus "Mijn trouwe getuige" genoemd en wordt gedood "bij u, waar de satan woont". Dit is de enige naamgenoemde martelaar in de brieven aan de zeven gemeenten. Over Antipas zelf weten wij buiten dit vers weinig zekers. Latere overlevering vertelt dat hij bisschop was in Pergamum en dat hij werd verbrand in een holle koperen stier op het altaar van de keizercultus, maar dit verhaal is niet historisch vast te stellen. Zijn naam, die "tegen alles" betekent, werd vroeger vaak symbolisch gelezen als beeld van de standvastige getuige tegen een vijandige wereld.
In Openbaring 2:14 verwijst Christus naar de leer van Bileam als een groep in de gemeente die "afgodenoffers eet en hoererij bedrijft". Dit grijpt terug op Numeri 22-25 en 31:16, waar Bileam Israël niet kon vervloeken maar Balak wél de raad gaf om de Israëlieten via Moabitische vrouwen tot afgoderij en seksuele zonden te verleiden bij Baäl-Peor. In de gemeente van Pergamum waren mensen die meenden dat deelname aan de offermaaltijden en praktijken van de heidense tempels verenigbaar was met geloof in Christus. Christus veroordeelt die redenering streng.
De Nikolaieten worden zowel in Efeze (Openbaring 2:6) als in Pergamum (2:15) genoemd. Hun leer wordt in Pergamum direct naast de leer van Bileam geplaatst. Hoewel de Bijbel geen uitvoerige beschrijving geeft, bleek uit de context dat zij vermoedelijk leerden dat christenen konden deelnemen aan heidense offerfeesten en seksueel losbandig konden leven zonder hun geloof te verraden. Sommige kerkvaders verbonden hen met Nikolaus, een van de zeven diakenen uit Handelingen 6:5, maar die verbinding is onzeker. Waar Efeze hen had verworpen, werden zij in Pergamum kennelijk door sommigen gedoogd.
In Openbaring 2:17 belooft Christus aan wie overwint te eten van "het verborgen manna". Dit verwijst terug naar het manna dat God Israël in de woestijn gaf (Exodus 16) en waarvan een gouden kruik als aandenken in de ark van het verbond werd bewaard (Hebreeën 9:4). Het "verborgen" manna is dus het hemelse, eschatologische equivalent: Christus zelf als het ware brood uit de hemel (Johannes 6). De belofte is bijzonder krachtig juist in Pergamum, waar de druk om mee te doen aan de heidense offermaaltijden groot was: wie trouw blijft en weigert van afgodenoffers te eten, krijgt toegang tot een veel rijker maal.
In Openbaring 2:17 belooft Christus wie overwint "een witte steen, en op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt". Witte stenen werden in de Grieks-Romeinse wereld gebruikt als toegangsbewijs voor feesten, als stemsteen in rechtbanken (wit voor vrijspraak) en als aandenken aan atletische overwinningen. Tegelijk klinkt Jesaja 62:2 mee: "U zult met een nieuwe naam genoemd worden." De witte steen symboliseert onbeperkte aanvaarding in het feest van de Heere, en de nieuwe naam spreekt van een persoonlijke, onvervangbare intimiteit tussen Christus en zijn overwinnaar — niemand anders kent die naam dan wie hem ontvangt.
Efeze
De ruines van Efeze liggen nabij het huidige stadje Selçuk in de provincie Izmir, Turkije
Smirna
Smirna bestaat vandaag nog als de Turkse stad Izmir, de derde grootste stad van Turkije met meer dan vier miljoen inwoners
Thyatira
Thyatira bestaat nog steeds als de Turkse stad Akhisar in de provincie Manisa, ongeveer 100 kilometer ten noordoosten van Izmir (het oude Smirna)
Sardis
De ruïnes van Sardis liggen bij het dorpje Sart in de Turkse provincie Manisa, ongeveer 90 kilometer ten oosten van Izmir (het oude Smirna)
Filadelfia
De moderne opvolger van Filadelfia is de Turkse stad Alaşehir ("stad van Allah"), in de provincie Manisa, ongeveer 140 kilometer ten oosten van Izmir (het oude Smyrna)
Laodicea
De ruïnes van Laodicea liggen nabij het dorp Eskihisar, in de provincie Denizli in het zuidwesten van Turkije
Wil je dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Pergamum? Onze AI-assistent helpt je verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Pergamum.
Plaats Pergamum in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Pergamum.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Pergamum.
Verken thema's die verbonden zijn met Pergamum.