Ga naar hoofdinhoud
LukasLukas 16:19-31

De rijke man en de arme Lazarus

Een bedelaar aan de poort en een grote kloof na de dood

Samenvatting

De rijke man en de arme Lazarus is de geschiedenis die Jezus vertelt over een rijke man die elke dag feestte en een bedelaar aan zijn poort, in Lukas 16:19-31. Na hun dood wordt Lazarus getroost bij Abraham en lijdt de rijke man pijn, gescheiden door een grote kloof. Jezus eindigt bij Mozes en de profeten: wie die niet hoort, laat zich ook door een opgestane niet gezeggen.

Bijbelgedeelte

“En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.”
Lukas 16:22 (Statenvertaling)
“Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.”
Lukas 16:25 (Statenvertaling)
“En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.”
Lukas 16:26 (Statenvertaling)
“Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.”
Lukas 16:29 (Statenvertaling)
“Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.”
Lukas 16:31 (Statenvertaling)

Het verhaal

De geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus staat alleen in het evangelie van Lukas, in Lukas 16. Jezus vertelt haar in het deel van Lukas waarin Hij op weg is naar Jeruzalem (Lukas 9:51), kort na de gelijkenissen van het verloren schaap en de verloren zoon.

Voor wie vertelde Jezus de gelijkenis van de rijke man en Lazarus?

Kort ervoor had Jezus over geld gesproken. Hij zei: "gij kunt God niet dienen en den Mammon" (Lukas 16:13). Mammon is de rijkdom, voorgesteld als een heer die gediend wil worden. De Farizeeën, die geldgierig waren, hoorden het en beschimpten Hem (Lukas 16:14). Jezus antwoordde hun dat zij zichzelf rechtvaardigden voor de mensen, maar dat God hun harten kende (Lukas 16:15). In dezelfde rede volgt deze geschiedenis. Zij is dus eerst gericht tot mensen die aan hun geld hingen en meenden dat het goed met hen stond.

Hoe begint het verhaal van de rijke man en Lazarus?

Er was een rijk man, gekleed in purper en zeer fijn lijnwaad, die elke dag vrolijk en prachtig leefde (Lukas 16:19). Voor zijn poort lag een bedelaar, Lazarus, vol zweren. Hij verlangde verzadigd te worden van de kruimels die van de tafel van de rijke vielen. Er staat niet dat hij ze kreeg. Wel kwamen de honden en likten zijn zweren (Lukas 16:20-21).

De rijke man krijgt geen naam, de bedelaar wel. Lazarus is de Griekse vorm van Eleazar, een naam die ongeveer betekent: God helpt. Als men haar als gelijkenis leest, is het de enige gelijkenis waarin Jezus een van de personen een eigen naam geeft.

Wat gebeurde er toen Lazarus en de rijke man stierven?

"En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham" (Lukas 16:22). Ook de rijke stierf, en hij werd begraven. Over een begrafenis van Lazarus zegt de tekst niets. In de hel sloeg de rijke man zijn ogen op, terwijl hij in pijn was, en hij zag Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot (Lukas 16:23). De bedelaar die aan de poort lag, wordt door engelen gedragen. De man die elke dag feestte, vraagt nu om een druppel water.

Wat vroeg de rijke man aan Abraham?

De rijke man riep Abraham aan als vader en vroeg om ontferming. Lazarus moest het uiterste van zijn vinger in water dopen en zijn tong verkoelen, want hij leed smarten in de vlam (Lukas 16:24). Hij spreekt niet tot Lazarus zelf. Veel uitleggers merken op dat hij hem nog altijd ziet als iemand die voor hem gestuurd kan worden.

Abraham antwoordde: "Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten" (Lukas 16:25). Bovendien is er tussen hen een grote kloof gevestigd. Niemand kan van de ene kant naar de andere overgaan (Lukas 16:26).

Waarom stuurde Abraham Lazarus niet naar de vijf broers?

Dan vraagt de rijke man iets voor anderen. Hij heeft vijf broers. Lazarus moet naar het huis van zijn vader gaan om hen te waarschuwen, zodat ook zij niet in deze plaats van pijniging komen (Lukas 16:27-28). Abraham antwoordt: "Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen" (Lukas 16:29). Met Mozes en de profeten bedoelt hij de Schriften die Israël al had.

De rijke man houdt vol. Als iemand van de doden naar hen toe ging, zouden zij zich bekeren (Lukas 16:30). Het laatste woord is aan Abraham: "Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen" (Lukas 16:31). Daarmee eindigt de geschiedenis. Lukas vertelt niet hoe de Farizeeën reageerden.

Achtergrond

Purper was een kostbare verfstof, en kleding in purper droegen koningen en zeer rijke mensen. Fijn lijnwaad was dure linnen stof. Samen tekenen zij een man met grote rijkdom, die niet af en toe feestte maar elke dag. De poort was de toegang tot zijn huis. Dat de honden zijn zweren likten, staat er zonder uitleg bij. Of dat de bedelaar verlichting gaf of zijn ellende groter maakte, zegt de tekst niet.

Bij de schoot van Abraham denken veel uitleggers aan een maaltijd. Men lag aan tafel, en wie naast de gastheer lag, lag als het ware tegen zijn borst, zoals de discipel die "aanzittende in den schoot van Jezus" was (Johannes 13:23). Lazarus, die naar de kruimels van een tafel verlangde, is nu bij Abraham, de vader van allen die geloven (Romeinen 4:11). Het woord dat de Statenvertaling in Lukas 16:23 met hel weergeeft, is in het Grieks hades, het dodenrijk. De tekst spreekt er van pijn en van een vlam.

Betekenis

Deze geschiedenis laat zien dat God ziet wie door mensen voorbijgegaan wordt. De rijke man leefde elke dag in overvloed, met een bedelaar voor zijn poort. God liet Lazarus niet liggen: Zijn engelen droegen hem naar de schoot van Abraham. Wat Maria aan het begin van hetzelfde evangelie zong, gebeurt hier: "Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden" (Lukas 1:53).

Toch gaat het niet om rijk of arm als zodanig. Abraham zelf "was zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud" (Genesis 13:2), en Lazarus wordt niet gezaligd om zijn armoede. Het slot wijst aan waar het om gaat. De rijke man en zijn broers hadden Mozes en de profeten, en zij hoorden niet. Daarin had God allang geboden om de hand open te doen voor de arme (Deuteronomium 15:11). Zo laat de geschiedenis zien wat Jezus net tegen de Farizeeën had gezegd: niemand kan God en de Mammon tegelijk dienen.

Gods Woord is genoeg. De rijke man meent dat een bode uit de doden meer uitwerkt dan de Schrift. Abraham zegt van niet, en dat woord wijst vooruit naar Jezus Zelf. Hij is uit de doden opgestaan, en toch geloofde niet iedereen. Na Zijn opstanding legde Hij de Emmaüsgangers uit, "begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten", wat in de Schriften over Hem geschreven was (Lukas 24:27).

De kloof maakt duidelijk dat de beslissing in dit leven valt. Het is de mensen gezet "eenmaal te sterven, en daarna het oordeel" (Hebreeën 9:27).

Is dit een gelijkenis of een werkelijke gebeurtenis? Daar denken christenen verschillend over. Lukas noemt het geen gelijkenis, en de naam Lazarus is voor sommigen een aanwijzing voor een echte gebeurtenis. Anderen lezen het als gelijkenis, zoals wat eraan voorafgaat. In beide lezingen spreekt Jezus ernstig over hemel en hel, zonder alle bijzonderheden van het leven na de dood te beschrijven.

Lessen voor vandaag

God heeft ons Zijn Woord gegeven, en dat is genoeg. Wij hoeven niet te wachten op een teken of een bode uit de doden. Wie de Bijbel open heeft, heeft wat de broers van de rijke man hadden, en daarbij het getuigenis over de opgestane Heere. Daarom is nu de tijd om te horen: "Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid" (2 Korinthe 6:2).

God ziet de arme aan de poort. Wat Hij ons geeft, krijgen wij niet om er alleen zelf van te genieten. Paulus laat Timotheüs de rijken bevelen "dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededelende zijn" (1 Timotheüs 6:18). Dat begint dichtbij, bij wie aan onze eigen deur in nood is.

De Heere Jezus spreekt ernstig over de eeuwigheid, en Hij doet dat zolang er tijd is. De rijke man wilde zijn broers alsnog laten waarschuwen. Jezus doet dat al, in deze geschiedenis. Wie haar leest, wordt geroepen tot Hem Die Zelf uit de doden is opgestaan, en Die tot Martha, de zuster van een andere Lazarus, zei: "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25). Over die Lazarus leest u bij de opwekking van Lazarus.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 8 jaar

De Heere Jezus sprak over geld. Hij zei dat niemand God en het geld tegelijk kan dienen. Er waren Farizeeën die luisterden. Farizeeën waren Joodse mannen die de wet heel precies wilden houden. Zij hielden veel van geld. Ze spotten met de Heere Jezus. Toen vertelde Jezus over twee mannen.

De eerste man was heel rijk. Hij droeg kleren van purper en van heel fijn linnen. Zulke kleren waren erg duur. Elke dag leefde hij vrolijk en in grote pracht.

De tweede man was een bedelaar. Een bedelaar is iemand die niets heeft en anderen om eten of geld moet vragen. Hij heette Lazarus. Die naam betekent ongeveer: God helpt. Lazarus lag voor de poort van het huis van de rijke man. Hij zat vol zweren. Zweren zijn pijnlijke wonden op je huid. Lazarus wilde graag eten van de kruimels die van de tafel van de rijke man vielen. De Bijbel vertelt niet dat hij ze kreeg. Wel kwamen de honden, en die likten zijn zweren.

Toen stierf Lazarus. Maar God vergat hem niet. Engelen, de dienaren van God, droegen hem weg, naar de schoot van Abraham. Abraham was de vader van het volk Israël. Hij was al heel lang gestorven. In de schoot van Abraham zijn betekent: dicht bij Abraham zijn, bij God. Daar werd Lazarus getroost.

De rijke man stierf ook. Hij werd begraven. Na zijn dood was hij in de hel. Daar had hij pijn. Hij keek op en zag Abraham, heel ver weg. En hij zag Lazarus bij Abraham.

Toen riep de rijke man: "Vader Abraham, ontferm u mijner". Ontfermen betekent: medelijden hebben en helpen. Hij vroeg Abraham om Lazarus te sturen. Lazarus moest het topje van zijn vinger in water dopen en zijn tong verkoelen. Want hij had pijn in de vlam.

Maar Abraham zei: "Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade". Abraham bedoelde dat de rijke man op aarde al het goede had gehad, en Lazarus het kwade. Nu werd Lazarus getroost, en had de rijke man pijn. Abraham zei ook dat er een grote kloof tussen hen was. Een kloof is een diepe scheur in de grond, die je niet over kunt. Niemand kon van de ene kant naar de andere kant komen.

Toen vroeg de rijke man iets voor zijn broers. Hij had nog vijf broers. Hij vroeg of Abraham Lazarus naar het huis van zijn vader wilde sturen. Dan kon Lazarus zijn broers waarschuwen. Dan zouden zij niet ook in deze plaats van pijn komen.

Abraham antwoordde: "Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen". Mozes en de profeten, dat waren de boeken van de Bijbel die ze toen al hadden. Daarin sprak God tot hen.

Maar de rijke man hield vol. Hij zei dat zijn broers zich wel zouden bekeren als er iemand uit de doden naar hen toe ging. Bekeren betekent: omkeren van de verkeerde weg en teruggaan naar God.

Toen sprak Abraham het laatste woord. Als zijn broers niet naar Mozes en de profeten luisterden, zouden ze ook niet luisteren als er iemand uit de doden opstond.

Zo eindigt deze geschiedenis. Later is de Heere Jezus Zelf uit de doden opgestaan. God ziet de armen, en Hij spreekt nog altijd tot ons in Zijn Woord, de Bijbel. Hij roept ons om nu naar Hem te luisteren.

Om te onthouden
“Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.” (Lukas 16:29)

Tips voor de verteller

  • Deze geschiedenis is bedoeld vanaf ongeveer 8 jaar, omdat de dood en de hel erin centraal staan. Vertel de pijn van de rijke man niet uitgebreider dan Jezus doet. Voor jongere kinderen kunt u zich beperken tot Lazarus aan de poort en de engelen die hem droegen, en het gesprek tussen Abraham en de rijke man kort samenvatten.
  • Een kind kan vragen of de rijke man naar de hel ging omdat hij rijk was. Zeg eerlijk dat het daar niet om ging: Abraham was zelf ook rijk. De rijke man en zijn broers hadden Gods Woord, maar ze luisterden niet. Lazarus werd ook niet getroost omdat hij arm was. Abraham zegt alleen dat hij nu getroost wordt, en dat is het werk van God, Die hem door de engelen liet dragen.
  • Kinderen vragen soms of iemand vanuit de hemel de hel kan zien, of dat gestorvenen met elkaar praten. Zeg dat Jezus met deze geschiedenis niet alles over het leven na de dood uitlegt, en dat wij veel niet weten. Wel maakt Hij duidelijk dat na de dood niemand de grote kloof over kan, en dat God ons nu Zijn Woord geeft. Of het een gelijkenis is of een echte gebeurtenis, daarover denken christenen verschillend; u hoeft daarin niet te kiezen.
  • Leg de woorden Farizeeën, bedelaar, zweren, purper, kloof, bekeren en Mozes en de profeten kort uit. Voeg geen knechten toe die Lazarus wegjagen en geef de rijke man geen naam; de Bijbel doet dat niet. Lees daarna Lukas 16:19-31 uit de Bijbel zelf voor.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWaar lag Lazarus, en wat wilde hij graag eten?
  2. NavertellenWie droegen Lazarus weg toen hij gestorven was?
  3. VerwonderenHoe liet God zien dat Hij Lazarus niet vergat?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenHoe leefde de rijke man elke dag, en waar lag Lazarus al die tijd?
  2. BetekenisWaarom wilde Abraham Lazarus niet naar de vijf broers sturen? Wat zegt dat over de Bijbel?
  3. VerbindingNa Zijn opstanding legde Jezus de Emmaüsgangers uit wat Mozes en de profeten over Hem schreven. Waarom deed Hij dat?
  4. ToepassingWie in jouw omgeving heeft hulp nodig, en wat heeft God jou gegeven om te delen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Lukas 16:13-15. Tegen wie vertelde Jezus deze geschiedenis, en wat zegt dat over de bedoeling ervan?
  2. Wie is God?God liet Lazarus door engelen dragen, en Abraham spreekt van een kloof die niemand over kan. Wat leert dat over Gods rechtvaardigheid en over de tijd die Hij ons nu geeft?
  3. Moeilijke vraagGing Lazarus naar de schoot van Abraham omdat hij arm was, en de rijke man naar de hel omdat hij rijk was? Betrek Genesis 13:2 en Lukas 16:29-31 erbij.
  4. PersoonlijkAbraham zegt: "Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen". Wat betekent het voor jou dat je Gods Woord hebt?

Gebedspunt: Dank de Heere dat Hij de armen ziet en dat Hij ons Zijn Woord gegeven heeft. Bid om een hart dat nu naar Hem luistert en ruimhartig deelt met wie in nood is.

Personen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Gods Woord horenrijkdom en armoedeleven na de doodbekeringGods rechtvaardigheid

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De rijke man en de arme Lazarus

Waar staat het verhaal van de rijke man en Lazarus in de Bijbel?

De geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus staat in Lukas 16:19-31. Alleen Lukas heeft haar opgeschreven. Jezus vertelt haar kort nadat Hij gezegd heeft dat niemand God en de Mammon kan dienen, en nadat de Farizeeën, die geldgierig waren, Hem daarom beschimpten (Lukas 16:13-14). In hetzelfde deel van Lukas staan ook de gelijkenissen van het verloren schaap, de verloren zoon en de onrechtvaardige rentmeester.

Wat is de betekenis van de rijke man en de arme Lazarus?

Jezus laat zien dat God ziet wie door mensen voorbijgegaan wordt, en dat de dood een definitieve scheiding brengt. Na het sterven ligt er een grote kloof die niemand over kan (Lukas 16:26). Het slot geeft de kern: "Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen" (Lukas 16:29). Gods Woord is genoeg om tot bekering te komen. Wie daar niet naar luistert, laat zich ook door een opgestane uit de doden niet overtuigen (Lukas 16:31).

Ging de rijke man naar de hel omdat hij rijk was?

Nee, rijkdom op zich is niet de reden. Abraham, bij wie Lazarus getroost wordt, was zelf "zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud" (Genesis 13:2). En Lazarus wordt niet gezaligd om zijn armoede. Het slot van de geschiedenis wijst op het hart: de rijke man en zijn broers hadden Mozes en de profeten en hoorden niet. Daarin had God geboden om de hand open te doen voor de arme. De rijke man leefde voor zijn eigen genot, met een bedelaar voor zijn poort.

Is de rijke man en Lazarus een gelijkenis of een echte gebeurtenis?

Daar denken christenen verschillend over. Lukas noemt het geen gelijkenis, en dat Jezus de bedelaar een naam geeft, zien sommigen als aanwijzing voor een werkelijke gebeurtenis. Anderen lezen het als gelijkenis, net als de verhalen die eraan voorafgaan in Lukas 15 en 16, en wijzen erop dat de rijke man geen naam krijgt. In beide lezingen is het onderwijs van Jezus over de dood en de eeuwigheid ernstig en betrouwbaar.

Wat betekent de schoot van Abraham?

De schoot van Abraham is een beeld van de plaats waar Lazarus na zijn dood getroost wordt (Lukas 16:22-25). Veel uitleggers denken aan een maaltijd. Men lag aan tafel, en wie naast de gastheer lag, lag als het ware tegen zijn borst, zoals de discipel die "aanzittende in den schoot van Jezus" was (Johannes 13:23). De bedelaar die naar kruimels verlangde, heeft nu een plaats bij Abraham, de vader van de gelovigen. Het is een beeld van rust en gemeenschap.

Is de Lazarus uit Lukas 16 dezelfde als de broer van Maria en Martha?

Nee. De Bijbel noemt twee mannen met de naam Lazarus. De ene is de bedelaar in deze geschiedenis van Jezus (Lukas 16:19-31). De andere is de broer van Maria en Martha uit Bethanië, die Jezus uit de dood opwekte (Johannes 11). Opvallend is wel dat na die opwekking velen geloofden, maar dat de overpriesters beraadslaagden, "dat zij ook Lazarus doden zouden" (Johannes 12:10). Ook een opgewekte uit de doden overtuigde dus niet iedereen.

Wat bedoelt Abraham met Mozes en de profeten?

Met Mozes en de profeten bedoelt Abraham de Schriften die Israël al had: de wet van Mozes en de boeken van de profeten, wat wij het Oude Testament noemen. Daarin had God gesproken, ook over de zorg voor de arme. Jezus zegt elders: "Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven" (Johannes 5:46). Na Zijn opstanding legde Hij Zijn discipelen uit wat Mozes en de profeten over Hem geschreven hadden (Lukas 24:27).

Kunnen gestorvenen volgens deze geschiedenis contact hebben met de levenden?

Nee, de geschiedenis leert eerder het omgekeerde. De rijke man vraagt of Lazarus naar zijn broers gestuurd mag worden, maar Abraham weigert. Er is een grote kloof, en de levenden moeten het hebben van Gods Woord: "Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen" (Lukas 16:29). Jezus beschrijft hier niet alle bijzonderheden van het leven na de dood. Wat Hij wel duidelijk maakt, is dat God de levenden niet door de doden laat onderwijzen, maar door de Schrift.

Hoe heette de rijke man in Lukas 16?

De Bijbel geeft de rijke man geen naam. Soms wordt hij Dives genoemd, maar dat is geen naam uit de Bijbel. Het is het Latijnse woord voor rijk, uit de Latijnse vertaling van Lukas 16:19, dat later als naam is gaan gelden. Juist het verschil valt op: de bedelaar heeft een naam, Lazarus, en de rijke man die op aarde alles had, blijft naamloos. Lazarus is de Griekse vorm van Eleazar, een naam die ongeveer betekent: God helpt.

Hoe vertelt u de rijke man en Lazarus aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar, omdat de dood en de hel erin centraal staan. Volg de Bijbel: de rijke man die elke dag feestte, Lazarus aan de poort, de engelen die hem droegen, het gesprek met Abraham en het slot over Mozes en de profeten. Vertel de pijn van de rijke man niet uitgebreider dan Jezus doet, en voeg geen knechten of namen toe. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De rijke man en de arme Lazarus

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder