Potifar in de Bijbel
Potifar (פּוֹטִיפַר, Hebreeuws, van Egyptische oorsprong) - “Waarschijnlijk: gegeven door Ra”
Wie was Potifar?
Potifar was een Egyptische hoveling van Farao en overste der trawanten, die Jozef als slaaf kocht van de Ismaëlieten (Genesis 39:1). Hij zag dat de HEERE met Jozef was en stelde hem over zijn huis. Na de valse beschuldiging door zijn vrouw liet hij Jozef in het gevangenhuis zetten.
Potifar komt voor in Genesis 37:36 en Genesis 39. Hij is de Egyptenaar bij wie het verhaal van Jozef in Egypte begint. De Statenvertaling noemt hem "een hoveling van Farao, een overste der trawanten, een Egyptisch man" (Genesis 39:1). Hij kocht Jozef uit de hand van de Ismaëlieten, die de jongen bij Dothan van zijn broers hadden overgenomen voor twintig zilverlingen (Genesis 37:17, Genesis 37:28). Wat de Bijbel over Potifar vertelt, gaat vooral over wat hij zag en wat hij met dat inzicht deed. Hij merkte dat de HEERE met Jozef was en dat de HEERE al wat Jozef deed voorspoedig maakte (Genesis 39:3). Daarom gaf hij hem steeds meer verantwoordelijkheid, tot hij zich met niets meer bemoeide, "behalve van het brood, dat hij at" (Genesis 39:6). Zijn huis werd om Jozefs wil gezegend. Dan verschuift het verhaal naar zijn vrouw. De Bijbel noemt haar naam niet; zij heet alleen "de huisvrouw zijns heren" (Genesis 39:7). Zij probeerde Jozef dag op dag te verleiden, greep hem ten slotte bij zijn kleed en gebruikte dat kleed als bewijs tegen hem. Potifar geloofde haar en leverde Jozef in het gevangenhuis, "ter plaatse, waar des konings gevangenen gevangen waren" (Genesis 39:20). Daarna noemt de Bijbel zijn naam niet meer, al spreken Genesis 40 en 41 nog over "den overste der trawanten". Potifar is niet te verwarren met Potifera, "overste van On", de vader van Asnath, die Farao aan Jozef tot vrouw gaf (Genesis 41:45). De namen lijken op elkaar en zijn waarschijnlijk verwant, maar het gaat om twee verschillende mannen met een verschillende functie. In Engelstalige bijbels en literatuur heet hij Potiphar.
Historische context
Potifar leefde in de tijd van de aartsvaders. De Bijbel geeft geen jaartallen; met een ruime marge wordt de verkoop van Jozef gewoonlijk rond 1900 voor Christus geplaatst, en wie de uittocht later dateert, komt een eeuw of twee later uit. De farao van Genesis 39 wordt niet bij naam genoemd. Elke identificatie met een bekende Egyptische koning blijft een hypothese, en hij is in elk geval een andere farao dan die van de uittocht. Potifar draagt twee titels. Het woord dat de Statenvertaling met "hoveling" weergeeft (Hebreeuws saris), kan elders een gesneden man aanduiden, maar wordt ook gebruikt voor hoge hofbeambten in het algemeen. Potifar was getrouwd, en het ligt voor de hand dat het woord hier zijn ambt aan het hof noemt. De tweede titel, "overste der trawanten", hangt in het Hebreeuws samen met slachten; hetzelfde grondwoord kan een kok aanduiden, zoals "den kok" in 1 Samuël 9:23. Hier wordt het meestal opgevat als het hoofd van de lijfwacht of van de scherprechters van de koning. Dezelfde titel dragen later Nebuzaradan, die namens Babel het huis des HEEREN en Jeruzalem verbrandde (2 Koningen 25:8-9), en, in het Aramees van Daniël, Arioch, die de wijzen van Babel moest doden (Daniël 2:14). Potifar was dus een man met macht, dicht bij de koning. Zijn huishouden was groot. Er waren knechten, "de lieden des huizes" (Genesis 39:11), en er was bezit "in het huis en in het veld" (Genesis 39:5). Dat een slaaf uit Kanaän zo'n huis ging beheren, is in Egyptische ogen niet vreemd: een papyrus uit de dertiende dynastie, bekend als de Brooklyn-papyrus, noemt in één huishouden tientallen dienaren met Semitische namen. Het gevangenhuis waar Jozef terechtkwam, was de plaats voor "des konings gevangenen" (Genesis 39:20), met een eigen overste (Genesis 39:21). Volgens Genesis 40:3 lag het "ten huize van den overste der trawanten", en de schenker noemt Jozef later "een knecht van den overste der trawanten" (Genesis 41:12). Veel uitleggers denken daarom dat Potifar ook daarna Jozefs heer bleef; de tekst zegt niet of het om dezelfde man gaat. Jozef was zeventien jaar toen hij verkocht werd (Genesis 37:2) en dertig toen hij voor Farao stond (Genesis 41:46). Hoe die dertien jaar verdeeld waren over het huis van Potifar en de gevangenis, vertelt de Bijbel niet; alleen dat Jozef na de droom van de schenker nog "twee volle jaren" wachtte (Genesis 41:1).
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Opmerkzaam: hij zag dat de HEERE met Jozef was (Genesis 39:3)
- Gaf een vreemde slaaf vertrouwen en verantwoordelijkheid voor zijn hele huis (Genesis 39:4-6)
- Strafte Jozef niet met de dood, maar liet hem opsluiten bij de gevangenen van de koning (Genesis 39:20)
−Zwakke kanten
- Oordeelde op het woord van zijn vrouw zonder Jozef te horen (Genesis 39:19)
- Liet een knecht van wie hij alleen goeds had gezien, in de gevangenis zetten (Genesis 39:20)
Theologische betekenis
Genesis 39 begint en eindigt met dezelfde gedachte: de HEERE was met Jozef (Genesis 39:2, Genesis 39:21 en Genesis 39:23). Die woorden staan in het huis van Potifar en in het gevangenhuis. De gunst van Potifar kwam en ging, maar de aanwezigheid van God veranderde niet. Opvallend is dat juist de Egyptenaar dat als eerste opmerkt: "Als nu zijn heer zag, dat de HEERE met hem was" (Genesis 39:3). Een heiden ziet het werk van de God van Israël, zonder dat de tekst zegt dat hij die God ging dienen. Daarna volgt: "de HEERE des Egyptenaars huis zegende, om Jozefs wil" (Genesis 39:5). Dat is een eerste vervulling in het klein van de belofte aan Abraham, "in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden" (Genesis 12:3). Eerder had Laban al gemerkt "dat de HEERE mij om uwentwil gezegend heeft" (Genesis 30:27). De zegen voor de volken loopt hier via een verkochte slaaf in een vreemd land. Het kleed verbindt Genesis 39 met Genesis 37. Daar gebruikten de broers Jozefs rok, gedoopt in het bloed van een geitenbok, om hun vader te misleiden; hier gebruikt de vrouw van Potifar zijn kleed om haar man te misleiden. Tussen beide verhalen staat Genesis 38, waar Juda wel toegeeft aan de verleiding. Uitleggers zien in die volgorde een bewuste tegenstelling: Juda gaat in op wat hij ziet, Jozef vlucht, omdat hij het "een zo groot kwaad" en zonde "tegen God" noemt (Genesis 39:9). De beslissing van Potifar was onrechtvaardig, en toch werd zij een schakel in Gods weg. Juist in het gevangenhuis van de koning ontmoette Jozef de schenker die hem later bij Farao noemde. Psalm 105 vat dat samen: "Jozef werd verkocht tot een slaaf", en "tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des HEEREN doorlouterd" (Psalm 105:17-19). Stefanus zegt het kort: "God was met hem, en verloste hem uit al zijn verdrukkingen" (Handelingen 7:9-10). Jozef zelf zag het later zo: "gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht" (Genesis 50:20). Zo wijst het verhaal ook vooruit. Een rechtvaardige wordt valselijk beschuldigd en lijdt zonder dat hij zich kan verdedigen. Petrus noemt het "genade, indien iemand om het geweten voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte" (1 Petrus 2:19). Daarna wijst hij op Christus, "Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde" (1 Petrus 2:21-23).
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Potifar (פּוֹטִיפַר, Hebreeuws, van Egyptische oorsprong)
Betekenis
Waarschijnlijk: gegeven door Ra
Sleutelmomenten
Verkocht aan een hoveling van Farao
Terwijl Jakob rouwt om de zoon die hij verscheurd waant, verkopen de Midianieten Jozef in Egypte aan Potifar, een hoveling van Farao en overste der trawanten.
Genesis 37:36
Jozef over het huis gesteld
Potifar koopt Jozef uit de hand van de Ismaëlieten. Hij ziet dat de HEERE met Jozef is en alles door zijn hand voorspoedig maakt, en stelt hem over zijn huis.
Genesis 39:1-4
De zegen om Jozefs wil
De HEERE zegent het huis van de Egyptenaar om Jozefs wil, in het huis en op het veld. Potifar laat alles aan Jozef over en bemoeit zich alleen nog met het brood dat hij eet.
Genesis 39:5-6
De vrouw van Potifar
De vrouw van Potifar slaat haar ogen op Jozef en spreekt hem dag op dag aan. Jozef weigert, omdat hij niet wil zondigen tegen God. Als zij hem bij zijn kleed grijpt, laat hij het in haar hand en vlucht.
Genesis 39:7-12
De valse beschuldiging
Met het kleed als bewijs roept zij het personeel bij elkaar en vertelt later haar man dat de Hebreeuwse knecht haar wilde aanranden. Zij legt de schuld zelfs half bij Potifar, die hem had binnengebracht.
Genesis 39:13-18
Toorn en gevangenhuis
Potifar hoort de woorden van zijn vrouw, zijn toorn ontsteekt, en hij levert Jozef in het gevangenhuis waar de gevangenen van de koning zitten. Ook daar is de HEERE met Jozef.
Genesis 39:19-20
Gevangenen in het huis van de overste der trawanten
De schenker en de bakker van Farao komen in bewaring ten huize van de overste der trawanten. Hij laat Jozef hen dienen.
Genesis 40:3-4
Een knecht van de overste der trawanten
Twee jaar later herinnert de schenker zich Jozef en noemt hem tegenover Farao een Hebreeuwse jongeling, een knecht van de overste der trawanten. Zo komt Jozef uit de gevangenis voor de koning.
Genesis 41:9-14
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Potifar beter te begrijpen.
Genesis 37:36
“En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.”
De eerste vermelding van Potifar, aan het slot van het verhaal over de verkoop van Jozef door zijn broers.
Genesis 39:1
“Jozef nu werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao, een overste der trawanten, een Egyptisch man, kocht hem uit de hand der Ismaelieten, die hem derwaarts afgevoerd hadden.”
Na het tussenhoofdstuk over Juda en Thamar pakt de verteller de draad weer op, met de volledige titel van Potifar.
Genesis 39:3
“Als nu zijn heer zag, dat de HEERE met hem was, en dat de HEERE al wat hij deed, door zijn hand voorspoedig maakte;”
Potifar ziet wat er achter Jozefs voorspoed zit. Dat inzicht is de reden voor zijn vertrouwen.
Genesis 39:5
“En het geschiedde van toen af, dat hij hem over zijn huis, en over al wat het zijne was, gesteld had, dat de HEERE des Egyptenaars huis zegende, om Jozefs wil; ja, de zegen des HEEREN was in alles, wat hij had, in het huis en in het veld.”
Het huis van een heiden wordt gezegend om een kind van Abraham, zoals God aan Abraham had beloofd.
Genesis 39:9
“Niemand is groter in dit huis dan ik, en hij heeft voor mij niets onthouden, dan u, daarin dat gij zijn huisvrouw zijt; hoe zoude ik dan dit een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God!”
Jozef weigert uit trouw aan zijn heer, maar het zwaarste woord is het laatste: het zou zonde zijn tegen God.
Genesis 39:12
“En zij greep hem bij zijn kleed, zeggende: Lig bij mij! En hij liet zijn kleed in haar hand, en vluchtte, en ging uit naar buiten.”
Jozef kiest de vlucht boven het gesprek, en verliest liever zijn kleed dan zijn reinheid.
Genesis 39:19
“En het geschiedde, als zijn heer de woorden zijner huisvrouw hoorde, die zij tot hem sprak, zeggende: Naar deze zelfde woorden heeft mij uw knecht gedaan, zo ontstak zijn toorn.”
De tekst zegt niet tegen wie de toorn van Potifar zich precies richtte; wel dat hij Jozef niet hoorde.
Genesis 39:20
“En Jozefs heer nam hem, en leverde hem in het gevangenhuis, ter plaatse, waar des konings gevangenen gevangen waren; alzo was hij daar in het gevangenhuis.”
Geen doodstraf, maar het gevangenhuis voor gevangenen van de koning: de plaats waar Jozef later de schenker ontmoet.
Genesis 40:3
“En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.”
Het gevangenhuis ligt bij het huis van de overste der trawanten. Of dat nog steeds Potifar is, laat de tekst open.
Tijdperiode
~1900 v.Chr.
Potifar leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Potifar zag dat de HEERE met Jozef was (Genesis 39:3). De tekst noemt geen woorden van Jozef, wel zijn trouwe werk. Jozef deed zijn werk in een vreemd huis, als slaaf, en daar werd het zichtbaar. Dat bemoedigt ons in gewone taken op gewone plaatsen: trouw in het kleine spreekt, ook voor mensen die God nog niet kennen. De vrouw van Potifar laat zien hoe verleiding werkt: dag op dag, op een moment dat niemand anders in huis is. Jozef ging er niet over in gesprek en vertrouwde niet op zijn eigen kracht, maar vluchtte. Paulus schrijft hetzelfde: "Vliedt de hoererij" (1 Korinthe 6:18), en aan Timotheüs: "Maar vlied de begeerlijkheden der jonkheid" (2 Timotheüs 2:22). Jozef noemde de zonde bij haar naam, zonde tegen God, en dat gaf hem de kracht om weg te gaan. Potifar zelf is ook een waarschuwing. Hij hoorde één kant van het verhaal en handelde in toorn. "Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande" (Spreuken 18:13). Wie gezag heeft, in een gezin, een bedrijf of een gemeente, is geroepen eerst te horen en dan te oordelen. En wie onrecht lijdt, mag weten dat het gevangenhuis voor Jozef niet het einde was. De HEERE was met hem, ook daar. Wat mensen verkeerd beslisten, werd in Gods hand de weg naar redding voor velen.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Potifar
Wie was Potifar in de Bijbel?
Wat betekent de naam Potifar?
Waar staat Potifar in de Bijbel?
Wat was een overste der trawanten?
Wie was de vrouw van Potifar?
Hoe heette de vrouw van Potifar?
Wat gebeurde er tussen Jozef en de vrouw van Potifar?
Waarom liet Potifar Jozef niet doden?
Is Potifar dezelfde als Potifera?
Was Potifar een eunuch?
Hoe lang was Jozef bij Potifar?
Wat kunnen wij leren van Potifar?
Stel een vraag over Potifar
Wilt u meer weten over Potifar? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over PotifarBijbelverhalen rond Potifar
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Potifar in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Potifar.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Potifar in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Potifar.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Potifar aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.