Jezus loopt over het water
In de nacht komt Jezus over de zee en redt Petrus
Samenvatting
Jezus loopt over het water is de geschiedenis uit Mattheüs 14:22-33, Markus 6:45-52 en Johannes 6:16-21. Na de wonderbare spijziging stuurt Jezus Zijn discipelen het meer op en bidt Hij alleen op de berg. In de nacht komt Hij over de zee naar hen toe. Petrus stapt op Zijn woord uit het schip, ziet de sterke wind en zinkt. Jezus grijpt hem, de wind gaat liggen en de discipelen aanbidden Hem als Gods Zoon.
Bijbelgedeelte
“Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.”
“En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.”
“Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!”
“En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?”
“Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!”
“Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.”
Het verhaal
Mattheüs 14, Markus 6 en Johannes 6 vertellen deze geschiedenis direct na de wonderbare spijziging, toen Jezus vijfduizend man voedde met vijf broden en twee vissen. Het is een andere gebeurtenis dan de storm die Jezus stilde terwijl Hij in het schip sliep (Markus 4:35-41, zie Jezus kalmeert de storm). Hier zijn de discipelen alleen op het meer, en komt Hij in de nacht over het water naar hen toe.
Waarom stuurde Jezus Zijn discipelen alleen het meer op?
Na de maaltijd liet Jezus Zijn discipelen niet blijven. Mattheüs schrijft dat Hij hen terstond dwong in het schip te gaan en vóór Hem naar de overkant te varen, terwijl Hij Zelf de scharen wegzond (Mattheüs 14:22). Johannes vertelt dat Jezus wist dat de mensen Hem met geweld wilden nemen om Hem Koning te maken, en dat Hij daarom opnieuw uitweek naar de berg, Hij Zelf alleen (Johannes 6:15). Daar bad Hij. Toen het avond werd, was Hij er nog steeds alleen (Mattheüs 14:23), terwijl het schip midden op de zee was (Markus 6:47).
Wanneer kwam Jezus over het water lopen?
Het werd donker, en Jezus was nog niet bij hen gekomen (Johannes 6:17). Het schip kwam niet vooruit, want de baren brachten het in nood en de wind was hun tegen (Mattheüs 14:24). Markus vertelt dat Jezus zag hoe zij zich pijnigden om het schip voort te krijgen (Markus 6:48). Johannes noemt de afstand: zij waren ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën ver gekomen (Johannes 6:19). In de vierde nachtwake, tegen het einde van de nacht, kwam Jezus naar hen toe, wandelend op de zee (Mattheüs 14:25). Markus voegt eraan toe dat Hij hen wilde voorbijgaan (Markus 6:48). Hoe Jezus over het water liep, beschrijft geen van de evangelisten. Zij vertellen alleen dat Hij het deed.
Waarom dachten de discipelen dat het een spook was?
De discipelen zagen Hem op de zee lopen en werden ontroerd. Zij riepen dat het een spooksel was en schreeuwden van vrees (Mattheüs 14:26). De Bijbel zegt daarmee niet dat er spoken bestaan; zij beschrijft wat de discipelen in hun schrik dachten. Markus zegt dat zij Hem allen zagen (Markus 6:50). In het donker herkenden zij Hem niet, en dat iemand over het water naar hen toe kwam, lag buiten alles wat zij kenden. Maar Jezus liet hen niet in hun angst. Terstond sprak Hij hen aan: "Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet" (Mattheüs 14:27). Goedsmoeds betekent: houd moed. Bij Johannes zijn het dezelfde woorden in het kort: "Ik ben het; zijt niet bevreesd" (Johannes 6:20).
Hoe liep Petrus over het water?
Alleen Mattheüs vertelt wat er daarna gebeurde. Petrus antwoordde: "Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water" (Mattheüs 14:28). Hij vroeg om een bevel: als het werkelijk Jezus was, zou Zijn woord genoeg zijn. Jezus zei één woord: "Kom". Petrus klom uit het schip en wandelde op het water, om tot Jezus te komen (Mattheüs 14:29). Hij liep werkelijk over de zee, op weg naar Hem Die hem riep.
Hoe redde Jezus Petrus uit het water?
Toen zag Petrus de sterke wind. Hij werd bevreesd en begon te zinken (Mattheüs 14:30). De wind was er de hele nacht al geweest. Maar nu keek Petrus ernaar, en hij werd bang. In zijn nood riep hij: "Heere, behoud mij" (Mattheüs 14:30). Jezus stak terstond Zijn hand uit en greep hem. Pas daarna sprak Hij hem aan: "Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld" (Mattheüs 14:31)? Kleingelovig is iemand die weinig geloof heeft. Gewankeld betekent hier: getwijfeld. Jezus noemde Petrus geen ongelovige. Hij had geloof, maar het was klein, en het eerste wat Jezus deed, was hem vasthouden.
Wat zeiden de discipelen toen Jezus in het schip kwam?
Jezus en Petrus klommen in het schip, en de wind ging liggen (Mattheüs 14:32). Die in het schip waren, kwamen naar Hem toe en aanbaden Hem met de woorden: "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon" (Mattheüs 14:33). Markus legt een ander accent. Hij schrijft dat de discipelen zich bovenmate ontzetten en verwonderd waren, "want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard" (Markus 6:52). Johannes vertelt dat zij Hem gewillig in het schip namen en dat het schip terstond aan land kwam waar zij heen voeren (Johannes 6:21). Volgens Mattheüs kwamen zij aan in het land Gennesaret, waar Jezus daarna vele zieken genas (Mattheüs 14:34-36).
Achtergrond
De zee in deze geschiedenis is het meer van Galilea, dat Johannes ook de zee van Tiberias noemt (Johannes 6:1). Het is een zoetwatermeer van ruim twintig kilometer lang en hooguit dertien kilometer breed, met heuvels eromheen. De evangelisten beschrijven geen storm waarin Jezus in het schip sliep, zoals in Markus 4, maar een grote tegenwind die de zee deed opgaan en de discipelen urenlang tegenhield (Johannes 6:18; Mattheüs 14:24).
De nacht werd in die tijd naar Romeinse gewoonte verdeeld in vier waken van ongeveer drie uur. De vierde wake is ruwweg de tijd tussen drie en zes uur in de ochtend. De discipelen waren dus al vele uren op het water. Een stadie was ongeveer 185 meter. Vijfentwintig of dertig stadiën is daarmee ongeveer vijf kilometer (Johannes 6:19), zodat zij inderdaad midden op het meer waren.
De plaatsnamen verschillen per evangelie. Markus zegt dat de discipelen moesten varen "tegen over Bethsaida" (Markus 6:45), Johannes dat zij naar Kapernaum voeren (Johannes 6:17), en Mattheüs dat zij aankwamen in het land Gennesaret (Mattheüs 14:34), een vlakte aan de westoever. Uitleggers verklaren dat op verschillende manieren, bijvoorbeeld doordat de tegenwind het schip uit de koers dreef. De tekst zelf gaat daar niet op in.
Betekenis
Het hart van Mattheüs 14 is de vraag Wie Jezus is. Het antwoord klinkt aan het eind uit de mond van de discipelen: Hij is Gods Zoon. De weg daarnaartoe laat zien dat Jezus doet wat in het Oude Testament van God Zelf gezegd wordt. Job noemt God Degene "Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee" (Job 9:8). Asaf zingt over de uittocht: "Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren" (Psalm 77:20). In Psalm 107 roepen zeelieden in hun benauwdheid tot de HEERE, en Hij doet de storm stilstaan (Psalm 107:28-29). Wat daar van de HEERE beleden wordt, gebeurt op het meer van Galilea in Christus.
Ook de woorden "Ik ben het" (Mattheüs 14:27) krijgen in dat licht gewicht. Het zijn gewone woorden waarmee iemand zich bekendmaakt, en de discipelen moesten in de eerste plaats weten dat Hij het was. Veel uitleggers horen er daarnaast een echo in van de Naam waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte (vergelijk Exodus 3:14). Dat verband loopt via het Grieks: daar staan dezelfde woorden egō eimi, Ik ben, als wanneer Jezus later zegt: "Eer Abraham was, ben Ik" (Johannes 8:58). Markus schrijft dat Jezus hen wilde voorbijgaan (Markus 6:48). Sommigen verbinden dat met de momenten waarop de HEERE aan Mozes en Elia voorbijging (Exodus 33:22; 1 Koningen 19:11). Anderen lezen het eenvoudig als een beschrijving van Zijn weg over het water. Daar denken uitleggers verschillend over.
De geschiedenis van Petrus laat zien wat geloof is. Petrus liep op het water omdat Jezus "Kom" zei, en hij zonk toen hij de wind zag. De kracht zat niet in zijn geloof, maar in Hem op Wie zijn geloof zag. Ook toen zijn geloof wankelde, liet Christus Petrus niet los. Dat doet denken aan het gebed van Jezus voor Petrus, kort voor zijn verloochening: "dat uw geloof niet ophoude" (Lukas 22:32).
Mattheüs en Markus eindigen verschillend. Bij Mattheüs aanbidden de discipelen Hem: "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon" (Mattheüs 14:33). In zijn evangelie is het de eerste keer dat zij Hem samen zo noemen, nog vóór de belijdenis van Petrus in Mattheüs 16:16. Markus zegt dat zij zich bovenmate ontzetten, omdat zij niet gelet hadden op het wonder der broden, want hun hart was verhard (Markus 6:51-52). Beide zijn waar: dezelfde discipelen kwamen tot aanbidding en begrepen toch nog weinig. Dat zij Hem toch leerden kennen, was Zijn werk aan hen.
Lessen voor vandaag
De Heere Jezus vergeet de Zijnen niet wanneer Hij niet zichtbaar bij hen is. Terwijl de discipelen op het meer tegen de wind in werkten, bad Hij op de berg, en Hij zag hoe zij zich pijnigden (Markus 6:48). Daar mogen wij op rusten als het zwaar is en wij Hem niet zien: Christus leeft altijd om voor hen te bidden die door Hem tot God gaan (Hebreeën 7:25). Dat Hij pas in de vierde nachtwake kwam, leert ook dat Hij Zijn eigen tijd heeft.
Zijn woord is het antwoord op onze angst. Jezus nam de wind niet eerst weg, maar sprak eerst: "Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet" (Mattheüs 14:27). Moed komt niet uit rustige omstandigheden, maar uit Zijn aanwezigheid. Wie naar de wind kijkt, zinkt net als Petrus. Daarom roept de Schrift ons op te lopen "ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus" (Hebreeën 12:2).
Een klein geloof mag roepen. Petrus bad geen lang gebed, maar riep drie woorden: "Heere, behoud mij". Jezus stak terstond Zijn hand uit, en de vermaning kwam pas toen Petrus al vastgehouden werd. Wie worstelt met twijfel, wordt niet afgewezen als hij tot Hem roept. En de geschiedenis eindigt niet bij Petrus, maar bij de aanbidding van Christus: "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon".
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
De Heere Jezus had die dag een groot wonder gedaan. Met vijf broden en twee vissen had Hij duizenden mensen te eten gegeven. Iedereen had genoeg gehad.
Daarna zei Jezus tegen Zijn discipelen dat ze meteen in het schip moesten stappen. Discipelen zijn de leerlingen van Jezus. Ze moesten alvast naar de overkant van het meer van Galilea varen. De Bijbel noemt dat meer de zee. Jezus Zelf bleef achter. Hij stuurde de mensen naar huis. Toen ging Hij de berg op om te bidden. Hij was daar helemaal alleen, ook toen het avond werd.
Het werd donker. Het schip was midden op de zee. Maar de discipelen kwamen bijna niet vooruit, want de wind was tegen. De golven maakten het hun moeilijk. Ze deden hun best om het schip vooruit te krijgen, maar het ging heel zwaar. De Heere Jezus zag hoe zwaar ze het hadden.
Zo ging bijna de hele nacht voorbij. De Bijbel zegt dat het de vierde nachtwake was. In die tijd verdeelden de mensen de nacht in vier stukken: de nachtwaken. In het laatste stuk, toen het tegen de ochtend liep, waren ze ongeveer vijf kilometer ver gekomen. Toen kwam Jezus naar hen toe. Hij liep over het water! Hij wandelde over de zee, naar het schip toe.
De discipelen zagen Hem lopen. Ze schrokken verschrikkelijk. Ze dachten dat het een spook was, en ze schreeuwden van angst. Je kunt je voorstellen hoe bang ze waren, in het donker op het water.
Maar meteen sprak Jezus tegen hen. Hij zei: "Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet". Goedsmoeds betekent: vol goede moed. Jezus zei dat ze moed mochten houden en niet bang hoefden te zijn, want Hij was het. Het was geen spook. Het was de Heere Jezus Zelf.
Toen vroeg Petrus iets bijzonders. Als het echt Jezus was, wilde Petrus over het water naar Hem toe komen. Dan moest Jezus het hem zeggen. En Jezus zei maar één woord: "Kom".
Petrus klom uit het schip. Hij zette zijn voeten op het water. En hij zakte er niet in! Hij liep over het water, naar Jezus toe.
Maar toen zag Petrus de sterke wind. Hij werd bang. En hij begon te zinken. Toen riep Petrus: "Heere, behoud mij". Behouden betekent hier: redden. Petrus riep de Heere Jezus om hulp.
Jezus stak meteen Zijn hand uit en greep Petrus vast. Hij liet hem niet zinken. Toen zei Jezus tegen hem: "Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld"? Kleingelovig betekent dat je maar weinig geloof hebt. Wankelen betekent hier: twijfelen. Petrus had naar de wind gekeken en was bang geworden.
Samen klommen Jezus en Petrus in het schip. En toen ging de wind liggen.
Die in het schip waren, kwamen naar Jezus toe en aanbaden Hem. Aanbidden betekent: God eren en groot maken. Ze zeiden: "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon". Kort daarna kwam het schip aan land, aan de overkant.
De Heere Jezus is de Zoon van God. Alleen God kan over de zee lopen en de wind laten gaan liggen, en dat deed Hij. En Hij hoort het als iemand naar Hem roept, zoals Petrus riep.
“Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.” (Mattheüs 14:27)
Tips voor de verteller
- Jonge kinderen kunnen schrikken van het woord spook. Zeg eerlijk dat de discipelen in het donker niet zagen Wie daar liep en daarom dachten dat het een spook was. Vraagt een kind of spoken bestaan, zeg dan dat de Bijbel hier vertelt wat de discipelen in hun schrik dachten, en dat het de Heere Jezus Zelf was. Geef de meeste ruimte aan Zijn woorden "Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet".
- Een kind kan vragen of het ook over water kan lopen als het maar genoeg gelooft. Zeg eerlijk dat Petrus het alleen kon omdat Jezus het hem gebood met het woord "Kom", en dat de Bijbel dat niet aan ons belooft. Wat de Bijbel wel belooft, is dat de HEERE nabij is allen die Hem aanroepen (Psalm 145:18).
- Kinderen vragen soms of Jezus boos was op Petrus. Laat zien in welke volgorde het gaat: eerst greep Jezus Petrus vast, pas daarna zei Hij dat zijn geloof klein was. Hij noemde hem geen ongelovige. Leg de woorden kleingelovig, wankelen en aanbidden één keer kort uit.
- Lees Mattheüs 14:22-33 daarna hardop voor uit de Bijbel zelf. Vertel er geen onweer of regen bij en vul niet in wat Petrus dacht. De Bijbel noemt een grote wind die tegen was en hoge golven, en zegt dat Petrus bang werd toen hij de sterke wind zag. Voor oudere kinderen kunt u laten zien dat Markus en Johannes dezelfde nacht beschrijven.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat deed Jezus op de berg, toen de discipelen wegvoeren?
- NavertellenWat riep Petrus toen hij begon te zinken?
- VerwonderenWie kan over het water lopen en de wind stil maken?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat zag Petrus toen hij begon te zinken, en wat deed Jezus meteen daarna?
- BetekenisJezus zei eerst "Ik ben het, vreest niet" en pas later ging de wind liggen. Waarom denk je dat Hij eerst sprak?
- VerbindingLees Markus 4:37-41. Wat is hetzelfde en wat is anders dan toen Jezus over het water liep?
- ToepassingPetrus riep: "Heere, behoud mij". Wanneer mag jij de Heere Jezus om hulp roepen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Job 9:8 en Psalm 77:20. Wat zeggen deze verzen over God, en wat betekent het dan dat Jezus over de zee loopt?
- Wie is God?Jezus bad alleen op de berg en zag toch hoe Zijn discipelen het zwaar hadden. Wat zegt dat over Hem?
- Moeilijke vraagJezus stuurde Zijn discipelen het meer op en liet hen urenlang tegen de wind in werken voordat Hij kwam. Waarom zou Hij zo lang wachten?
- PersoonlijkPetrus zonk toen hij naar de wind keek. Wat trekt jouw aandacht weg van de Heere Jezus, en wat helpt jou om weer op Hem te zien?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij Zijn discipelen in de nacht zag en naar hen toe kwam. Bid om een geloof dat op Hem ziet, en om vrijmoedigheid om tot Hem te roepen als het geloof wankelt.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Jezus loopt over het water
Waar staat het verhaal van Jezus Die over het water loopt in de Bijbel?
Het staat in drie evangeliën: Mattheüs 14:22-33, Markus 6:45-52 en Johannes 6:16-21. Alle drie plaatsen het direct na de wonderbare spijziging van de vijfduizend. Alleen Mattheüs vertelt dat Petrus uit het schip stapte en over het water naar Jezus toe liep. Markus legt de nadruk op het onbegrip van de discipelen (Markus 6:52), en Johannes vertelt dat het schip terstond aan land kwam toen zij Jezus in het schip namen (Johannes 6:21).
Waarom zonk Petrus toen hij over het water liep?
Mattheüs zegt: "Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd" (Mattheüs 14:30). Zolang Petrus kwam op het woord van Jezus, liep hij op het water. Toen hij naar de wind keek, werd hij bang en begon hij te zinken. Jezus noemt de oorzaak zelf: Petrus was kleingelovig en had gewankeld, dat wil zeggen getwijfeld (Mattheüs 14:31). Tegelijk laat de geschiedenis zien dat Jezus Petrus niet liet vallen: Hij greep hem terstond vast toen Petrus riep.
Is Jezus op het water hetzelfde verhaal als de storm op het meer?
Nee, het zijn twee verschillende gebeurtenissen. In Markus 4:35-41 is Jezus in het schip en slaapt Hij, terwijl een grote storm opsteekt; Hij staat op, bestraft de wind en zegt tot de zee: "Zwijg, wees stil" (Markus 4:39). In Mattheüs 14, Markus 6 en Johannes 6 zijn de discipelen alleen op het meer. Jezus bidt op de berg en komt in de nacht over het water naar hen toe. Alleen in deze tweede geschiedenis loopt Petrus over het water.
Liep Jezus echt over het water?
Ja, zo vertellen de evangelisten het: Hij kwam tot hen, "wandelende op de zee" (Mattheüs 14:25). Soms wordt geopperd dat Jezus op ijs of op een ondiepte bij de oever liep. Dat past niet bij de tekst. Het schip was midden op de zee (Mattheüs 14:24), ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën van de plaats van vertrek (Johannes 6:19), en ook Petrus liep op het water tot hij zonk. De discipelen zagen er geen natuurlijk verschijnsel in, maar aanbaden Hem als Gods Zoon (Mattheüs 14:33).
Wat betekent "Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet"?
Goedsmoeds betekent: houd moed. Jezus sprak deze woorden terstond toen de discipelen van vrees schreeuwden (Mattheüs 14:27). Met "Ik ben het" maakte Hij Zich bekend: het was geen spook, maar Hij Zelf. Veel uitleggers horen in die woorden ook een echo van de Naam waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte (vergelijk Exodus 3:14), omdat in het Grieks dezelfde woorden staan als in "Eer Abraham was, ben Ik" (Johannes 8:58), en omdat Jezus op dat moment doet wat in het Oude Testament van God gezegd wordt (Job 9:8). De troost ligt in Zijn aanwezigheid: omdat Hij het is, hoeven zij niet te vrezen.
Hoe laat liep Jezus over het water?
Tegen het einde van de nacht, ruwweg tussen drie en zes uur in de ochtend. Mattheüs schrijft "ter vierde wake des nachts" (Mattheüs 14:25), Markus "omtrent de vierde wake des nachts" (Markus 6:48). De nacht werd in die tijd naar Romeinse gewoonte in vier waken van ongeveer drie uur verdeeld. De discipelen waren bij het vallen van de avond vertrokken (Johannes 6:16-17) en waren dus al vele uren op het water.
Wat betekent kleingelovig?
Kleingelovig betekent: met weinig geloof. Jezus zei tegen Petrus: "Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld" (Mattheüs 14:31)? Hij noemde hem geen ongelovige, want Petrus was op Zijn woord uit het schip gestapt. Maar zijn geloof was klein en het wankelde, het ging heen en weer tussen vertrouwen en vrees. Jezus gebruikt hetzelfde woord voor Zijn discipelen in de storm (Mattheüs 8:26) en voor mensen die zich zorgen maken over eten en kleding (Mattheüs 6:30).
Waarom wilde Jezus de discipelen voorbijgaan?
Alleen Markus noemt dit: Hij kwam tot hen, wandelend op de zee, "en wilde hen voorbijgaan" (Markus 6:48). De tekst legt het niet uit, en uitleggers lezen het verschillend. Sommigen denken aan de momenten waarop de HEERE aan Mozes en Elia voorbijging en Zijn heerlijkheid toonde (Exodus 33:22; 1 Koningen 19:11). Anderen zien er een beproeving in, waarin Jezus hun roepen afwachtte, of eenvoudig een beschrijving van Zijn weg over het water. Zeker is dat Hij niet voorbijging, maar terstond tot hen sprak.
Waarom vertelt alleen Mattheüs dat Petrus over het water liep?
Dat zeggen de evangelisten niet. Elke evangelist koos uit wat hij wist en ordende dat naar zijn eigen doel. Mattheüs laat Petrus vaker naar voren treden, en hij eindigt deze geschiedenis met de belijdenis "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon" (Mattheüs 14:33). Markus benadrukt het verharde hart van de discipelen (Markus 6:52), Johannes de aankomst aan land (Johannes 6:21). De drie berichten vullen elkaar aan en spreken elkaar niet tegen.
Wat leert de geschiedenis van Jezus op het water ons?
Zij leert eerst Wie Jezus is: Hij doet wat alleen God doet, Hij Die "treedt op de hoogten der zee" (Job 9:8), en de discipelen belijden: "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon" (Mattheüs 14:33). Zij leert ook dat Hij Zijn mensen niet vergeet als Hij niet zichtbaar bij hen is: Hij bad op de berg en zag hun nood. Wie op Hem ziet, wordt gedragen. Wie wankelt en roept, zoals Petrus, wordt door Zijn hand gegrepen.
Hoe vertelt u Jezus loopt over het water aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. De geschiedenis is goed te volgen: de discipelen varen alleen weg, Jezus bidt, de wind is tegen, Jezus komt over het water, Petrus loopt en zinkt, en Jezus grijpt hem vast. Geef de meeste ruimte aan Zijn woorden "Ik ben het, vreest niet" en aan het slot, waarin de discipelen Hem aanbidden als Gods Zoon. Vertel niets bij over onweer of wat Petrus dacht. De verteltips helpen bij vragen over spoken en over zelf op het water lopen.
Stel een vraag over Jezus loopt over het water
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.