Johannes 6 in het kort: Johannes 6 telt 71 verzen en bevat drie samenhangende gedeelten: de spijziging van de vijfduizend (vers 1-15), Jezus die over het water naar zijn discipelen komt (vers 16-21) en het gesprek over het brood des levens (vers 22-59), met daarna de reacties van de toehoorders (vers 60-71). Kernvers is vers 35: "Ik ben het Brood des levens."
Johannes 6 lezen in de Statenvertaling of HSV
Johannes 6 telt 71 verzen en is daarmee een van de langste hoofdstukken van het Nieuwe Testament; in verwijzingen ziet u Joh. 6 of Johannes 6:1-71. Op BijbelAssistent staat het hoofdstuk in de Statenvertaling, waar het kernvers luidt: "Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten" (vers 35).
De Herziene Statenvertaling (HSV) en de NBV21 geven ditzelfde vers in hedendaags Nederlands weer; de versindeling is in alle drie gelijk. Leest u het hoofdstuk in gedeelten, dan vormen vers 1-15 (de spijziging), vers 16-21 (over het water), vers 22-59 (het broodgesprek) en vers 60-71 (de reacties) natuurlijke eenheden. De volledige tekst leest u op Johannes 6.
De spijziging van de vijfduizend (vers 1-15)
De opening van Johannes 6 toont ons Jezus die een grote menigte voedt met slechts vijf broden en twee vissen. Dit wonder, dat in alle vier evangeliën wordt vermeld, demonstreert niet alleen Jezus' macht over de natuurwetten, maar heeft ook diepe symbolische betekenis. Het mirakel vindt plaats nabij het Pascha, het joodse feest dat herinnert aan de bevrijding uit Egypte - een timing die Johannes bewust vermeldt.