De Kananese vrouw
Een heidense moeder blijft roepen tot Jezus om hulp
Samenvatting
De Kananese vrouw is de geschiedenis uit Mattheüs 15:21-28 en Markus 7:24-30, waarin een heidense moeder uit de streek van Tyrus en Sidon Jezus om hulp roept voor haar bezeten dochter. Jezus zwijgt eerst en spreekt dan over het brood der kinderen en de hondekens. Zij houdt vast aan Zijn woord, en Jezus zegt: "O vrouw! groot is uw geloof".
Bijbelgedeelte
“En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.”
“En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!”
“En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren.”
“Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.”
“En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.”
Het verhaal
Mattheüs 15:21-28 en Markus 7:24-30 vertellen hoe Jezus buiten het land Israël, in de streek van Tyrus en Sidon, de dochter van een heidense vrouw genas. Beide evangelisten plaatsen het direct na het twistgesprek met Farizeeën en Schriftgeleerden uit Jeruzalem over rein en onrein (Mattheüs 15:1-20).
Wat vroeg de Kananese vrouw aan Jezus?
Jezus vertrok "naar de delen van Tyrus en Sidon" (Mattheüs 15:21). Markus vertelt dat Hij daar een huis binnenging en niet wilde dat iemand het wist, "en Hij kon nochtans niet verborgen zijn" (Markus 7:24). Een vrouw uit die streek had van Hem gehoord. Haar dochter had een onreine geest. Zij riep: "Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten" (Mattheüs 15:22). Zij noemde Hem met de naam die Israël voor de Messias gebruikte, de Zoon van David.
Waarom antwoordde Jezus de Kananese vrouw niet?
Mattheüs schrijft: "Doch Hij antwoordde haar niet een woord" (Mattheüs 15:23). De discipelen kwamen bij Jezus en vroegen: "Laat haar van U; want zij roept ons na". Of zij wilden dat Jezus haar hielp om van haar af te zijn, of dat Hij haar zonder hulp wegstuurde, zegt de tekst niet. Jezus antwoordde: "Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls" (Mattheüs 15:24). Dat had Hij Zijn discipelen eerder ook opgedragen (Mattheüs 10:5-6).
De vrouw liet zich niet wegsturen. Zij kwam dichterbij en aanbad Hem: "Heere, help mij" (Mattheüs 15:25). Markus vertelt dat zij bij haar komst aan Zijn voeten neerviel (Markus 7:25).
Wat antwoordde de Kananese vrouw Jezus?
Jezus antwoordde met een beeld van een maaltijd: "Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen" (Mattheüs 15:26). De kinderen aan tafel zijn Israël; het brood is wat Jezus bracht. Markus geeft er een woord bij dat een deur openlaat: "Laat eerst de kinderen verzadigd worden" (Markus 7:27).
De vrouw sprak niet tegen. Zij nam het beeld over en vond er zelf een plaats in: "Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren" (Mattheüs 15:27). Zij vroeg niet om de plaats van de kinderen. Zij vroeg om wat er van de tafel viel, en dat was genoeg voor haar dochter.
Hoe werd de dochter van de Kananese vrouw genezen?
Toen zei Jezus: "O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt" (Mattheüs 15:28). Haar dochter werd gezond van datzelfde uur. Jezus ging niet mee naar haar huis. Bij Markus zegt Hij: "Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren" (Markus 7:29). Toen de vrouw thuiskwam, vond zij dat het zo was, "en de dochter liggende op het bed" (Markus 7:30). Daarna ging Jezus terug naar de zee van Galilea (Markus 7:31). Zie ook de uitleg van Mattheüs 15.
Achtergrond
Tyrus en Sidon waren havensteden aan de kust, ten noordwesten van Galilea, in het land dat Fenicië heette. Mattheüs noemt de vrouw een Kananese (ook wel de Kanaänitische of Kanaanse vrouw genoemd) en gebruikt daarmee de oude bijbelse naam: Sidon gold als de eerstgeborene van Kanaän (Genesis 10:15), en de Kanaänieten waren de oude bewoners van het land dat Israël kreeg. Markus beschrijft haar in de woorden van zijn eigen tijd: "een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-Fenicie" (Markus 7:26). Grieks betekent hier waarschijnlijk dat zij geen Jodin was; zo zet Paulus "den Jood" tegenover "den Griek" (Romeinen 1:16). Syro-Fenicisch wijst op Fenicië, dat bij de Romeinse provincie Syrië hoorde. Het gaat om één en dezelfde vrouw. Hoe ver Jezus het heidense gebied in ging, zegt de tekst niet precies. Meer over haar leest u bij de Kananese vrouw.
Betekenis
In deze geschiedenis gaat het om Jezus als de beloofde Zoon van David, Die eerst tot Israël gezonden is en toch een heidense vrouw niet zonder hulp laat gaan. Zijn woord over de verloren schapen van Israël wordt niet teruggenomen. Wat God aan de vaderen beloofd had, kwam eerst bij Israël; daarom schrijft Paulus dat het Evangelie een kracht Gods is tot zaligheid "eerst den Jood, en ook den Griek" (Romeinen 1:16). Het woordje eerst bij Markus laat dezelfde orde zien. Maar al in het Oude Testament stond dat de Knecht van de HEERE ook een "Licht der heidenen" zou zijn (Jesaja 49:6). In deze vrouw wordt dat zichtbaar, voordat Jezus na Zijn opstanding zegt: "onderwijst al de volken" (Mattheüs 28:19).
Waarom zweeg Jezus eerst, en waarom sprak Hij over hondekens? Uitleggers leggen verschillende nadruk. Velen, ook in de reformatorische traditie, zien in Zijn zwijgen en Zijn harde woord een beproeving: Jezus trok haar geloof naar boven, zodat het aan het licht kwam. Anderen wijzen vooral op de orde van Gods heilsplan: Jezus' zending gold Israël, en de vrouw erkende dat. Weer anderen letten op de discipelen, die hier leerden dat er ook voor een heidense vrouw genade is. Deze lijnen sluiten elkaar niet uit. Wel is duidelijk dat de vrouw zich niet beriep op haar recht, maar alleen op Zijn ontferming.
Het geloof van deze vrouw is groot omdat het vasthoudt aan Christus, ook als Hij zwijgt. Zij noemt Hem Heere, aanbidt Hem en verwacht alles van Hem. Net als bij de hoofdman van Kapernaüm geneest Jezus op afstand, op de bede van een heiden, en ook daar spreekt Hij van groot geloof (Mattheüs 8:10).
Lessen voor vandaag
De Heere Jezus zwijgt soms op ons roepen, maar Hij is daarmee niet weg. De vrouw bleef roepen, en Hij hoorde haar. Jezus leerde later "dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Lukas 18:1). Wie lang op antwoord wacht, mag zich vasthouden aan Zijn belofte: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Johannes 6:37). Lees ook wat de Bijbel zegt over gebed.
Genade wordt niet afgedwongen, maar gevraagd. De vrouw zei: Ja, Heere. Zij gaf Hem gelijk en pleitte alleen op Zijn goedheid. Wij hebben bij God evenmin iets te eisen. Wie dat erkent, vraagt niet om wat hem toekomt, maar om ontferming, en wordt niet weggestuurd.
Wie van huis uit buiten Gods volk stond, mag weten dat er ook voor hem plaats is aan de tafel van de Heere. Paulus schreef aan heidenen die eens "vervreemd van het burgerschap Israëls" waren: "Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus" (Efeze 2:12-13).
Deze moeder bracht haar kind bij Jezus. Ook ouders, grootouders en leiders mogen hun kinderen bij Hem brengen in hun gebed, en blijven vragen.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
De Heere Jezus ging met Zijn discipelen een eind weg, naar het noorden. Hij kwam bij de steden Tyrus en Sidon. Die steden lagen aan de zee, buiten het land Israël. Jezus ging daar een huis binnen, maar Hij wilde niet dat iemand het wist. Maar het bleef niet verborgen.
In die streek woonde een moeder. Ze was een Kananese vrouw. Ze hoorde niet bij Gods volk Israël. Zulke mensen noemt de Bijbel heidenen. Ze had een dochter, en met die dochter was het heel erg. Ze was bezeten van een boze geest. Dat betekent dat de duivel macht over haar had.
De moeder had gehoord dat Jezus gekomen was. Ze ging naar Hem toe en riep: "Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner". Zone Davids betekent: Zoon van David. Zo noemde Israël de Redder die God had beloofd. Ontfermen betekent: medelijden hebben en helpen. Ze vertelde dat haar dochter van de duivel bezeten was.
Maar de Heere Jezus gaf haar geen antwoord; Hij zei geen woord.
De vrouw bleef roepen. De discipelen kwamen bij Jezus. Ze vroegen Hem of Hij haar wilde laten gaan, want ze riep hen steeds achterna. Jezus zei dat Hij gezonden was naar de verloren schapen van Israël. Daarmee bedoelde Hij dat God Hem eerst naar het volk Israël had gestuurd.
Toch ging de vrouw niet weg. Ze kwam dichterbij en viel voor Jezus neer. Ze aanbad Hem en zei: "Heere, help mij".
Toen gaf de Heere Jezus wel antwoord. Hij sprak over een maaltijd. Hij zei dat het niet goed is om het brood van de kinderen te pakken en het aan de hondjes te geven. De kinderen aan tafel, dat was het volk Israël. De vrouw hoorde niet bij dat volk.
Wat zou de vrouw nu doen? Ze gaf niet op. Ze ging ook niet weg. Ze zei: "Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren". Ze gaf de Heere Jezus gelijk: zij hoorde niet bij de kinderen. Maar ook de hondjes onder de tafel eten van de kruimels die naar beneden vallen.
Toen zei de Heere Jezus: "O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt". Dat betekent: wat jij vraagt, zal gebeuren. Jezus zei ook dat ze naar huis mocht gaan. De duivel was uit haar dochter weggegaan.
Op datzelfde uur werd de dochter gezond. De Heere Jezus was niet bij haar geweest, Hij had alleen gesproken. De moeder ging naar huis en vond daar haar dochter. Ze lag op bed, en de boze geest was weg.
De Heere Jezus had de vrouw eerst geen antwoord gegeven. Maar Hij had haar wel gehoord. Hij stuurt niemand weg die bij Hem om hulp roept.
“O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt.” (Mattheüs 15:28)
Tips voor de verteller
- Kinderen kunnen schrikken van het woord hondjes en vragen of de Heere Jezus onaardig was. Zeg eerlijk dat Hij die woorden echt sprak, en verzacht ze niet. Jezus gebruikte een beeld van een maaltijd: eerst krijgen de kinderen, dat is Israël, hun brood. De vrouw begreep het beeld en gaf Hem gelijk. Laat zien hoe het afloopt: Jezus prees haar geloof en hielp haar. Zijn eerste zwijgen was niet het einde.
- Vertel de bezetenheid sober, zoals de Bijbel doet. Zeg dat de duivel macht had over het meisje en dat Jezus sterker is. Beschrijf niet hoe het meisje eraan toe was, want dat zegt de Bijbel niet. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u de woorden van de discipelen weglaten en de geschiedenis houden bij roepen, zwijgen, blijven vragen en helpen.
- Een kind kan vragen waarom de Heere Jezus eerst niets zei. Zeg eerlijk dat de Bijbel geen reden opgeeft. Wel zien we wat er gebeurde: de vrouw bleef vragen, en Hij noemde haar geloof groot. Zo mogen kinderen weten dat zij mogen blijven bidden, ook als het antwoord nog niet komt. Het korte gebed van de vrouw, "Heere, help mij", kunnen jonge kinderen zelf leren bidden. Lees Mattheüs 15:25-28 zelf uit de Bijbel voor.
- Mattheüs noemt haar een Kananese vrouw, Markus een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-Fenicië. Vraagt een ouder kind of het twee vrouwen zijn, zeg dan dat het één vrouw is. Mattheüs gebruikt de oude naam uit het Oude Testament, Markus de naam uit zijn eigen tijd.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWaarom ging de moeder naar de Heere Jezus toe?
- NavertellenWat riep de vrouw toen Jezus geen antwoord gaf?
- VerwonderenHoe werd de dochter beter, terwijl Jezus niet bij haar was?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenJezus zweeg, de discipelen wilden haar weg hebben. Wat deed de vrouw toen?
- BetekenisDe vrouw zei "Ja, Heere" toen Jezus over de hondekens sprak. Wat bedoelde ze daarmee, en waarom gaf ze niet op?
- VerbindingOok de hoofdman van Kapernaüm was geen Jood. Wat deed Jezus bij hem, en wat is hetzelfde?
- ToepassingWat kun jij doen als je bidt en het lijkt alsof God geen antwoord geeft?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Markus 7:24-30. Wat vertelt Markus wat Mattheüs niet noemt, en wat zegt het woordje "eerst" in Markus 7:27?
- Wie is God?Jezus zegt dat Hij tot Israël gezonden is, en toch helpt Hij deze vrouw. Wat leert dat over Gods trouw aan Zijn beloften en over Zijn ontferming?
- Moeilijke vraagJezus zweeg eerst en sprak daarna over hondekens. Uitleggers verklaren dat verschillend. Welke verklaringen ken je, en wat vind je ervan?
- PersoonlijkDe vrouw vroeg niet om wat haar toekwam, maar om ontferming. Hoe kom jij in je gebed bij God: met wat je verdient, of met wat Hij geeft?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij ook heidenen niet wegstuurt die om ontferming roepen. Bid voor kinderen die ziek zijn of in nood, en om geloof dat blijft vragen als Hij zwijgt.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De Kananese vrouw
Waar staat het verhaal van de Kananese vrouw in de Bijbel?
Het verhaal van de Kananese vrouw staat in Mattheüs 15:21-28 en in Markus 7:24-30. Lukas en Johannes vertellen het niet. Mattheüs en Markus plaatsen het allebei direct na het twistgesprek met Farizeeën en Schriftgeleerden over rein en onrein (Mattheüs 15:1-20; Markus 7:1-23). Daarna gaat Jezus terug naar de zee van Galilea, waar Hij veel zieken geneest (Mattheüs 15:29-31). Mattheüs geeft het gesprek uitvoeriger weer, met het zwijgen van Jezus en de woorden van de discipelen.
Waarom noemde Jezus de vrouw een hondje?
Jezus noemde haar niet bij een scheldnaam, maar sprak in een beeld van een maaltijd: "Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen" (Mattheüs 15:26). De kinderen aan tafel zijn Israël, tot wie Hij eerst gezonden was. De vrouw hoorde daar niet bij, en het woord drukt die afstand uit. Het blijft een hard woord, en het hoeft niet verzacht te worden. Maar de vrouw nam het beeld over en vond er hoop in: ook de hondekens eten van de brokjes die van de tafel vallen (Mattheüs 15:27).
Waarom ging Jezus naar Tyrus en Sidon?
Mattheüs noemt geen reden. Hij schrijft alleen dat Jezus "vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon" (Mattheüs 15:21). Markus voegt eraan toe: "in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist" (Markus 7:24). Beide evangelisten plaatsen de reis direct na het twistgesprek over rein en onrein met Farizeeën en Schriftgeleerden uit Jeruzalem (Mattheüs 15:1-20). Of Jezus Zich daar wilde terugtrekken of een andere reden had, zegt de tekst niet. Wel zegt Markus dat Hij er niet verborgen kon blijven (Markus 7:24).
Veranderde Jezus van gedachten door de Kananese vrouw?
Dat zegt de tekst niet. Wel zegt Jezus bij Markus: "Om dezes woords wil ga heen" (Markus 7:29). Haar antwoord deed er dus toe. Sommigen lezen het zo dat de vrouw Jezus overtuigde. Maar Jezus nam Zijn woord dat Hij tot Israël gezonden was niet terug (Mattheüs 15:24), en Markus laat met het woord eerst zien dat er na de kinderen ook plaats voor anderen is (Markus 7:27). Veel uitleggers, ook in de reformatorische traditie, lezen daarom dat Jezus haar geloof op de proef stelde en zo tevoorschijn bracht; het woord dat Hij prijst, is het antwoord van dat geloof.
Is de Kananese vrouw dezelfde als de Syro-Fenicische vrouw?
Ja, het gaat om dezelfde vrouw en dezelfde gebeurtenis. Mattheüs noemt haar "een Kananese vrouw" (Mattheüs 15:22), naar de oude bijbelse naam voor de bewoners van haar land. Markus noemt haar "een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-Fenicie" (Markus 7:26). Grieks betekent hier waarschijnlijk dat zij geen Jodin was. Syro-Fenicisch wijst op Fenicië, het kustgebied van Tyrus en Sidon, dat bij de Romeinse provincie Syrië hoorde. Haar naam noemt de Bijbel niet.
Wat betekent "O vrouw! groot is uw geloof"?
Met deze woorden prees Jezus het geloof van de vrouw (Mattheüs 15:28). Haar geloof was niet groot omdat zij zelf sterk was, maar omdat het zich vasthield aan Hem. Zij noemde Hem Heere en Zoon van David, bleef vragen toen Hij zweeg, en verwachtte zelfs van een kruimel van Zijn genade genoeg. Jezus voegde eraan toe: "u geschiede, gelijk gij wilt", en haar dochter werd gezond van diezelfde ure.
Waarom noemde de Kananese vrouw Jezus de Zoon van David?
Zoon van David was de naam voor de Messias die God aan Israël beloofd had uit het huis van David. Mattheüs begint zijn evangelie er al mee: "JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David" (Mattheüs 1:1). Ook blinden in Israël riepen Hem zo aan (Mattheüs 9:27). Dat een heidense vrouw uit de streek van Tyrus deze naam gebruikt, laat zien dat zij had gehoord Wie Hij was. Hoe zij dat wist, zegt de tekst niet; Markus zegt alleen dat zij "van Hem gehoord" had (Markus 7:25).
Wat vroegen de discipelen aan Jezus over de vrouw?
De discipelen zeiden: "Laat haar van U; want zij roept ons na" (Mattheüs 15:23). Zij wilden van haar geroep af. Of zij bedoelden dat Jezus haar moest helpen zodat zij wegging, of dat Hij haar zonder hulp moest wegsturen, zegt de tekst niet. Uitleggers lezen het verschillend. Jezus antwoordde dat Hij niet gezonden was dan tot de verloren schapen van het huis Israëls (Mattheüs 15:24).
Hoe vertelt u het verhaal van de Kananese vrouw aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Zij volgt Mattheüs 15 en neemt enkele trekjes uit Markus 7 over, zoals het meisje dat op bed lag. Geef de meeste ruimte aan het blijven vragen van de moeder en aan het antwoord van Jezus. Verzacht het woord over de hondjes niet, maar leg het beeld van de maaltijd uit. Vertel de bezetenheid sober. De verteltips helpen bij lastige vragen, en de gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over De Kananese vrouw
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.