Ga naar hoofdinhoud
GenesisGenesis 16:1-16; 21:8-21

Hagar en Ismaël in de woestijn

De God Die ziet en hoort in de woestijn

Samenvatting

Hagar en Ismaël in de woestijn (Genesis 16:1-16 en 21:8-21) gaat over Sara’s dienstmaagd Hagar, die twee keer in de woestijn terechtkomt, de tweede keer met Ismaël. Eerst vindt de Engel des HEEREN haar bij een bron. Later, als het water op is, hoort God de jongen en laat Hij Hagar een waterput zien.

Bijbelgedeelte

“En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?”
Genesis 16:13 (Statenvertaling)
“En God hoorde de stem van den jongen; en de Engel Gods riep Hagar toe uit den hemel, en zeide tot haar: Wat is u, Hagar? Vrees niet; want God heeft naar des jongens stem gehoord, ter plaatse, waar hij is.”
Genesis 21:17 (Statenvertaling)
“En God opende haar ogen, dat zij een waterput zag; en zij ging, en vulde de fles met water, en gaf den jongen te drinken.”
Genesis 21:19 (Statenvertaling)
“En God was met den jongen; en hij werd groot, en hij woonde in de woestijn, en werd een boogschutter.”
Genesis 21:20 (Statenvertaling)

Het verhaal

De geschiedenis van Hagar en Ismaël staat in twee delen in Genesis: hoofdstuk 16 en 21:8-21. Ertussen ligt Gods belofte dat Sara zelf een zoon zal krijgen. Beide keren komt Hagar in de woestijn terecht, en beide keren spreekt God haar daar aan.

Waarom vluchtte Hagar de woestijn in?

Abram woonde al tien jaar in Kanaän, en Sarai was nog kinderloos. Zij zei dat de HEERE haar had toegesloten, zodat zij niet baarde. Daarom gaf zij haar Egyptische dienstmaagd Hagar aan Abram tot een vrouw om via haar een kind te krijgen. Abram hoorde naar haar. Toen Hagar zwanger was, keek zij neer op Sarai. Sarai legde de schuld bij Abram, Abram liet Hagar in haar hand, en Sarai vernederde haar. Hagar vluchtte.

Wat zei de Engel des HEEREN tegen Hagar?

De Engel des HEEREN vond haar bij een waterfontein in de woestijn, op de weg naar Sur. Hij sprak haar aan bij naam en vroeg waar zij vandaan kwam en heen ging. Hij gebood haar terug te keren en zich onder Sarai te vernederen. Daarbij beloofde Hij haar talloze nakomelingen. Haar zoon moest Ismaël heten, "omdat de HEERE uw verdrukking aangehoord heeft" (Genesis 16:11). Hagar noemde de HEERE, Die tot haar sprak: "Gij, God des aanziens" (Genesis 16:13). De bron kreeg de naam Lachai-Roi. Hagar baarde Abram een zoon; hij was toen zesentachtig (uitleg bij Genesis 16).

Waarom moesten Hagar en Ismaël weg?

Jaren later werd Izak geboren, zoals God beloofd had. Op de maaltijd bij het spenen van Izak zag Sara dat de zoon van Hagar spotte. Zij eiste dat Abraham de dienstmaagd en haar zoon zou uitdrijven: die zoon mocht niet met Izak erven. Abraham vond dat zeer erg, want Ismaël was ook zijn zoon. Maar God zei hem naar Sara te luisteren, "want in Izak zal uw zaad genoemd worden" (Genesis 21:12). Ook van Ismaël zou God een volk maken.

Wat gebeurde er met Hagar en Ismaël in de woestijn?

Abraham stond vroeg op, gaf Hagar brood en een fles water en zond haar met de jongen weg. Zij dwaalde in de woestijn van Berseba. Toen het water op was, liet zij de jongen achter onder een struik en ging een boogschot verderop zitten, want zij zei: "Dat ik het kind niet zie sterven" (Genesis 21:16). Zij huilde hardop. Maar "God hoorde de stem van den jongen" (Genesis 21:17). De Engel Gods riep Hagar toe uit de hemel, zei haar niet te vrezen en herhaalde de belofte van een groot volk. De tekst zegt: "God opende haar ogen, dat zij een waterput zag" (Genesis 21:19). Zij vulde de fles en gaf de jongen te drinken.

Het slot is kort: God was met de jongen. Ismaël groeide op in de woestijn Paran en werd een boogschutter, en zijn moeder nam voor hem een vrouw uit Egypte (uitleg bij Genesis 21). Veel later begroeven Izak en Ismaël samen hun vader Abraham (Genesis 25:9).

Achtergrond

De geschiedenis speelt in het zuiden van Kanaän en de woestijn daarachter. De weg naar Sur liep in de richting van Egypte, het land van Hagar. Berseba lag aan de rand van de droge Negev; de woestijn Paran wordt meestal gezocht in het noordoosten van het Sinaïschiereiland. Dat een kinderloze vrouw haar slavin aan haar man gaf om zo een kind te krijgen, kwam in die tijd vaker voor; de wetten van Hammurabi (§ 146) noemen een vergelijkbare regeling. Ismaël was in Genesis 21 geen klein kind meer. Hij was dertien toen hij besneden werd (Genesis 17:25), nog vóór de geboorte van Izak.

Betekenis

In beide delen van deze geschiedenis is God Degene Die ziet en hoort. Hagar is een vreemdelinge en een dienstmaagd, twee keer alleen in de woestijn, en zij staat buiten de lijn van de belofte. Toch zoekt God haar op. De eerste keer hoort de HEERE haar verdrukking en legt Hij dat vast in de naam van haar zoon. De tweede keer hoort God de stem van de jongen. Hagar zelf noemt Hem de God Die haar aanziet.

De Engel des HEEREN spreekt hier als God Zelf: Hij belooft Hagar dat Hij haar zaad zal vermenigvuldigen (Genesis 16:10), en Hagar noemt Hem de HEERE. Veel gereformeerde uitleggers zien in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording; anderen zien een engel die zo volkomen namens God spreekt dat Gods eigen woorden in zijn mond liggen. Meer daarover bij de Engel des HEEREN.

Tegelijk maakt God onderscheid. Hij zegent Ismaël en maakt hem tot een volk, maar Zijn verbond richt Hij op met Izak (Genesis 17:20-21). Paulus gebruikt de twee zonen als beeld: de zoon van de dienstmaagd is "naar het vlees geboren", de zoon van de vrije "door de beloftenis" (Galaten 4:23). Hij zegt er zelf bij dat dit dingen zijn "die andere beduiding hebben" (Galaten 4:24): Hagar staat voor de dienstbaarheid van de wet van Sinaï, Sara voor de vrijheid van de kinderen van de belofte (uitleg bij Galaten 4). Dat is Paulus’ toepassing en geen oordeel over Hagar als persoon. Genesis laat haar juist zien als iemand die de HEERE ontmoette.

Lessen voor vandaag

God ziet wie door anderen over het hoofd wordt gezien. Hagar had geen stem in de plannen van Sarai en Abram en kwam twee keer alleen in de woestijn terecht. Daar vond God haar. Wie zich vergeten voelt, aan de rand van een gezin, een gemeente of een samenleving, mag weten dat de HEERE ook daar de God des aanziens is. De vluchteling en de vreemdeling vallen niet buiten Zijn oog.

God hoort, ook als iemand geen woorden meer heeft. Er staat niet dat Ismaël bad; er staat dat God de stem van de jongen hoorde. Dat is een troost voor ouders die niet meer weten wat ze voor hun kind moeten bidden, en voor wie zelf alleen nog kan roepen.

God blijft trouw, ook waar mensen eigen wegen gaan. Het plan van Sarai bracht verachting, vlucht en uiteindelijk een gebroken gezin. Wij hoeven zulke omwegen niet goed te praten. Maar de HEERE liet Hagar en haar zoon niet los. Hij opende haar ogen voor wat Hij gaf, en Hij hield Zijn woord aan Abraham, zowel over Izak als over Ismaël.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Abram en Sarai woonden al tien jaar in het land Kanaän. De HEERE had Abram veel kinderen en kleinkinderen beloofd. Maar Abram en Sarai hadden nog steeds geen kind.

Sarai had een dienstmaagd uit Egypte. Ze heette Hagar. Een dienstmaagd is een vrouw die voor haar meesteres werkt. Sarai zei tegen Abram dat hij Hagar als vrouw moest nemen. Dan kon Sarai via Hagar toch een kind krijgen. Abram luisterde naar Sarai.

Hagar werd zwanger. Toen keek ze neer op Sarai. Sarai klaagde bij Abram, en hij liet Hagar aan haar over. Sarai behandelde Hagar hard. Toen vluchtte Hagar weg, de woestijn in.

Bij een waterbron in de woestijn vond de Engel des HEEREN haar. Hij sprak met de woorden van de HEERE Zelf. Hij vroeg: "Hagar, gij, dienstmaagd van Sarai! van waar komt gij, en waar zult gij heengaan"? De Engel zei dat ze terug moest gaan naar Sarai. Maar Hij gaf haar ook een belofte. Ze zou een zoon krijgen, en ze moest hem Ismaël noemen. Die naam betekent: God hoort. Want de HEERE had gehoord hoe moeilijk Hagar het had.

Toen noemde Hagar de HEERE, Die tot haar sprak: "Gij, God des aanziens". Dat betekent: U bent de God Die mij ziet. Hagar kreeg een zoon. Abram noemde hem Ismaël.

Jaren later kreeg Sara toch zelf een zoon, Izak, zoals God beloofd had. God had hun intussen een nieuwe naam gegeven: Abraham en Sara. Toen Izak geen moedermelk meer dronk, gaf Abraham een groot feest. Daar zag Sara dat Ismaël spotte. Spotten is iemand uitlachen. Ze zei tegen Abraham dat hij Hagar en haar zoon weg moest sturen.

Abraham vond dat heel erg, want Ismaël was ook zijn zoon. Maar God zei dat hij naar Sara moest luisteren. De beloofde zoon was Izak. Toch zou God ook van Ismaël een volk maken.

Vroeg in de morgen gaf Abraham Hagar brood en een fles water. Hij legde het op haar schouder en stuurde haar met de jongen weg. Hagar dwaalde rond in de woestijn bij Berseba.

Toen het water op was, liet Hagar de jongen achter onder een struik. Ze ging een eind verderop zitten. Ze zei: "Dat ik het kind niet zie sterven". Ze huilde hardop.

Maar God hoorde de stem van de jongen. De Engel van God riep vanuit de hemel: "Wat is u, Hagar? Vrees niet; want God heeft naar des jongens stem gehoord, ter plaatse, waar hij is". God had de jongen precies daar gehoord, onder de struik. Hagar moest opstaan en de jongen vasthouden, want God zou van hem een groot volk maken.

Toen opende God haar ogen, en ze zag een waterput. Ze ging erheen, vulde de fles met water en gaf de jongen te drinken.

God bleef bij Ismaël. Ismaël werd groot en woonde in de woestijn. Hij werd een boogschutter, iemand die goed kon schieten met pijl en boog. Zo zorgde God voor Hagar en haar zoon. De HEERE is de God Die ziet, en de God Die hoort.

Om te onthouden
“Vrees niet; want God heeft naar des jongens stem gehoord, ter plaatse, waar hij is.” (Genesis 21:17)

Tips voor de verteller

  • Kinderen kunnen vragen of het goed was dat Sarai Hagar aan Abram gaf. De Bijbel vertelt het zonder het goed te keuren, en u ziet in de geschiedenis hoeveel verdriet het bracht. Voor kinderen van vier tot zeven kunt u volstaan met: Sarai wilde via Hagar een kind krijgen. Zeg erbij dat God Zijn belofte later Zelf vervulde met Izak.
  • Een te verwachten vraag is: was het niet gemeen om Hagar en Ismaël weg te sturen? Antwoord eerlijk dat Abraham het zelf heel erg vond. God zei dat Zijn belofte via Izak zou gaan, maar Hij vergat Hagar en Ismaël niet: Hij hoorde de jongen, gaf water en beloofde een groot volk. Ismaël was toen geen baby meer, maar een jongen van minstens veertien jaar.
  • Kinderen kunnen vragen waarom Hagar terug moest naar Sarai, die hard voor haar was geweest. De Bijbel zegt niet waarom. Wel stuurde God haar terug met een belofte: een zoon, en de naam Ismaël, omdat de HEERE haar verdrukking had gehoord. Lees Genesis 21:17-19 voor uit de Bijbel zelf: de woorden van de Engel en hoe God haar ogen opende. Laat de kinderen het begin van de onthoudtekst nazeggen: "Vrees niet; want God heeft naar des jongens stem gehoord".

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWaar vond de Engel des HEEREN Hagar de eerste keer?
  2. NavertellenWat liet God Hagar zien toen het water op was?
  3. VerwonderenHagar noemde God de God Die haar ziet. Wat betekent dat?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenHagar kwam twee keer in de woestijn terecht. Wat deed of zei God elke keer?
  2. BetekenisDe naam Ismaël betekent: God hoort. Hoe laat God in de woestijn zien dat die naam klopt?
  3. ToepassingGod zag Hagar toen niemand anders op haar lette. Wanneer ben jij blij om te weten dat God ziet?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Galaten 4:22-31. Paulus gebruikt Hagar en Sara als beeld. Wat bedoelt hij met de kinderen van de dienstmaagd en de kinderen van de vrije?
  2. Wie is God?God zoekt een vreemdelinge op die buiten de lijn van de belofte staat, en houdt Zijn woord aan haar zoon. Wat leer je daaruit over Hem?
  3. Moeilijke vraagGod stuurde Hagar eerst terug naar Sarai, die haar hard had behandeld, en later zei Hij tegen Abraham dat hij naar Sara moest luisteren en Hagar wegsturen. Hoe past dat bij de God Die haar ziet?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij de God is Die ziet en hoort, ook wie door anderen vergeten wordt. Bid voor moeders en kinderen die op de vlucht zijn of in nood verkeren.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

God Die ziet en hoortGods zorg voor de verdrukteBelofte en verbondVreemdeling en vluchteling

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Hagar en Ismaël in de woestijn

Waar staat het verhaal van Hagar en Ismaël in de Bijbel?

Het verhaal van Hagar en Ismaël staat in twee delen in Genesis. Genesis 16:1-16 vertelt hoe Hagar zwanger wordt, voor Sarai vlucht en in de woestijn de Engel des HEEREN ontmoet. Genesis 21:8-21 vertelt hoe Abraham haar en Ismaël wegzendt, hoe het water opraakt in de woestijn van Berseba en hoe God hen redt. Ertussen staan Gods verbond met Abraham (Genesis 17) en de geboorte van Izak (Genesis 21:1-7).

Was Ismaël een baby toen Hagar met hem de woestijn in ging?

Nee, al wordt het vaak zo verteld of getekend. Ismaël werd geboren toen Abram zesentachtig jaar was (Genesis 16:16). Hij was dertien toen hij besneden werd (Genesis 17:25), en Abraham was honderd bij de geboorte van Izak (Genesis 21:5). Toen Izak gespeend werd, was Ismaël dus een tiener. De Statenvertaling zegt ook niet dat Hagar het kind op haar schouder droeg: het brood en de fles water legde Abraham op haar schouder (Genesis 21:14).

Wat bedoelt Hagar met God des aanziens?

Hagar gaf de HEERE, Die tot haar sprak, de naam "Gij, God des aanziens" (Genesis 16:13): de God Die ziet en Die Zich laat zien. Zij was een gevluchte dienstmaagd, alleen in de woestijn, en toch had God haar opgezocht. Daarom zei zij: "Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet"? De bron kreeg de naam Lachai-Roi (Genesis 16:14). God had Hagar gezien, en Hij had Zich aan haar laten zien.

Waarom moest Hagar eerst terug naar Sarai?

De Engel des HEEREN zei: "Keer weder tot uw vrouw, en verneder u onder haar handen" (Genesis 16:9). De tekst geeft geen uitleg waarom, en dat is voor lezers vaak moeilijk. Wel geeft God direct een belofte erbij: een zoon, talloze nakomelingen en de naam Ismaël, omdat de HEERE haar verdrukking had gehoord. Hagar ging niet terug als iemand die vergeten was, maar met Gods woord bij zich. In het huis van Abram werd Ismaël geboren.

Hoe loopt het verhaal van Hagar en Ismaël af?

Het slot staat in Genesis 21:20-21: "God was met den jongen; en hij werd groot, en hij woonde in de woestijn, en werd een boogschutter" (Genesis 21:20). Hij woonde in de woestijn Paran, en zijn moeder nam voor hem een vrouw uit Egypte (Genesis 21:21). Zo hield God Zijn woord. Hij had Abraham beloofd dat Hij Ismaël zou zegenen en hem tot een groot volk zou stellen (Genesis 17:20), en in de woestijn beloofde Hij Hagar hetzelfde volk (Genesis 21:18).

Waarom zag Hagar de waterput eerst niet?

Genesis 21:19 zegt: "En God opende haar ogen, dat zij een waterput zag". De tekst zegt niet dat God toen een put maakte, en ook niet waarom Hagar hem eerst niet zag. Er staat dat God haar ogen opende. Het water was op, Hagar had de jongen onder een struik achtergelaten, en zij zei: "Dat ik het kind niet zie sterven" (Genesis 21:16). God had de jongen al gehoord en liet haar nu zien wat Hij gaf. Zij ging, vulde de fles met water en gaf de jongen te drinken.

Hoe vertelt u de geschiedenis van Hagar en Ismaël aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Genesis 16 en 21 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat God de hoofdpersoon zijn: Hij ziet Hagar bij de bron en Hij hoort de jongen in de woestijn. Vertel eerlijk dat Hagar weg moest, en laat de meeste ruimte aan het moment waarop God haar ogen opende voor de waterput.

Stel een vraag over Hagar en Ismaël in de woestijn

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder