Genesis 16
Samenvatting
Genesis 16 vertelt hoe Sarai, na tien jaar in Kanaän zonder kind, haar Egyptische dienstmaagd Hagar aan Abram geeft. Als Hagar zwanger is en haar meesteres veracht, vernedert Sarai haar en vlucht Hagar de woestijn in. Bij een waterbron op de weg naar Sur vindt de Engel des HEEREN haar, stuurt haar terug en belooft haar ontelbaar nageslacht en een zoon: Ismaël, omdat de HEERE haar verdrukking heeft aangehoord. Hagar noemt God daarop de God des aanziens. Abram was zesentachtig jaar toen Ismaël geboren werd.
Lees de volledige uitleg →