Ga naar hoofdinhoud

Woestijn Paran in de Bijbel

Paran is een oude streeknaam waarvan de betekenis onzeker is. Genesis 14:6 noemt in de grondtekst El-Paran, door de Statenvertaling weergegeven als het effen veld van Paran. Deuteronomium 33:2 en Habakuk 3:3 spreken van het gebergte en de berg Paran.

De woestijn Paran was een uitgestrekt droog gebied tussen Egypte, de Sinaï en het zuiden van Kanaän. Ismaël groeide er op (Genesis 21:21), Israël legerde zich er na de Sinaï, en van hieruit zond Mozes de twaalf verspieders uit naar Kanaän.

Ook bekend als: Paran, woestijn van Paran, berg Paran, gebergte Paran, El-Paran

Ligging

De woestijn Paran lag in het noordoosten van het Sinaï-schiereiland en liep door tot in het gebied dat nu de zuidelijke Negev van Israël heet; de bijbelse Negev, het Zuiden van Juda, lag noordelijker. Het lag tussen de woestijn Sur en Edom. Israël kwam er vanuit de Sinaï via Hazeroth (Numeri 12:16). Kades lag in of aan de rand van dit gebied (Numeri 13:26), waar het grensde aan de woestijn Zin.

Vandaag

De woestijn Paran wordt meestal gezocht in het noordoostelijke deel van de Sinaï in Egypte, tot in het zuidelijkste deel van het huidige Israël: een droog plateau van kalksteen en grind, doorsneden door wadi’s. Die ligging is waarschijnlijk, maar de grenzen zijn niet scherp. Een oude christelijke overlevering verbond de naam met de oase Feiran in het zuiden van de Sinaï; de bijbelse gegevens wijzen eerder naar het noorden.

Geschiedenis

Paran komt al in de tijd van Abraham voor. De vier koningen uit het oosten sloegen de Horieten "op hun gebergte Seir, tot aan het effen veld van Paran, hetwelk aan de woestijn is" (Genesis 14:6). Later vond Ismaël hier zijn woonplaats. Nadat Hagar met haar zoon was weggezonden en God hen in de woestijn van Berseba had gered, staat er: "En hij woonde in de woestijn Paran; en zijn moeder nam hem een vrouw uit Egypteland" (Genesis 21:21). In het tweede jaar na de uittocht verhief de wolk zich van de tabernakel, "en de wolk bleef in de woestijn Paran" (Numeri 10:12). Na Kibroth Thaava en Hazeroth legerde het volk zich daar (Numeri 12:16). Op bevel van de HEERE zond Mozes "uit de woestijn van Paran" twaalf mannen uit om Kanaän te verspieden (Numeri 13:3). Na veertig dagen kwamen zij terug "in de woestijn Paran, naar Kades" (Numeri 13:26). Het ongeloof van het volk daar leidde tot de lange omzwerving in de woestijn. Deuteronomium 1:1 noemt Paran nog bij de plaatsbepaling van de redevoeringen van Mozes. In de tijd van de koningen was Paran een doorgangsgebied. Na de dood van Samuël trok David af naar de woestijn Paran (1 Samuël 25:1). De Edomiet Hadad vluchtte als jongen van Midian naar Paran en nam van daar mannen mee naar Egypte (1 Koningen 11:18). Archeologisch is de woestijn Paran als streek niet af te bakenen. Sporen van het verblijf van Israël zijn er niet aangewezen.

Betekenis in de Bijbel

De woestijn Paran is in de Bijbel vooral het land van de drempel. Hier stond Israël na de Sinaï dicht bij Kanaän en hier viel de keuze tussen geloof en ongeloof. De Brief aan de Hebreeën ziet in die generatie een waarschuwing: "En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof" (Hebreeën 3:19). Tegelijk is Paran een plaats waar God zorgt voor wie geen eigen thuis heeft. Ismaël, de zoon van de dienstmaagd, woonde er, en van hem staat: "En God was met den jongen" (Genesis 21:20). Later trok ook David, die toen een vluchteling was, naar de woestijn Paran (1 Samuël 25:1). In de poëzie wordt Paran een plaats van Gods verschijning. Mozes zegt in zijn zegen: "Hij is blinkende verschenen van het gebergte Paran" (Deuteronomium 33:2). Habakuk neemt dat beeld over in zijn gebed: "God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran" (Habakuk 3:3). De woestijn waar Israël faalde, is ook de weg waarlangs de HEERE naar Zijn volk toekwam.

Sleutelgebeurtenissen in de woestijn Paran

1

De koningen trekken tot het veld van Paran

Op hun veldtocht verslaan de koningen uit het oosten de Horieten op het gebergte Seïr, tot aan het effen veld van Paran, aan de rand van de woestijn.

Genesis 14:6

2

Ismaël woont in de woestijn Paran

God is met Ismaël. Hij groeit op in de woestijn en wordt een boogschutter; zijn moeder Hagar neemt voor hem een vrouw uit Egypteland.

Genesis 21:20-21

3

De wolk blijft in de woestijn Paran

In het tweede jaar na de uittocht wordt de wolk van de tabernakel opgeheven. Israël trekt uit de woestijn Sinaï weg, en de wolk blijft in de woestijn Paran.

Numeri 10:11-12

4

Mozes zendt de verspieders uit

Naar het woord van de HEERE zendt Mozes uit de woestijn van Paran twaalf hoofden van de stammen uit om het land Kanaän te verspieden.

Numeri 13:3

Theologische betekenis

De woestijn Paran laat zien dat God Zijn volk leidt, ook door droog en onherbergzaam land. Israël trok niet op eigen inzicht naar Paran: de wolk ging voor en bleef daar (Numeri 10:12). Deuteronomium 8:2 zegt dat de HEERE Zijn volk veertig jaren in de woestijn leidde, "opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken". In de gereformeerde uitleg is die woestijntocht een beeld van het leven van de gemeente onderweg naar de beloofde rust. Het ongeloof bij Kades laat zien hoe dicht een mens bij de belofte kan staan zonder haar te ontvangen. Daartegenover staat het geloof van Kaleb en Jozua, die het land wel ingingen. Habakuk herinnert aan Gods verschijning bij de wetgeving om te betuigen dat Hij Zijn volk opnieuw kan verlossen, ook uit Babel (Habakuk 3:3). Daarom kan de profeet zich verheugen in de God van zijn heil, ook als er geen vrucht is (Habakuk 3:17-18).

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de woestijn Paran in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over de woestijn Paran

Waar lag de woestijn Paran?

De woestijn Paran lag in het noordoosten van het Sinaï-schiereiland en liep door tot in het zuiden van het huidige Israël, tussen Egypte, Edom en het zuiden van Kanaän. Israël kwam er na de Sinaï via Hazeroth, en Kades lag in of aan de rand ervan (Numeri 13:26). De grenzen zijn niet scherp. Het gebied ligt nu deels in Egypte en deels in het zuiden van het huidige Israël; de bijbelse Negev, het Zuiden van Juda, lag noordelijker.

Wat betekent de naam Paran?

De betekenis van de naam Paran is onzeker; de Bijbel geeft er geen verklaring bij. In Genesis 14:6 staat in de grondtekst El-Paran, wat de Statenvertaling weergeeft als het effen veld van Paran. Of El-Paran een plaats aan de rand van de woestijn was of een andere naam voor de streek zelf, is niet met zekerheid te zeggen.

Waar staat de woestijn Paran in de Bijbel?

Paran staat in elf verzen van de Statenvertaling. De belangrijkste plaatsen zijn Genesis 21:21 (Ismaël), Numeri 10:12, 12:16, 13:3 en 13:26 (de woestijnreis en de verspieders) en Deuteronomium 1:1. Daarnaast noemen Genesis 14:6, 1 Samuël 25:1 en 1 Koningen 11:18 het gebied, en spreken Deuteronomium 33:2 en Habakuk 3:3 van het gebergte of de berg Paran.

Woonde Ismaël in de woestijn Paran?

Ja. Nadat Abraham Hagar en Ismaël had weggezonden, dwaalden zij in de woestijn van Berseba. God redde hen, en van Ismaël staat: "En hij woonde in de woestijn Paran; en zijn moeder nam hem een vrouw uit Egypteland" (Genesis 21:21). In de islamitische traditie wordt Paran soms met Arabië verbonden; de Bijbel plaatst het gebied tussen Egypte en het zuiden van Kanaän.

Wat gebeurde er in de woestijn Paran?

In de woestijn Paran woonde Ismaël, nadat God Hagar en haar zoon in de woestijn had gered (Genesis 21:21). Na de Sinaï legerde Israël zich er (Numeri 10:12, 12:16), en van daar zond Mozes de twaalf verspieders uit, die terugkwamen bij Kades (Numeri 13:3, 13:26). Later trok David erheen na de dood van Samuël (1 Samuël 25:1), en de Edomiet Hadad kwam erdoor op zijn vlucht naar Egypte (1 Koningen 11:18). Wat er bij Kades gebeurde, staat bij Kades-Barnea.

Wat is de berg Paran?

De berg Paran komt alleen in dichterlijke teksten voor. Mozes zegt in zijn zegen dat de HEERE "blinkende verschenen" is "van het gebergte Paran" (Deuteronomium 33:2), en Habakuk bidt: "God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran" (Habakuk 3:3). Bedoeld is het bergland in of bij de woestijn Paran; sommigen zoeken het langs de weg van de Sinaï naar Kanaän, de kanttekeningen plaatsen de berg Paran nabij de Sinaï. Een bepaalde top valt niet aan te wijzen.

Waarom ging David naar de woestijn Paran?

De Bijbel geeft geen reden. In 1 Samuël 25:1 staat alleen dat Samuël stierf en in Rama begraven werd, en dat David zich opmaakte en afreisde naar de woestijn Paran. David was in die tijd op de vlucht voor Saul en trok met zijn mannen door de woestijngebieden in het zuiden van Juda. Direct daarna speelt de geschiedenis van Nabal en Abigaïl.

Lag Kades in de woestijn Paran of in de woestijn Zin?

De Bijbel noemt beide. Numeri 13:26 zegt dat de verspieders terugkwamen in de woestijn Paran, naar Kades; Numeri 20:1 zegt dat het volk in de woestijn Zin kwam en te Kades bleef. Kades lag waarschijnlijk waar de twee gebieden aan elkaar grensden, of de namen werden niet strikt van elkaar onderscheiden. Zie ook de pagina over Kades-Barnea.

Bijbelverhalen in de woestijn Paran

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan de woestijn Paran

Bijbelhoofdstukken die zich in de woestijn Paran afspelen

Leer meer over de woestijn Paran met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de woestijn Paran? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder