Ga naar hoofdinhoud
GenesisGenesis 18:1-15; 21:1-7

Drie bezoekers bij Abraham

De HEERE belooft een zoon aan een oud echtpaar

Samenvatting

Het verhaal van de drie bezoekers bij Abraham (Genesis 18:1-15; 21:1-7) gaat over de HEERE Die bij Abraham in Mamre komt en belooft dat de oude Sara een zoon zal krijgen. Sara lacht in de tent, maar de HEERE vraagt: "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"? Een jaar later wordt Izak geboren, en Sara zegt: "God heeft mij een lachen gemaakt".

Bijbelgedeelte

“En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.”
Genesis 18:2 (Statenvertaling)
“Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?”
Genesis 18:12 (Statenvertaling)
“Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!”
Genesis 18:14 (Statenvertaling)
“En Sara werd bevrucht, en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, ter gezetter tijd, dien hem God gezegd had.”
Genesis 21:2 (Statenvertaling)
“En Sara zeide: God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen.”
Genesis 21:6 (Statenvertaling)

Het verhaal

Genesis 18 staat in de geschiedenis van Abraham, kort nadat God Zijn verbond met hem had bevestigd en hem de nieuwe naam Abraham had gegeven (Genesis 17:5). Abraham woonde met zijn tenten bij de eikenbossen van Mamre, bij Hebron. Sinds hij op Gods bevel uit Haran was vertrokken, op zijn vijfenzeventigste (Genesis 12:4), waren er bijna vijfentwintig jaar voorbijgegaan. De beloofde zoon was er nog steeds niet.

Hoe ontving Abraham de drie mannen?

De geschiedenis begint met de kern: "Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre" (Genesis 18:1). Abraham zat in de opening van zijn tent, op het heetst van de dag. Toen hij opkeek, zag hij drie mannen tegenover zich staan. Hij liep hun tegemoet en boog zich ter aarde. Hij sprak hen aan als Heere en vroeg hun niet aan hem voorbij te gaan: zij konden hun voeten laten wassen, onder de boom uitrusten en een stuk brood eten.

Daarna volgt opvallende haast. Abraham haastte zich naar Sara en vroeg haar koeken te bakken van drie maten meelbloem. Zelf liep hij naar de runderen, koos een mals kalf uit en gaf het aan een knecht, die het snel klaarmaakte. Met boter, melk en het vlees bediende hij zijn gasten, en hij bleef bij hen staan onder de boom terwijl zij aten. Of Abraham meteen wist wie zijn gasten waren, zegt de tekst niet.

Wat beloofden de bezoekers aan Abraham en Sara?

Na de maaltijd vroegen de mannen: "Waar is Sara, uw huisvrouw"? (Genesis 18:9). Abraham antwoordde dat zij in de tent was. Toen sprak één van hen, en de Statenvertaling schrijft hier Hij met een hoofdletter: "Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben" (Genesis 18:10). Dezelfde belofte had God kort tevoren aan Abraham alleen gegeven (Genesis 17:19). Nu hoorde ook Sara het, want zij stond bij de ingang van de tent, achter de Spreker.

Waarom lachte Sara?

De tekst geeft de reden er meteen bij: Abraham en Sara waren oud, en Sara kon naar menselijke maatstaf geen kinderen meer krijgen. "Zo lachte Sara bij zichzelve" (Genesis 18:12). Zij dacht aan haar eigen ouderdom en aan die van haar man. Het was een lach binnen in de tent, niet hardop tegen de gasten.

Toch hoorde de HEERE het. Hij vroeg Abraham waarom Sara gelachen had, en stelde de vraag waar deze geschiedenis om draait: "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"? (Genesis 18:14). Hij herhaalde de belofte: op de vastgestelde tijd zou Hij terugkomen, en Sara zou een zoon hebben. Sara werd bang en ontkende dat zij gelachen had. Maar de HEERE zei: "Neen! maar gij hebt gelachen" (Genesis 18:15). Hij liet haar ontkenning niet staan, en Hij nam Zijn belofte ook niet terug.

Daarna gingen de mannen op weg naar Sodom, en Abraham liep een eind met hen mee. Wat de HEERE toen aan Abraham bekendmaakte en hoe Abraham voor de stad pleitte, staat bij Abraham bidt voor Sodom.

Hoe kwam de belofte aan Sara uit?

Genesis 21 vertelt het slot met nadruk: "En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had" (Genesis 21:1). Sara werd zwanger en kreeg een zoon, op de tijd die God had genoemd. Abraham gaf hem de naam Izak en besneed hem toen hij acht dagen oud was, zoals God het bevolen had. Abraham was toen honderd jaar.

Sara’s lachen kreeg een nieuwe klank. Zij zei: "God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen" (Genesis 21:6). Zij vroeg wie Abraham ooit had kunnen voorspellen dat Sara nog een kind zou zogen. En toch had zij hem een zoon gebaard in zijn ouderdom. Het lachen in de tent was een lachen om wat onmogelijk leek; nu werd het een blij lachen om wat God had gedaan.

Achtergrond

Mamre lag bij Hebron, in het zuidelijke bergland van Kanaän. Abraham had er eerder zijn tenten opgeslagen en een altaar voor de HEERE gebouwd (Genesis 13:18). Later werd Sara vlakbij begraven, in de spelonk van Machpela, "tegenover Mamre, hetwelk is Hebron" (Genesis 23:19).

Gastvrijheid voor reizigers gold in het oude Oosten als een plicht. Voeten wassen, rust in de schaduw en een maaltijd hoorden erbij. Toch doet Abraham meer dan gewoon: hij belooft een stuk brood en zet een maaltijd voor met een kalf, koeken, boter en melk. Meelbloem is fijn gezeefd meel. Hoeveel een maat precies was, is niet zeker, maar drie maten was een ruime hoeveelheid.

De leeftijden geeft Genesis zelf. Toen God de zoon met name beloofde, dacht Abraham: zal een man van honderd nog een kind krijgen, en Sara, die negentig is (Genesis 17:17)? Ook Abraham lachte dus, een hoofdstuk eerder. De naam Izak hangt samen met het Hebreeuwse woord voor lachen en betekent: hij lacht.

Betekenis

De hoofdpersoon in Mamre is de HEERE. Het eerste vers zegt het al: de HEERE verscheen aan Abraham. Hij komt naar Abraham toe, eet aan zijn tafel en herhaalt Zijn belofte, nu zo dat ook Sara het hoort. Hij noemt een tijd en houdt Zich daaraan. Genesis 21:1 zegt het tweemaal: gelijk als Hij gezegd had, gelijk als Hij gesproken had.

Wie de drie mannen waren, maakt de tekst stap voor stap duidelijk. Eén van hen spreekt als de HEERE (Genesis 18:13). Als de mannen naar Sodom gaan, blijft Abraham staan "voor het aangezicht des HEEREN" (Genesis 18:22), en in Sodom komen "die twee engelen" aan (Genesis 19:1). Veel uitleggers lezen daarom dat de HEERE Zelf met twee engelen bij Abraham kwam. Een veelgehoorde uitleg ziet in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording. Anderen zagen in de drie mannen een beeld van de Drie-eenheid, maar de tekst zelf onderscheidt de HEERE van de twee anderen. Zie ook de uitleg bij Genesis 18.

De vraag "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"? (Genesis 18:14) is een terechtwijzing en tegelijk een uitnodiging tot geloof. Wonderlijk betekent hier: te moeilijk, buiten bereik. Jeremia belijdt later: "geen ding is U te wonderlijk" (Jeremia 32:17). Bij de aankondiging van de geboorte van de Heere Jezus zegt de engel tegen Maria: "Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Lukas 1:37). Paulus noemt de gelovigen "kinderen der belofte, als Izak was" (Galaten 4:28): Izak werd geboren omdat God het beloofd had, niet omdat het menselijk mogelijk was.

Sara’s lachen kwam voort uit twijfel, en de HEERE zei haar dat eerlijk. Toch noemt Hebreeën 11 haar onder de gelovigen: "Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht ontvangen, om zaad te geven" (Hebreeën 11:11). Hoe haar twijfel overging in vertrouwen, vertelt Genesis niet. Meer over haar leven staat bij Sara.

Lessen voor vandaag

God houdt Zijn woord op Zijn tijd. Abraham en Sara wachtten vijfentwintig jaar, en naar menselijke maatstaf was het te laat. Maar de HEERE noemde een tijd en kwam op die tijd. Wie op Gods beloften wacht, mag zich aan die trouw vasthouden, ook als het lang duurt.

Ons twijfelen maakt Gods belofte niet ongedaan. Sara lachte en ontkende het daarna. De HEERE wees haar terecht, maar trok Zijn belofte niet in. Dat is geen vrijbrief voor ongeloof, wel een reden om de vraag van Genesis 18:14 op onszelf te laten rusten. Wat lijkt ons te wonderlijk: een kind dat van God afdwaalt, een hart dat niet wil buigen, een zorg zonder uitweg? Wij mogen het brengen bij God, voor Wie niets te wonderlijk is. Niet omdat Hij alles doet wat wij vragen, maar omdat Hij doet wat Hij belooft.

God kan ons lachen veranderen. Het lachen van Sara begon als twijfel en eindigde als vreugde: "God heeft mij een lachen gemaakt" (Genesis 21:6). Die blijdschap kwam niet uit haar eigen kracht, maar uit wat God gaf. Abraham ontving vreemde gasten ruim, en de brief aan de Hebreeën maakt van gastvrijheid een opdracht: "Vergeet de herbergzaamheid niet" (Hebreeën 13:2).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Abraham woonde in tenten, bij de eikenbossen van Mamre. Eiken zijn grote, sterke bomen. Abraham was al heel oud, bijna honderd jaar. Zijn vrouw Sara was ook oud. De HEERE had Abraham lang geleden beloofd dat hij een zoon zou krijgen. Maar samen hadden Abraham en Sara nog steeds geen kind. En Sara was nu veel te oud om nog een kindje te krijgen.

Op een dag kwam de HEERE bij Abraham. Dat ging zo. Abraham zat in de opening van zijn tent. Het was midden op de dag en het was heet. Toen keek Abraham op. Daar stonden drie mannen, tegenover hem. Abraham liep vlug naar hen toe. Hij boog diep, helemaal tot aan de grond.

Abraham vroeg de mannen om niet verder te gaan. Ze mochten hun voeten wassen en uitrusten onder de boom. Dan zou hij wat brood halen, zodat ze weer kracht kregen voor hun reis. De mannen zeiden dat hij dat mocht doen.

Toen had Abraham haast. Hij ging snel naar de tent, naar Sara. Hij vroeg haar om vlug koeken te bakken van fijn meel. Koeken zijn platte broden. Zelf liep Abraham naar de koeien. Hij koos een mooi, jong kalf uit. Een knecht maakte het snel klaar. Abraham zette het eten voor de mannen neer: het vlees, met boter en melk. Hij bleef zelf bij hen staan onder de boom, terwijl zij aten.

Na het eten vroegen de mannen: "Waar is Sara, uw huisvrouw"? Een huisvrouw is de vrouw met wie iemand getrouwd is. Abraham zei dat ze in de tent was. Toen sprak één van de mannen. Het was de HEERE Zelf. Hij zei: "Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben". Dat betekent: over een jaar, rond deze tijd, heeft Sara een zoon.

Sara was bij de ingang van de tent en hoorde het. En toen lachte Sara, stil, bij zichzelf. Ze vond dat ze veel te oud was om nog een kind te krijgen. En Abraham was ook al zo oud.

Maar de HEERE wist het. Hij vroeg aan Abraham waarom Sara gelachen had. En toen zei Hij: "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"? Te wonderlijk betekent: te moeilijk. Is er iets wat de HEERE niet kan? Nee, niets is te moeilijk voor Hem. De HEERE zei het nog een keer: op de tijd die Hij had vastgesteld, zou Sara een zoon hebben.

Sara werd bang en zei dat ze niet gelachen had. Maar dat was niet waar. De HEERE zei: "Neen! maar gij hebt gelachen". De HEERE had het gehoord, ook al lachte Sara alleen bij zichzelf. Toch nam Hij Zijn belofte niet terug.

Daarna gingen de mannen weer verder. De tijd ging voorbij. En de HEERE deed precies wat Hij gezegd had. Sara werd zwanger. Er groeide een kindje in haar buik. En op de tijd die God genoemd had, werd er een zoon geboren. Abraham was toen honderd jaar oud. Hij gaf zijn zoon de naam Izak. Die naam betekent: hij lacht.

En Sara? Sara lachte weer. Maar nu was het een blij lachen. Ze zei: "God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen". Sara zei ook dat niemand ooit tegen Abraham had kunnen zeggen dat zij nog een baby zou voeden. Toch was het echt gebeurd.

Zo hield de HEERE Zijn belofte. Voor Hem is niets te wonderlijk. Wat Hij zegt, dat doet Hij.

Om te onthouden
“Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn?” (Genesis 18:14)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen vaak wie de drie mannen waren. Antwoord eerlijk met de Bijbel: er staat eerst dat de HEERE aan Abraham verscheen, en later dat twee van de mannen engelen waren die naar Sodom gingen (Genesis 19:1). Eén van de drie was dus de HEERE Zelf. Hoe dat precies kan, hoeft u niet te verklaren; God kan Zich laten zien zoals Hij wil.
  • Een kind kan vragen of de HEERE boos was op Sara. Vertel eerlijk dat Sara lachte omdat ze niet geloofde dat het kon, en dat ze daarna zei dat ze niet gelachen had, terwijl dat wel zo was. De HEERE zei haar dat eerlijk. De Bijbel noemt geen straf, en de HEERE hield Zijn belofte. Zo ziet God ook ons twijfelen, en blijft Hij toch trouw.
  • Leg de moeilijke woorden één keer uit: huisvrouw (de vrouw met wie iemand getrouwd is), koeken (platte broden), wonderlijk (te moeilijk) en "omtrent dezen tijd des levens" (over een jaar rond deze tijd). Voor kinderen van vier tot zeven kunt u de maaltijd kort houden en de nadruk leggen op de vraag van de HEERE en de geboorte van Izak.
  • Lees Genesis 21:1-7 uit de Bijbel zelf voor als slot. Laat de kinderen horen dat de naam Izak betekent: hij lacht, en dat het lachen van Sara veranderde van twijfel in blijdschap om wat God gedaan had.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed Abraham toen hij de drie mannen zag?
  2. NavertellenWat beloofde de HEERE aan Abraham en Sara?
  3. VerwonderenWaarom lachte Sara toen Izak geboren was?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat zette Abraham allemaal klaar voor de drie mannen, en wat deed hij zelf terwijl zij aten?
  2. BetekenisDe HEERE vroeg: "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"? Wat wilde Hij Abraham en Sara daarmee leren?
  3. VerbindingOok Maria kreeg een zoon toen dat onmogelijk leek. Wat zei de engel tegen haar in Lukas 1:37?
  4. ToepassingBij welke dingen vind jij het moeilijk om te geloven dat God kan helpen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Hebreeën 11:11-12. Daar staat dat Sara door het geloof kracht ontving. Hoe past dat bij haar lachen in Genesis 18:12?
  2. Wie is God?De HEERE noemde een tijd en kwam op die tijd terug (Genesis 21:1-2). Wat zegt dat over Wie God is?
  3. Moeilijke vraagSara ontkende dat ze gelachen had, en de HEERE sprak haar tegen. Waarom nam God Zijn belofte toen niet terug? Wat zegt dat over Zijn beloften en ons ongeloof?
  4. PersoonlijkSara zei: "God heeft mij een lachen gemaakt". Wanneer heb jij je weleens verwonderd over wat God deed?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat voor Hem niets te wonderlijk is en dat Hij Zijn beloften houdt op Zijn tijd. Bid om geloof dat op Zijn woord durft te wachten.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Gods almachtGods belofte op Zijn tijdTwijfel en geloofGastvrijheidVreugde om Gods gave

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Drie bezoekers bij Abraham

Waar staat het verhaal van de drie bezoekers bij Abraham in de Bijbel?

Het verhaal staat in Genesis 18:1-15. Daar komen drie mannen bij Abraham in Mamre en beloven dat Sara een zoon zal krijgen. Het vervolg op de belofte staat in Genesis 21:1-7, waar Izak wordt geboren. Direct na het bezoek volgt in Genesis 18:16-33 het gesprek waarin Abraham voor Sodom pleit. Kort ervoor, in Genesis 17, had God Abraham de zoon al met name beloofd.

Waren de drie bezoekers bij Abraham drie engelen?

Niet alle drie. Dat is een veelgehoorde misvatting. Genesis 18:1 zegt dat de HEERE aan Abraham verscheen, en in het gesprek spreekt één van de mannen als de HEERE (Genesis 18:13). Als de mannen naar Sodom gaan, blijft Abraham voor het aangezicht van de HEERE staan (Genesis 18:22). In Sodom komen daarna "die twee engelen" aan (Genesis 19:1). Veel uitleggers lezen daarom: de HEERE Zelf, met twee engelen.

Wat betekent "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"?

Het betekent: is er iets wat te moeilijk is voor de HEERE? Het woord wonderlijk staat hier voor wat buiten bereik ligt. De HEERE stelde die vraag toen Sara lachte om de belofte van een zoon (Genesis 18:14). Het antwoord is: nee. Jeremia belijdt het later zelf: "geen ding is U te wonderlijk" (Jeremia 32:17). De vraag is een terechtwijzing en een uitnodiging om God op Zijn woord te geloven.

Werd Sara gestraft omdat zij lachte?

Nee. De HEERE vroeg waarom zij gelachen had, en toen zij het uit vrees ontkende, zei Hij: "Neen! maar gij hebt gelachen" (Genesis 18:15). Hij liet haar ontkenning dus niet staan. Maar de tekst noemt geen straf, en God nam Zijn belofte niet terug. Een jaar later kreeg Sara de zoon die God had beloofd. Hebreeën 11:11 noemt haar zelfs onder de gelovigen.

Lachte Abraham ook om de belofte van een zoon?

Ja. Toen God in Genesis 17 beloofde dat Sara een zoon zou baren, viel Abraham op zijn aangezicht en lachte. Hij zei in zijn hart: "Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren"? (Genesis 17:17). God antwoordde dat Sara een zoon zou baren en dat Abraham hem Izak moest noemen (Genesis 17:19). Sara lachte een hoofdstuk later, in de tent.

Hoe lang wachtten Abraham en Sara op de beloofde zoon?

Ongeveer vijfentwintig jaar. Abraham was vijfenzeventig toen hij op Gods bevel uit Haran vertrok (Genesis 12:4), en honderd toen Izak geboren werd (Genesis 21:5). Sara was tien jaar jonger: in Genesis 17:17 wordt zij negentig genoemd, ongeveer een jaar voor de geboorte. Al die jaren bleef de belofte staan, ook toen het naar menselijke maatstaf te laat was. God gaf de zoon op de tijd die Hij Zelf had genoemd (Genesis 21:2).

Hoe veranderde het lachen van Sara?

In de tent lachte Sara bij zichzelf, omdat zij en Abraham te oud leken voor een kind (Genesis 18:12). Dat was een lachen van twijfel. Een jaar later, na de geboorte van Izak, zei zij: "God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen" (Genesis 21:6). Nu was het een lachen van blijdschap, en God Zelf had het gegeven. Ook de naam Izak, die met lachen samenhangt, herinnert daaraan.

Wat heeft dit verhaal met de geboorte van de Heere Jezus te maken?

In beide gevallen kondigt God een geboorte aan die menselijk onmogelijk is. Sara was te oud, Maria was een maagd. Bij Abraham klinkt de vraag "Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn"? (Genesis 18:14). Tegen Maria zegt de engel: "Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Lukas 1:37). Izak was het kind van de belofte; in de lijn van zijn nakomelingen werd de Heere Jezus geboren (Mattheüs 1:2).

Wat bedoelt de Bijbel met onwetend engelen herbergen?

De brief aan de Hebreeën zegt: "Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd" (Hebreeën 13:2). Veel uitleggers denken daarbij aan Abraham in Genesis 18 en aan Lot in Genesis 19, die vreemdelingen in huis namen die engelen bleken te zijn. De tekst roept op om gastvrij te zijn voor vreemden, niet om in elke gast een engel te zoeken.

Hoe vertelt u het verhaal van de drie bezoekers bij Abraham aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen die dicht bij Genesis 18 en 21 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat de HEERE de hoofdpersoon zijn: Hij komt bij Abraham, belooft een zoon en doet wat Hij zegt. Leg woorden als huisvrouw en wonderlijk kort uit, en vertel eerlijk dat Sara lachte omdat ze het niet geloofde.

Stel een vraag over Drie bezoekers bij Abraham

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder