Genesis 21 valt in drie delen uiteen. In vers 1 tot 7 wordt Izak geboren, precies zoals God had beloofd: "En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had" (vers 1). In vers 8 tot 21 stuurt Abraham op aandringen van Sara zijn slavin Hagar en haar zoon Ismael weg, en zorgt God voor hen in de woestijn. In vers 22 tot 34 sluit Abraham een verbond met koning Abimelech bij de put te Ber-seba. Hieronder leest u de uitleg per gedeelte, gevolgd door de betekenis van de meest opgezochte verzen.
Genesis 21 vers voor vers: de meest opgezochte verzen
Genesis 21:1 - "En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara gelijk als Hij gesproken had." Twee keer staat er dat God deed wat Hij gezegd had. Dat is de toon van het hele hoofdstuk.
Genesis 21:3 - "En Abraham noemde den naam zijns zoons, dien hem geboren was, dien hem Sara gebaard had, Izak." De naam Izak hangt samen met lachen. In vers 6 zegt Sara: "God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen."
Genesis 21:5 - "En Abraham was honderd jaren oud, als hem Izak zijn zoon geboren werd." De belofte uit Genesis 12 wordt pas een kwart eeuw later werkelijkheid.
Genesis 21:17 en 18 - "Vrees niet; want God heeft naar des jongens stem gehoord, ter plaatse, waar hij is. Sta op, hef den jongen op, en houd hem vast met uwe hand; want Ik zal hem tot een groot volk stellen." God hoort Ismael niet ondanks maar juist op de plaats waar hij ligt te sterven.