Ga naar hoofdinhoud
NehemiaNehemia 1-6

Nehemia bouwt de muur

Bidden en bouwen aan de verwoeste muur van Jeruzalem

Samenvatting

Nehemia bouwt de muur is de geschiedenis uit Nehemia 1 tot 6: de Joodse schenker van de Perzische koning hoort dat de muur van Jeruzalem in puin ligt. Hij bidt, krijgt verlof en hout van de koning en leidt de herbouw. Ondanks spot, dreiging en onrecht in het eigen volk is de muur na 52 dagen klaar, en de vijanden merken "dat dit werk van onzen God gedaan was".

Bijbelgedeelte

“En het geschiedde, als ik deze woorden hoorde, zo zat ik neder, en weende, en bedreef rouw, enige dagen; en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.”
Nehemia 1:4 (Statenvertaling)
“En de koning zeide tot mij: Wat verzoekt gij nu? Toen bad ik tot God van den hemel.”
Nehemia 2:4 (Statenvertaling)
“Toen gaf ik hun tot antwoord, en zeide tot hen: God van den hemel, Die zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen; maar gijlieden hebt geen deel, noch gerechtigheid, noch gedachtenis in Jeruzalem.”
Nehemia 2:20 (Statenvertaling)
“En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.”
Nehemia 4:14 (Statenvertaling)
“De muur nu werd volbracht, op den vijf en twintigsten van Elul, in twee en vijftig dagen.”
Nehemia 6:15 (Statenvertaling)

Het verhaal

De geschiedenis van Nehemia en de muur staat in Nehemia 1 tot 6. Zij speelt in de Perzische tijd, tientallen jaren nadat de eerste Joden uit de ballingschap waren teruggekeerd. De tempel in Jeruzalem was herbouwd, maar de stad lag onbeschermd. Nehemia, de zoon van Hachalja, woonde in Susan, aan het hof van koning Arthahsasta.

Waarom was Nehemia zo verdrietig?

Zijn broeder Hanani kwam met enkele mannen uit Juda. Het nieuws was hard: het volk leefde in ellende en smaad, en "Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand" (Nehemia 1:3). Nehemia weende, vastte enige dagen en bad tot de God des hemels. Hij beleed de zonden van Israël, ook die van hemzelf, en herinnerde God aan Zijn belofte van terugkeer (Nehemia 1:8-9). Hij eindigde met de bede om barmhartigheid bij de koning, want Nehemia was zijn schenker (Nehemia 1:11).

Hoe kreeg Nehemia toestemming van de koning?

Enkele maanden later, in de maand Nisan, reikte Nehemia de koning de wijn aan. De koning zag dat hij treurig was. Nehemia werd zeer bang, maar vertelde dat de stad van de graven van zijn vaderen woest lag. De koning vroeg: "Wat verzoekt gij nu" (Nehemia 2:4)? Dan volgt: "Toen bad ik tot God van den hemel" (Nehemia 2:4). Pas daarna vroeg Nehemia om naar Juda te gaan en de stad te bouwen. Hij kreeg verlof, brieven voor de landvoogden en hout uit de lusthof van de koning, "naar de goede hand mijns Gods over mij" (Nehemia 2:8).

Hoe begon de herbouw van de muur van Jeruzalem?

Sanballat de Horoniet en Tobia de Ammoniet ergerden zich dat iemand het goede zocht voor Israël. In Jeruzalem bekeek Nehemia ’s nachts, met een paar mannen, de verwoeste muren. Daarna riep hij de Joden op om te bouwen en vertelde van de hand van zijn God. Zij zeiden: "Laat ons op zijn, dat wij bouwen" (Nehemia 2:18). Tegen de spotters zei Nehemia dat de God van de hemel het zou doen gelukken (Nehemia 2:20).

Nehemia 3 noemt tientallen groepen bij naam, van de hogepriester Eljasib bij de Schaapspoort tot goudsmeden en Sallum met zijn dochters. Velen bouwden tegenover hun eigen huis.

Waarom bouwden ze met een wapen in de hand?

Ondanks de spot van Sanballat en Tobia ging het werk door, "want het hart des volks was om te werken" (Nehemia 4:6). Toen de muur tot de helft van zijn hoogte stond, spraken de vijanden een aanval af. Het volk bad en zette dag en nacht wachters (Nehemia 4:9). Nehemia stelde mannen op met zwaarden, spiesen en bogen en zei: "Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE" (Nehemia 4:14). God maakte het plan van de vijanden te niet. Voortaan bouwde de helft van Nehemia’s knechten, terwijl de andere helft de wapens hield. Bouwers en lastdragers werkten met één hand en hielden met de andere een wapen (Nehemia 4:16-17). Bij Nehemia stond de bazuinblazer, want "onze God zal voor ons strijden" (Nehemia 4:20).

Wat deed Nehemia tegen het onrecht in het volk?

Intussen klaagden arme gezinnen over hun eigen broeders. In de honger verpandden zij akkers en wijngaarden, en sommigen moesten zonen en dochters als dienstknechten afstaan. Nehemia werd zeer boos en sprak de edelen aan: "De zaak is niet goed, die gijlieden doet" (Nehemia 5:9). Zij beloofden alles terug te geven. Nehemia zelf nam twaalf jaar lang het brood van de landvoogd niet, om de vreze Gods (Nehemia 5:14-15).

Hoe werd de muur in 52 dagen voltooid?

Toen er geen bres meer was, richtten de vijanden zich op Nehemia zelf. Vier keer nodigden zij hem uit in het dal Ono om hem kwaad te doen. Hij liet antwoorden: "Ik doe een groot werk, zodat ik niet zal kunnen afkomen" (Nehemia 6:3). Laster en een gehuurde valse profetie moesten hem bang maken (Nehemia 6:5-13), maar hij bad om sterke handen. Dan volgt: "De muur nu werd volbracht, op den vijf en twintigsten van Elul, in twee en vijftig dagen" (Nehemia 6:15). De volken rondom vreesden, want zij merkten dat dit werk van God gedaan was.

Achtergrond

In de verwoesting van Jeruzalem had het leger van de Chaldeeën "de muren van Jeruzalem rondom" afgebroken (2 Koningen 25:10). Na de ballingschap keerden Joden terug en werd de tempel voltooid in het zesde jaar van koning Darius (Ezra 6:15). Een eerdere poging om de muren te herstellen liet koning Arthahsasta stilleggen (Ezra 4:21). Sommige uitleggers denken dat het bericht in Nehemia 1:3 daarover gaat; de tekst zegt het niet.

Het twintigste jaar van Arthahsasta wordt meestal gedateerd rond 445 voor Christus; de meeste uitleggers zien in hem Artaxerxes I. Ezra was al in het zevende jaar van deze koning naar Jeruzalem gekomen (Ezra 7:8). Een schenker reikte de koning de wijn aan en stond daardoor dicht bij hem. Susan was ook de stad waar de geschiedenis van Esther zich afspeelde (Esther 1:2). Sanballat heet een Horoniet; buiten de Bijbel noemen Aramese papyri uit Elephantine in Egypte een Sanballat als landvoogd van Samaria.

Betekenis

In Nehemia 1 tot 6 is God de eigenlijke Bouwer. Nehemia bidt, plant en werkt, maar hij schrijft het resultaat telkens toe aan "de goede hand mijns Gods" (Nehemia 2:8). Aan het slot zeggen zelfs de vijanden het: zij merkten "dat dit werk van onzen God gedaan was" (Nehemia 6:16). Zo wordt waar wat Psalm 127 zegt: "Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan" (Psalm 127:1).

God houdt Zijn verbondswoord. De afgebroken muur was een teken van Zijn oordeel over een volk dat Zijn geboden niet had gehouden. Nehemia ontkent dat niet, maar belijdt het (Nehemia 1:6-7). Juist daarom beroept hij zich op Gods eigen belofte: "Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen" (Deuteronomium 30:4). De herbouwde muur laat zien dat de HEERE na het oordeel herstel geeft.

Gebed en middelen staan bij Nehemia niet tegenover elkaar. Het volk bad en zette wachters (Nehemia 4:9). Wie op God vertrouwt, doet wat zijn hand vindt om te doen, en verwacht de uitkomst van Hem.

Ook Nehemia 5 hoort bij dit verhaal. God wil niet alleen een stad met muren, maar een volk dat Hem vreest en zijn armen recht doet. Het herstel onder Nehemia was echt, maar niet volmaakt: in Nehemia 13 valt het volk terug. Het Nieuwe Testament spreekt van de stad "welker Kunstenaar en Bouwmeester God is" (Hebreeën 11:10), en de Heere Jezus zegt: "op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen" (Mattheüs 16:18). Veel uitleggers zien de herbouw van Jeruzalem daarom als een schaduw die vooruitwijst naar het werk van Christus, Die Zelf Zijn gemeente bouwt en bewaart.

Lessen voor vandaag

De HEERE hoort het lange gebed en het korte. Nehemia bad dagenlang toen hij het nieuws hoorde, en hij bad in één ogenblik toen de koning hem een vraag stelde. Wie God kent, mag in elke situatie tot Hem gaan: "Bidt zonder ophouden" (1 Thessalonicenzen 5:17). Zie ook het onderwerp gebed.

God bouwt door gewone mensen heen. In Nehemia 3 werken priesters, goudsmeden en dochters naast elkaar, ieder aan zijn eigen stuk, vaak tegenover het eigen huis. Wie de goede hand van God over zich weet, is ook trouw in het kleine werk dat hem gegeven is.

Tegenstand hoort bij het werk van God. Spot, dreiging, laster en vrome valse raad kwamen allemaal op Nehemia af. Zijn antwoord was niet de angst, maar het denken "aan dien groten en vreselijken HEERE" (Nehemia 4:14). Wie de HEERE vreest, hoeft mensen niet te vrezen.

Gods werk en onrecht in eigen kring gaan niet samen. Midden in het bouwen hield Nehemia stil om de armen recht te doen. De HEERE Die de muur liet bouwen, is Dezelfde Die de armen recht doet. Een gemeente die bouwt maar haar zwakke leden vergeet, heeft Nehemia 5 nodig.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Nehemia woonde ver van Jeruzalem, in de stad Susan. Daar stond het paleis van de koning van Perzië. Nehemia hoorde bij het volk van God, de Joden. Hij was de schenker van de koning: hij gaf de koning zijn wijn.

Op een dag kwam zijn broer Hanani met een paar mannen uit Juda. Nehemia vroeg hoe het met Jeruzalem ging. Het nieuws was slecht. Het volk had het heel moeilijk en werd uitgelachen. De muur van Jeruzalem was kapot, en de poorten waren met vuur verbrand. Zonder muur kon de stad zich niet beschermen.

Nehemia ging zitten en huilde. Een paar dagen lang at hij niet en bad hij tot God. Hij zei tegen God dat het volk tegen Hem gezondigd had, en hijzelf ook. Hij vroeg de HEERE om hulp als hij met de koning ging praten.

Een paar maanden later gaf Nehemia de koning weer zijn wijn. Nu zag de koning dat Nehemia verdrietig was. Nehemia werd erg bang. Toch vertelde hij dat de stad waar zijn voorouders begraven lagen, verwoest was.

Toen vroeg de koning: "Wat verzoekt gij nu"? Dat betekent: wat wil je van mij vragen? Toen bad Nehemia tot God, nog voordat hij de koning antwoord gaf. Daarna vroeg hij of hij naar Jeruzalem mocht om de stad weer op te bouwen. De koning vond het goed. Hij gaf Nehemia brieven mee, en hout voor de poorten en de muur. Dat kwam door de goede hand van zijn God.

Nehemia reisde naar Jeruzalem. In de nacht bekeek hij met een paar mannen de kapotte muur. Toen sprak hij met de Joden, de priesters en de leiders. Hij zei dat ze de muur weer moesten opbouwen, en hij vertelde hoe God geholpen had. Het volk wilde meteen beginnen.

Maar er waren ook vijanden: Sanballat, Tobia en Gesem. Zij lachten het volk uit. Nehemia antwoordde hun: "God van den hemel, Die zal het ons doen gelukken". Dat betekent: God zal ervoor zorgen dat het lukt.

Heel veel mensen gingen aan het werk: priesters, goudsmeden en nog veel meer mensen. Velen bouwden bij hun eigen huis. Eén man bouwde samen met zijn dochters.

Sanballat werd heel boos en spotte met de Joden. Tobia zei dat de muur zou omvallen als er een vos op sprong. Maar het volk bouwde door, met heel hun hart. Toen de muur half zo hoog was, wilden de vijanden Jeruzalem aanvallen. Maar het volk bad tot God en zette dag en nacht wachters neer.

Nehemia zette mannen met zwaarden, speren en bogen bij de muur. Hij zei: "Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE". En God maakte het plan van de vijanden kapot. Vanaf toen bouwde de helft van Nehemia’s knechten aan de muur. De andere helft hield de wapens vast. De bouwers hadden zelf een zwaard bij zich. Bij Nehemia stond een man met een bazuin. Als hij blies, moest iedereen komen. Want God zou voor hen strijden.

Er was ook honger. Arme mensen moesten geld lenen van rijke mensen uit hun eigen volk. Ze moesten hun akkers afgeven, en sommigen zelfs hun kinderen als knecht laten werken. Nehemia werd heel boos. Hij zei tegen de rijken dat ze God moesten vrezen en alles moesten teruggeven. En dat deden ze.

Toen probeerden de vijanden Nehemia zelf te pakken. Vier keer vroegen ze hem buiten de stad te komen, want ze wilden hem kwaad doen. Nehemia liet zeggen dat hij een groot werk deed. Ze vertelden leugens over hem en probeerden hem bang te maken. Maar Nehemia bad dat God zijn handen sterk zou maken, en hij ging door.

Toen was de muur klaar, in tweeënvijftig dagen. De volken rondom hoorden het en werden bang. Want ze merkten "dat dit werk van onzen God gedaan was". Zo liet de HEERE zien dat Hij Zijn volk niet vergeten was. Hij had het gebed van Nehemia gehoord.

Om te onthouden
“God van den hemel, Die zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen” (Nehemia 2:20)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen misschien of er gevochten werd bij de muur. De tekst noemt geen gevecht: God maakte het plan van de vijanden te niet (Nehemia 4:15), en de wapens waren er om het volk te beschermen. Leg de nadruk waar Nehemia hem legde: "onze God zal voor ons strijden" (Nehemia 4:20).
  • Een paar woorden vragen uitleg: schenker (hij gaf de koning zijn wijn), vasten (een tijd niet eten om te bidden), verpanden (iets afgeven als zekerheid voor geleend geld) en bazuin (een hoorn om te blazen). De lange namenlijst van Nehemia 3 hoeft u niet voor te lezen. Lees liever Nehemia 2:1-8 of Nehemia 6:15-16 uit de Bijbel zelf.
  • Maak van Nehemia geen voorbeeld van een goede leider om na te doen. Hij zegt zelf dat alles kwam door "de goede hand mijns Gods" (Nehemia 2:8), en de vijanden merkten dat het werk van God was. Laat de geschiedenis daarom eindigen bij wat God deed, en niet bij wat Nehemia goed deed.
  • Een ouder kind kan vragen waarom Nehemia bad dat God de zonde van de vijanden niet zou toedekken (Nehemia 4:4-5). U kunt eerlijk zeggen dat de vijanden niet alleen tegen Nehemia, maar tegen God Zelf ingingen: "want zij hebben U getergd" (Nehemia 4:5). Nehemia liet de zaak aan God over en nam zelf geen wraak. De Heere Jezus leert ons later ook te bidden voor wie ons kwaad doen (Mattheüs 5:44).

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat hoorde Nehemia over de muur van Jeruzalem?
  2. NavertellenWat deed Nehemia voordat hij de koning antwoord gaf?
  3. VerwonderenWat vind jij het mooiste dat God voor Nehemia deed?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenNoem drie dingen die de vijanden deden om het bouwen te stoppen. Wat deed Nehemia telkens?
  2. BetekenisNehemia zegt dat de koning hem hielp "naar de goede hand mijns Gods over mij". Wat bedoelt hij daarmee?
  3. VerbindingEsther woonde ook in Susan, bij een koning van Perzië. Hoe gebruikte God haar en Nehemia om Zijn volk te helpen?
  4. ToepassingNehemia bad kort, op het moment dat de koning hem iets vroeg. Wanneer kun jij zo even tot God bidden?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Psalm 127:1. Hoe zie je dat terug in Nehemia 4:9, waar het volk bidt en ook wachters neerzet?
  2. Wie is God?Nehemia noemt God de "grote en vreselijke God" en ook Die "het verbond en de goedertierenheid houdt". Hoe horen die twee bij elkaar?
  3. Moeilijke vraagNehemia bad dat God de zonde van zijn vijanden niet zou toedekken (Nehemia 4:5). De Heere Jezus zegt dat wij moeten bidden voor wie ons vervolgen. Hoe ga jij met die twee om?
  4. PersoonlijkNehemia ging door, ook toen mensen hem uitlachten en bang wilden maken. Wat helpt jou om bij God te blijven als anderen je om je geloof uitlachen?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij het gebed van Nehemia hoorde en het werk liet gelukken. Bid voor de gemeente van Christus, dat Hij Zelf haar bouwt en bewaart.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Gebed en werkDe goede hand van GodHerstel na de ballingschapTegenstand en volhardingRecht voor de armen

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Nehemia bouwt de muur

Waar staat het verhaal van Nehemia en de muur in de Bijbel?

De geschiedenis staat in Nehemia 1 tot 6. Hoofdstuk 1 vertelt hoe Nehemia in Susan hoort dat de muur van Jeruzalem verscheurd is, en hoe hij bidt. In hoofdstuk 2 krijgt hij verlof van de koning en begint het werk. Hoofdstuk 3 noemt wie waar bouwden, hoofdstuk 4 en 6 beschrijven de tegenstand en hoofdstuk 5 het onrecht onder het volk. Nehemia 6:15 meldt dat de muur na 52 dagen klaar was.

Wat was een schenker van de koning?

Een schenker reikte de koning de wijn aan. Nehemia schrijft: "Ik nu was des konings schenker" (Nehemia 1:11). In Nehemia 2:1 ziet u hem dat werk doen. Wie dit deed, stond dicht bij de koning en moest door hem vertrouwd worden. Daardoor zag de koning in de maand Nisan dat Nehemia treurig was, en kon Nehemia zijn verzoek rechtstreeks aan hem doen (Nehemia 2:1-5).

Heeft Nehemia de tempel herbouwd?

Nee. Nehemia herbouwde de muur en de poorten van Jeruzalem. De tempel was al eerder herbouwd en werd voltooid in het zesde jaar van koning Darius (Ezra 6:15), lang voordat Nehemia kwam. Die herbouw van de tempel staat in het boek Ezra, met Zerubbabel en de priester Jesua (Ezra 3:2). Nehemia kwam in het twintigste jaar van koning Arthahsasta (Nehemia 2:1) om de stad zelf weer te beschermen.

Wie waren Sanballat, Tobia en Gesem?

Zij waren de tegenstanders van het werk. Sanballat heet de Horoniet, Tobia de Ammonietische knecht en Gesem de Arabier (Nehemia 2:19). Zij spotten en smeedden een plan om Jeruzalem aan te vallen (Nehemia 4:7-8). Sanballat en Gesem probeerden Nehemia in het dal Ono in een val te lokken (Nehemia 6:2), en Tobia en Sanballat huurden Semaja om hem bang te maken (Nehemia 6:12-13). Tobia was door huwelijken verbonden met families in Juda, en edelen van Juda schreven hem vele brieven (Nehemia 6:17-18). Buiten de Bijbel noemen papyri uit Elephantine een Sanballat als landvoogd van Samaria.

Waarom lag de muur van Jeruzalem in puin?

Toen Babel Jeruzalem innam, brak het leger van de Chaldeeën de muren rondom af (2 Koningen 25:10). De tempel werd na de ballingschap herbouwd, maar de stad bleef zonder goede muur. Ezra 4 vertelt dat een poging om de muren te herstellen op bevel van koning Arthahsasta werd stilgelegd (Ezra 4:21). Of het bericht in Nehemia 1:3 daarover gaat of over de oude verwoesting, zegt de tekst niet.

Mocht Nehemia bidden dat God zijn vijanden zou straffen?

Nehemia bad: "dek hun ongerechtigheid niet toe" (Nehemia 4:5), want zij hadden God getergd. Hij nam zelf geen wraak, maar legde de zaak in Gods hand. Dat sluit aan bij Romeinen 12:19: de wraak komt de Heere toe. Tegelijk leert de Heere Jezus om te bidden voor wie ons vervolgen (Mattheüs 5:44). In de gereformeerde uitleg worden deze gebeden daarom met eerbied gelezen: als een roep om Gods gerechtigheid, niet als vrijbrief voor eigen haat.

In welk jaar bouwde Nehemia de muur?

De Bijbel noemt geen jaartal, maar het twintigste jaar van koning Arthahsasta (Nehemia 2:1). De meeste uitleggers zien in hem Artaxerxes I en komen zo op ongeveer 445 voor Christus. De muur was klaar op de vijfentwintigste van de maand Elul, na 52 dagen (Nehemia 6:15). Nehemia bleef twaalf jaar landvoogd, tot het tweeëndertigste jaar van de koning (Nehemia 5:14).

Wat gebeurde er nadat de muur klaar was?

Nehemia liet de deuren in de poorten zetten en stelde poortwachters aan (Nehemia 7:1). Daarna las Ezra de wet van Mozes voor aan het hele volk, mannen en vrouwen, op de straat voor de Waterpoort (Nehemia 8:1-3). Later werd de muur ingewijd met dankzeggingen en gezang (Nehemia 12:27), zodat "de vrolijkheid van Jeruzalem tot van verre gehoord werd" (Nehemia 12:43). Nehemia 13 laat zien dat het volk daarna toch weer terugviel.

Hoe vertelt u het verhaal van Nehemia en de muur aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Nehemia 1 tot 6 volgt, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat God de hoofdpersoon zijn: Hij hoorde het gebed van Nehemia, gaf hulp via de koning en maakte het plan van de vijanden te niet. De dreiging en de wapens kunt u sober vertellen, zonder gevecht dat de tekst niet noemt.

Stel een vraag over Nehemia bouwt de muur

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder