Inleiding tot Mattheus 15
Mattheus 15 is een rijk hoofdstuk dat verschillende cruciale aspecten van Jezus' leer belicht. Het centrale thema draait om de tegenstelling tussen uiterlijke religiositeit en ware innerlijke devotie. Jezus confronteert religieuze leiders, toont mededogen aan een heidenen vrouw, en demonstreert opnieuw Gods voorzienigheid door een wonderbare broodvermenigvuldiging.
Traditie versus Gods Gebod (vers 1-9)
Het hoofdstuk opent met een confrontatie tussen Jezus en de Farizeeën en schriftgeleerden uit Jeruzalem. Zij beklagen zich erover dat Jezus' discipelen de 'traditie van de ouderen' overtreden door hun handen niet ritueel te wassen voor het eten. Deze traditie was niet gebaseerd op Gods geschreven wet, maar op mondeling overgeleverde regels die door rabbijnen waren ontwikkeld.
Jezus' antwoord is scherp en direct. Hij keert de beschuldiging om door te wijzen op hun eigen overtreding van Gods geboden ter wille van hun tradities. Als voorbeeld noemt Hij het vijfde gebod over het eren van vader en moeder. De religieuze leiders hadden een systeem ontwikkeld waarbij iemand zijn bezittingen kon 'wijden' aan de tempel (korban genoemd), waardoor hij technisch gezien ontslagen werd van de plicht om zijn ouders financieel te ondersteunen.