Thomas ziet de Heere
De opgestane Heere toont Zijn wonden aan de discipel die niet geloofde
Samenvatting
Thomas ziet de Heere is de geschiedenis uit Johannes 20:19-29 van de discipel die er niet bij was toen de opgestane Jezus op de avond van de opstanding aan Zijn discipelen verscheen. Thomas wilde niet geloven voordat hij het teken van de nagels had gezien. Acht dagen later stond Jezus opnieuw in hun midden en sprak hem aan. Thomas beleed: "Mijn Heere en mijn God". Jezus noemde zalig wie niet zien en toch geloven.
Bijbelgedeelte
“Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!”
“Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.”
“De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben den Heere gezien. Doch hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven.”
“Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.”
“En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!”
“Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.”
Het verhaal
Johannes 20:19-29 speelt in de eerste week na de opstanding van de Heere Jezus. Diezelfde morgen had Maria Magdalena het graf leeg gevonden. Daarna had zij de Opgestane Zelf ontmoet, en zij ging de discipelen boodschappen dat zij de Heere gezien had (Johannes 20:18). Wat er die morgen bij het graf gebeurde, staat bij de opstanding van Jezus. Johannes vertelt daarna over twee bijeenkomsten achter gesloten deuren, met acht dagen ertussen.
Wat gebeurde er op de avond van de eerste paasdag?
Het was avond, nog op die eerste dag der week. De discipelen waren bijeen, en de deuren waren gesloten uit vrees voor de Joden. Toen kwam Jezus, stond in het midden en zei: "Vrede zij ulieden" (Johannes 20:19). Johannes vertelt niet hoe Hij binnenkwam, alleen dat de deuren dicht waren en dat Jezus in hun midden stond. Daarna toonde Jezus hun Zijn handen en Zijn zijde, en de discipelen werden blij toen zij de Heere zagen (Johannes 20:20).
Opnieuw sprak Jezus de vrede uit, en Hij gaf hun een opdracht: "gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden" (Johannes 20:21). Hij blies op hen en zei: "Ontvangt den Heiligen Geest" (Johannes 20:22). Daarbij sprak Hij over het vergeven en het houden van zonden (Johannes 20:23). Discipelen die achter gesloten deuren zaten uit vrees, werden door de Opgestane Zelf uitgezonden.
Waarom wilde Thomas niet geloven?
Eén van de twaalf was er die avond niet bij: Thomas, die ook Didymus genoemd werd (Johannes 20:24). Waarom hij ontbrak, vertelt Johannes niet. De andere discipelen zeiden tegen hem: "Wij hebben den Heere gezien" (Johannes 20:25). Het was hetzelfde getuigenis dat Maria Magdalena die morgen had gebracht. Thomas antwoordde met een harde voorwaarde. Hij wilde in Jezus’ handen het teken van de nagels zien, zijn vinger in dat teken steken en zijn hand in Zijn zijde leggen. Anders, zei hij, "ik zal geenszins geloven" (Johannes 20:25).
Thomas vroeg in zekere zin niet meer dan wat de anderen al gekregen hadden: ook zij hadden de handen en de zijde gezien (Johannes 20:20). Toch was zijn weigering stellig. Het getuigenis van de anderen was voor hem niet genoeg.
Wat zei Jezus tegen de ongelovige Thomas?
Na acht dagen waren de discipelen weer binnen, en nu was Thomas bij hen. Opnieuw waren de deuren gesloten, opnieuw stond Jezus in het midden, en opnieuw groette Hij hen met de vrede (Johannes 20:26). Daarna richtte Hij Zich tot Thomas: "Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig" (Johannes 20:27).
Jezus gebruikte de woorden die Thomas zelf had gesproken: de vinger, de handen, de hand en de zijde. Johannes vermeldt niet dat iemand die woorden aan Jezus had overgebracht. De Heere kende de voorwaarde van Thomas en kwam hem daarin tegemoet. Tegelijk liet Hij het niet bij de uitnodiging. Hij riep Thomas op niet ongelovig te zijn, maar gelovig. De bijnaam ongelovige Thomas is een volksnaam. In de tekst klinkt geen bijnaam, maar een oproep van de Heere.
Wat antwoordde Thomas toen hij Jezus zag?
Thomas antwoordde: "Mijn Heere en mijn God" (Johannes 20:28). Johannes vertelt niet dat Thomas de wonden werkelijk aanraakte, alleen dit antwoord. De discipel die het stelligst had geweigerd, noemde Jezus nu niet alleen zijn Heere, maar ook zijn God. Jezus wees die woorden niet af.
Hoe eindigt de geschiedenis van Thomas?
Jezus zei tegen Thomas: "Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben" (Johannes 20:29). Het eerste deel stelt vast wat er gebeurd was: Thomas geloofde, nu hij de Heere zag. Het tweede deel kijkt verder dan de discipelen van die avond. Het gaat over allen die later zullen geloven zonder de Opgestane met eigen ogen te zien. Met deze woorden eindigt de geschiedenis. Direct daarna vertelt Johannes waarom hij zijn boek geschreven heeft (Johannes 20:30-31).
Achtergrond
Thomas hoort bij de twaalf apostelen (Mattheüs 10:3). Johannes noemt hem drie keer met de toevoeging Didymus (Johannes 11:16; Johannes 20:24; Johannes 21:2). Beide namen betekenen tweeling, Thomas in het Aramees en Didymus in het Grieks. Wie zijn tweeling was, zegt de Bijbel niet. Eerder in het evangelie spreekt Thomas twee keer. Toen Jezus naar Judea wilde gaan om Lazarus, zei hij tot zijn medediscipelen: "Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven" (Johannes 11:16). In de nacht voor het lijden vroeg hij hoe zij de weg konden weten (Johannes 14:5). Later was hij erbij toen Jezus Zich aan de zee van Tiberias openbaarde (Johannes 21:2), de geschiedenis die verder gaat bij Petrus hersteld aan het meer.
Na acht dagen (Johannes 20:26) wordt meestal gelezen als een telling waarin de eerste dag wordt meegeteld. Dan was het opnieuw de eerste dag der week. Johannes zegt dat niet met zoveel woorden. Wel kwamen de discipelen later op de eerste dag der week bijeen om brood te breken (Handelingen 20:7).
Bij de beschrijving van de kruisiging zelf noemen de evangeliën de nagels niet. Uit de woorden van Thomas (Johannes 20:25) blijkt dat Jezus aan het kruis genageld was. De wond in Zijn zijde kwam van de speer van een krijgsknecht (Johannes 19:34).
Betekenis
In Johannes 20 neemt de opgestane Christus steeds het initiatief. Hij komt bij discipelen die achter gesloten deuren zitten, Hij spreekt de vrede uit, Hij toont Zijn wonden en Hij zendt hen uit. Een week later komt Hij opnieuw, en nu richt Hij Zich tot één discipel. Niet Thomas vond de Heere; de Heere kwam naar Thomas toe. Ook bij de Emmaüsgangers is het de Opgestane Die naar teleurgestelde leerlingen toe gaat.
De wonden laten zien dat de Opgestane Dezelfde is als de Gekruisigde. Zijn opstanding maakt het kruis niet ongedaan; de tekenen ervan blijven aan Hem. Ook de vrede die Hij uitspreekt, is met dat kruis verbonden. Paulus schrijft dat God vrede gemaakt heeft "door het bloed Zijns kruises" (Kolossenzen 1:20). De nacht voor Zijn lijden had Jezus het Zelf beloofd: "Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u" (Johannes 14:27).
De belijdenis van Thomas draagt het hele evangelie. Johannes begon zijn boek met: "het Woord was God" (Johannes 1:1). Aan het slot spreekt een discipel het uit tegen de Opgestane Zelf: Mijn Heere en mijn God. Jezus aanvaardt die woorden. Elders zochten de Joden Hem te doden omdat Hij Zichzelf "Gode evengelijk" maakte (Johannes 5:18). Hier wijst Hij de aanbidding niet af. De kerk heeft in deze woorden altijd een getuigenis gelezen van de Godheid van Christus.
De zaligspreking van Johannes 20:29 sluit aan bij het doel dat Johannes direct daarna noemt: deze tekenen zijn geschreven "opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods" (Johannes 20:31). Wie na de apostelen leeft, ziet de Heere niet, maar hoort hun getuigenis. Petrus schrijft aan zulke lezers: "Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt" (1 Petrus 1:8).
Over Johannes 20:22-23 denken christenen verschillend. Sommigen lezen het blazen op de discipelen als een werkelijke gave van de Geest op de paasavond. Anderen zien er een teken en belofte in die vooruitwijst naar Pinksteren (Handelingen 2:4), mede omdat Johannes eerder schreef dat de Geest nog niet gegeven was, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was (Johannes 7:39). Het vergeven en houden van zonden leest de gereformeerde traditie als de bediening van het evangelie: de Heidelbergse Catechismus noemt in Zondag 31 de verkondiging van het heilig evangelie en de christelijke tucht de sleutels van het Koninkrijk der hemelen.
Lessen voor vandaag
De opgestane Heere laat twijfelaars niet los. Thomas had een week lang het getuigenis van de anderen afgewezen. Toch kwam Jezus terug, sprak hem aan met zijn eigen woorden en gaf hem wat hij nodig had. Wie met twijfel worstelt, mag weten dat Christus Zelf naar Thomas toe kwam. Tegelijk prijst de geschiedenis de twijfel niet. Het woord van de Heere bleef: "zijt niet ongelovig, maar gelovig" (Johannes 20:27). Twijfel is geen eindpunt, maar iets om bij Hem te brengen.
Wij zien de Heere niet, maar wij hebben het getuigenis van wie Hem gezien hebben. Jezus noemde zalig wie geloven zonder te zien, en Johannes schreef zijn evangelie juist met dat doel. Het geloof rust daarom niet op een eigen verschijning of een gevoel, maar op het geschreven Woord: "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods" (Romeinen 10:17). Dat maakt de Bijbel geen tweede keus naast het zien. Het is de weg die de Heere Zelf voor ons gekozen heeft.
Ware belijdenis is persoonlijk. Thomas zei niet alleen dat Jezus Heere en God is. Hij zei: mijn Heere en mijn God. De Opgestane vraagt niet alleen instemming met wat waar is, maar het vertrouwen en de aanbidding van het hart. Daar loopt de geschiedenis naartoe: een discipel die Jezus aanspreekt als zijn God, en een Heere Die zalig noemt wie zo gelooft zonder te zien.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het was de eerste dag van de week. Die morgen was de Heere Jezus uit het graf opgestaan. Maria Magdalena had Hem gezien. Ze was naar de discipelen gegaan en had hun verteld dat ze de Heere gezien had.
’s Avonds waren de discipelen bij elkaar. De deuren waren dicht. Ze waren bang voor de Joden, voor de leiders die Jezus hadden laten kruisigen. Toen kwam Jezus. Hij stond midden tussen hen in. Hij zei: "Vrede zij ulieden". Dat is een groet. Het betekent: vrede voor jullie.
Daarna liet Jezus hun Zijn handen en Zijn zijde zien. Daar zaten de wonden van het kruis. Toen werden de discipelen blij. Het was echt de Heere!
Jezus gaf hun nog een keer Zijn vrede. Hij zei dat Hij hen ging uitsturen, zoals de Vader Hem gestuurd had. Hij blies op hen, en Hij sprak tot hen over het ontvangen van de Heilige Geest. Hij sprak ook met hen over het vergeven van zonden.
Maar één discipel was er niet bij. Dat was Thomas. Hij was een van de twaalf discipelen van Jezus. Hij werd ook Didymus genoemd. Dat betekent: tweeling. Waarom Thomas er die avond niet was, vertelt de Bijbel niet.
Later zeiden de andere discipelen tegen Thomas: "Wij hebben den Heere gezien". Maar Thomas geloofde het niet. Hij wilde eerst in Jezus’ handen de wonden van de nagels zien. Nagels zijn spijkers. Daarmee was Jezus aan het kruis vastgemaakt. Thomas wilde zijn vinger in die wonden leggen. En hij wilde zijn hand in de wond in Jezus’ zijde leggen. Anders zou hij het nooit geloven, zei hij.
Acht dagen later waren de discipelen weer bij elkaar. Nu was Thomas er ook bij. De deuren waren weer dicht. En weer kwam Jezus en stond Hij in het midden. Weer gaf Hij hun Zijn vrede.
Toen sprak Jezus tot Thomas. Hij zei: "Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig". Jezus gebruikte dezelfde woorden die Thomas zelf gezegd had. De Heere Jezus wist wat Thomas gezegd had. Hij kwam Thomas tegemoet. En Hij riep hem op om te geloven.
Je kunt je voorstellen hoe stil het werd. Daar stond de Heere Jezus voor Thomas. Thomas zag Hem met zijn eigen ogen. Toen zei Thomas: "Mijn Heere en mijn God". Daarmee zei hij dat Jezus zijn Heere is, en ook zijn God. Of Thomas de wonden echt heeft aangeraakt, vertelt de Bijbel niet.
Jezus zei tegen hem: "Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben". Thomas geloofde, omdat hij Jezus gezien had. Maar Jezus sprak ook over mensen die Hem niet zouden zien en toch in Hem zouden geloven. Die noemde Hij zalig. Zalig betekent: echt gelukkig, gezegend door God.
Zo eindigt deze geschiedenis. De Heere Jezus is echt opgestaan. Hij is de Heere, en Hij is God. Wij kunnen Hem nu niet zien, zoals Thomas Hem zag. Maar in de Bijbel vertelt Hij ons Wie Hij is, en Hij noemt zalig wie in Hem gelooft.
“Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.” (Johannes 20:29)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen vaak hoe Jezus binnenkwam terwijl de deuren dicht waren. Zeg eerlijk wat de Bijbel zegt: de deuren waren gesloten, Jezus kwam en stond in het midden. Hoe dat ging, vertelt Johannes niet. Wel laat Jezus zien dat Hij echt is: Hij toont Zijn handen en Zijn zijde. Hij is geen spook, maar de Heere Die gekruisigd was en weer leeft.
- Een kind kan vragen of Thomas iets slechts deed, of dat Jezus boos op hem was. De Bijbel zegt niet dat Jezus boos was. Hij kwam terug voor Thomas en sprak hem aan met zijn eigen woorden. Maar Hij zei ook: "zijt niet ongelovig, maar gelovig". U kunt uitleggen dat wij met twijfel bij de Heere mogen komen, en dat Hij roept om Hem te geloven.
- Houd de wonden voor jonge kinderen sober: Jezus had wonden in Zijn handen en in Zijn zijde, van het kruis. Over pijn of bloed zegt deze geschiedenis niets; vertel daar ook niets bij. Leg een paar woorden kort uit: Didymus is tweeling, nagels zijn spijkers, Vrede zij ulieden is een groet van vrede, en zalig is echt gelukkig, gezegend door God.
- Een kind kan vragen waarom wij Jezus niet kunnen zien, zoals Thomas. Lees dan na de vertelling Johannes 20:29-31 voor uit de Bijbel. Johannes schreef deze geschiedenis op, zodat wij zouden geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. Jezus noemt zalig wie Hem niet ziet en toch in Hem gelooft.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat zei Jezus toen Hij bij de discipelen kwam?
- NavertellenWat wilde Thomas eerst zien voordat hij zou geloven?
- VerwonderenWaarom kwam Jezus acht dagen later terug bij Thomas?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat liet Jezus de discipelen op de eerste avond zien, en wat deden ze toen ze de Heere zagen?
- BetekenisThomas noemde Jezus mijn Heere en mijn God. Wat zegt hij daarmee over Wie Jezus is?
- VerbindingOok de Emmaüsgangers herkenden de Heere Jezus (Lukas 24:31). Wat doet Jezus in beide geschiedenissen voor Zijn leerlingen?
- ToepassingJezus noemt zalig wie Hem niet ziet en toch gelooft. Hoe kun jij de Heere Jezus leren kennen zonder Hem te zien?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Johannes 20:30-31. Waarom heeft Johannes deze tekenen opgeschreven, en wat betekent dat voor hoe jij de geschiedenis van Thomas leest?
- Wie is God?Jezus kwam acht dagen later terug en sprak Thomas aan met zijn eigen woorden. Wat laat dat zien over hoe de Heere met twijfelaars omgaat?
- Moeilijke vraagThomas wilde bewijs zien. Was het verkeerd om bewijs te willen, of lag het probleem ergens anders? Lees ook Johannes 20:8 en Johannes 20:29.
- PersoonlijkThomas zei niet alleen Heere en God, maar mijn Heere en mijn God. Wat is het verschil tussen weten Wie Jezus is en Hem zo aanspreken?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij leeft en Thomas niet losliet in zijn ongeloof. Bid om geloof dat Hem belijdt als Heere en God, ook zonder Hem te zien.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Thomas ziet de Heere
Waar staat het verhaal van de ongelovige Thomas in de Bijbel?
Het verhaal van Thomas en de opgestane Heere staat in Johannes 20:19-29. Alleen Johannes vertelt het. Het begint op de avond van de opstanding, wanneer Jezus verschijnt aan de discipelen terwijl Thomas er niet bij is (Johannes 20:19-25). Na acht dagen verschijnt Hij opnieuw, nu met Thomas erbij (Johannes 20:26-29). Direct daarna schrijft Johannes waarom hij deze tekenen heeft opgetekend (Johannes 20:30-31). Thomas komt verder nog voor in Johannes 11:16, Johannes 14:5 en Johannes 21:2.
Waarom wordt hij de ongelovige Thomas genoemd?
Ongelovige Thomas is een volksnaam, geen naam uit de Bijbel. Hij ontstond omdat Thomas zei dat hij geenszins zou geloven zonder het teken van de nagels te zien (Johannes 20:25), en omdat Jezus tegen hem zei: "zijt niet ongelovig, maar gelovig" (Johannes 20:27). In de tekst is dat geen bijnaam, maar een oproep. Johannes eindigt ook niet bij het ongeloof van Thomas, maar bij zijn belijdenis: "Mijn Heere en mijn God" (Johannes 20:28).
Heeft Thomas de wonden van Jezus aangeraakt?
Dat staat niet in de tekst. Op veel schilderijen steekt Thomas zijn vinger in de zijde van Jezus, maar Johannes vertelt alleen dat Jezus Thomas uitnodigde: "Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen" (Johannes 20:27). Direct daarna volgt het antwoord van Thomas, zijn belijdenis. Jezus zegt vervolgens: "Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd" (Johannes 20:29). Het zien wordt genoemd, het aanraken niet. Of Thomas de wonden aanraakte, laat de Bijbel dus open.
Wat betekent "Mijn Heere en mijn God"?
Met deze woorden noemt Thomas de opgestane Jezus zijn Heere en zijn God (Johannes 20:28). Het is een belijdenis van Wie Jezus is, gericht tot Hem Zelf. Jezus wijst haar niet af. Daarmee sluit het evangelie aan bij zijn begin: "het Woord was God" (Johannes 1:1). Het woordje mijn maakt de belijdenis persoonlijk: Thomas spreekt niet alleen over Jezus, maar spreekt Hem aan als zijn Heere en zijn God.
Waarom was Thomas er niet bij toen Jezus verscheen?
Dat vertelt de Bijbel niet. Johannes zegt alleen: "En Thomas, een van de twaalven, gezegd Didymus, was met hen niet, toen Jezus daar kwam" (Johannes 20:24). Verklaringen als verdriet, angst of een behoefte om alleen te zijn worden soms gegeven, maar ze staan niet in de tekst. Wel vertelt Johannes dat Thomas acht dagen later met de andere discipelen binnen was, toen Jezus opnieuw kwam (Johannes 20:26).
Was Thomas de enige discipel die twijfelde?
Nee. Toen de vrouwen vertelden dat het graf leeg was, schenen hun woorden de apostelen "als ijdel geklap" (Lukas 24:11). Markus schrijft dat Jezus de elven hun ongelovigheid verweet, omdat zij niet geloofd hadden wie Hem gezien hadden (Markus 16:14). Op de berg in Galilea bogen zij voor Hem, "doch sommigen twijfelden" (Mattheüs 28:17). Thomas staat dus niet alleen. Johannes vertelt zijn geschiedenis wel het uitgebreidst, met de belijdenis van Thomas en de zaligspreking van Jezus aan het slot.
Hoe kon Jezus binnenkomen terwijl de deuren gesloten waren?
De Bijbel zegt niet hoe. Johannes vermeldt twee keer dat de deuren gesloten waren en dat Jezus kwam en in het midden stond (Johannes 20:19 en Johannes 20:26). Tegelijk benadrukt hij dat het de Heere Zelf was, met Zijn handen en Zijn zijde. Lukas vertelt dat Jezus op de avond van de opstanding zei: "Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf" (Lukas 24:39). Het opgestane lichaam was echt. Hoe Hij door de gesloten deuren kwam, zegt de tekst niet; veel uitleggers zien hier dat het verheerlijkte lichaam niet meer gebonden was zoals voorheen.
Wanneer verscheen Jezus aan Thomas?
Jezus verscheen aan Thomas "na acht dagen" (Johannes 20:26), gerekend vanaf de avond van de opstanding. Meestal wordt dat gelezen als een telling waarbij de eerste dag wordt meegeteld. Dan viel ook deze verschijning op de eerste dag der week, net als de eerste. Johannes zegt dat niet met zoveel woorden. Het is de tweede van drie verschijningen aan de discipelen die Johannes vertelt; de derde vindt plaats bij de zee van Tiberias (Johannes 21:14).
Ontvingen de discipelen de Heilige Geest al op de paasavond?
Jezus blies op hen en zei: "Ontvangt den Heiligen Geest" (Johannes 20:22). Hoe dat zich verhoudt tot Pinksteren, daarover denken christenen verschillend. Sommigen zien hier een werkelijke, eerste gave van de Geest. Anderen lezen het als een teken en belofte die vooruitwijst naar de uitstorting in Handelingen 2, omdat Johannes eerder schreef dat de Geest er nog niet was, "overmits Jezus nog niet verheerlijkt was" (Johannes 7:39). Beide lezingen houden vast dat de Geest de gave van de opgestane Christus is.
Wat bedoelde Jezus met het vergeven en houden van zonden?
Jezus zei: "Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden" (Johannes 20:23). De gereformeerde traditie leest dat als de bediening van het evangelie. De Heidelbergse Catechismus noemt in Zondag 31 de verkondiging van het heilig evangelie en de christelijke tucht de sleutels van het Koninkrijk der hemelen. De Rooms-Katholieke Kerk ziet in deze woorden de grond voor de biecht bij een priester (Concilie van Trente, zitting 14, canon 3). Vergelijk ook Mattheüs 16:19 en Mattheüs 18:18.
Wat betekent zalig zijn zij die niet gezien hebben?
Na de belijdenis van Thomas zei Jezus: "zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben" (Johannes 20:29). Zalig betekent gelukkig en gezegend door God. Jezus spreekt hier over allen die na de apostelen leven en Hem niet met eigen ogen zien. Zij geloven op het getuigenis dat Johannes en de anderen hebben nagelaten (Johannes 20:31). Petrus schrijft over zulke gelovigen: "Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt" (1 Petrus 1:8).
Hoe vertelt u het verhaal van Thomas aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus doet: Hij komt bij Zijn bange discipelen, geeft hun vrede, komt acht dagen later terug voor Thomas en spreekt hem aan met zijn eigen woorden. Houd de wonden sober en vertel niet dat Thomas ze aanraakte, want dat staat er niet. Het slot hoort erbij: Thomas belijdt Jezus als zijn Heere en God, en Jezus noemt zalig wie gelooft zonder te zien. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over Thomas ziet de Heere
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Feestdagen bij dit verhaal
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.