Op rouwkaarten en bij kindergrafjes staat het soms: er is een engeltje bij. In liedjes en verhalen worden overledenen engelen die over de achterblijvers waken. Het is een gedachte vol liefde, en wie een dierbaar mens verloren heeft, grijpt er begrijpelijk naar. Hier leest u hoe de Bijbel engelen en mensen onderscheidt, wat de Heere Jezus bedoelde met de woorden als engelen Gods en waar de troost werkelijk ligt.
Worden mensen engelen als ze sterven volgens de Bijbel?
Nee. De Bijbel spreekt over engelen en mensen als twee verschillende soorten schepselen. Over de engelen zegt de brief aan de Hebreeën: 'Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?' (Hebreeën 1:14). Engelen zijn geesten, zonder lichaam van vlees en bloed. Zij doen Zijn woord en gehoorzamen de stem Zijns woords (Psalm 103:20). Wat de Schrift verder over hun dienst zegt, leest u in de uitleg van Hebreeën 1.
De mens is anders gemaakt. De HEERE God formeerde hem uit het stof der aarde en blies hem de adem des levens in (Genesis 2:7). Hij schiep hem naar Zijn beeld, man en vrouw (Genesis 1:27). Een mens is een schepsel met lichaam en ziel. David verwondert zich in Psalm 8 over de plaats die God de mens gaf: 'En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?' (Psalm 8:6). Mens en engel hebben ieder een eigen plaats, en nergens zegt de Schrift dat het ene schepsel in het andere verandert. Meer teksten vindt u bij wat de Bijbel over engelen zegt.
Zijn mensen in de hemel als engelen?
De gedachte komt vaak uit een woord van de Heere Jezus. De Sadduceeën, die zeiden dat er geen opstanding is (Mattheüs 22:23), legden Hem het geval voor van een vrouw die na elkaar met zeven broers getrouwd was geweest. Wiens vrouw zou zij in de opstanding zijn? Jezus antwoordde: 'Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel' (Mattheüs 22:30).
Let op het kleine woord als. Jezus vergelijkt; Hij zegt niet dat de opgestanen engelen worden. De vergelijking gaat over het huwelijk: zoals de engelen niet trouwen, zo trouwen de verheerlijkte gelovigen niet meer. Lukas voegt eraan toe dat zij niet meer kunnen sterven, omdat zij den engelen gelijk zijn (Lukas 20:36). In hetzelfde vers heten zij kinderen der opstanding: zij hebben een opgewekt lichaam.
De Sadduceeën loochenden zowel de opstanding als het bestaan van engelen (Handelingen 23:8). Jezus leert hen juist dat de doden met lichaam en al opstaan. Wie hier leest dat mensen lichaamloze engelen worden, haalt er het omgekeerde uit. Of man en vrouw elkaar in de hemel nog kennen, is een andere vraag.
Wordt een mens een engel als hij doodgaat?
Ook in het sterven blijft de mens mens. Wanneer een gelovige sterft, gaat zijn ziel naar Christus. Paulus had begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn (Filippenzen 1:23). Het lichaam rust in het graf tot de jongste dag. Dan zal Christus ons vernederd lichaam veranderen, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam (Filippenzen 3:21). Wat er tussen sterven en opstanding gebeurt, leest u uitgebreider bij wat er na de dood gebeurt.
De brief aan de Hebreeën geeft een blik in de hemel. De gelovigen zijn gekomen tot het hemelse Jeruzalem, 'en de vele duizenden der engelen; Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn' (Hebreeën 12:22-23). Even verder noemt de schrijver de geesten der volmaakte rechtvaardigen (Hebreeën 12:23). Engelen en gestorven gelovigen staan in deze verzen naast elkaar. De gelovigen gaan niet op in de engelen; zij blijven een eigen schare.
Ook de gelijkenis van de rijke man en Lazarus wijst die kant op, al wil zij niet alle details van het hiernamaals beschrijven. Van de arme Lazarus staat dat hij stierf, 'en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham' (Lukas 16:22). De engelen dienen de stervende gelovige. Lazarus wordt er zelf geen.
Is een engel worden niet mooier dan mens blijven?
Soms klinkt het alsof een engel worden een stap omhoog is. Paulus schrijft aan de gemeente in Korinthe: 'Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen?' (1 Korinthe 6:3). Petrus schrijft dat de engelen begerig zijn in te zien in het Evangelie van de verlossing van mensen (1 Petrus 1:12), en Jezus vertelt dat er blijdschap is voor de engelen Gods over een zondaar die zich bekeert (Lukas 15:10). De Schrift geeft de verloste mens dus een plaats waarover de engelen zich zelf verwonderen.
Het diepste antwoord ligt bij Christus Zelf. De Zoon van God werd geen engel om ons te redden. Hij werd mens: 'Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan' (Hebreeën 2:16). Ook na Zijn opstanding en hemelvaart is Hij de Mens Christus Jezus, de enige Middelaar (1 Timotheüs 2:5). Wie door Hem verlost is, hoeft dus geen ander schepsel te worden om bij God te zijn. Christus maakt mensen niet tot engelen; Hij maakt mensen heerlijk.
Is er een engeltje bij als een kind sterft?
Wie dit zinnetje bij een klein graf uitspreekt, wil meestal iets goeds zeggen: dit kind is niet weg, het is veilig bij God. Dat verlangen is begrijpelijk. De Bijbel geeft ouders iets dat dieper troost. Een kind dat sterft, wordt geen ander wezen. Hebt u zelf een kind verloren, dan blijft het het kind dat God u gaf, met zijn eigen naam en zijn eigen plaats in uw hart.
De Heere Jezus nam de kinderen in Zijn armen, legde de handen op hen en zegende hen (Markus 10:16). Koning David zei na de dood van zijn kind dat hij wel tot het kind zou gaan, al zou het niet bij hem terugkomen (2 Samuël 12:23). Welke hoop gelovige ouders mogen hebben voor een kind dat jong sterft, bespreekt de vraag of baby's die sterven naar de hemel gaan.
Ook het beeld van een overleden kind of grootouder dat als engel over de familie waakt, vindt geen grond in de Bijbel. Wie dat gemis kent, mag weten dat er Eén waakt Die niet sluimert en niet slaapt: de HEERE Zelf is de Bewaarder (Psalm 121:4-5).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
Artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God alle dingen geschapen heeft, ook de engelen. Hij schiep hen goed, om Zijn boden te zijn en Zijn uitverkorenen te dienen. Artikel 14 belijdt apart dat God de mens geschapen heeft uit het stof der aarde, naar Zijn beeld en gelijkenis.
De troost bij het sterven ligt volgens de catechismus dan ook niet in een verandering in een engel. In Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de gelovige 'dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 22, vraag 57). Het antwoord gaat verder: ook het lichaam wordt door de kracht van Christus opgewekt, weer met de ziel verenigd en aan Zijn heerlijk lichaam gelijkvormig gemaakt. Ziel en lichaam, de hele mens, behoren Christus toe.
Als u iemand verloren hebt
Hebt u zelf gezegd of geschreven dat er een engeltje bij is gekomen? Daar hoeft u zich niet schuldig over te voelen; het kwam voort uit liefde en verdriet. De Heere Jezus weende bij het graf van Zijn vriend Lazarus (Johannes 11:35); Hij kent de pijn van het afscheid.
Uw geliefde wordt geen engel, en voor wie in Christus sterft, is de belofte groter: de ziel is bij Hem, en eens zal ook het lichaam opstaan. Weet u niet hoe het met uw geliefde stond, leg dat oordeel dan in Gods handen; Hij is rechtvaardig en barmhartig en kent wat voor ons verborgen bleef. Breng uw verdriet bij Hem, want 'De HEERE is nabij de gebrokenen van harte' (Psalm 34:19).
Rouw kan lang duren en onverwacht terugkomen. Praat erover met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid, ook lang na de begrafenis. Bij bijbelteksten bij rouw vindt u woorden uit de Schrift voor deze tijd. Blijft het verdriet u overvallen of slaapt u er slecht van, bespreek het dan ook met uw huisarts. Wilt u eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000, of chatten via deluisterlijn.nl.
'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven' (Johannes 11:25)