Inleiding tot Psalm 8
Psalm 8 behoort tot de mooiste en meest bekende psalmen uit het Oude Testament. Deze lofpsalm van David opent en sluit met dezelfde prachtige uitroep: 'O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!' (vers 2 en vers 10). Tussen deze verzen in ontvouwt zich een diepe meditatie over Gods grootheid en de wonderlijke plaats die de mens inneemt in Gods schepping.
Let bij het opzoeken op de telling: in de Statenvertaling is het opschrift 'Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith' vers 1, waardoor deze psalm tien verzen telt. Engelse bijbels rekenen dat opschrift niet mee en houden er negen over; daar staat elk vers dus een nummer lager. De versnummers hieronder volgen de Nederlandse telling van de Statenvertaling.
De Majesteit van Gods Naam (vers 2 en 3)
De psalm begint met een uitroep van aanbidding. De naam van God wordt als 'heerlijk' beschreven over de hele aarde. In de Hebreeuwse cultuur was iemands naam meer dan alleen een benaming - het vertegenwoordigde de persoon zelf, zijn karakter en autoriteit. Wanneer David spreekt over Gods 'naam', bedoelt hij Gods hele wezen en karakter dat zich openbaart in de schepping.
Vers 3 spreekt over de mond der kinderkens en der zuigelingen, waaruit God sterkte heeft gegrondvest, 'om den vijand en wraakgierige te doen ophouden'. Dit toont aan dat Gods grootheid zo overduidelijk is dat zelfs de allerkleinsten haar herkennen. Waar de Statenvertaling hier 'sterkte' leest, heeft Mattheüs 21:16, dat deze regel aanhaalt, 'lof': 'Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid.'