Inleiding tot 1 Korinthe 6
1 Korinthe hoofdstuk 6 behandelt twee belangrijke thema's die de jonge christelijke gemeente in Korinthe bezighielden: het oplossen van geschillen tussen gelovigen en de juiste houding ten opzichte van seksuele moraal. Paulus geeft in dit hoofdstuk praktische richtlijnen die ook vandaag nog relevant zijn voor christenen en kerkgemeenschappen.
Rechtszaken tussen Christenen (1 Korinthe 6:1-11)
Het probleem van wereldlijke rechtbanken
Paulus begint met een scherpe vraag: 'Durft iemand van u, wanneer hij een geschil heeft met een ander, dat voor te leggen aan de onrechtvaardigen en niet aan de heiligen?' (vers 1). De apostel toont zich verbaasd dat christenen hun onderlinge geschillen voorleggen aan heidense rechters in plaats van ze binnen de gemeente op te lossen.
De term 'onrechtvaardigen' verwijst hier niet naar inherent slechte mensen, maar naar degenen die buiten de christelijke gemeenschap staan en dus niet handelen vanuit de waarden van Gods koninkrijk.
Heiligen zullen oordelen
Paulus gebruikt een krachtig argument: als heiligen eens de wereld en zelfs engelen zullen oordelen (verzen 2-3), dan zouden ze zeker in staat moeten zijn om kleine dagelijkse geschillen op te lossen. Dit verwijst naar de toekomstige rol van gelovigen in Gods eindoordeel, zoals ook beschreven in andere bijbelgedeelten.