Het woord reformatorisch komt u in Nederland op veel plaatsen tegen: bij scholen, bij een krant, bij kerken en in de politiek. Voor de een is het een vertrouwde naam, voor de ander een etiket waar hij weinig bij voelt. Toch heeft het woord een duidelijke herkomst en een duidelijke inhoud. Hieronder leest u waar het vandaan komt, wat reformatorische christenen geloven, hoe de reformatorische wereld in Nederland eruitziet en hoe reformatorisch zich verhoudt tot gereformeerd en hervormd.
Reformatorisch: de betekenis van het woord
Reformatorisch komt van Reformatie, en dat woord gaat terug op het Latijnse reformatio: herstel, hervorming. Het werkwoord reformare betekent opnieuw vormen, iets terugbrengen in zijn oorspronkelijke gedaante. De hervormers wilden geen nieuwe kerk stichten. Zij wilden de kerk terugbrengen naar de Schrift.
Met de Reformatie wordt de kerkhervorming van de zestiende eeuw bedoeld. Die begon op 31 oktober 1517, toen Maarten Luther in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de aflaathandel bekendmaakte. Daarom gedenken protestanten op die datum Reformatiedag. Luther schreef later, in de voorrede bij zijn verzamelde Latijnse werken (1545), dat hem de ogen opengingen bij Romeinen 1: 'Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven' (Romeinen 1:17). Hij leerde zien dat de gerechtigheid die God vraagt, door God Zelf geschonken wordt aan wie gelooft. In de uitleg van Romeinen 1 leest u dat vers in zijn verband.
Na Luther gaf Johannes Calvijn de Reformatie een eigen gestalte. Zijn invloed was in Nederland het grootst; daarover meer bij de vraag wat het calvinisme is. In brede zin zijn alle kerken die uit de Reformatie voortkwamen reformatorisch, ook de lutherse. In het Nederlands van nu bedoelt men er meestal een smallere kring mee; daarover verderop meer.
Wat is reformatorisch? De vijf sola's
Wat reformatorische christenen geloven, wordt vaak samengevat in vijf Latijnse uitdrukkingen met het woord sola, alleen. De hervormers gebruikten deze woorden, maar het rijtje van vijf is een latere samenvatting. Het geeft goed weer waar het in de Reformatie om ging:
- Sola Scriptura, de Schrift alleen: de Bijbel is Gods Woord en de enige regel voor geloof en leven. 'Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is' (2 Timotheüs 3:16).
- Sola gratia, uit genade alleen: de zaligheid is een gave van God en geen beloning. 'Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave' (Efeze 2:8).
- Sola fide, door het geloof alleen: een zondaar wordt rechtvaardig voor God door het geloof, zonder eigen werken. 'Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet' (Romeinen 3:28).
- Solus Christus, Christus alleen: Hij is de enige Middelaar tussen God en mensen (1 Timotheüs 2:5). Geen heilige, priester of eigen verdienste staat naast Hem.
- Soli Deo gloria, aan God alleen de eer: alles is uit Hem en tot Hem (Romeinen 11:36).
Deze vijf horen bij elkaar. Het geloof is geen prestatie waarmee een mens de genade verdient. Het is de lege hand die ontvangt wat Christus verworven heeft. Daarom voegt Paulus aan Efeze 2:8 toe dat het niet uit de werken is, zodat niemand zich kan beroemen (Efeze 2:9).
Waarom staat de Schrift voorop?
Het Schriftbeginsel was het hart van de Reformatie. In de kerk van de late middeleeuwen hadden de overlevering en het leergezag van de kerk een gezag naast de Bijbel. De hervormers stelden daartegenover dat ook de kerk onder het Woord staat en daaraan getoetst moet worden.
Die toets is oud. Toen mensen het volk aanrieden om raad te vragen aan waarzeggers en aan de doden (Jesaja 8:19), wees de profeet terug naar Gods eigen woord: 'Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben' (Jesaja 8:20). Wie over God spreekt, wordt gemeten aan wat God Zelf gesproken heeft. Paulus zegt het even scherp: zelfs een engel uit de hemel mag geen ander evangelie brengen dan het evangelie dat de apostelen verkondigden (Galaten 1:8).
Reformatorisch geloven betekent daarom ook: de Bijbel lezen, in de kerk en thuis. In de eredienst staat de prediking van het Woord centraal, en in veel gezinnen wordt aan tafel dagelijks een gedeelte uit de Bijbel gelezen.
Wat is de reformatorische zuil in Nederland?
In Nederland heeft reformatorisch een smallere betekenis gekregen, vooral sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het werd de naam van een kring orthodox-gereformeerde christenen die de Drie Formulieren van Enigheid onverkort belijden. Vaak leggen zij de nadruk op de bevinding: het persoonlijk doorleven van zonde, genade en verlossing. Zij zijn onder meer te vinden in de Gereformeerde Gemeenten, de Oud Gereformeerde Gemeenten, de Hersteld Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en hervormde gemeenten van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Veel van hen wonen in de zogenoemde Biblebelt, een strook die loopt van Zeeland via de Betuwe naar de Veluwe en de kop van Overijssel.
Rond deze kerken staat een eigen netwerk van organisaties, vaak de reformatorische zuil genoemd:
- Onderwijs: reformatorische basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs, met leraren die de grondslag van de school onderschrijven.
- Pers: het Reformatorisch Dagblad, opgericht in 1971.
- Politiek: de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), opgericht in 1918, die Gods Woord als grondslag voor de politiek neemt.
De eigen scholen hebben een bijbelse achtergrond. Ouders willen hun kinderen leren wat God gedaan heeft, zoals Israël dat werd opgedragen: 'Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN' (Psalm 78:4). Bij de doop beloven ouders bovendien hun kind in de leer van Gods Woord, zoals de kerk die belijdt, te onderwijzen en te laten onderwijzen.
Wie van buitenaf kijkt, ziet vaak eerst de uiterlijke kenmerken: de kleding, het zingen van psalmen, de zondagsrust. Van binnenuit gaat het om iets anders, namelijk de vraag hoe een zondaar met God verzoend wordt.
Wat is het verschil tussen reformatorisch, gereformeerd en hervormd?
Oorspronkelijk betekenen hervormd en gereformeerd hetzelfde. Hervormd is het Nederlandse woord, gereformeerd komt van het Latijnse reformatus: hervormd naar Gods Woord. De publieke kerk van de Republiek heette de Gereformeerde Kerk, sinds 1816 de Nederlandse Hervormde Kerk. Na de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 werd gereformeerd ook de naam van kerken die uit de hervormde kerk voortkwamen. Meer daarover leest u bij het verschil tussen hervormd en gereformeerd.
Reformatorisch is dus geen kerknaam. Het zegt weinig over het kerkverband van iemand, en veel over de belijdenis die hij liefheeft. Een hervormd gemeentelid en een lid van een gereformeerde gemeente kunnen zich allebei reformatorisch noemen. Hun eenheid ligt in het ene geloof waarover Paulus schrijft: 'Een Heere, een geloof, een doop' (Efeze 4:5).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De reformatorische kerken in Nederland belijden de Drie Formulieren van Enigheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561), de Heidelbergse Catechismus (1563) en de Dordtse Leerregels (1618-1619). De Synode van Dordrecht stelde de Dordtse Leerregels op en nam de twee andere geschriften opnieuw aan als gemeenschappelijke belijdenis. Ambtsdragers ondertekenen ze tot op vandaag. Een overzicht van deze en andere geschriften vindt u bij de belijdenissen.
De belijdenis staat onder de Bijbel en vat samen wat de kerk in de Bijbel gevonden heeft. Artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en dat geen menselijk geschrift, gewoonte of besluit ermee gelijkgesteld mag worden. Dat is de Schrift alleen.
De rechtvaardiging staat in Zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 60). Op de vraag hoe een mens rechtvaardig is voor God, antwoordt de catechismus: 'Alleen door een waar geloof in Jezus Christus'. God schenkt en rekent hem de gerechtigheid van Christus toe, zonder enige verdienste van zijn kant en uit louter genade. Dat is genade alleen, geloof alleen en Christus alleen in één antwoord.
De Dordtse Leerregels belijden ten slotte dat het geloof zelf een gave van God is (hoofdstuk III/IV, artikel 14; vergelijk Efeze 2:8) en dat God de Zijnen bewaart tot het einde (hoofdstuk V). Zo komt alle eer bij God terecht.
'Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid' (Romeinen 11:36)