Wie in Nederland over geloof, politiek of zelfs over zuinigheid praat, komt het woord calvinisme snel tegen. Toch weten weinig mensen wat het precies inhoudt. Op deze pagina leest u waar de naam vandaan komt, wat de kern is van deze leer, hoe de bekende vijf punten ontstonden en welke misverstanden er leven. Steeds is de vraag: wat zegt de Schrift zelf, en hoe heeft de kerk dat samengevat?
Wat is calvinisme en waar komt de naam vandaan?
Johannes Calvijn werd in 1509 geboren in Noyon, in Noord-Frankrijk. Hij studeerde rechten, kwam tot het geloof van de Reformatie en moest om die reden Frankrijk verlaten. Vanaf 1536 werkte hij, eerst als lezer in de Schrift en daarna als predikant, met een onderbreking van drie jaar in Straatsburg, in de Zwitserse stadsrepubliek waar hij in 1564 ook overleed. Hij stond in de beweging die Maarten Luther in 1517 op gang bracht; over dat begin leest u meer in Maarten Luther en de Reformatie.
Calvijns hoofdwerk is de Institutie (Institutio christianae religionis, onderwijzing in de christelijke godsdienst). De eerste uitgave verscheen in 1536 in Bazel; de laatste Latijnse uitgave, van 1559, is vele malen groter. Daarnaast schreef hij commentaren op het grootste deel van het Nieuwe Testament en op veel boeken van het Oude Testament. Zijn stad werd een toevluchtsoord voor vervolgde protestanten, en vandaar uit gingen predikanten naar Frankrijk, Schotland en de Nederlanden.
De naam calvinisme kozen de aanhangers niet zelf. Lutherse tegenstanders spraken in de jaren 1550 al spottend van calvinisten. De kerken zelf noemden zich gereformeerd: naar Gods Woord hervormd. Calvijn wilde de kerk terugbrengen naar de Schrift, die hij als Gods eigen Woord las (2 Timotheüs 3:16). Hoe het calvinisme samenhangt met het bredere begrip, leest u bij de vraag wat reformatorisch betekent.
Wat is de kern van het calvinisme?
Wie het calvinisme in één zin wil samenvatten, kan bij Paulus beginnen: 'Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen' (Romeinen 11:36). God is de Schepper, Hij regeert alles en Hem komt alle eer toe. Daaruit volgen vier lijnen.
- Gods soevereiniteit: God bestuurt hemel en aarde, ook de weg van ieder mens (Spreuken 16:9).
- Vrije genade: de redding is geheel Gods werk. Paulus schrijft: 'Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods' (Romeinen 9:16). In de uitleg van Romeinen 9 leest u het verband van die tekst.
- Het verbond: God bindt Zich aan een volk en aan hun kinderen, zoals Hij tegen Abraham zei: 'om u te zijn tot een God, en uw zaad na u' (Genesis 17:7).
- Heel het leven onder God: geloof is geen zondagszaak. 'Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods' (1 Korinthe 10:31).
Het hart van dit alles is Christus. Calvijn plaatste de leer van de verkiezing in de Institutie van 1559 pas in het derde boek, na het geloof in Christus en het werk van de Heilige Geest (boek III, hoofdstukken 21-24). De verkiezing is daar een bron van troost voor wie gelooft: Paulus schrijft dat God ons 'uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld' (Efeze 1:4). Meer schriftplaatsen hierover vindt u bij de bijbelteksten over de uitverkiezing.
Wat betekent TULP in het calvinisme?
Na de dood van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius stelden zijn volgelingen in 1610 de Remonstrantie op, vijf artikelen over verkiezing, verzoening, genade en volharding. De Synode van Dordrecht (1618-1619) gaf daarop antwoord in de Dordtse Leerregels. Dezelfde synode gaf ook opdracht tot de Statenvertaling, die in 1637 verscheen.
Het bekende geheugensteuntje TULP is veel later ontstaan, in de Engelstalige wereld rond 1900. De letters staan voor de volledige verdorvenheid van de mens, de onvoorwaardelijke verkiezing, de verzoening voor de uitverkorenen, de onweerstaanbare genade en de volharding der heiligen. Het is een bruikbare samenvatting, maar wel een latere: de Leerregels zelf beginnen bij de verkiezing en eindigen bij de volharding, en ze zeggen meer dan vijf woorden kunnen dragen. Zo leren ze dat het sterven van Christus overvloedig genoeg is voor de zonden van de hele wereld, en dat het evangelie aan alle mensen zonder onderscheid gepredikt moet worden (hoofdstuk II, artikel 3 en 5).
De Bijbel grondt die volharding in een belofte van Christus Zelf: Hij geeft Zijn schapen het eeuwige leven en niemand kan hen uit Zijn hand wegnemen (Johannes 10:28). Dat is geen eigen kracht van de gelovige: het is de trouw van de Goede Herder.
Is calvinisme hetzelfde als fatalisme?
Een veelgehoord misverstand is dat het calvinisme de mens tot een pion maakt: als alles vastligt, doet het er niet toe wat u doet. De Bijbel houdt beide vast, Gods werk en het werk van de mens: 'Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen' (Filippenzen 2:13). Juist omdat God werkt, roept Paulus op om te werken.
Ook de Dordtse Leerregels wijzen het fatalisme af. Het slot ervan, het Besluit, verwerpt uitdrukkelijk de beschuldiging dat deze leer mensen zorgeloos of goddeloos zou maken, of dat God de oorzaak van de zonde zou zijn. Hoofdstuk I, artikel 13 zegt dat de zekerheid van de verkiezing een gelovige nederig maakt en hem aanspoort om God lief te hebben. Daarbij klinkt de uitnodiging van het evangelie onverkort: 'die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Johannes 6:37). Wie vreest niet uitverkoren te zijn, wordt in de Leerregels zelf aangespoord de middelen van de genade naarstig te gebruiken en de tijd van overvloediger genade te verwachten (hoofdstuk I, artikel 16). Wie hier persoonlijk mee worstelt, kan dat ook bespreken met de eigen predikant of ouderling. Meer hierover vindt u bij de verwante vraag of de mens een vrije wil heeft.
Wat betekent calvinistisch in de spreektaal?
In het dagelijks Nederlands is calvinistisch vaak een ander woord voor sober, zuinig of plichtsgetrouw. Daar zit een kern van waarheid in, maar het is een karikatuur. Calvijn schreef in de Institutie (boek III, hoofdstuk 10) dat Gods gaven bedoeld zijn om te gebruiken en ervan te genieten, met dankbaarheid en zonder verspilling. Soberheid was voor hem een vrucht van dankbaarheid, geen doel op zich.
De invloed van het calvinisme op Nederland is groot geweest: in de kerk, in het onderwijs en in de politiek. In de negentiende eeuw legde Abraham Kuyper de nadruk op het belijden dat Christus Koning is over elk terrein van het leven, onder meer in zijn rede Souvereiniteit in eigen kring (1880) en zijn Lectures on Calvinism (Princeton, 1898). De socioloog Max Weber verbond het calvinisme in Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1904-1905) met arbeidsethos en spaarzin; die stelling is onder historici omstreden. De grond onder dat brede levensbesef ligt in de Bijbel zelf: de aarde en haar volheid zijn van de HEERE (Psalm 24:1).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De reformatorische kerken hebben deze leer vastgelegd in de Drie Formulieren van Enigheid: belijdenissen van de kerk, geen stelsel van één man. De Heidelbergse Catechismus begint met de enige troost van de gelovige: 'Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben' (Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, vraag 1). Dezelfde Christus maakt hem door Zijn Geest bereid om voortaan voor Hem te leven. Zondag 21 (vraag 54) spreekt over de kerk als 'een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren'.
Artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God Zich in de verkiezing barmhartig toont, doordat Hij in Christus uit genade verlost wie Hij verkoren heeft, en rechtvaardig, doordat Hij de anderen laat in de val waarin zij zichzelf gestort hebben. De Dordtse Leerregels werken dat in hoofdstuk I uit: de verkiezing is Gods onveranderlijk voornemen van voor de grondlegging der wereld, uit enkel genade en in Christus (artikel 7). Zo geeft de belijdenis alle eer aan God alleen, zoals de psalmdichter bidt (Psalm 115:1).
'Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid' (Romeinen 11:36)