Ga naar hoofdinhoud
Bijbelse begrippen

Wat betekent heilig in de Bijbel?

Kort antwoord

Heilig betekent in de Bijbel: apart gezet voor God en daarom zuiver van zonde. God Zelf is volmaakt heilig, verheven boven alles wat geschapen en zondig is (Jesaja 6:3). Plaatsen, dingen en mensen heten heilig omdat God ze voor Zichzelf apart zet. Gelovigen zijn heiligen in Christus en worden door de Heilige Geest vernieuwd.

Heilig is een van de woorden die de Bijbel het vaakst over God gebruikt. Het klinkt in de lofzang van de serafs, in de eerste bede van het Onze Vader en in de naam van de Heilige Geest. Buiten de kerk betekent het vaak: onaantastbaar. Hieronder leest u wat het woord in de Schrift betekent, waarom God de Heilige heet, wat er verder heilig genoemd wordt en waarom de Bijbel gewone gelovigen heiligen noemt.

Wat betekent heilig letterlijk?

Het Hebreeuwse woord voor heilig, kadosj, wordt in de Hebreeuwse woordenboeken weergegeven als afgezonderd, apart gezet. Wat heilig is, is uit het gewone gebruik genomen en behoort aan God. Het Griekse hagios in het Nieuwe Testament heeft dezelfde kern. Tegen Israël zegt de HEERE: 'En gij zult Mij heilig zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij Mijns zoudt zijn' (Leviticus 20:26). Heilig zijn en afgezonderd zijn staan hier naast elkaar.

Daarom moesten de priesters leren onderscheid te maken tussen het heilige en het onheilige, en tussen het reine en het onreine (Leviticus 10:10). Heilig staat daar tegenover gewoon, rein tegenover onrein: iets kan rein zijn zonder heilig te zijn.

Heiligheid heeft zo twee kanten: afstand (God is anders dan alles wat Hij gemaakt heeft) en zuiverheid (wat bij God hoort, verdraagt geen zonde).

Wat betekent het dat God heilig is?

Het bekendste woord over Gods heiligheid staat in Jesaja 6. De profeet ziet de Heere op een hoge troon, en de serafs roepen elkaar toe: 'Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen' (Jesaja 6:3). Door de drievoudige herhaling krijgt het woord alle nadruk: de HEERE is volkomen heilig. Johannes schrijft later dat Jesaja hier de heerlijkheid van Christus zag (Johannes 12:41).

Jesaja reageert met schrik: 'Wee mij, want ik verga' (Jesaja 6:5). In het licht van Gods heiligheid ziet hij zijn eigen onreinheid. Dan raakt een seraf zijn mond aan met een kool van het altaar, en zijn zonde is verzoend (Jesaja 6:6-7). De heilige God komt naar de zondaar toe; dat wijst vooruit naar Christus. Meer hierover leest u in de uitleg van Jesaja 6.

Gods heiligheid is dus geen kille afstand. Zijn liefde, Zijn recht en Zijn trouw zijn alle heilig. Daarom kan Hij de zonde niet door de vingers zien, en daarom is het zo groot dat Hij zondaren toch aanneemt. Bij het onderwerp Gods heiligheid vindt u meer teksten. Wie God zo leert kennen, nadert Hem met eerbied en vertrouwen tegelijk; dat bedoelt de Bijbel met de vreze des HEEREN.

Wat is heilig behalve God?

De Bijbel noemt ook plaatsen, dingen, tijden en mensen heilig. Bij de brandende braambos zegt God tegen Mozes dat hij zijn schoenen moet uittrekken, 'want de plaats, waarop gij staat, is heilig land' (Exodus 3:5). De grond zelf was niet bijzonder; hij was heilig omdat God daar verscheen. Zo had de tabernakel een heilige en een heilige der heiligen (Exodus 26:33), en droeg de hogepriester een gouden plaat met het opschrift Heiligheid des HEEREN (Exodus 28:36). Ook de sabbat moest geheiligd worden (Exodus 20:8).

Wat is heilig, volgens deze teksten? Alles wat God voor Zichzelf apart zet. Heiligheid zit niet in de stof of de plaats zelf, alsof een voorwerp een kracht in zich draagt. Zij komt van God en betekent: dit is voor Hem. Zo spreken christenen ook van de Heilige Schrift.

Waarom heten gelovigen heiligen?

Paulus schrijft aan een gemeente vol partijschappen en ontucht. Toch spreekt hij de Korinthiërs aan als 'den geheiligden in Christus Jezus, den geroepenen heiligen' (1 Korinthe 1:2). Hun levenswandel liet veel te wensen over, maar God had hen geroepen en apart gezet voor Christus.

Die heiligheid is een gave. De brief aan de Hebreeën zegt: 'In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied' (Hebreeën 10:10). Christus is de Zijnen geworden tot heiligmaking (1 Korinthe 1:30). Wie in Hem gelooft, behoort aan God, ook op dagen dat het geloof zwak is.

Zo spreken ook de brieven aan Rome en Filippi (Romeinen 1:7; Filippenzen 1:1). Heiligen zijn in de Bijbel geen uitzonderlijke christenen; het is de gewone naam voor alle gelovigen.

Wat is heiligmaking?

Heilig zijn in Christus en heilig worden horen bij elkaar. Petrus schrijft dat gelovigen heilig moeten worden in al hun wandel, omdat God, Die hen riep, heilig is (1 Petrus 1:15). Hij haalt daarbij de wet aan: 'Zijt heilig, want Ik ben heilig' (1 Petrus 1:16). Dat woord klonk al tot Israël (Leviticus 11:44 en 19:2). Het is geen voorwaarde om bij God te mogen komen. Het is de levenswijze van wie al bij Hem hoort.

Die groei heet heiligmaking. De Heilige Geest vernieuwt een mens van binnenuit, zodat hij de zonde gaat haten en Gods geboden gaat liefhebben. Dat gaat met vallen en opstaan en wordt in dit leven niet volmaakt. Toch is het geen bijzaak: 'Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal' (Hebreeën 12:14). Wie haar najaagt, steunt niet op eigen kracht: God Zelf werkt in de gelovigen het willen en het werken (Filippenzen 2:13). Meer teksten vindt u bij het onderwerp heiliging.

Rechtvaardiging en heiligmaking zijn te onderscheiden en niet te scheiden. In de rechtvaardiging spreekt God de zondaar in één keer vrij om Christus' wil; in de heiligmaking vernieuwt Hij hem een leven lang. Wie de vrijspraak gebruikt als reden om in de zonde te blijven, krijgt van Paulus een duidelijk antwoord (Romeinen 6:1-2).

Wat is het verschil met de rooms-katholieke heiligen?

In het gewone spraakgebruik is een heilige vaak een bijzondere, overleden gelovige. Dat komt uit de Rooms-Katholieke Kerk. Zij verklaart sommige overledenen na een kerkelijk onderzoek heilig en leert gelovigen hun voorspraak bij God te vragen; op 1 november, Allerheiligen, worden zij samen herdacht. Rooms-katholieke christenen onderscheiden daarbij de verering van de heiligen van de aanbidding, die alleen God toekomt.

De reformatoren lazen in het Nieuwe Testament dat alle gelovigen heiligen heten, en dat al tijdens hun leven. Heiligheid is daar de gave van Christus aan heel Zijn gemeente, geen beloning voor uitzonderlijke vroomheid. De gelovigen van vroeger zijn voorbeelden van geloof (Hebreeën 11), maar geen tussenpersonen. Er is één Middelaar tussen God en mensen, Christus Jezus (1 Timotheüs 2:5), en Hij is Zelf de Voorspraak van de Zijnen bij de Vader (1 Johannes 2:1). Daarom wijzen de reformatorische kerken ook de aanroeping van heiligen af: ieder mag zich door Christus rechtstreeks tot God wenden.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Heidelbergse Catechismus spreekt over heiligheid vooral als vrucht van de verlossing. In Zondag 32 van de Heidelbergse Catechismus staat waarom verloste mensen nog goede werken doen: 'Daarom, dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht heeft, ons ook door Zijn Heiligen Geest vernieuwt tot Zijn evenbeeld' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 32, vraag 86). Heiligmaking is dus de vrucht van het werk van Christus, geen aanvulling erop.

Zondag 44 is daarbij eerlijk: ook de allerheiligsten hebben in dit leven slechts een klein begin van die gehoorzaamheid; de volkomenheid komt na dit leven (vraag 114 en 115). Bij de gemeenschap der heiligen denkt de Catechismus aan alle gelovigen samen (Zondag 21, vraag 55), en de aanroeping der heiligen noemt hij bij het eerste gebod onder wat een christen moet mijden (Zondag 34, vraag 94).

De Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt in artikel 24 dat het ware geloof, gewerkt door het Woord en de Heilige Geest, een mens vernieuwt en hem een nieuw leven doet leiden. De goede werken die daaruit voortkomen, verdienen de zaligheid niet. Artikel 26 belijdt dat wij geen andere toegang tot God hebben dan door de enige Middelaar en Voorspraak, Jezus Christus.

Wie zo leert wat heilig is, gaat bidden zoals de Heere Jezus leerde: Uw Naam worde geheiligd (Mattheüs 6:9). In de hemel klinkt die lof al zonder ophouden:

'Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal' (Openbaring 4:8)

Bijbelverwijzingen

wat betekent heiligheilig betekeniswat is heiligheiligheid van godheiligmakingheiligenhc zondag 32ngb art. 24

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Bijbelse begrippen

Wat betekent de vreze des HEEREN?

De vreze des HEEREN is diep ontzag en eerbied voor God, samen met liefde, vertrouwen en gehoorzaamheid. Het is het ontzag van een kind voor zijn Vader, geen angst die van God wegvlucht. De Bijbel noemt haar het beginsel der wijsheid (Spreuken 9:10), omdat wie God vreest, recht leert leven.

Bijbelse begrippen

Wat betekent zalig in de Bijbel?

De betekenis van zalig in de Bijbel is tweeledig. Zalig zijn is gelukkig en gezegend zijn door God, zoals in de Psalmen en de zaligsprekingen. Zalig worden is gered worden van de zonde en het eeuwige leven ontvangen, door het geloof in Jezus Christus (Handelingen 16:31). Daarom heet Hij de Zaligmaker.

Zonde en verlossing

Wat is een christen?

Een christen is iemand die door het geloof bij Jezus Christus hoort en daarom Zijn Naam draagt. De naam ontstond in Antiochië, waar de discipelen voor het eerst christenen genoemd werden (Handelingen 11:26). Door het geloof deelt een christen in de zalving van Christus: hij belijdt Zijn Naam, geeft zich aan God en strijdt tegen de zonde.

Bijbelse begrippen

Wat betekent agape?

Agape (Grieks: ἀγάπη) betekent onvoorwaardelijke, zelfopofferende liefde. Het is het woord waarmee het Nieuwe Testament Gods liefde voor mensen aanduidt en de liefde die christenen elkaar geven: liefde die kiest en geeft zonder iets terug te verwachten. De uitvoerigste beschrijving staat in 1 Korinthe 13.

Bijbelse begrippen

Wat betekent amen?

Amen betekent: het is waar en zeker, zo zal het zijn. Het Hebreeuwse woord hangt samen met vast en betrouwbaar zijn; wie amen zegt na een gebed of lofprijzing, stemt ermee in en vertrouwt op God. Christus Zelf heet de Amen, omdat in Hem alle beloften van God vaststaan (2 Korinthe 1:20).

Verdiep u verder