Inleiding tot Leviticus 20
Leviticus hoofdstuk 20 vormt het vervolg op hoofdstuk 18 en behandelt de straffen voor overtredingen van Gods heiligheidswetten. Waar hoofdstuk 18 de verboden uitsprak, specificeert hoofdstuk 20 de consequenties voor degenen die deze geboden overtreden. Het centrale thema is Gods roeping tot heiligheid en de ernstige gevolgen van ongehoorzaamheid.
Straffen voor Afgoderij (vers 1-5)
Het hoofdstuk begint met de strengste straf: de doodstraf voor wie zijn kinderen offert aan Molech, een Kanaänitische godheid. Deze praktijk was wijd verspreid onder de omringende volkeren en bestond uit het levend verbranden van kinderen als offer. God noemt dit een gruwel die Zijn heiligheid en het leven zelf aantast.
Opmerkelijk is dat niet alleen de dader gestraft wordt, maar dat God Zich ook tegen het hele volk keert als zij wegkijken van zulke praktijken (vers 4-5). Dit benadrukt de collectieve verantwoordelijkheid voor morele zuiverheid.
Waarschuwing tegen Occultisme (vers 6)
Vers 6 waarschuwt tegen het raadplegen van waarzeggers en spiritisten. In de oude wereld waren dergelijke praktijken gebruikelijk voor het verkrijgen van inzicht in de toekomst of contact met overledenen. God verbiedt dit omdat het vertrouwen wegneemt van Hem als de ware bron van wijsheid en leiding.