Christenen en moslims wonen naast elkaar als buren, collega's en klasgenoten. Beide geloven in één God, noemen Abraham, kennen profeten en verwachten een dag van oordeel. Daardoor lijken ze soms dichter bij elkaar te staan dan ze zijn. Op deze pagina leest u waar islam en christendom werkelijk uiteengaan: in het Godsbeeld, in wie Jezus is, in de Schrift en in de weg van verlossing. De islamitische leer beschrijven we zo dat een moslim haar zou herkennen.
Hoe denken islam en christendom over God?
Het hart van de islam is tawhid: de eenheid en uniekheid van God. Allah is het Arabische woord voor God. Hij is één, Hij heeft geen gelijke en geen deelgenoot. Soera 112 van de Koran zegt dat God niemand verwekt en Zelf niet verwekt is. Iets of iemand naast God stellen (shirk) geldt als de zwaarste zonde. Daarom vatten veel moslims de Drie-eenheid op als geloof in drie goden, en de Koran roept de christenen op om niet van drie te spreken (soera 4:171). Op één na beginnen alle soera's met de aanroeping van God als de Erbarmer, de Barmhartige.
Ook christenen belijden één God. Mozes zei tot Israël: 'de HEERE, onze God, is een enig HEERE' (Deuteronomium 6:4). Dezelfde Schrift maakt God bekend als Vader, Zoon en Heilige Geest. Christus gaf de opdracht te dopen 'in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes' (Mattheüs 28:19): één Naam, drie Personen. Johannes opent zijn evangelie met: 'In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God' (Johannes 1:1). Het Woord is onderscheiden van de Vader en is tegelijk God Zelf. Hoe de kerk dit verwoordt, leest u bij de vraag wat de Drie-eenheid is.
Wie is Jezus in de islam en in het christendom?
De islam heeft grote eerbied voor Jezus, Die in het Arabisch Isa heet, als een van de grootste profeten. De Koran noemt Hem de Messias, geboren uit de maagd Maria (soera 19 draagt haar naam), Die wonderen deed. Toch is Jezus in de islam een mens en een dienaar van God, door God geschapen zoals Adam (soera 3:59). Dat God een Zoon zou hebben, wijst de Koran af (soera 19:35). Over het kruis zegt soera 4:157-158 dat Hij niet gedood en niet gekruisigd werd: het leek hun alleen zo, en God nam Hem tot Zich. Veel moslims geloven dat een ander in Zijn plaats stierf. De laatste profeet is volgens de islam Mohammed, het zegel van de profeten (soera 33:40).
Het Nieuwe Testament spreekt over Jezus als meer dan een profeet. God 'heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon' (Hebreeën 1:1). Petrus beleed Hem als de Christus, de Zoon van de levende God (Mattheüs 16:16), en Thomas noemde Hem Heere en God (Johannes 20:28). Meer daarover leest u bij de vraag of Jezus God is.
Het kruis is in het christelijk geloof ook geen bijzaak. Paulus gaf als eerste en voornaamste door 'dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage' (1 Korinthe 15:3-4). Waarom die dood nodig was, leest u bij de vraag waarom Jezus moest sterven.
Bijbel en Koran: welk boek is Gods Woord?
Voor moslims is de Koran het letterlijke woord van God, in het Arabisch neergezonden aan Mohammed door de engel Djibriel (Gabriël), in de jaren tussen ongeveer 610 en 632. De islam erkent ook de Thora, de Psalmen en het Evangelie als eerdere openbaringen, al geloven veel moslims dat die geschriften in de loop der eeuwen veranderd zijn, en dat de Koran de laatste en zuiver bewaarde openbaring is.
Christenen geloven dat de hele Bijbel van God komt. Hij is over vele eeuwen door mensen geschreven, in het Hebreeuws, Aramees en Grieks, onder de leiding van de Heilige Geest (2 Timotheüs 3:16; 2 Petrus 1:21). Het belangrijkste verschil zit echter elders. In de islam is een boek het hoogtepunt van Gods spreken; in het christelijk geloof is dat een Persoon: 'het Woord is vlees geworden', schrijft Johannes (Johannes 1:14). De Schriften getuigen van Hem (Johannes 5:39).
Zonde en verlossing: het verschil tussen islam en christendom
Volgens de islam wordt een mens geboren zonder erfzonde, met een natuurlijke aanleg om God te kennen (fitra), al is hij zwak en vergeetachtig. God is barmhartig en vergeeft wie zich met berouw tot Hem keert (tawba). Het leven van een moslim rust op vijf zuilen:
- de geloofsbelijdenis (sjahada): er is geen god dan God, en Mohammed is Zijn gezant;
- het gebed (salat), vijf keer per dag;
- de verplichte gave aan armen (zakat);
- het vasten in de maand ramadan;
- de pelgrimstocht naar Mekka (hadj), voor wie daartoe in staat is.
Op de dag van het oordeel worden de daden gewogen. Veel moslims spreken daarom met hoop, maar zonder zekerheid over hun eeuwige bestemming.
De Bijbel peilt de zonde dieper. Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God (Romeinen 3:23); het probleem is ons hart, en niet alleen onze daden. Daarom komt de redding helemaal van God: 'Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme' (Efeze 2:8-9). Aan het kruis droeg Christus de straf die zondaren verdiend hadden, zodat God rechtvaardig is en tegelijk rechtvaardigt wie in Jezus gelooft (Romeinen 3:26). Goede werken volgen uit dankbaarheid. Wie zo op Christus vertrouwt, mag weten dat hij het eeuwige leven heeft (1 Johannes 5:13).
Hebben moslims dezelfde God? Waar christenen verschillen
Wat vaststaat: Arabischsprekende christenen noemen God al eeuwenlang Allah, ook in hun Bijbelvertalingen; het woord is niet het probleem. De vraag is of de God Die moslims aanbidden, de God is Die Zich in de Bijbel bekendmaakt. Christenen beantwoorden die vraag verschillend.
- Dezelfde God: de Rooms-Katholieke Kerk zegt in documenten van het Tweede Vaticaans Concilie (Lumen gentium 16 en Nostra aetate 3) dat moslims met christenen de ene, barmhartige God aanbidden.
- Dezelfde Schepper bedoeld, verkeerd gekend: veel protestanten zeggen dat moslims de Schepper van hemel en aarde bedoelen, maar Hem niet kennen zoals Hij Zich in Christus heeft geopenbaard. Zij wijzen op Paulus in Athene (Handelingen 17:23).
- Een andere god: veel evangelische en reformatorische christenen zeggen dat een god zonder Zoon een andere god is dan de Drie-enige.
In reformatorische kerken ligt de nadruk niet op de woordkeus, wel op wat de Schrift zelf zegt: 'Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet' (1 Johannes 2:23). God is alleen recht te kennen in Christus, Die zei: 'Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij' (Johannes 14:6). In de uitleg van Johannes 14 leest u het verband van die woorden. Dat is een oordeel over de weg tot God, geen oordeel over de oprechtheid van moslims. Christenen zijn geroepen om verantwoording af te leggen van hun hoop met zachtmoedigheid (1 Petrus 3:15). Hoe de Bijbel de omgang met andersgelovigen beschrijft, leest u bij bijbelteksten over islam en moslims.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
Artikel 8 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt één enig God, één in wezen, in Wie drie Personen zijn: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, waarlijk onderscheiden en toch één God. Artikel 9 grondt die leer op de getuigenissen van het Oude en het Nieuwe Testament. Het zegt ook dat de kerk haar sinds de apostelen heeft bewaard tegen wie haar afwezen, en noemt daarbij uitdrukkelijk de mohammedanen, zoals moslims toen heetten. Artikel 10 belijdt dat Jezus Christus naar Zijn Goddelijke natuur de eniggeboren Zoon van God is, van eeuwigheid geboren, niet gemaakt of geschapen, één in wezen met de Vader. Dat sluit aan bij Paulus, die schrijft dat in Christus al de volheid der Godheid lichamelijk woont (Kolossenzen 2:9).
Artikel 21 belijdt dat Christus Zichzelf aan het kruis heeft geofferd tot voldoening voor onze zonden, en de artikelen 22 en 23 belijden dat wij voor God gerechtvaardigd worden door het geloof alleen, om Christus' wil, zonder onze werken.
'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft' (Johannes 3:16)