Inleiding tot Johannes 14
Johannes 14 behoort tot de meest geliefde en troostrijke hoofdstukken van de Bijbel. Het vormt het begin van Jezus' afscheidsrede aan zijn leerlingen, waarin Hij hen voorbereidt op zijn naderende dood en opstanding. In dit hoofdstuk vinden we enkele van de meest bekende uitspraken van Jezus, waaronder "Ik ben de weg en de waarheid en het leven" en de belofte van de Heilige Geest.
Het huis van de Vader (Johannes 14:1-4)
Jezus begint met troostende woorden: "Laat uw hart niet bedroefd zijn" (vers 1). Deze woorden komen na de aankondiging dat Hij hen zou verlaten en dat Petrus Hem zou verloochenen. De leerlingen waren geschokt en verdrietig, maar Jezus biedt hen hoop.
De belofte van "vele woningen" in het huis van de Vader (vers 2) heeft door de eeuwen heen christenen getroost. Het Griekse woord "mone" betekent letterlijk "verblijfplaatsen" en wijst op permanente, veilige woningen. Jezus verzekert zijn volgelingen dat er plaats is voor iedereen die in Hem gelooft.
De belofte "Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken" (vers 2) toont Jezus' liefde en zorg voor zijn volgelingen. Hij denkt niet alleen aan het heden, maar ook aan hun eeuwige toekomst.
Jezus als de weg naar de Vader (Johannes 14:5-14)
Wanneer Thomas vraagt hoe zij de weg kunnen weten (vers 5), geeft Jezus een van zijn meest beroemde "Ik ben" uitspraken: "Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij" (vers 6).