Met Pasen en in de lijdensweken staat het kruis in het midden. Toch is het voor veel mensen een raadsel waarom de Zoon van God op zo'n manier moest sterven. Was dat echt nodig, of had God de mensen ook gewoon kunnen vergeven? Op deze pagina leest u in gewone woorden wat de Bijbel daarover zegt: waarom Jezus stierf, waarom het niet anders kon, waarom het juist een kruis was en hoe de kerk dit altijd heeft beleden.
Waarom moest Jezus sterven volgens de Bijbel?
Jezus wist Zelf dat Zijn weg naar het kruis leidde (Mattheüs 16:21). Na Zijn opstanding zei Hij tegen de twee mannen op weg naar Emmaüs: 'Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?' (Lukas 24:26). Dat woord 'moest' wijst op Gods plan. Petrus noemde het later de bepaalde raad en voorkennis van God (Handelingen 2:23).
Waarom dat plan? Jezus zegt Zelf dat Hij gekomen is om 'Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen' (Markus 10:45). Een rantsoen is een losprijs, betaald om een gevangene vrij te kopen.
Eeuwen eerder had de profeet Jesaja dit al gezien. In Jesaja 53 beschrijft hij de lijdende Knecht van de HEERE: 'Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden' (Jesaja 53:5). Het Nieuwe Testament past dit hoofdstuk toe op Jezus (Handelingen 8:32-35). Kort gezegd: Jezus stierf om de straf te dragen die wij verdiend hadden, zodat wij vrede met God ontvangen.
Waarom kon God de zonde niet zomaar vergeven?
Mensen vergeven elkaar toch ook zonder dat er iemand hoeft te sterven? Het verschil zit in wie God is. Hij is liefde, en Hij is tegelijk volkomen heilig en rechtvaardig. Toen de HEERE Zijn Naam aan Mozes uitriep, noemde Hij Zichzelf de God 'Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt' (Exodus 34:7). Beide horen bij Hem: Hij wil vergeven, en Hij doet geen onrecht.
Zonde is opstand tegen God Zelf, en het loon van de zonde is de dood (Romeinen 6:23). Een rechter die een schuldige vrijspreekt zonder dat er recht gedaan wordt, is geen goede rechter. Als God de zonde zou wegwuiven, zou Hij Zijn eigen gerechtigheid en Zijn eigen woord verloochenen.
Daarom gaf God Zelf de oplossing. Paulus schrijft dat God Christus gegeven heeft als verzoening door Zijn bloed (Romeinen 3:25), 'opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is' (Romeinen 3:26). Aan het kruis blijft God rechtvaardig, want de straf wordt werkelijk gedragen. En toch kan Hij de zondaar die gelooft vrijspreken. Het bloed van dieren kon de zonde niet wegnemen (Hebreeën 10:4), en een gewoon mens heeft zelf schuld. De Verlosser moest Gods eigen Zoon zijn, Die mens werd. Waarom dat zo is, leest u bij de vraag waarom God mens werd.
Waarom is Jezus gestorven voor onze zonden?
Het hart van het antwoord is één woord: plaatsvervanging. Jezus had Zelf geen zonde. Hij stierf voor de schuld van anderen. Paulus zegt het zo: 'Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem' (2 Korinthe 5:21).
Daar gebeurt een ruil. Christus neemt onze zonde op Zich en draagt de straf die daarbij hoort. Wie in Hem gelooft, ontvangt Zijn gerechtigheid, alsof hij zelf nooit gezondigd had. Petrus schrijft: 'Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden' (1 Petrus 2:24). Met 'het hout' bedoelt hij het kruis.
De offers in het Oude Testament wezen hier al op (Leviticus 17:11). Johannes de Doper noemde Jezus het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29). Meer bijbelteksten over dit thema vindt u bij het onderwerp plaatsvervangend lijden.
Waarom stierf Jezus aan het kruis?
Wie vraagt waarom Jezus gekruisigd werd, krijgt eerst een historisch antwoord. De Joodse raad beschuldigde Hem van godslastering (Mattheüs 26:65-66), en Pontius Pilatus gaf toe aan de eis van de menigte, hoewel hij geen schuld in Hem vond (Lukas 23:4, 23:24).
De Bijbel kijkt dieper. In de wet van Mozes stond dat wie aan het hout gehangen werd, onder Gods vloek lag (Deuteronomium 21:23). Paulus haalt die tekst aan en zegt dat Christus ons van de vloek van de wet verlost heeft, doordat Hij voor ons een vloek werd (Galaten 3:13). De Heidelbergse Catechismus maakt dat persoonlijk: omdat de dood aan het kruis door God vervloekt was, mag de gelovige zeker weten dat Christus de vloek die op hem lag, op Zich genomen heeft (Zondag 15, vraag 39).
Jezus onderging dit vrijwillig. Hij zei dat niemand Zijn leven van Hem nam: Hij legde het Zelf af (Johannes 10:18). Aan het kruis riep Hij uit dat het volbracht was (Johannes 19:30); meer daarover leest u bij de zeven kruiswoorden.
Welke andere visies op de dood van Jezus zijn er?
Over het kruis bestaan ook andere manieren van kijken. Drie komen vaak terug:
- Alleen een voorbeeld. Sommigen zien in Jezus' dood vooral een voorbeeld van liefde dat ons moet bewegen beter te leven. In de zestiende eeuw ontkenden de socinianen dat Christus voor onze zonden betaald heeft. Het klopt dat Christus ons een voorbeeld naliet (1 Petrus 2:21). Toch zegt Petrus drie verzen verder dat Hij onze zonden droeg (1 Petrus 2:24). Een voorbeeld alleen neemt geen schuld weg.
- Alleen een overwinning. Anderen benadrukken de overwinning van Christus over de duivel en het kwaad. Ook dat is bijbels (Kolossenzen 2:15; Hebreeën 2:14). Die overwinning rust echter op de verzoening: de duivel verliest zijn greep omdat de schuld betaald is.
- Een onrechtvaardige straf. Soms wordt gezegd dat het onrecht is als God een onschuldige straft. De Zoon gaf Zichzelf echter uit vrije wil, en God Zelf was in Christus de wereld met Zichzelf aan het verzoenen (2 Korinthe 5:19).
De kerk van de Reformatie heeft vastgehouden aan wat de Schrift zelf in het midden zet: Christus heeft in onze plaats de straf gedragen. Het voorbeeld en de overwinning zijn waar, en ze hangen aan dit midden. Juist zo toont God Zijn liefde: 'Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren' (Romeinen 5:8).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Heidelbergse Catechismus legt eerst uit dat God barmhartig is en ook rechtvaardig, en dat Zijn gerechtigheid eist dat de zonde gestraft wordt (Zondag 4, vraag 11). Wij kunnen die schuld niet zelf betalen, en geen enkel schepsel kan het voor ons doen (Zondag 5, vragen 12-14). In Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus staat dat Christus Zijn hele leven, en vooral aan het einde, de toorn van God tegen de zonde gedragen heeft, als het enige zoenoffer (vraag 37). Zondag 16 geeft het directe antwoord op de vraag waarom Christus moest sterven: omdat 'vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods niet anders voor onze zonden kon betaald worden, dan door den dood van den Zone Gods' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 16, vraag 40).
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in artikel 20 dat God in Christus Zijn gerechtigheid en Zijn barmhartigheid tegelijk liet zien: Zijn gerechtigheid tegenover Zijn Zoon, op Wie onze zonden gelegd werden, en Zijn goedheid en barmhartigheid over ons, die schuldig waren. Artikel 21 belijdt dat Christus Zich als onze Hogepriester voor ons gesteld heeft en Zich eenmaal aan het kruis geofferd heeft, zodat wij geen ander middel nodig hebben om met God verzoend te worden. De Dordtse Leerregels (hoofdstuk II, artikel 3) noemen dit offer van oneindige waarde.
Het kruis is ook het einde van het verhaal niet. Christus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Romeinen 4:25). Wie zijn schuld kent, mag bij dit kruis komen en weten dat de straf gedragen is.
'Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen' (1 Petrus 3:18)