Met Pasen klinken de woorden van de discipelen in Jeruzalem: de Heere is waarlijk opgestaan (Lukas 24:34). Maar is dat werkelijk gebeurd, of is het een verhaal dat alleen troost wil geven? Die vraag stellen twijfelaars, scholieren die op school tegenwerpingen horen, en gelovigen die van hun hoop rekenschap willen geven (1 Petrus 3:15). Hier leest u wat de Bijbel over de opstanding meldt, welke getuigen er zijn, hoe de andere verklaringen het houden en waarom het geloof op deze gebeurtenis rust.
Is Jezus echt opgestaan volgens de Bijbel?
De Bijbel spreekt hierover zonder voorbehoud. De engel bij het graf zei tegen de vrouwen: 'Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft' (Mattheüs 28:6). Jezus had het vooraf aangekondigd: Hij zou gedood worden en ten derden dage opgewekt worden (Mattheüs 16:21). Alle vier de evangeliën vertellen over het lege graf. Het verloop van de paasmorgen leest u in het verhaal van de opstanding van Jezus.
Het oudste geschreven getuigenis staat bij Paulus. Hij geeft door wat hij zelf ontvangen had: dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften, 'En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften' (1 Korinthe 15:4). Met dezelfde woorden ontvangen en overgegeven spreekt hij over het Heilig Avondmaal (1 Korinthe 11:23): de taal van een vaste overlevering. Paulus schreef deze brief volgens de gangbare datering rond het jaar 55, ruim twintig jaar na de kruisiging, en had de boodschap al eerder ontvangen. Meer staat in de uitleg van 1 Korinthe 15.
Is er bewijs voor de opstanding van Jezus?
Een opstanding is niet in een laboratorium te herhalen, wel kan men nagaan wat de getuigen zagen. Dat Jezus onder Pontius Pilatus is terechtgesteld, bevestigt ook de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (Annalen 15.44); meer daarover op de pagina over de historische Jezus. Over wat er na Zijn begrafenis gebeurde, vallen drie gegevens op.
Het lege graf
Jezus werd begraven in het nieuwe graf van Jozef van Arimathea, en de vrouwen zagen waar Hij gelegd werd (Mattheüs 27:60-61; Markus 15:47). De overpriesters lieten het graf verzegelen en bewaken (Mattheüs 27:66). Op de eerste dag van de week vonden de vrouwen het lichaam van de Heere Jezus niet (Lukas 24:3). Petrus zag de doeken liggen en de zweetdoek apart samengerold (Johannes 20:6-7), wat niet wijst op haastige grafroof. De tegenstanders toonden nooit een lichaam; met hun verklaring voor het lege graf gaven zij toe dat het leeg was. Zie ook het lege graf in de Bijbel.
De verschijningen
Paulus somt de getuigen op: Cefas, de twaalven, Jakobus (de broer van de Heere, Galaten 1:19), al de apostelen en ten slotte hijzelf. Daartussen staat: 'Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is' (1 Korinthe 15:6). Daarmee nodigt Paulus zijn lezers uit het bij de getuigen zelf na te gaan. Wie een verhaal verzint, verwijst niet naar honderden mensen die nog leven.
Bovendien waren vrouwen de eerste getuigen. De apostelen vonden hun woorden eerst ijdel geklap en geloofden hen niet (Lukas 24:11). Wie een verhaal bedenkt om te overtuigen, laat het niet beginnen bij getuigen die door de eigen kring eerst niet geloofd werden.
Veranderde discipelen
Na de kruisiging zaten de discipelen achter gesloten deuren, uit vrees voor de Joden (Johannes 20:19). Zeven weken later stond Petrus in Jeruzalem en zei: 'Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn' (Handelingen 2:32). Bedreigd door de Joodse raad antwoordden Petrus en Johannes dat zij niet konden zwijgen over wat zij gezien en gehoord hadden (Handelingen 4:20). De apostel Jakobus, de broer van Johannes, werd met het zwaard gedood (Handelingen 12:2). Dat hebben zij niet overgehad voor een verhaal dat zij zelf bedacht hadden. Ook wie eerst niet geloofde, veranderde. De broers van Jezus geloofden eerst niet in Hem (Johannes 7:5). Na Zijn opstanding is Hij gezien van Jakobus (1 Korinthe 15:7), en Zijn broeders waren met de discipelen in Jeruzalem eendrachtig in het gebed (Handelingen 1:14). Ook Paulus, die de gemeente van God had vervolgd, werd een getuige (1 Korinthe 15:9).
Zijn er andere verklaringen voor het lege graf?
Drie andere verklaringen komen steeds terug. Zij verdienen een eerlijk antwoord.
- De discipelen hebben het lichaam gestolen. Dit is de oudste verklaring. Mattheüs vertelt dat de wachters geld kregen om te zeggen: 'Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen' (Mattheüs 28:13). Bange mannen achter gesloten deuren overmeesteren echter geen bewaakt graf, en wie een lichaam verstopt, laat zich niet vervolgen voor de prediking dat Hij leeft.
- Jezus was alleen schijndood. Een soldaat doorstak Zijn zijde, en er kwam bloed en water uit (Johannes 19:34). Pilatus liet zich door de hoofdman over honderd bevestigen dat Hij gestorven was (Markus 15:44-45). Een zwaargewonde die uit het graf strompelt, overtuigt bovendien niemand ervan dat Hij de dood heeft overwonnen.
- De discipelen hadden hallucinaties. Hallucinaties zijn persoonlijke ervaringen; hier zagen hele groepen tegelijk dezelfde Heere. Jezus nodigde Thomas uit Zijn handen en zijde aan te raken (Johannes 20:27) en at voor hun ogen een stuk gebraden vis (Lukas 24:42-43). Een visioen verklaart ook het lege graf niet.
Geen van deze verklaringen past bij alle gegevens tegelijk. Dat maakt de opstanding nog geen rekensom, want het geloof rust op het getuigenis dat God in Zijn Woord geeft. Wel laat het zien dat wie de opstanding gelooft, geen sprong in het duister maakt. De Heere stuurde Thomas met zijn twijfel ook niet weg. Hij kwam naar hem toe en zei: 'zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben' (Johannes 20:29).
Is Jezus opgestaan met hetzelfde lichaam?
Sommigen zeggen dat de opstanding alleen geestelijk bedoeld is: Jezus zou voortleven in de herinnering en het geloof van Zijn volgelingen. Zo spreekt de Bijbel er nergens over. Toen de discipelen meenden een geest te zien, zei Jezus: 'tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb' (Lukas 24:39). Het graf was leeg, omdat het lichaam dat gekruisigd was, levend werd. Wel was het verheerlijkt: gesloten deuren hielden Hem niet tegen (Johannes 20:19), en Paulus spreekt van een geestelijk lichaam (1 Korinthe 15:44), een lichaam dat geheel door de Geest van God beheerst wordt.
Al in de tijd van de apostelen waren er mensen die de opstanding der doden loochenden of zeiden dat die alrede geschied was (1 Korinthe 15:12; 2 Timotheüs 2:18). Paulus antwoordt dat wie dat zegt, ook ontkent dat Christus is opgewekt (1 Korinthe 15:13). De kerk van alle eeuwen heeft het vergeestelijken van de opstanding afgewezen, want een opstanding die alleen geestelijk is, verklaart het lege graf niet en geeft geen hoop voor het lichaam dat wij eens begraven.
Waarom is de opstanding van Jezus zo belangrijk?
Paulus zet alles op deze ene gebeurtenis: 'En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden' (1 Korinthe 15:17). Zonder opstanding was Jezus een goed mens die stierf, en blijft de schuld liggen. Christus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Romeinen 4:25). In de opstanding laat God zien dat Hij het offer van Zijn Zoon heeft aangenomen.
De opstanding raakt ook de toekomst van ieder die in Hem gelooft. Jezus noemt Zich de Opstanding en het Leven (Johannes 11:25), en Paulus noemt Hem de Eersteling van hen die ontslapen zijn (1 Korinthe 15:20); zoals de eerstelingen de oogst aankondigen, kondigt Zijn opstanding die van de gelovigen aan. Wat dat betekent voor het leven na het sterven, leest u bij de vraag of er leven is na de dood.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
Met de Twaalf Artikelen belijdt de kerk van oudsher dat Christus op de derde dag is opgestaan uit de doden. In Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 45) wordt gevraagd wat de opstanding van Christus ons nut. Christus heeft door Zijn opstanding de dood overwonnen, zodat Hij ons de gerechtigheid kan schenken die Hij door Zijn dood verworven heeft. Wij worden door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. En: 'Ten derde, is ons de opstanding van Christus een zeker pand onzer zalige opstanding' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 17, vraag 45). Wie door het geloof met Christus verbonden is, deelt in Zijn overwinning.
'Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden' (1 Petrus 1:3)