De vraag hoe oud de aarde is, raakt aan twee dingen die christenen allebei serieus nemen: het Woord van God en de wereld die Hij gemaakt heeft. Geologen spreken over miljarden jaren, terwijl wie Genesis leest bij een veel kortere geschiedenis uitkomt. Hieronder leest u welke gegevens de Bijbel zelf geeft, hoe de bekende rekensom van zesduizend jaar tot stand kwam, welke opvattingen er onder christenen bestaan en wat de belijdenisgeschriften vaststellen.
Wat zegt de Bijbel over de ouderdom van de aarde?
De Bijbel begint met een zin die alles draagt: 'In den beginne schiep God den hemel en de aarde' (Genesis 1:1). Er was dus een begin, en vóór dat begin was er alleen God. Een jaartal noemt de Schrift daarbij nergens.
Wel geeft de Bijbel tijdsaanduidingen. Genesis 1 verdeelt het scheppingswerk over zes dagen, elk afgesloten met dezelfde woorden: 'Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag' (Genesis 1:5). Daarna volgen geslachtsregisters met leeftijden: Genesis 5 loopt van Adam tot Noach, Genesis 11 van Sem tot Abram. Bij elke vader staat hoe oud hij was toen zijn zoon geboren werd; Adam was bijvoorbeeld honderddertig jaar bij de geboorte van Seth (Genesis 5:3). In de uitleg van Genesis 1 leest u het scheppingsverhaal vers voor vers.
Hoe oud is de aarde volgens de Bijbel als u de geslachtsregisters optelt?
Wie de getallen uit Genesis 5 optelt en de zeshonderd jaren van Noach bij de zondvloed meerekent (Genesis 7:6), komt van de schepping tot de vloed op 1656 jaar. Genesis 11 voegt daar bijna drie eeuwen aan toe tot de geboorte van Abram. Abraham leefde ongeveer tweeduizend jaar voor Christus, onder meer terug te rekenen via 1 Koningen 6:1 en Exodus 12:40. Zo komt de schepping rond vierduizend jaar voor Christus uit, ongeveer zesduizend jaar geleden.
De bekendste uitkomst is die van de Ierse aartsbisschop James Ussher. In zijn Annales Veteris Testamenti (1650) rekende hij de schepping terug tot het jaar 4004 voor Christus. Een eeuw eerder schreef Johannes Calvijn dat de wereld nog geen zesduizend jaar bestond (Institutie, boek I, hoofdstuk 14, paragraaf 1).
Twee kanttekeningen maken de rekensom minder eenvoudig:
- De oude Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, heeft in Genesis 5 en 11 vaak hogere leeftijden bij de geboorte van de zoon en komt daardoor ruim duizend jaar verder terug.
- Geslachtsregisters slaan soms namen over. Volgens Mattheüs 1:8 was Joram de vader van Ozias, terwijl 1 Kronieken 3:11-12 tussen Joram en Azaria (Ozias) nog Ahazia, Joas en Amazia noemt. Lukas noemt een Kaïnan tussen Arfaxad en Sela (Lukas 3:35-36), die in de Hebreeuwse tekst van Genesis 11 ontbreekt.
Wie meent dat ook Genesis 5 en 11 namen overslaan, rekt de tijd op; wie wijst op de exacte leeftijden bij elke geboorte, houdt de registers voor aaneengesloten.
Waren de zes scheppingsdagen gewone dagen?
Voor gewone dagen pleit dat elke scheppingsdag een nummer heeft en een avond en morgen, en vooral het vierde gebod. God gebiedt Israël zes dagen te werken en op de zevende te rusten, en geeft als reden: 'Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage' (Exodus 20:11). De werkweek van de mens volgt hier de week van God.
Anderen wijzen erop dat het woord dag in de Bijbel ook een langere tijd kan aanduiden. Direct na de scheppingsweek vat Genesis het hele werk samen als 'ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte' (Genesis 2:4). De lichten aan het uitspansel, zon en maan, komen pas op de vierde dag (Genesis 1:14-19), en bij de zevende dag ontbreekt de slotformule van avond en morgen. Ook Psalm 90 wordt genoemd: 'Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren' (Psalm 90:4).
Het bekendste vers in deze discussie is 2 Petrus 3:8: 'dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag'. Wie aan gewone dagen vasthoudt, antwoordt dat Petrus hier spreekt over Gods geduld met het oog op de wederkomst (2 Petrus 3:9). Het vers zegt in zijn verband dat God boven de tijd staat; een omrekeningssleutel voor Genesis 1 geeft het niet.
Hoe oud is de mensheid volgens de Bijbel?
De Bijbel noemt Adam de eerste mens, door God geformeerd uit het stof der aarde (Genesis 2:7). Het geslachtsregister van de Heere Jezus loopt terug tot Adam, die daar de zoon van God genoemd wordt (Lukas 3:38). Wie de registers volgt, komt voor de mensheid op dezelfde ongeveer zesduizend jaar uit. De Heere Jezus zegt over het huwelijk: 'Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt' (Markus 10:6). Archeologen en biologen rekenen met een veel hogere ouderdom.
Wat in de reformatorische traditie zwaar weegt, is dat Paulus Adam en Christus naast elkaar zet. Door één mens kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood (Romeinen 5:12); door de ene Mens Jezus Christus komt de genade Gods overvloedig tot velen (Romeinen 5:15). Wie Adam tot een beeld maakt, raakt ook aan het werk van Christus. Daarom houden ook veel christenen met een oude aarde vast aan Adam als historisch mens.
Waar christenen verschillen
Wat vaststaat, belijden alle bijbelgetrouwe christenen samen: 'Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden' (Hebreeën 11:3). God Zelf heeft geen begin; daarover gaat de vraag wie God gemaakt heeft. Over het hoe en het wanneer lopen de opvattingen uiteen:
- Jonge aarde: zes gewone dagen en een aarde van enkele duizenden jaren. De tekst van Genesis 1 en Exodus 20:11 wijst daarop, en God zag dat alles 'zeer goed' was (Genesis 1:31), zonder dood vóór de zondeval (Romeinen 5:12). Aanhangers zien veel aardlagen als gevolg van de zondvloed en wijzen op de aannames achter dateringsmethoden.
- Dag-tijdperk: elke scheppingsdag is een lang tijdperk. De volgorde van Genesis 1 blijft dan staan, en de aarde kan zo oud zijn als geologen zeggen, ongeveer 4,5 miljard jaar. Men beroept zich op Genesis 2:4 en Psalm 90:4.
- Kaderopvatting: de zes dagen zijn een ordening van het verhaal. Dag één tot drie maken de ruimten (licht, lucht en water, land), dag vier tot zes vullen ze (lichten, vissen en vogels, landdieren en de mens). Arie Noordtzij werkte dit uit in Gods Woord en der eeuwen getuigenis (1924). Over de duur zegt Genesis 1 dan niets.
In de reformatorische kerken is de eerste opvatting het meest gangbaar: Genesis 1 wordt gelezen als geschiedenis, omdat de tekst zelf, het vierde gebod en het spreken van Christus en de apostelen over Adam daarop wijzen. Tegelijk zijn er bijbelgetrouwe uitleggers die een oude aarde aannemen en even stellig belijden dat God alles schiep. Spot past hier bij geen van beide kanten. Worstelt u, of uw kind, met het verschil tussen wat op school wordt geleerd en wat de kerk belijdt, bespreek het dan gerust met uw predikant of catecheet. Hoe Schrift en natuuronderzoek zich verhouden, leest u in het artikel over Bijbel en wetenschap.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Schrift zegt dat alle dingen door het Woord gemaakt zijn (Johannes 1:3), en zo vat de kerk het ook samen. In Zondag 9 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 26) belijdt de gelovige dat God de Vader 'hemel en aarde met al wat er in is uit niet geschapen heeft'. Direct daarna belijdt hij dat God Zijn schepping nog onderhoudt en regeert.
Artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Vader door het Woord, dat is door de Zoon, hemel en aarde en alle schepselen uit niets geschapen heeft, toen het Hem goed dacht. Artikel 2 noemt de schepping een schoon boek waarin de schepselen als letters zijn, en zegt dat God Zich nog duidelijker bekendmaakt in Zijn Woord.
Geen van de belijdenisgeschriften noemt een ouderdom van de aarde; wel leggen ze vast dat de wereld uit Gods hand komt. Meer leest u bij het onderwerp schepping en in het verhaal van de schepping.
'Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God' (Psalm 90:2)