Op internet duikt geregeld de bewering op dat de Bijbel een platte aarde leert. Soms komt die van mensen die willen laten zien dat de Bijbel achterhaald is, soms van christenen die de aarde echt voor plat houden. Beide groepen wijzen naar dezelfde teksten. Hier leest u welke teksten dat zijn, wat er in de Statenvertaling staat en hoe ze bedoeld zijn. Ook komt aan bod of christenen in de middeleeuwen dachten dat de aarde plat was.
Is de aarde rond of plat volgens de Bijbel?
De Bijbel beschrijft de vorm van de aarde niet zoals een aardrijkskundeboek. Zij spreekt over de aarde zoals een mens haar ziet: een wijd land onder de hemel, met zeeën, bergen en einden. Een leer dat de aarde plat is, staat er niet in.
De tekst die het vaakst genoemd wordt, is Jesaja 40:22. Daar staat over God: 'Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen' (Jesaja 40:22). Kloot is een oud woord voor bol; wij kennen het nog uit het woord aardkloot. Andere vertalingen hebben hier cirkel of kring. Hetzelfde Hebreeuwse woord staat in Spreuken 8:27, waar de Statenvertaling spreekt van een cirkel over het vlakke des afgronds. Of de profeet aan een bol of aan een cirkel dacht, valt uit dit ene woord niet met zekerheid op te maken.
Belangrijker is waar Jesaja het over heeft. Het hoofdstuk troost Gods volk met de grootheid van hun God: naast Hem zijn de mensen als sprinkhanen. Eén vers eerder vraagt de profeet: 'Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?' (Jesaja 40:21). Grondvesten en kloot staan zo vlak naast elkaar. Dat laat zien dat het om beelden gaat die de majesteit van de Schepper tonen. Het verband leest u in de uitleg van Jesaja 40.
Ook Job zegt iets opvallends: 'Hij hangt de aarde aan een niet' (Job 26:7). Job prijst hier Gods macht: de aarde rust op niets anders dan op Zijn woord en Zijn hand. Wie zich over dit vers verwondert, doet dat terecht. Job wil hier echter Gods macht prijzen en geen natuurkunde leren.
Wat betekenen de vier hoeken der aarde?
Wie een platte aarde in de Bijbel zoekt, wijst vaak naar Openbaring 7: 'En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde' (Openbaring 7:1). Een aarde met hoeken zou een vierkant zijn, en dus plat.
Die lezing houdt geen stand. Johannes beschrijft een visioen, vol tekenen en getallen. De vier hoeken horen bij de vier winden: het zijn de vier windstreken, noord, oost, zuid en west. Wij zeggen nog steeds dat mensen uit alle windstreken komen, zonder te denken dat de wind uit de hoeken van een plank waait. Jesaja gebruikt een vergelijkbare uitdrukking als hij zegt dat God Zijn verstrooide volk zal vergaderen van de vier einden des aardrijks (Jesaja 11:12). Bedoeld is: van overal.
Soms wordt ook de verzoeking genoemd, waarin de duivel de Heere Jezus op een zeer hoge berg al de koninkrijken der wereld toonde (Mattheüs 4:8). Lukas schrijft dat het gebeurde in een ogenblik tijds (Lukas 4:5). Het gaat om wat de verzoeker voorhield, en niet om een uitkijkpunt boven een platte aarde.
Rust de aarde op pilaren en grondvesten?
De Bijbel spreekt geregeld over de grondvesten en pilaren van de aarde (1 Samuël 2:8; Job 9:6). En de psalmdichter zegt: 'Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen' (Psalm 104:5).
Dit is de taal van het lied en het gebed: de aarde als een huis dat God gebouwd heeft. In Job 38 vraagt de HEERE waar Job was toen Hij de aarde grondde, en Hij noemt daarbij de maten, het richtsnoer en de hoeksteen (Job 38:4-6). Niemand leidt daaruit af dat er een hoeksteen onder de aarde ligt. Het beeld zegt dat de aarde vaststaat omdat God haar draagt. Hetzelfde boek Job zegt ook dat God de aarde aan een niet hangt. Twee beelden die men niet samen tot één bouwtekening kan maken, laten zien dat geen van beide als bouwtekening bedoeld is.
Waarom spreekt de Bijbel over de zon die opgaat?
Ook Psalm 19 wordt soms aangehaald. God heeft in de hemel een tent gesteld voor de zon (Psalm 19:5), en de zon gaat uit als een bruidegom uit zijn slaapkamer. Dan volgt: 'Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven' (Psalm 19:7). De Prediker zegt het nuchterder: de zon rijst op en gaat onder (Prediker 1:5).
Zo spreekt ieder mens. Ook wie weet dat de aarde draait, zegt dat de zon opkomt en ondergaat. Dat heet de taal van de waarneming: men beschrijft wat het oog ziet. Johannes Calvijn wees daar al op in zijn commentaar op Genesis 1. Bij vers 16 merkt hij op dat Mozes zon en maan de twee grote lichten noemt, al konden sterrenkundigen aantonen dat Saturnus groter is dan de maan. Mozes schreef op de wijze van het gewone volk, zodat ook eenvoudige mensen het verstonden. Bij vers 6 schrijft Calvijn dat wie sterrenkunde wil leren, elders moet zoeken.
Psalm 19 wijst zelf de goede weg. De psalm begint bij de hemel die Gods eer vertelt en komt uit bij de volmaakte wet des HEEREN, bekerende de ziel (Psalm 19:8). De zon is daar een getuige van Gods heerlijkheid.
Geloofden christenen vroeger dat de aarde plat was?
Een hardnekkig verhaal zegt dat de kerk in de middeleeuwen een platte aarde leerde, en dat Columbus bang was van de rand af te varen. Dat klopt niet. Al in de derde eeuw voor Christus berekende de Griekse geleerde Eratosthenes de omtrek van de aarde, en geleerde christenen in de middeleeuwen gingen uit van een bol. Thomas van Aquino gebruikt de ronde aarde in zijn Summa Theologiae (deel I, vraag 1, artikel 1) als voorbeeld: zowel de sterrenkundige als de natuurkundige kan aantonen dat de aarde rond is, ieder op zijn eigen manier. Het verzet tegen de plannen van Columbus ging over de afstand naar Azië, en niet over de vorm van de aarde.
De historicus Jeffrey Burton Russell liet in Inventing the Flat Earth (1991) zien dat dit verhaal pas in de negentiende eeuw breed verspreid raakte, onder meer door de Columbusbiografie van Washington Irving uit 1828. Wel verdedigden enkele vroege schrijvers een platte aarde, zoals Lactantius in zijn Goddelijke onderwijzingen. Zij bleven een kleine minderheid, en hun mening werd geen leer van de kerk. Met de psalmdichter bleven christenen belijden dat de aarde des HEEREN is (Psalm 24:1), welke vorm zij ook had.
Maakt beeldtaal de Bijbel minder betrouwbaar?
Achter deze vraag zit vaak een diepere: kan ik de Bijbel nog vertrouwen als zij zo spreekt? Het antwoord is ja. 'Al de Schrift is van God ingegeven' (2 Timotheüs 3:16), en wat God zegt, is waar. Ware taal hoeft geen technische taal te zijn. Wie zegt dat de zon ondergaat, liegt niet. Zo spreekt de Bijbel over de aarde: betrouwbaar, en zo dat een herder in Israël en een kind van nu het verstaan.
Het doel van de Schrift ligt elders. Johannes schrijft dat zijn evangelie geschreven is opdat de lezer gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en het leven heeft in Zijn Naam (Johannes 20:31). Wie van de Bijbel een sterrenkundeboek maakt, mist die kern. Dat geldt voor wie de Bijbel om een platte aarde afwijst, en net zo goed voor wie er een platte aarde mee wil bewijzen. Meer over geloof en natuurwetenschap leest u in het artikel over de Bijbel en de wetenschap, en over het gezag van de Schrift bij de vraag of de Bijbel te vertrouwen is. Een verwante vraag is hoe oud de aarde volgens de Bijbel is.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften zeggen niets over de vorm van de aarde, wel over de manier waarop God Zich bekendmaakt. Artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt twee middelen. Het eerste is de schepping, onderhouding en regering van de wereld, die voor onze ogen is als een mooi boek waarin alle schepselen als letters zijn. Het tweede is Gods heilig Woord, waardoor Hij Zich nog duidelijker en volkomener bekendmaakt. Wie de schepping beschouwt, ziet daarin Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid (Romeinen 1:20). Artikel 7 belijdt dat de Schrift alles bevat wat een mens moet geloven om zalig te worden.
De Heidelbergse Catechismus belijdt in Zondag 9 dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus 'hemel en aarde met al wat er in is uit niet geschapen heeft' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 9, vraag 26). Hoe die aarde gevormd is, mogen mensen onderzoeken. De gelovige belijdt dat God haar gemaakt heeft en nog onderhoudt, en dat Hij om Christus' wil de Vader van de gelovige is. Meer bijbelteksten daarover vindt u bij wat de Bijbel over de schepping zegt.
'De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk' (Psalm 19:2)