Inleiding tot Psalmen 90
Psalmen 90 is een unieke psalm in de Bijbel omdat het het enige gebed is dat expliciet wordt toegeschreven aan Mozes, de man Gods. Deze psalm vormt een krachtige meditatie over de eeuwigheid van God en de vergankelijkheid van het menselijk leven. Het is een van de oudste psalmen en biedt ons tijdloze wijsheid over hoe we ons korte leven op aarde kunnen leven in het licht van Gods eeuwige karakter.
Gods Eeuwige Karakter (verzen 1-2)
De psalm begint met een prachtige verklaring van Gods eeuwigheid: 'Heere, Gij zijt ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht. Eer de bergen geboren waren en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.' Mozes benadrukt hier dat God boven tijd en ruimte verheven is. Terwijl bergen ontstaan en vergaan, en terwijl generaties komen en gaan, blijft God onveranderlijk.
Dit geeft ons troost in onzekere tijden. God is onze 'toevlucht' - een veilige haven die door alle generaties heen standhoudt. Deze eeuwige stabiliteit van God contrasteert scherp met de vergankelijkheid van het menselijk bestaan.
De Vergankelijkheid van de Mens (verzen 3-6)
In vers 3 lezen we: 'Gij doet de mens wederkeren tot verbrijzeling.' Dit verwijst naar Genesis 3:19, waar God tegen Adam zegt dat hij tot stof zal terugkeren. Mozes gebruikt beeldspraak om de korte levensduur van mensen te beschrijven - we zijn als gras dat 's morgens bloeit maar 's avonds verdort.