Ga naar hoofdinhoud
Schepping en wetenschap

Is de ark van Noach gevonden?

Kort antwoord

Nee, de ark van Noach is niet gevonden: geen enkele claim is bewezen. De Bijbel zegt alleen dat de ark rustte op de bergen van Ararat (Genesis 8:4), een bergland en geen bepaalde top. Bekende claims, zoals de Durupinar-formatie, hielden bij onderzoek geen stand. Het geloof rust op Gods Woord en hangt niet af van een vondst.

Bijna elk jaar duikt er een bericht op dat de ark van Noach in Turkije gevonden zou zijn. Er gaan foto's rond van een bootvormige heuvel of van balken in het ijs van een hoge berg. Voor wie de Bijbel liefheeft, klinkt dat aantrekkelijk. Op deze pagina leest u wat de Bijbel zelf zegt over de plaats waar de ark bleef, welke claims er bestaan en wat ervan overblijft, en waarom het geloof niet hoeft te wachten op een vondst.

Waar strandde de ark? De ark van Noach en de Ararat

Genesis 8 vertelt hoe de wateren na de zondvloed afnamen: 'En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat' (Genesis 8:4). Let op het meervoud. De Bijbel noemt geen bepaalde berg, wel een bergland. Ararat is in de Schrift de naam van een land. De zonen van de Assyrische koning Sanherib vluchtten na de moord op hun vader, 'doch zij ontkwamen in het land van Ararat' (2 Koningen 19:37). Jeremia noemt Ararat een koninkrijk naast Minni en Askenaz (Jeremia 51:27). Assyrische inscripties noemen dit gebied Urartu, een koninkrijk rond het Vanmeer, in het oosten van het huidige Turkije en in Armenië.

De hoge, besneeuwde berg die nu de Ararat heet (in het Turks Ağrı Dağı, ruim 5.100 meter), kreeg die naam pas later in de overlevering. Een oude joodse en Syrische overlevering zocht de landingsplaats verder naar het zuiden, in de bergen van Kardu bij de Tigris, waar nu de Cudi Dağı ligt; de Koran noemt een berg Al-Djoedi (soera 11:44). Wie de uitleg van Genesis 8 leest, ziet dat de tekst de plaats ruim aanduidt. Op welke top de ark precies terechtkwam, weten wij niet.

Is de ark van Noach gevonden op de berg Ararat?

Over de vraag of de ark van Noach gevonden is, gaan al heel lang verhalen rond. De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus schreef in de eerste eeuw na Christus dat in Armenië nog resten van de ark werden aangewezen. Hij haalde daarbij de Babylonische geschiedschrijver Berossus aan, volgens wie mensen er pek van afschraapten om als amulet te dragen (Joodse Oudheden, boek I, hoofdstuk 3). Dat laat zien hoe oud de belangstelling is. Over wat er vandaag op een berg ligt, zegt het weinig.

In de twintigste eeuw trokken verschillende expedities de Ağrı Dağı op. Drie claims kregen veel aandacht:

  • Hout uit het ijs (1955): een Franse ontdekkingsreiziger bracht stukken bewerkt hout van de berg mee. Koolstofdateringen kwamen later uit op ongeveer de zevende of achtste eeuw na Christus, veel te jong voor de ark.
  • De Ararat-anomalie: een donkere vlek op luchtfoto's en satellietbeelden van de noordwesthelling. De meeste deskundigen die de vrijgegeven beelden bestudeerden, zien er rots en ijs in; een bewijs voor een schip leverden de beelden niet.
  • Houten kamers op 4.000 meter (2010): een evangelische groep uit Hongkong toonde beelden van balken in een grot. Andere onderzoekers, ook christenen die de zondvloed als geschiedenis aanvaarden, hadden ernstige twijfels over de herkomst van het hout, en onafhankelijk onderzoek bleef uit.

Daar komt bij dat ook echt oud hout op een berg nog niet bewijst dat het van de ark is. God zei tegen Noach: 'Maak u een ark van goferhout' (Genesis 6:14). Welke boom dat goferhout was, weet niemand met zekerheid. Een monster kan dus niet eenvoudig met de Bijbel vergeleken worden.

Wat is de Durupinar-formatie?

De bekendste plek ligt niet op de berg zelf, maar zo'n dertig kilometer ten zuiden ervan, bij de stad Doğubayazıt. In 1959 zag een Turkse legerkapitein, İlhan Durupınar, op luchtfoto's een bootvormige heuvel. De lengte lijkt op de maat die God aan Noach gaf: 'driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte' (Genesis 6:15). Met een el van ongeveer 45 centimeter is dat zo'n 135 meter lang, 22 meter breed en 13 meter hoog.

Een expeditie onderzocht de heuvel in 1960, groef er een sleuf en vond geen hout, alleen aarde en steen. Later maakte een Amerikaanse amateur-archeoloog de plek wereldwijd bekend als de ark, en de Turkse overheid richtte er een bezoekerscentrum in. Geologen zien er een natuurlijke formatie in: een plooi in de gesteentelagen die door erosie de vorm van een boot kreeg.

Opvallend is dat ook veel christelijke organisaties die de zondvloed als werkelijke geschiedenis aanvaarden, de Durupinar-formatie afwijzen. Zij willen het geloof niet verbinden aan een claim die bij onderzoek niet standhoudt. Dat is een gezonde houding.

Bestaat de ark van Noach echt?

Dat er niets gevonden is, betekent niet dat de ark niet heeft bestaan. De Bijbel spreekt over Noach en de ark als over werkelijke geschiedenis. De Heere Jezus vergelijkt Zijn komst met de dagen voor de zondvloed, 'tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging' (Mattheüs 24:38). Hij spreekt over de zondvloed als over iets wat werkelijk gebeurd is, en verbindt er een ernstige waarschuwing aan voor Zijn eigen komst. In de geschiedenis van Noach en de ark leest u het hele verhaal, en meer over de man zelf bij Noach.

Ook Petrus schrijft over de ark, 'waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water' (1 Petrus 3:20). Hij ziet in die redding een beeld van de doop en van het behoud door Jezus Christus (1 Petrus 3:21). Zoals Noach en zijn gezin veilig waren in de ark, zo is ieder die in Christus is, geborgen voor het oordeel.

Of er na zoveel eeuwen nog iets van de ark over kan zijn, weten wij niet. Hout vergaat. Het is denkbaar, al zegt de Bijbel er niets over, dat de eerste nakomelingen van Noach het hout gebruikten om huizen te bouwen. In Nederland is een nagebouwde ark op ware grootte gemaakt (Johan's Ark, Dordrecht, 2012), die laat zien hoe groot de maten uit Genesis 6 zijn. Dat is een replica, geen vondst.

Hoe beoordeelt u berichten over een vondst?

Paulus geeft een eenvoudige regel: 'Beproeft alle dingen; behoudt het goede' (1 Thessalonicenzen 5:21). Die regel geldt ook voor nieuws over de ark. Een paar vragen helpen daarbij:

  • Hebben anderen dan de vinders de plek en de vondst onderzocht?
  • Is het materiaal gedateerd door een onafhankelijk laboratorium, en zijn de uitslagen gepubliceerd?
  • Past de plaats bij wat de Bijbel zegt? Genesis 8:4 noemt een bergland, geen bepaalde top.
  • Wordt er een film, een boek of een reis verkocht met de claim?
  • Wordt uw geloof afhankelijk gemaakt van deze ene vondst?

Archeologie kan veel laten zien over de wereld van de Bijbel: steden, koningen en volken die in de Schrift voorkomen, zijn teruggevonden. Daarover gaat het artikel over bijbelse archeologie. Een spectaculaire claim over de ark hoort daar pas bij als hij grondig onderzocht is. Hoe het met de betrouwbaarheid van de Schrift als geheel staat, leest u bij de vraag of de Bijbel betrouwbaar is.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenisgeschriften zeggen niets over archeologie, wel over de grond van het geloof. In Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 21) staat: 'Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat ons God in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar ook een vast vertrouwen'. Het geloof steunt op wat God gesproken heeft en rust in Hem. Het wordt niet sterker door een opgegraven balk en niet zwakker als die uitblijft.

Artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat de kerk de bijbelboeken aanneemt omdat de Heilige Geest in het hart getuigt dat zij van God zijn, en omdat zij het bewijs daarvan in zichzelf hebben. Dat ziet u bij Noach zelf. Hebreeën 11 zegt dat hij door het geloof de ark bouwde, 'door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden' (Hebreeën 11:7). Hij vertrouwde op wat God gezegd had, voordat er een druppel regen viel.

Het klassieke gereformeerde doopformulier noemt in het gebed vóór de doop hoe God de ongelovige wereld door de zondvloed strafte en de gelovige Noach met de zijnen in de ark behield. Zo heeft de kerk de ark altijd gelezen: als een daad van Gods oordeel en van Zijn genade.

'zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben' (Johannes 20:29)

Bijbelverwijzingen

ark van noach gevondenbestaat de ark van noach echtark van noach araratdurupinarzondvloedbijbelse archeologiehc zondag 7ngb art. 5

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Schepping en wetenschap

Waar lag de hof van Eden?

De hof van Eden lag volgens Genesis 2 in het oosten, bij een rivier die zich in vier stromen splitste, waaronder de Eufraat en de Tigris (Genesis 2:10-14). Dat wijst naar Mesopotamië. Waar de hof precies lag, weet niemand: de mens werd eruit verdreven, en na de zondvloed kreeg de aarde volgens veel uitleggers een ander aanzien.

De Bijbel

Is de Bijbel betrouwbaar?

Ja, de Bijbel is betrouwbaar. Zij is Gods eigen Woord, geschreven door ooggetuigen en door mensen die alles zorgvuldig onderzochten (Lukas 1:3). Duizenden oude handschriften laten zien dat de tekst trouw is overgeleverd. Volle zekerheid dat de Bijbel waar is, geeft de Heilige Geest in het hart van wie gelooft.

Schepping en wetenschap

Waarom werden mensen in de Bijbel zo oud?

De reden waarom mensen in de Bijbel zo oud werden, is dat God de eerste geslachten een lang leven gaf; Genesis noemt geen natuurlijke oorzaak. Methusalach werd 969 jaar (Genesis 5:27). Na de zondvloed dalen de leeftijden, tot Psalm 90 zeventig of tachtig jaar noemt. Zo toont de Schrift hoe de dood, gevolg van de zonde, het leven verkort.

Schepping en wetenschap

Hoe oud is de aarde volgens de Bijbel?

Hoe oud de aarde volgens de Bijbel is, valt te berekenen uit de geslachtsregisters in Genesis: die komen op ongeveer zesduizend jaar. Een jaartal noemt de Schrift zelf niet, en christenen verschillen over die rekensom en over de lengte van de scheppingsdagen. Vast staat dat God alles uit niets schiep (Hebreeën 11:3).

Schepping en wetenschap

Kan een christen in evolutie geloven?

Bij evolutie en geloof telt één onderscheid: variatie binnen de aard van planten en dieren kan een christen aanvaarden, de afstamming van alle leven, ook de mens, uit één eencellige voorouder niet. God formeerde de mens uit het stof (Genesis 2:7), en de dood kwam door de zonde. Daarom wijzen reformatorische kerken ook de middenweg van theïstische evolutie af.

Verdiep u verder