Ga naar hoofdinhoud
GenesisGenesis 1-2

De Schepping

Gods machtige werk in het begin — Genesis 1-2

Samenvatting

Het scheppingsverhaal in Genesis 1-2 beschrijft hoe God in zes dagen hemel en aarde schiep en op de zevende dag rustte. Van licht en duisternis tot de schepping van de mens naar Gods beeld — dit verhaal legt het fundament voor het hele bijbelse verhaal over Gods relatie met de wereld en de mensheid.

Bijbelreferenties

De volgende bijbelgedeelten vormen de basis van dit verhaal.

Genesis 1:1Genesis 1:27Genesis 1:31Genesis 2:7Genesis 2:18Genesis 2:2-3

De context van het scheppingsverhaal

Het boek Genesis opent met de meest fundamentele woorden van de gehele Bijbel: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde" (Genesis 1:1). Deze woorden vormen niet alleen het begin van het Oude Testament, maar leggen het fundament voor alles wat volgt in de Bijbel. Het scheppingsverhaal is geen wetenschappelijk handboek, maar een theologische tekst die ons vertelt wie God is, wie de mens is en wat de relatie tussen beiden inhoudt.

Het Hebreeuwse woord voor 'scheppen' (bara) wordt in de Bijbel uitsluitend voor Gods handelen gebruikt. Dit benadrukt dat de schepping een uniek en soeverein werk van God is — niemand anders dan God kan iets uit niets tevoorschijn roepen. De tekst plaatst God als de almachtige Schepper tegenover de chaotische leegte die er was voordat Hij sprak.

De zes scheppingsdagen

Het scheppingsverhaal is gestructureerd rond zes dagen van scheppend werk, gevolgd door een dag van rust. Elke dag bouwt voort op de vorige en toont een toenemende complexiteit en orde. Genesis 1 sluit elke dag af met dezelfde formule: "Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest." De dag begint hier dus in de avond, zoals de joodse dagtelling nog altijd doet.

Dag 1: wat schiep God op de eerste dag?

Op dag 1 schiep God het licht: "En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht" (Genesis 1:3). Hij scheidde het licht van de duisternis, noemde het licht dag en de duisternis nacht (Genesis 1:5). Dit eerste scheppingswoord toont Gods absolute macht: Hij heeft slechts Zijn woord nodig om iets tot stand te brengen. Opvallend is dat het licht er is vóórdat de zon wordt genoemd; die volgt pas op dag 4.

Dag 2: wat schiep God op de tweede dag?

Op dag 2 maakte God het uitspansel en noemde dat hemel (Genesis 1:6-8). Het bracht scheiding aan tussen het water boven en het water beneden. Hiermee gaf God structuur aan de wereld: een leefbare ruimte te midden van de oerwateren. Genesis beschrijft de hemel zoals een waarnemer op aarde die ziet — een gewelf waaronder wolken en zeeën liggen.

Dag 3: wat schiep God op de derde dag?

Op dag 3 schiep God het droge land, de zeeën en alle plantengroei. Hij verzamelde het water op één plaats zodat het droge zichtbaar werd, noemde het droge aarde en de verzamelde wateren zeeën (Genesis 1:9-10). Daarna bracht de aarde gras, zaaddragend kruid en vruchtdragend geboomte voort, elk naar zijn aard (Genesis 1:11-12). De aarde begon met leven gevuld te worden.

Dag 4: wat schiep God op de vierde dag?

Op dag 4 maakte God de zon, de maan en de sterren en plaatste ze in het uitspansel (Genesis 1:14-19). Zij scheiden dag en nacht en dienen "tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren". Genesis noemt zon en maan niet bij naam, maar spreekt van "dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts" (Genesis 1:16). In de cultuur van het Oude Nabije Oosten werden zon en maan als goden aanbeden; Genesis presenteert ze bewust als schepselen, ondergeschikt aan de enige ware God.

Dag 5: wat schiep God op de vijfde dag?

Op dag 5 schiep God de dieren van het water en de vogels: "En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard" (Genesis 1:21). Hij zegende ze met de woorden: "Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt" (Genesis 1:22). Voor het eerst in het scheppingsverhaal klinkt Gods zegen over levende wezens.

Dag 6: wat schiep God op de zesde dag?

Op dag 6 maakte God de landdieren naar hun aard en, als laatste, de mens: "En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze" (Genesis 1:27). De mens kreeg de opdracht om over de aarde te heersen en haar te beheren (Genesis 1:28). Dit is het kroonwerk van de schepping: een wezen dat God kan kennen, liefhebben en dienen. Aan het eind van deze dag luidt Gods oordeel niet "goed" maar "zeer goed" (Genesis 1:31).

De zevende dag valt buiten deze reeks: daarop schiep God niets, maar rustte Hij van al Zijn werk (Genesis 2:2-3). Wat die rust betekent, krijgt hieronder een eigen paragraaf. Wie de tekst van Genesis 1 zelf naast deze uitleg wil leggen, vindt hem met toelichting bij de uitleg bij Genesis 1.

"En God zag dat het goed was": het refrein van Genesis 1

Zes keer klinkt in Genesis 1 het oordeel dat het goed was: over het licht (vers 4), over land en zee (vers 10), over de planten (vers 12), over zon, maan en sterren (vers 18), over de dieren van water en lucht (vers 21) en over de landdieren (vers 25). De Statenvertaling zegt telkens: "En God zag, dat het goed was." Aan het slot van de zesde dag wordt het sterker: "En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed" (Genesis 1:31).

Alleen bij de tweede dag ontbreekt het refrein. Het scheidingswerk dat daar begint — water boven, water beneden — wordt pas op de derde dag voltooid, en daar klinkt het oordeel dan ook twee keer. Zulke details laten zien hoe zorgvuldig het hoofdstuk is opgebouwd: niets staat er toevallig.

In het spraakgebruik is "en God zag dat het goed was" een gevleugelde uitdrukking geworden, vaak licht ironisch gebruikt voor iemand die tevreden is over eigen werk. In Genesis is het geen zelfvoldaanheid maar een vaststelling: wat God maakt, beantwoordt aan het doel waarvoor Hij het maakt.

De mens als beeld van God

De uitdrukking "naar Gods beeld" (tselem Elohim) is een van de diepste theologische concepten in de Bijbel. Het betekent dat de mens op unieke wijze God vertegenwoordigt op aarde. Dit beeld omvat meerdere aspecten: het vermogen tot relatie, creativiteit, moreel besef, en verantwoordelijkheid voor de schepping.

In de cultuur van het Oude Nabije Oosten werden koningen beschouwd als het beeld van een god. Genesis democratiseert dit concept radicaal: niet alleen de koning, maar elk mens — man én vrouw — draagt Gods beeld. Dit geeft ieder mensenleven een onvervreemdbare waarde en waardigheid.

De schepping van man en vrouw samen als beelddragers van God benadrukt dat de mens niet bedoeld is voor isolatie. Relatie, gemeenschap en wederzijdse aanvulling behoren tot het wezen van het mens-zijn zoals God het bedoeld heeft.

De Hof van Eden

Genesis 2 biedt een tweede, meer gedetailleerd perspectief op de schepping van de mens. God vormde de mens uit stof van de aardbodem en blies hem de levensadem in de neus. Vervolgens plantte God een tuin in Eden — een plek van overvloed, schoonheid en directe gemeenschap met God.

In de hof stonden twee bijzondere bomen: de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad. God gaf de mens vrijheid om van alle bomen te eten, met één uitzondering: de boom van de kennis van goed en kwaad. Dit gebod was geen willekeurige test, maar een uitnodiging tot vertrouwen. Het gaf de mens de mogelijkheid om in liefde en gehoorzaamheid voor God te kiezen.

God bracht vervolgens de dieren bij de mens om ze te benoemen — een daad van heerschappij en creativiteit. Maar onder de dieren was er geen geschikte helper voor de mens. Daarom liet God een diepe slaap op de mens vallen, nam een rib uit zijn zijde en vormde daaruit de vrouw. De man riep uit: "Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees!" (Genesis 2:23). Dit is het eerste liefdeslied in de Bijbel.

De namen Adam en Eva vallen pas na dit hoofdstuk: Adam betekent eenvoudigweg 'mens' en hangt samen met adama, 'aardbodem', en Eva — in de Statenvertaling gespeld als Heva — krijgt haar naam pas na de zondeval, "omdat zij een moeder aller levenden is" (Genesis 3:20). Wie het scheppingsverhaal van Adam en Eva vers voor vers wil nalezen, vindt dat in de uitleg bij Genesis 2.

De zevende dag: rust en heiliging

Na zes dagen van scheppen rustte God op de zevende dag. Dit betekent niet dat God moe was, maar dat Zijn werk voltooid was — "zeer goed" (Genesis 1:31). God zegende de zevende dag en heiligde die. Dit wordt later het fundament voor het sabbatsgebod: zoals God rustte na Zijn werk, zo mag de mens rusten en genieten van wat God gemaakt heeft.

De sabbatsrust wijst ook vooruit naar de uiteindelijke rust die God voor Zijn schepping bereid heeft. Het is een belofte dat er een dag komt waarop alle moeite, strijd en onvolmaaktheid plaatsmaken voor Gods volkomen vrede — de sjaloom waarvoor de schepping bedoeld was.

Het scheppingsverhaal in het christendom

Binnen het christendom is Genesis 1-2 nooit alleen een verhaal over het begin geweest, maar een belijdenis over wie God is. De oudste geloofsbelijdenissen van de kerk openen er dan ook mee: God, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. Het Nieuwe Testament neemt die lijn over en verbindt de schepping rechtstreeks met Christus: "In den beginne was het Woord" (Johannes 1:1) en "Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt" (Johannes 1:3), en "door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn" (Kolossenzen 1:16). De brief aan de Hebreeën vat het samen als een geloofszaak: "Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid" (Hebreeën 11:3).

Ook het vierde gebod grijpt terug op het scheppingsverhaal: "Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt... daarom zegende de HEERE den sabbatdag" (Exodus 20:11). Het ritme van zes dagen werken en één dag rusten is daarmee geen losse leefregel, maar geworteld in hoe God de wereld heeft ingericht.

Over de vraag hoe de zes dagen precies gelezen moeten worden, wordt binnen de kerken verschillend gedacht. Sommigen lezen ze als zes dagen van vierentwintig uur, anderen als tijdperken, weer anderen als een literair kader dat de orde van de schepping laat zien in plaats van de duur ervan. Wat die lezingen delen is de belijdenis zelf: de wereld bestaat niet uit zichzelf, maar omdat God haar heeft gewild. Ook buiten de Bijbel bestaan scheppingsverhalen; het Babylonische Enoema Elisj is daarvan het bekendste voorbeeld uit de wereld waarin Genesis is opgeschreven. Over wat de Bijbel verder over Gods schepping zegt, van de psalmen tot Openbaring, staat een apart onderwerp op deze site.

Het scheppingsverhaal in de kinderbijbel

Het scheppingsverhaal is bijna altijd het eerste verhaal in een kinderbijbel, en dat is niet toevallig: de dagstructuur van Genesis 1 leest als vanzelf voor. Zeven stappen, elke stap met een eigen beeld — licht, lucht en water, land en planten, zon en maan, vissen en vogels, dieren en mensen, en dan rust. Kinderen die de dagen op hun vingers meetellen, kennen het hoofdstuk na een paar keer voorlezen uit hun hoofd.

Wat kinderbijbels doorgaans weglaten, is de tweede helft van Genesis 2: de twee bomen, het gebod en de naamgeving van de dieren. Juist dat laatste is voor jonge kinderen aantrekkelijk, en het maakt het verhaal van de zondeval later begrijpelijk. Wie de schepping voorleest, kan dus met winst één alinea uit Genesis 2 meenemen.

Er komen bijna altijd twee vragen. De eerste is of een scheppingsdag een dag van vierentwintig uur was; daarop is "daar denken christenen verschillend over" een eerlijker antwoord dan een stellige uitspraak. De tweede is waar God vandaan komt. Daarop geeft de Bijbel zelf het antwoord: God is er altijd al, "van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God" (Psalm 90:2). Wie het verhaal met oudere kinderen doorleest, kan verdergaan bij de zondeval, dat direct op de schepping volgt.

Theologische betekenis van het scheppingsverhaal

Het scheppingsverhaal beantwoordt fundamentele levensvragen. Waar komen wij vandaan? Van een liefdevolle, almachtige God. Wie zijn wij? Beelddragers van God, geschapen voor relatie met Hem en met elkaar. Waarvoor zijn wij hier? Om Gods schepping te beheren, te genieten en Hem te eren.

In tegenstelling tot de scheppingsmythen van omringende volkeren — waarin de wereld ontstaat uit strijd tussen goden of waarin mensen geschapen worden als slaven van de goden — presenteert Genesis een God die uit vrije wil en in liefde schept. De schepping is geen kosmisch ongeluk, maar een bewuste daad van een goede God.

Het herhaalde refrein "en God zag dat het goed was" drukt uit dat de materiële wereld intrinsiek goed is. Materie is niet minderwaardig of slecht — een gedachte die in sommige filosofische en religieuze stromingen opduikt. De Bijbel viert de fysieke werkelijkheid als een geschenk van God.

Lessen voor vandaag

Het scheppingsverhaal heeft blijvende relevantie voor het dagelijks leven. Het leert ons dat elk mens — ongeacht afkomst, geslacht, leeftijd of status — waardigheid bezit als beelddrager van God. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor hoe wij met elkaar omgaan, voor mensenrechten en voor de waarde van het leven.

De opdracht om de aarde te beheren (rentmeesterschap) is actueler dan ooit. De mens is niet de eigenaar van de schepping, maar de beheerder. Dit roept op tot verantwoord omgaan met de natuur, duurzaamheid en zorg voor het milieu — niet uit een vaag natuurgevoel, maar uit gehoorzaamheid aan de Schepper.

Het ritme van werken en rusten dat in de schepping is ingebouwd, spreekt tot een cultuur die worstelt met burn-out en overbelasting. De sabbatsrust is Gods uitnodiging om los te laten, te vertrouwen en te genieten. Het is een daad van geloof: de wereld draait niet op onze inspanningen, maar op Gods trouw.

Tot slot wijst de schepping vooruit naar de herschepping. De Bijbel eindigt niet met een terugkeer naar Eden, maar met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Openbaring 21-22) — een schepping die nog heerlijker is dan de eerste. Het scheppingsverhaal is daarom niet alleen een blik op het verleden, maar ook een belofte voor de toekomst.

Thema's in dit verhaal

scheppingGods soevereiniteitbeeld van Godsabbatrentmeesterschaphuwelijk

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De Schepping

Wat staat er in het scheppingsverhaal van Genesis?

Het scheppingsverhaal in Genesis 1-2 beschrijft hoe God in zes dagen de hemel, de aarde en al het leven schiep. Op dag 1 maakte Hij licht, dag 2 het uitspansel, dag 3 land en planten, dag 4 zon, maan en sterren, dag 5 zeedieren en vogels, en dag 6 landdieren en de mens. Op de zevende dag rustte God.

Wat schiep God op dag 1 tot en met dag 7?

Dag 1: licht, gescheiden van de duisternis. Dag 2: het uitspansel (de hemel), dat de wateren scheidde. Dag 3: zeeën, droog land en alle planten en bomen. Dag 4: zon, maan en sterren. Dag 5: de zeedieren en de vogels. Dag 6: de landdieren en als kroon op de schepping de mens, naar Gods beeld. Op dag 7 schiep God niets: Hij rustte en heiligde die dag (Genesis 2:2-3).

Wat betekent het dat de mens naar Gods beeld is geschapen?

Geschapen naar Gods beeld (tselem Elohim) betekent dat de mens op unieke wijze God vertegenwoordigt op aarde. Dit omvat het vermogen tot relatie, creativiteit, moreel besef en verantwoordelijkheid. Het geeft elk mensenleven onvervreemdbare waardigheid.

Waarom rustte God op de zevende dag?

God rustte niet omdat Hij moe was, maar omdat Zijn scheppingswerk voltooid was en "zeer goed" was. Door de zevende dag te zegenen en te heiligen, stelde God een patroon van rust in dat later het fundament werd voor het sabbatsgebod.

Wat is het verschil tussen Genesis 1 en Genesis 2?

Genesis 1 biedt een kosmisch overzicht van de hele schepping in zes dagen. Genesis 2 zoomt in op de schepping van de mens, de Hof van Eden en de relatie tussen man en vrouw. Het zijn twee complementaire perspectieven die samen een volledig beeld geven.

Wat was de Hof van Eden?

De Hof van Eden was een paradijselijke tuin die God plantte als woonplaats voor de eerste mensen. Het was een plek van overvloed, schoonheid en directe gemeenschap met God. Er stonden twee bijzondere bomen: de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Wat is de boom van de kennis van goed en kwaad?

De boom van de kennis van goed en kwaad stond in de Hof van Eden. God verbood de mens ervan te eten. Het was geen willekeurige test, maar een uitnodiging tot vertrouwen en gehoorzaamheid. Het gaf de mens de mogelijkheid om vrijwillig voor God te kiezen.

Wat leert het scheppingsverhaal over het huwelijk?

Genesis 2 beschrijft hoe God de vrouw uit de rib van de man vormde en hen bij elkaar bracht. De man noemde haar "been van mijn benen, en vlees van mijn vlees." Dit vormt het bijbelse fundament voor het huwelijk als een door God ingestelde verbintenis tussen man en vrouw.

Wat is het verschil tussen het bijbelse scheppingsverhaal en andere scheppingsmythen?

In tegenstelling tot omringende culturen, waarin de wereld ontstaat uit strijd tussen goden of mensen als slaven worden geschapen, presenteert Genesis een God die uit vrije wil en in liefde schept. De schepping is geen kosmisch ongeluk, maar een bewuste daad van een goede God.

Wat betekent rentmeesterschap in het scheppingsverhaal?

God gaf de mens de opdracht om de aarde te beheren en te bewerken (Genesis 1:28, 2:15). Dit maakt de mens niet tot eigenaar maar tot rentmeester. Het roept op tot verantwoord omgaan met de natuur en de schepping, uit eerbied voor de Schepper.

Hoe verhoudt het scheppingsverhaal zich tot de wetenschap?

Het scheppingsverhaal is primair een theologische tekst die vertelt wie God is en wie de mens is. Het beantwoordt de vraag "waarom?" terwijl de wetenschap zich richt op "hoe?". Veel christenen zien deze als complementaire perspectieven die elkaar niet per se uitsluiten.

Wat is een scheppingsverhaal?

Een scheppingsverhaal is een verhaal dat vertelt hoe de wereld en de mens zijn ontstaan en wie daarvoor verantwoordelijk is. Vrijwel elke oude cultuur kende er een. Het bijbelse scheppingsverhaal staat in Genesis 1-2 en onderscheidt zich doordat één God uit vrije wil schept, zonder strijd met andere goden.

In welk bijbelboek staat het scheppingsverhaal?

Het scheppingsverhaal staat in Genesis 1-2, de eerste twee hoofdstukken van de Bijbel. Genesis betekent "wording" of "begin" en is het eerste van de vijf boeken van Mozes. Genesis 1 geeft het overzicht van de zes dagen, Genesis 2 zoomt in op de mens en de Hof van Eden.

In hoeveel dagen schiep God de aarde?

God schiep hemel en aarde in zes dagen en rustte op de zevende. Exodus 20:11 vat het zo samen: "Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage." De zevende dag hoort er dus bij, maar was geen scheppingsdag.

Wat was er vóór de schepping?

De Bijbel begint bij het begin en speculeert niet over wat daaraan voorafging: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde" (Genesis 1:1). Wat de tekst wel zegt, is dat God er was: eeuwig, ongeschapen en niet afhankelijk van tijd of materie (Psalm 90:2).

Wie heeft God geschapen?

Niemand. In de Bijbel is God niet een van de dingen die bestaan, maar de bron van alles wat bestaat. Psalm 90:2 zegt: "van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God." De vraag wie God gemaakt heeft, veronderstelt dat Hij een schepsel is; juist dat ontkent het scheppingsverhaal.

Stel een vraag over De Schepping

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Personen en feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder