Wat zegt de Bijbel over schepping?
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De Bijbel leert dat God de Schepper is van alles wat bestaat en dat Zijn schepping goed was.
In het kort
De Bijbel leert dat God hemel en aarde heeft geschapen uit het niets (Genesis 1:1). De schepping toont Gods macht, wijsheid en goedheid. God schiep de mens naar Zijn beeld (Genesis 1:27) en gaf hem de opdracht de aarde te beheren. Psalm 19:2 zegt dat de schepping Gods eer vertelt. De schepping is niet alleen verleden maar ook toekomst: God belooft een nieuwe hemel en aarde (Openbaring 21:1).
De belangrijkste verzen op een rij
- Genesis 1:1
- Psalm 19:2
- Romeinen 1:20
Scroll naar beneden voor alle 4 verzen met uitleg.
Sleutelverzen over God als Schepper
“In den beginne schiep God de hemel en de aarde.”
De openingswoorden van de Bijbel leggen in tien Hebreeuwse woorden het fundament voor alles wat volgt in de hele Schrift en in de hele werkelijkheid. "In den beginne" (bereshit) wijst op het absolute begin van tijd, ruimte en materie — er was een moment waarop niets bestond behalve God, en God schiep uit het niets. Het werkwoord "schiep" (bara) wordt uitsluitend met God als subject gebruikt en duidt op een scheppingsdaad die alleen de Almachtige kan verrichten: creatio ex nihilo, schepping uit niets. Het woord "God" (Elohim) is een meervoudsvorm die in de christelijke theologie wordt gezien als een hint naar de trinitarische natuur van de Schepper. Dit vers sluit zowel het atheïsme uit (er is een Schepper) als het pantheïsme (de Schepper is onderscheiden van de schepping) als het dualisme (er is één Schepper, niet twee).
“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.”
David beschrijft in deze psalm de schepping als een voortdurende, ononderbroken verkondiging van Gods heerlijkheid die dag en nacht doorgaat zonder ophouden. De hemelen "vertellen" (mesapperim) Gods eer — het werkwoord is een participium dat voortdurende, onafgebroken actie uitdrukt: de natuur houdt nooit op te getuigen van haar Maker. Het uitspansel "verkondigt" (maggid) het werk van Gods handen — dit is dezelfde terminologie die voor de verkondiging van het evangelie wordt gebruikt, wat aangeeft dat de schepping zelf een vorm van prediking is. Dit is de leer van de algemene openbaring: Gods bestaan, macht en wijsheid worden door elk mens overal ter wereld waargenomen in de schepping, zodat de mens "zonder verontschuldiging" is wanneer hij de Schepper niet erkent en eert.
“Want Zijn onzienlijke dingen worden van de schepping der wereld aan uit de schepselen verstaan.”
Paulus leert in dit vers dat Gods onzichtbare eigenschappen — Zijn eeuwige kracht (aidios dunamis) en goddelijkheid (theiotēs) — van de schepping der wereld af zichtbaar zijn geworden, doordien zij uit de schepselen verstaan worden. De schepping functioneert als een transparant venster waardoorheen de eigenschappen van de Schepper kunnen worden waargenomen door iedereen die eerlijk en aandachtig kijkt. De conclusie is dat de mens "niet te verontschuldigen" (anapologētos) is — een juridische term die aangeeft dat er geen geldig verweer mogelijk is voor het niet erkennen van God. Dit vers fundeert de gereformeerde leer van de sensus divinitatis (het aangeboren godsbesef) en de algemene openbaring als voldoende om de mens verantwoordelijk te stellen maar onvoldoende voor zaligmakende kennis van God.
“Door Hem zijn alle dingen geschapen.”
Paulus openbaart in dit christologische hoogtepunt dat Christus zowel Verlosser als Schepper en Onderhouder van alle dingen is. De viervoudige opsomming — "in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten" — laat geen enkele uitzondering: absoluut alles is door Hem en tot Hem geschapen. Het voorzetsel "tot Hem" (eis auton) onthult dat Christus niet alleen de oorsprong maar ook het doel van de schepping is: alle dingen bestaan uiteindelijk voor Zijn eer en vinden hun bestemming in Hem. Dit vers verbindt schepping en verlossing onlosmakelijk in de persoon van de Zoon van God, wat de basis vormt voor de kosmische reikwijdte van het evangelie.
Meer verzen over God als Schepper
Psalm 104:24
Midden in de langste scheppingspsalm staat de uitroep: "Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen." Psalm 104 loopt in grote lijnen langs dezelfde volgorde als Genesis 1 — licht, wateren, land, planten, hemellichamen, dieren — maar dan als lofzang in plaats van als verslag. De psalmdichter noemt zelfs de maan die de tijden bepaalt en de zon die haar ondergang weet (vers 19). Wie een psalm over de schepping zoekt, vindt hier de volledigste.
Wat leert de Bijbel ons over schepping?
Het bijbelse scheppingsverhaal vormt het onmisbare fundament van het christelijke wereldbeeld en beïnvloedt diepgaand hoe wij denken over God, de mens, de natuur, ethiek en de toekomst. "In den beginne schiep God de hemel en de aarde" — deze majestueuze openingswoorden van de Bijbel bevatten een wereld van theologie in tien Hebreeuwse woorden. Het werkwoord bara (scheppen) wordt in het Oude Testament uitsluitend met God als onderwerp gebruikt en duidt op een schepping uit niets (creatio ex nihilo) die alleen de almachtige God kan volbrengen — geen mens, geen engel, geen natuurkracht kan bara. God is de soevereine Schepper van alles wat bestaat, het zichtbare en het onzichtbare, het materiële en het geestelijke, van de grootste sterrenstelsels tot de kleinste subatomaire deeltjes. De schepping is niet het product van blind toeval, kosmische noodzaak of een evolutionair proces zonder richting, maar van Gods soevereine, wijze en liefdevolle wil die met intentie en doel schept. Genesis beschrijft hoe God in zes dagen hemel en aarde, licht en duisternis, uitspansel en wateren, land en zee, planten en bomen, zon, maan en sterren, vissen en vogels, landdieren en kruipende dieren schiep, en als kroon en hoogtepunt op de schepping de mens formeerde naar Zijn eigen beeld en gelijkenis — mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Na elke scheppingsdag zag God dat het goed (tov) was, en na de schepping van de mens noemde Hij alles zeer goed (tov meod) — een kwalificatie die de oorspronkelijke harmonie en volmaaktheid van de schepping onderstreept, vóór de zondeval deze harmonie verstoorde. De scheppingsleer heeft verstrekkende gevolgen: de wereld heeft zin, doel en bestemming omdat zij door een persoonlijke God is gewild; de mens heeft onvervreemdbare waardigheid als beelddrager van God, ongeacht ras, geslacht, leeftijd of capaciteiten; en de natuur verdient zorgvuldige bewaring als Gods eigendom dat ons in bruikleen is toevertrouwd. Het Nieuwe Testament onthult dat Christus de Middelaar van de schepping is: "Door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn" (Kolossenzen 1:16). De schepping is daarmee een trinitarisch werk van Vader, Zoon en Heilige Geest, die bij de aanvang over de wateren zweefde.
Gods wijsheid in de schepping
De Psalmen en de wijsheidsliteratuur bezingen de schepping als een indrukwekkende openbaring van Gods wijsheid, macht en heerlijkheid die voor iedereen zichtbaar is. "De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen. De dag aan de dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan de nacht toont wetenschap" (Psalm 19:2-3). De onvoorstelbare complexiteit, orde en schoonheid van de natuur — van de structuur van DNA tot de banen van de planeten, van de migratie van vogels tot de fotosynthese van planten — getuigen van een alwijze Schepper wiens verstand ondoorgrondelijk is. Spreuken 8 personifieert de wijsheid die bij God was vóór de schepping en als werkmeesters naast Hem stond toen Hij de fundamenten der aarde legde. Paulus schrijft in Romeinen 1:20 dat Gods onzienlijke dingen — Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid — sinds de schepping der wereld worden verstaan en doorzien uit de schepselen. De schepping is Gods eerste boek, Zijn algemene openbaring die alle mensen bereikt ongeacht taal, cultuur of tijdperk, en die de mens zonder verontschuldiging laat.
De mens als beeld van God
De schepping van de mens naar Gods beeld (tselem Elohim) is het theologische hoogtepunt van Genesis 1 en het fundament van de christelijke antropologie en ethiek. Het beeld van God in de mens omvat volgens de gereformeerde theologie meerdere aspecten: het vermogen tot rationeel denken en moreel oordelen (het bredere beeld), de oorspronkelijke gerechtigheid en heiligheid die door de zondeval verloren ging maar in Christus wordt hersteld (het engere beeld), en de roeping om als Gods vertegenwoordiger over de schepping te regeren en die te bewaren. Mannelijk en vrouwelijk schiep God de mens — beiden zijn gelijkwaardig beelddragers van God, wat de grond legt voor de waardigheid van elke mens zonder onderscheid. Genesis 9:6 verbindt het verbod op moord direct aan het beeld van God: wie menselijk bloed vergiet, tast Gods beeld aan. Dit principe fundeert de bescherming van het menselijk leven in al zijn fasen en omstandigheden. De incarnatie van Christus — God die mens wordt — bevestigt en verhoogt de waardigheid van het mens-zijn tot ongekende hoogte.
Rentmeesterschap over de schepping
God gaf de mens bij de schepping de tweeledige opdracht om de aarde te "bouwen en te bewaren" (Genesis 2:15) — het Hebreeuwse abad (bewerken, dienen) en shamar (bewaken, bewaren, beschermen) vormen samen het bijbelse concept van rentmeesterschap dat zowel actief gebruik als zorgvuldige bewaring omvat. De aarde is des HEEREN en haar volheid — wij zijn geen eigenaars die naar willekeur mogen exploiteren maar rentmeesters die verantwoording schuldig zijn aan de eigenlijke Eigenaar. De zondeval heeft de schepping diepgaand aangetast: doornen en distelen, moeite en zweet, ziekte en dood zijn de gevolgen van de vloek die op de aardbodem rust vanwege de zonde van de mens. Maar Paulus schrijft hoopvol dat de schepping met reikhalzend verlangen wacht op de openbaring van de kinderen Gods, omdat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de dienstbaarheid der verderfenis (Romeinen 8:19-21). Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont — de schepping wordt niet vernietigd maar vernieuwd en hersteld. Tot die dag zijn gelovigen geroepen om als goede, trouwe rentmeesters voor Gods schepping te zorgen.
Schepping en verlossing verbonden
Het Nieuwe Testament onthult de diepe verbinding tussen schepping en verlossing in de persoon van Jezus Christus, die zowel de Middelaar van de schepping als de Middelaar van de verlossing is. Kolossenzen 1:16-17 leert dat door Hem en tot Hem alle dingen geschapen zijn, en dat Hij vóór alle dingen is en alle dingen tezamen bestaan in Hem — Christus is de oorsprong én het doel én de samenhang van de hele schepping. Johannes opent zijn evangelie met woorden die direct terugverwijzen naar Genesis 1: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt." De schepping door het Woord en de verlossing door het vleesgeworden Woord vormen één samenhangend plan van God. De gereformeerde theologie spreekt over het verbond der genade als de rode draad die schepping, val, verlossing en voleinding met elkaar verbindt. Openbaring 21 beschrijft de voltooiing: een nieuwe hemel en aarde, de heilige stad Jeruzalem die neerdaalt van God, en Gods woonplaats bij de mensen — de schepping bereikt haar bestemming in de herschepping, en alles wordt nieuw.
Psalmen over de schepping
Een groot deel van wat de Bijbel over de schepping zegt, staat niet in Genesis maar in de Psalmen — niet als verslag, maar als lofzang. Psalm 8 verwondert zich over de mens tegenover "het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt" (vers 4). Psalm 19 opent met de bekendste regel: "De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk" (vers 2). Psalm 24 begint met een eigendomsverklaring: "De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid" (vers 1). Psalm 33 legt de nadruk op het scheppende woord: "Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt" (vers 6), en "Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er" (vers 9). Psalm 104 is de uitgebreidste scheppingspsalm en loopt in grote lijnen langs dezelfde volgorde als Genesis 1 — licht, wateren, bergen, planten, dieren — met als hart vers 24: "Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt." Psalm 136 bezingt de Schepper in een refrein van eeuwige goedertierenheid (verzen 5-6), en Psalm 148 roept heel de schepping op om te loven, "want als Hij het beval, zo werden zij geschapen" (vers 5). Wie een psalm over de schepping zoekt, begint het beste bij Psalm 8, 19, 104 en 148.
God de Schepper: wat de Bijbel over Hem zegt
De Bijbel begint niet met een bewijs dat God bestaat, maar met een mededeling over wie Hij is: in den beginne schiep God de hemel en de aarde (Genesis 1:1). Het Hebreeuwse werkwoord bara wordt in het Oude Testament uitsluitend met God als onderwerp gebruikt. Wat Hij schiep, laat Hij bovendien niet los: Nehemia 9:6 belijdt dat de HEERE hemel en aarde gemaakt heeft én alles in het leven houdt, en Jeremia 10:12 zet Zijn kracht en wijsheid tegenover de machteloosheid van de afgoden — Hij is het "Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid". Jesaja 40:28 noemt Hem "de Schepper van de einden der aarde", Die "noch moede noch mat wordt" — een troost voor uitgeputte mensen. In het boek Job stelt God zelf de verhoudingen recht met één vraag: "Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde?" (Job 38:4). Paulus zegt op de Areopagus dat de God die de wereld gemaakt heeft, niet woont "in tempelen met handen gemaakt" (Handelingen 17:24). Het Nieuwe Testament betrekt Christus in dit werk: door Hem zijn alle dingen geschapen (Kolossenzen 1:16; Johannes 1:3), en door het geloof verstaan wij dat de wereld door het woord Gods is toebereid (Hebreeën 11:3). Openbaring 4:11 vat samen waarom aanbidding hier op haar plaats is: God heeft alle dingen geschapen, en door Zijn wil bestaan zij. Prediker 12:1 trekt er de praktische les uit: gedenk aan de Schepper in de dagen van uw jongelingschap.
Praktische toepassing
Laat de schepping dagelijks uw ogen openen voor Gods grootheid, wijsheid en goedheid. Besteed bewust tijd in de natuur — wandel door een bos, bewonder een zonsondergang, bestudeer een bloem — en laat wat u ziet u brengen tot verwondering, dankgebed en aanbidding van de Schepper. Neem uw verantwoordelijkheid als rentmeester serieus: ga zorgvuldig en bewust om met natuurlijke hulpbronnen, vermijd verspilling, kies waar mogelijk voor duurzame oplossingen, en wees u bewust van de impact van uw levensstijl op Gods schepping. Leer kinderen en kleinkinderen de schepping te waarderen als Gods gave en laat hen de natuur ontdekken als venster op Gods karakter. Gebruik de schoonheid en orde van de natuur als aanleiding voor gesprekken over het geloof met buren, collega's en vrienden die God niet kennen. Lees Psalm 19, Psalm 104 en Job 38-41 als lofzangen op de Schepper. De schepping wijst altijd boven zichzelf uit naar de Schepper en roept op tot eerbied, dankbaarheid en verantwoordelijkheid.
Meer weten over schepping in de Bijbel?
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg direct antwoord met bijbelverwijzingen.
Veelgestelde vragen over schepping
Wat zegt de Bijbel over de schepping?
De Bijbel opent met het scheppingsverhaal in Genesis 1-2. God schiep de wereld in zes dagen en rustte op de zevende. Hij schiep door Zijn woord ("En God zei..."), wat Zijn soevereine macht toont. De schepping wordt "zeer goed" genoemd (Genesis 1:31). Door heel de Bijbel wordt de schepping bezongen (Psalm 104, Job 38-41) en verwezen naar Gods scheppende kracht als basis voor vertrouwen. In Christus is alles geschapen (Kolossenzen 1:16).
Hoe oud is de aarde volgens de Bijbel?
De Bijbel geeft geen expliciete leeftijd van de aarde. Christenen interpreteren Genesis op verschillende manieren. Jonge-aarde-creationisten berekenen op basis van bijbelse geslachtsregisters een leeftijd van circa 6.000-10.000 jaar. Oude-aarde-creationisten zien de "dagen" als lange tijdsperioden of als literair raamwerk. Theistisch evolutionisten aanvaarden de wetenschappelijke datering (4,5 miljard jaar) en lezen Genesis als theologische tekst. Alle posities erkennen God als Schepper.
Wat betekent "geschapen naar Gods beeld"?
Genesis 1:27 zegt dat God de mens schiep naar Zijn beeld (imago Dei). Dit wordt op verschillende manieren uitgelegd: het verwijst naar het vermogen tot relatie, moreel besef, creativiteit, rationaliteit en heerschappij over de schepping. Het betekent niet dat God een lichaam heeft, maar dat de mens Gods karakter weerspiegelt. Dit geeft elk mens unieke waardigheid, ongeacht leeftijd, gezondheid of vermogen. Zowel man als vrouw dragen Gods beeld.
Kan de Bijbel en evolutie samengaan?
Christenen zijn verdeeld over deze vraag. Sommigen zien evolutie als onverenigbaar met de Bijbel en verdedigen speciaal creationisme. Anderen, zoals theistisch evolutionisten, geloven dat God het scheppingsproces kan hebben gebruikt via evolutionaire mechanismen. Zij lezen Genesis 1-2 als theologische tekst die vertelt wie en waarom schiep, niet hoe en wanneer. Alle posities belijden dat God de ultieme Schepper is en dat de mens bewust door Hem gewild is.
Wat is de scheppingsopdracht?
In Genesis 1:28 geeft God de mens een opdracht: "Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar." Dit wordt het culturele mandaat of de scheppingsopdracht genoemd. Het omvat het beheren en ontwikkelen van de schepping als Gods rentmeesters. Genesis 2:15 zegt dat God de mens in de hof plaatste om die te bewerken en bewaren. Dit geeft werk, cultuur en zorg voor het milieu een goddelijke roeping.
Waarom schiep God de wereld?
De Bijbel zegt niet expliciet waarom God schiep, maar geeft aanwijzingen. Gods schepping toont Zijn heerlijkheid (Psalm 19:2), Zijn liefde (de mens is geschapen voor gemeenschap met God), en Zijn vrijheid (God had de schepping niet nodig maar wilde haar). Openbaring 4:11 zegt: "U bent het waard...want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij." God schiep uit overvloed van goedheid, niet uit gebrek.
Wat is het verschil tussen schepping en natuur?
Het woord "natuur" is neutraal en beschrijft de fysieke wereld. "Schepping" is een geloofsbelijdenis: het erkent dat de wereld niet uit zichzelf is ontstaan maar door een Schepper gemaakt. Wanneer de Bijbel spreekt over de "schepping" (Romeinen 8:19-22), benadrukt zij dat de wereld een begin heeft, een doel heeft, en een toekomst heeft. De schepping zucht en wacht op bevrijding, wat laat zien dat zij geen koud mechanisme is maar Gods werk.
Wat zegt de Bijbel over milieuzorg en schepping?
God gaf de mens de opdracht de aarde te "bewerken en bewaren" (Genesis 2:15). Dit impliceert verantwoord rentmeesterschap: niet uitbuiten maar beheren namens de eigenaar. Psalm 24:1 zegt: "De aarde is van de HEERE." Christenen hebben dus een bijbelse basis voor milieuzorg. Tegelijk waarschuwt de Bijbel tegen het aanbidden van de schepping in plaats van de Schepper (Romeinen 1:25). Zorg voor de schepping is dienst aan God, geen vervanging van Godsverering.
Wat is de nieuwe schepping in de Bijbel?
De Bijbel belooft een nieuwe schepping op twee niveaus. Persoonlijk: wie in Christus is, is een "nieuwe schepping" (2 Korinthe 5:17). Kosmisch: God belooft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont (2 Petrus 3:13, Openbaring 21:1). De huidige schepping is niet waardeloos maar zal vernieuwd worden. Zoals het lichaam sterft en in heerlijkheid opstaat, zo wordt de schepping bevrijd van vergankelijkheid (Romeinen 8:21).
Welke bijbelteksten gaan over de schepping?
Kernverzen over schepping zijn: Genesis 1:1 (in het begin schiep God), Genesis 1:27 (naar Gods beeld), Psalm 19:2 (de hemel vertelt Gods eer), Psalm 104 (lofzang op de Schepper), Job 38-41 (God spreekt vanuit de storm), Kolossenzen 1:16 (in Hem is alles geschapen), Johannes 1:3 (alles is door het Woord gemaakt), Hebreeën 11:3 (door geloof verstaan wij de schepping), en Openbaring 21:1 (nieuwe hemel en aarde).
Welke psalmen gaan over de schepping?
Psalm 8 (de mens tegenover maan en sterren), Psalm 19 (de hemelen vertellen Gods eer), Psalm 24 (de aarde is des HEEREN), Psalm 33 (geschapen door het Woord des HEEREN), Psalm 104 (de uitgebreidste scheppingspsalm, die in grote lijnen de volgorde van Genesis 1 volgt), Psalm 136:5-6 (de Schepper geprezen in een refrein van goedertierenheid) en Psalm 148 (heel de schepping opgeroepen tot lof). Psalm 95:5 en Psalm 121:2 noemen God in één regel als Maker van zee, hemel en aarde. Psalm 139 hoort er ook bij, maar dan toegespitst op één mens: God die u in de moederschoot bedekt heeft (vers 13).
Gerelateerde onderwerpen
Wat zegt de Bijbel over rentmeesterschap?
De Bijbel leert dat alles wat wij hebben van God is. Wij zijn rentmeesters die geroepen zijn om wijs om te gaan met tijd, talenten en bezittingen.
Wat zegt de Bijbel over gods almacht?
God is almachtig — niets is voor Hem te wonderlijk of onmogelijk. De Bijbel toont Gods soevereine heerschappij over hemel en aarde.
Wat zegt de Bijbel over gods wijsheid?
Gods wijsheid is ondoorgrondelijk en overtreft alle menselijk verstand. Zijn plannen zijn volmaakt, ook wanneer wij ze niet begrijpen.
Wat zegt de Bijbel over klimaat?
De Bijbel leert dat God de aarde aan de mens heeft toevertrouwd als rentmeester. Zorg voor de schepping is een bijbelse verantwoordelijkheid.
Wat zegt de Bijbel over dankbaarheid?
Dankbaarheid is de passende reactie op Gods goedheid en trouw. De Bijbel roept op om God te danken onder alle omstandigheden — "Dankt God in alles" (1 Thessalonicenzen 5:18) — en Zijn weldaden niet te vergeten. Van dankpsalmen als Psalm 100 en Psalm 103 tot de oproep van Paulus om gebed met dankzegging te verbinden: dankzegging is in de Bijbel geen beleefdheid, maar een levenshouding.