De Tien Geboden staan in de Bijbel in Exodus 20:1-17 en worden herhaald in Deuteronomium 5. God gaf ze aan Mozes op de berg Sinaï, kort na de uittocht uit Egypte. Kort samengevat: 1. geen andere goden; 2. geen beelden aanbidden; 3. Gods naam niet misbruiken; 4. de sabbat heiligen; 5. eer uw vader en uw moeder; 6. niet doden; 7. geen overspel plegen; 8. niet stelen; 9. geen vals getuigenis spreken; 10. niet begeren wat van een ander is. De tekst hieronder volgt de Statenvertaling; de Herziene Statenvertaling (HSV), de NBV21 en de Bijbel in Gewone Taal geven dezelfde geboden in hedendaags Nederlands. De volledige tekst leest u op de bijbelpagina van Exodus 20.
Waar staan de tien geboden in de Bijbel?
De tien geboden staan in het Oude Testament op twee plaatsen: Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5:6-21. De bewoording verschilt licht: Exodus motiveert de sabbat vanuit de schepping (Exodus 20:11), Deuteronomium vanuit de bevrijding uit Egypte.
Ze beginnen niet met een verbod, maar met een naam: 'Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb' (Exodus 20:2). Pas daarna volgt 'Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben' (vers 3). De wet komt dus na de bevrijding, niet ervoor.