Adam werd 930 jaar, Noach 950 en Methusalach zelfs 969. Wie Genesis 5 leest, kijkt van die getallen op. Zijn ze echt zo bedoeld, en waarom worden de leeftijden na de zondvloed ineens zoveel korter? Hier leest u hoe oud mensen in de Bijbel werden, welke verklaringen houdbaar zijn, wat Genesis 6:3 betekent en waarom Psalm 90 van zeventig of tachtig jaar spreekt.
Hoe oud werden mensen in de Bijbel?
Genesis 5 opent als het boek van Adams geslacht (Genesis 5:1). Elk verslag volgt hetzelfde patroon: hoe oud iemand was toen hij een zoon kreeg, hoe lang hij daarna nog leefde, en hoe oud hij in totaal werd. Bij de eerste mens staat er: 'Zo waren al de dagen van Adam, die hij leefde, negenhonderd jaren, en dertig jaren; en hij stierf' (Genesis 5:5). Na de zondvloed, in Genesis 11, zakken de getallen zichtbaar. Een paar leeftijden op een rij:
- Adam: 930 jaar (Genesis 5:5)
- Methusalach: 969 jaar (Genesis 5:27)
- Noach: 950 jaar (Genesis 9:29)
- Sem: 600 jaar (Genesis 11:10-11)
- Terah, de vader van Abraham: 205 jaar (Genesis 11:32)
- Abraham: 175 jaar (Genesis 25:7)
- Mozes: 120 jaar (Deuteronomium 34:7)
Bijna elk verslag in Genesis 5 eindigt met dezelfde drie woorden: en hij stierf. Bij Noach volgen die woorden pas in Genesis 9:29. De enige die niet stierf, is Henoch, die met God wandelde en die God wegnam (Genesis 5:24). Het hele hoofdstuk staat in de uitleg van Genesis 5.
Hoe oud werd Metusalem?
Methusalach, in nieuwere vertalingen Metusalem genoemd, is de oudste mens van wie de Bijbel de leeftijd noemt: 'Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren; en hij stierf' (Genesis 5:27). Hij was de zoon van Henoch en de grootvader van Noach (Genesis 5:21-29). Lukas noemt hem Mathusala in het geslachtsregister van de Heere Jezus (Lukas 3:37).
Wie de getallen optelt, ziet iets opmerkelijks. Methusalach werd geboren 687 jaar nadat Adam geschapen was, Noach 1056 jaar daarna. De vloed kwam toen Noach zeshonderd jaar oud was (Genesis 7:6), dus in het jaar 1656. In datzelfde jaar werd Methusalach 969. Of hij kort voor de vloed stierf of erin omkwam, zegt de Bijbel niet. Ook overlapten de levens: toen Adam stierf, was Methusalach al 243 jaar oud en leefde ook Lamech, de vader van Noach. Wie die jaren naast elkaar wil zien, kan de tijdlijn van de Bijbel raadplegen.
Waarom werden mensen zo oud in de Bijbel?
De Bijbel geeft geen biologische verklaring, wel een kader. God schiep de mens goed: 'En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed' (Genesis 1:31). Die goede schepping kende geen dood. De dood kwam als straf op de ongehoorzaamheid, zoals God had aangezegd (Genesis 2:17). Paulus schrijft: 'gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood' (Romeinen 5:12).
Wie Genesis als geschiedenis leest, wijst vanuit dat kader op twee dingen:
- De eerste geslachten leefden dicht bij de schepping. De dood was vanaf de val een werkelijkheid, maar zijn greep op het menselijk lichaam lijkt in de eerste eeuwen nog trager.
- Het lange leven had een functie. De mensheid kon de aarde vervullen, zoals God bij de schepping had gezegd (Genesis 1:28), en de kennis van de Schepper kon over weinig schakels worden doorgegeven, van Adam tot Lamech en van Lamech tot Noach.
Dit zijn gevolgtrekkingen uit de tekst. De Bijbel zegt nergens met zoveel woorden waarom God deze mensen zo lang liet leven. Over een ander klimaat of een waterlaag boven de dampkring vóór de vloed zwijgt de Schrift; zulke theorieën blijven gissingen. Het is beter bij te houden wat er staat: God gaf deze mensen een lang leven, en toch stierven zij.
Wat betekent Genesis 6:3?
Vlak voor de zondvloed staat een vers dat vaak met de hoge leeftijden verbonden wordt: 'Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren' (Genesis 6:3). Uitleggers lezen dit vers op twee manieren.
De eerste lezing ziet in de 120 jaar een tijd van uitstel. God zag de boosheid op aarde (Genesis 6:5) en kondigde het oordeel aan, maar gaf de wereld nog 120 jaar om zich te bekeren. Petrus spreekt over de lankmoedigheid Gods die wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark gebouwd werd (1 Petrus 3:20). Bovendien werden mensen na de vloed nog veel ouder dan 120, zoals Sem en Arfachsad (Genesis 11:10-13).
De tweede lezing ziet er een grens aan het mensenleven in. Die grens werd dan niet ineens bereikt, maar de leeftijden dalen er in de eeuwen daarna naartoe, en Mozes stierf precies op 120 jaar (Deuteronomium 34:7). Beide lezingen vinden steun in de tekst. Vast staat dat God hier als Rechter spreekt over een wereld vol boosheid (Genesis 6:5), en dat Hij het oordeel aankondigt voordat Hij het voltrekt.
Waarom werden de leeftijden na de zondvloed korter?
De vloed is in Genesis een breuk tussen twee werelden. Petrus schrijft dat de wereld van toen door het water van de zondvloed vergaan is (2 Petrus 3:6). Noach leefde aan beide kanten van die breuk: zeshonderd jaar ervoor en driehonderdvijftig jaar erna (Genesis 9:28), zoals u leest in het levensverhaal van Noach. Daarna dalen de leeftijden snel. Terah wordt 205, Abraham 175, Izak 180 (Genesis 35:28) en Jakob 147 (Genesis 47:28).
Jakob merkte het zelf. Op zijn 130e zei hij tegen Farao: 'weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen' (Genesis 47:9). Weer later schreef Mozes in Psalm 90, dat in het opschrift een gebed van Mozes, de man Gods, heet (Psalm 90:1), de bekende woorden: 'Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren' (Psalm 90:10).
Ook hier noemt de Bijbel geen natuurlijke oorzaak, wel een lijn: hoe verder de geschiedenis van het paradijs verwijderd raakt, hoe korter het leven wordt. Psalm 90 verbindt de kortheid van het leven uitdrukkelijk met Gods toorn over de zonde (Psalm 90:7-9).
Zijn de leeftijden in Genesis letterlijk bedoeld?
Niet iedereen leest de getallen als letterlijke jaren. Twee andere lezingen komen vaak voor.
- Maanden in plaats van jaren. Dan zou Adam ruim 77 jaar zijn geworden. Maar dan was hij nog geen elf jaar oud toen zijn zoon Seth geboren werd (Genesis 5:3), en Henoch nog geen zes toen hij Methusalach kreeg (Genesis 5:21). Die lezing lost het ene probleem op en maakt een groter.
- Eregetallen of symbolische getallen. Ook buiten Israël waren lijsten met zeer lange levens of regeringen bekend, zoals de Sumerische koningslijst. Sommigen lezen Genesis 5 daarom als eerbetoon aan de voorvaders, zonder letterlijke jaartallen.
Tegen die tweede lezing pleit de nuchtere vorm van Genesis zelf. De getallen staan er tot op het jaar, ze sluiten op elkaar aan en ze lopen door tot Abraham. Latere bijbelboeken nemen dezelfde namen over als geschiedenis (1 Kronieken 1:1-4, Lukas 3:36-38). Daarom lezen reformatorische christenen deze leeftijden als werkelijke levensjaren, ook al kunnen wij niet verklaren hoe zo'n lang leven mogelijk was. Dezelfde geslachtsregisters spelen een rol bij de vraag hoe oud de aarde volgens de Bijbel is.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften noemen deze leeftijden niet, wel hun achtergrond. Artikel 14 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God de mens goed en naar Zijn beeld schiep, en dat de mens zich willens aan de zonde onderwierp en zich zo schuldig maakte aan de lichamelijke en de geestelijke dood.
Tegelijk is de lengte van ons leven geen toeval. Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus belijdt dat ook 'gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand ons toekomen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10, vraag 27). Of een leven negenhonderd jaar duurt of zeventig, het staat in Gods hand. Dat zegt niets over hoe zondig één bepaald mens was; wie jong sterft, sterft niet eerder omdat hij erger zondigde dan een ander (vergelijk Lukas 13:4-5).
De lange levens van Genesis 5 eindigen, op Henoch na, bij het graf. Pas in Christus is de dood overwonnen: 'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven' (Johannes 11:25). Daarom bidt Mozes in Psalm 90 om wijsheid.
'Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen' (Psalm 90:12)