Wie een hond, kat of paard heeft moeten laten inslapen, merkt hoe groot de leegte kan zijn. Kinderen vragen dan vaak meteen: is hij nu bij God? Ook volwassenen stellen die vraag, al zeggen zij het soms zachter. Hier leest u wat de Bijbel over dieren, de dood en de nieuwe schepping zegt, en waar de Schrift zwijgt.
Gaan dieren naar de hemel volgens de Bijbel?
De Bijbel heeft geen hoofdstuk over wat er met dieren gebeurt als zij sterven. Een rechtstreeks ja of nee staat er niet. Wat er wel staat, is dat God Zich om Zijn dieren bekommert. David belijdt: 'HEERE! Gij behoudt mensen en beesten' (Psalm 36:7). Dat behouden gaat over Gods zorg voor het leven hier en nu: Hij geeft voedsel, adem en bescherming. Het is geen belofte van eeuwig leven voor dieren. Wel laat het zien dat dieren voor God tellen.
De Heere Jezus zegt hetzelfde over de kleinste vogels: 'Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader' (Mattheüs 10:29). Even verder zegt Hij tegen Zijn discipelen dat zij vele musjes te boven gaan (Mattheüs 10:31). Beide kanten horen bij elkaar: God zorgt voor elk dier, en de mens heeft bij Hem een eigen plaats. Meer bijbelteksten over de plaats van dieren in Gods schepping vindt u bij wat de Bijbel over dieren zegt.
Hebben dieren een ziel zoals mensen?
In de Bijbel is het woord ziel breder dan in het gewone spraakgebruik. De Statenvertaling noemt ook de dieren die Adam een naam gaf, levende ziel (Genesis 2:19). Daar gaat het om een levend wezen met adem. Toch is er een groot verschil tussen mens en dier. Alleen over de mens zegt God: 'Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis' (Genesis 1:26). En alleen bij de mens blaast de HEERE God Zelf de adem des levens in de neusgaten (Genesis 2:7).
Over de mens na de dood spreekt de Bijbel daarom anders dan over dieren. De Prediker schrijft dat bij het sterven van een mens het stof tot de aarde keert en de geest tot God, Die hem gegeven heeft (Prediker 12:7). De Heere Jezus belooft de moordenaar aan het kruis dat hij nog dezelfde dag bij Hem in het Paradijs zal zijn (Lukas 23:43). Over een dier staat zoiets nergens. Wat de ziel van de mens is en waarom zij de dood overleeft, leest u bij de vraag wat de ziel is.
Waar gaan dieren heen na de dood?
Over het sterven van dieren is de Bijbel nuchter. In Psalm 104 bezingt de dichter hoe God alle dieren voedt. Hij zegt erbij dat zij sterven en tot hun stof terugkeren als God hun adem wegneemt (Psalm 104:29). Het leven van een dier is Gods gave. Over een verder bestaan van het dier spreekt de Schrift niet.
Soms wordt Prediker 3 aangehaald als bewijs dat mens en dier hetzelfde einde hebben, of juist niet. Daar staat: 'Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?' (Prediker 3:21). Dat is een vraag en geen leerstelling. De Prediker kijkt in dit hoofdstuk naar wat hij onder de zon gezien heeft (Prediker 3:16): mens en dier sterven allebei en keren weder tot het stof (Prediker 3:19-20). Wie alleen met eigen ogen kijkt, kan het verschil niet waarnemen. Dat de Prediker het verschil zelf wel kent, blijkt aan het eind van zijn boek, waar de geest van de mens tot God keert (Prediker 12:7). Op deze ene tekst bouwt u dus beter geen leer over dieren, in welke richting dan ook.
Zijn er dieren op de nieuwe aarde?
Door de zondeval is de hele schepping onder de vloek gekomen. Toch wacht zij op iets: 'Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods' (Romeinen 8:21). Met het schepsel wordt hier de schepping buiten de mens verstaan, die nu nog zucht en als in barensnood is (Romeinen 8:22). Het verband leest u in de uitleg van Romeinen 8. Johannes Calvijn schrijft in zijn commentaar op Romeinen 8:21 dat de schepselen buiten de mens deel krijgen aan de vernieuwing. Tegelijk waarschuwt hij dat het ons niet past om nieuwsgierig te onderzoeken hoe dat bij elk schepsel zal zijn.
De profeten schilderen die toekomst met beelden uit de dierenwereld: 'En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen' (Jesaja 11:6). Daarna volgt de belofte dat niemand meer leed zal doen of verderven op Gods heilige berg (Jesaja 11:9). Aan het eind van de Bijbel zegt Hij Die op de troon zit: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw' (Openbaring 21:5). Dat wijst op de vernieuwing van deze schepping, en niet op het wegdoen ervan. Meer daarover leest u bij bijbelteksten over de nieuwe hemel en aarde.
Let wel: deze teksten gaan over de nieuwe aarde na de wederkomst van Christus. De vraag of een dier nu, direct na zijn dood, naar de hemel gaat, beantwoorden zij niet.
Komen huisdieren in de hemel?
Dat er op de nieuwe aarde dieren zullen zijn, past bij wat Romeinen 8 over de vernieuwing van het schepsel zegt, al beschrijft de Bijbel het niet in bijzonderheden. Of de hond of kat die u kende daar terug is, is een andere vraag. Christenen geven daar verschillende antwoorden op.
- Geen terugkeer van het afzonderlijke dier: in reformatorische kring wordt meestal gezegd dat de Bijbel alleen over de opstanding van mensen spreekt (Johannes 5:28-29) en dat een dier geen onsterfelijke ziel heeft. Dat de vernieuwde schepping wel dieren kent, nemen velen met Calvijn bij Romeinen 8:21 voorzichtig aan.
- Ruimte voor hoop: sommige christenen, vooral in evangelische kring, hopen dat God ook geliefde dieren terug zal geven. Zij wijzen op Gods goedheid over al Zijn werken (Psalm 145:9) en op de belofte dat Hij alle dingen nieuw maakt.
- Beeldspraak: ook in reformatorische kring wordt Jesaja 11 vaak vooral gelezen als beeld van de vrede in het rijk van de Messias, waarin mensen die van nature wreed zijn door het Evangelie veranderd worden. Uit die tekst alleen volgt dan niets over echte dieren op de nieuwe aarde.
Wat vaststaat, is wat God gezegd heeft. Waar Hij zwijgt, laten wij de verborgen dingen bij de HEERE, en houden wij ons aan wat Hij geopenbaard heeft (Deuteronomium 29:29). Wie hoopt een dier terug te zien, hoeft zich daarvoor niet te schamen, al is het geen zekerheid die de Bijbel geeft. De grootste vreugde van de nieuwe aarde zal God Zelf zijn, Die bij Zijn volk woont (Openbaring 21:3).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften spreken niet apart over dieren na de dood, wel over de plaats van de dieren in Gods schepping. Artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God alle schepselen gemaakt heeft, ieder zijn wezen, gestalte en taak gaf om zijn Schepper te dienen, en ze nog onderhoudt en regeert. De Heidelbergse Catechismus zegt in Zondag 10 (vraag 27) hetzelfde: God onderhoudt hemel en aarde met alle schepselen als met Zijn hand, zodat niets bij geval gebeurt.
Over het einde belijdt artikel 37 dat Christus bij Zijn wederkomst deze oude wereld in vuur en vlam zet om haar te zuiveren. Dat sluit aan bij Romeinen 8: de wereld wordt gereinigd en vernieuwd, en niet weggegooid. Over de mens spreken de belijdenissen uitdrukkelijker. In Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de gelovige dat zijn ziel na dit leven 'terstond tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 22, vraag 57). Die troost belijdt de kerk voor wie Christus toebehoort (Romeinen 8:38-39).
Als u een huisdier verloren hebt
Verdriet om een dier is echt verdriet. Een hond die elke dag met u liep of een kat die jarenlang bij u op schoot lag, hoort bij uw leven. De Bijbel neemt de band tussen mens en dier serieus: 'De rechtvaardige kent het leven van zijn beest' (Spreuken 12:10). Wie een ziek of oud dier liet inslapen om het lijden te besparen, heeft daarmee vaak juist voor zijn beest gezorgd. De profeet Nathan vertelde David zelfs over een arme man wiens enige ooilam van zijn bete at, uit zijn beker dronk en in zijn schoot sliep (2 Samuël 12:3). Wie om een dier rouwt, hoeft zich daarvoor niet te schamen.
Voor kinderen is de dood van een huisdier vaak de eerste keer dat zij de dood van dichtbij meemaken. Het helpt om hun vragen serieus te nemen en niet meer te beloven dan de Bijbel zegt. U kunt eerlijk zeggen dat God goed is voor Zijn dieren, dat Hij weet wat wij niet weten, en dat Hij eens alle dingen nieuw maakt. Zo horen zij ook dat de dood geen deel was van Gods goede schepping (Genesis 1:31).
Soms raakt het verlies van een dier een dieper verdriet, of maakt het een eerder verlies weer wakker. Spreek er dan over met uw predikant, ouderling of iemand uit de gemeente die u vertrouwt. Wilt u eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u De Luisterlijn dag en nacht bellen via 088 0767 000, of chatten via deluisterlijn.nl. De HEERE kent ook dit verdriet, en Hij is nabij wie gebroken van hart is (Psalm 34:19).
'De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken' (Psalm 145:9)