De Nieuwe Schepping (Openbaring 21:1-8)
Openbaring 21 opent met een van de meest hoopvolle beelden in de hele Bijbel: de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Johannes ziet hoe de eerste hemel en aarde verdwenen zijn, evenals de zee. Dit beeldt de totale vernieuwing van de schepping uit, waarbij alle gevolgen van de zonde weggenomen worden.
Het Nieuwe Jeruzalem (vers 2-4)
Het nieuwe Jeruzalem daalt neer uit de hemel, gereed gemaakt als een bruid voor haar bruidegom. Dit beeld benadrukt zowel de schoonheid als de intimiteit van Gods relatie met Zijn volk. De centrale belofte is dat God zelf bij de mensen zal wonen. De tent van God is bij de mensen - een verwijzing naar Gods aanwezigheid die voorheen beperkt was tot de tabernakel en tempel.
De belofte dat God alle tranen zal afwissen is bijzonder troostend. Dood, rouw, geroep en pijn zullen niet meer bestaan, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. Dit geeft hoop aan iedereen die lijdt onder de gevolgen van de gevallen wereld.
Gods Belofte van Vernieuwing (vers 5-8)
Hij die op de troon zit verklaart: 'Zie, Ik maak alles nieuw.' Deze woorden zijn betrouwbaar en waarachtig. God identificeert zichzelf als de Alfa en Omega, het begin en het einde, wat Zijn soevereiniteit over alle geschiedenis benadrukt.