Ga naar hoofdinhoud

Kort Begrip les 6: lijden en verhoging

In het kort

Les 6 van het Kort Begrip gaat over wat Christus gedaan heeft om ons zalig te maken. Hij heeft geleden en is gestorven in Zijn menselijke natuur, gesterkt door Zijn Godheid. Hij is opgestaan en ten hemel gevaren, regeert Zijn gemeente en bidt voor haar. Eens komt Hij terug om te oordelen.

De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 6

  1. 32. Wat heeft dan Jezus Christus gedaan, om ons zalig te maken?

    Antw.Hij heeft voor ons geleden, is gekruisigd en gestorven, begraven en nedergedaald ter helle, dat is, Hij heeft de helsche pijn geleden en is alzoo aan zijnen Vader gehoorzaam geworden, opdat Hij ons van de tijdelijke en eeuwige straffen der zonde verlossen zou.

    Bewijsteksten: 1 Petrus 3:18; Jesaja 53:3; Filippenzen 2:8; 1 Korinthe 15:4; Hebreeën 5:8; Galaten 3:13; Jesaja 53:5
    • 1 Petrus 3:18 Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest;
    • Jesaja 53:3 Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
    • Filippenzen 2:8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
    • 1 Korinthe 15:4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
    • Hebreeën 5:8 Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.
    • Galaten 3:13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.
    • Jesaja 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
  2. 33. In welke natuur heeft Hij dit geleden?

    Antw.Alleen in Zijn menschelijke natuur, dat is Zijne ziel en Zijn lichaam.

    Bewijsteksten: Mattheüs 26:38; Mattheüs 27:46; 1 Petrus 2:24
    • Mattheüs 26:38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
    • Mattheüs 27:46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!
    • 1 Petrus 2:24 Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.
  3. 34. Wat heeft dan zijne Godheid hiertoe gedaan?

    Antw.Zijne Godheid heeft door hare kracht die aangenomene menschheid alzoo gesterkt, dat zij den last des toorns van God tegen de zonde heeft kunnen verdragen en ons daarvan verlossen.

    Bewijsteksten: Jesaja 63:5; Psalm 90:11; Hebreeën 9:14
    • Jesaja 63:5 En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,
    • Psalm 90:11 Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?
    • Hebreeën 9:14 Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levende God te dienen?
  4. 35. Is Christus dan in den dood gebleven?

    Antw.Neen Hij, maar Hij is ten derden dage opgestaan van de dooden tot onze gerechtigheid.

    Bewijsteksten: Romeinen 4:25; Lukas 24:34; 1 Korinthe 15:4
    • Romeinen 4:25 Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
    • Lukas 24:34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
    • 1 Korinthe 15:4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
  5. 36. Waar is Christus nu naar Zijne menschheid?

    Antw.Hij is opgevaren ten hemel, en zit ter rechterhand van God den Vader, dat is, verheven in de hoogste heerlijkheid boven alle schepselen.

    Bewijsteksten: Markus 16:19; Handelingen 1:9; Efeze 1:20-21
    • Markus 16:19 De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.
    • Handelingen 1:9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
    • Efeze 1:20-21 Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel; Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
  6. 37. Waartoe is Hij dan zoo hoog verheven?

    Antw.Inzonderheid opdat Hij van daar zijne Gemeente zou regeeren en onze Voorbidder zijn bij den Vader.

    Bewijsteksten: Efeze 1:22; Romeinen 8:34
    • Efeze 1:22 En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;
    • Romeinen 8:34 Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.

    Noot. 'Waartoe is Hij dan' is de lezing van 1895 (op de scan nagezien); 1892, Reits (1881) en Höveker hebben 'Waartoe is Hij daar'.

  7. 38. Is Hij dan niet bij ons tot aan het einde der wereld, alzoo Hij ons beloofd heeft?

    Antw.Naar Zijne Godheid, Majesteit, Genade en Geest, wijkt Hij nimmermeer van ons, maar naar Zijne menschheid blijft Hij in den Hemel totdat Hij eenmaal zal komen, om te oordeelen de levenden en de dooden.

    Bewijsteksten: Mattheüs 28:20; Mattheüs 18:20; Johannes 14:16; Handelingen 3:21; Handelingen 1:11; 2 Korinthe 5:10; Mattheüs 25:31-33
    • Mattheüs 28:20 En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.
    • Mattheüs 18:20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.
    • Johannes 14:16 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
    • Handelingen 3:21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.
    • Handelingen 1:11 Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
    • 2 Korinthe 5:10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
    • Mattheüs 25:31-33 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot Zijn linker hand.

Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Les 5 liet zien wie de Middelaar is. Les 6 laat zien wat Hij gedaan heeft. Vraag 32 vraagt daarom wat Jezus Christus gedaan heeft 'om ons zalig te maken'. Het antwoord volgt de woorden van de twaalf artikelen: geleden, gekruisigd, gestorven, begraven en nedergedaald ter helle.

Geleden in onze plaats

Het antwoord begint met: 'Hij heeft voor ons geleden'. De woorden voor ons zijn de kern. Christus leed niet om eigen schuld. Hij leed in de plaats van zondaren. Petrus schrijft: "Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen". Het boekje legt de nederdaling ter helle zelf uit: 'Hij heeft de helsche pijn geleden'. Christus heeft de angst en de pijn van Gods toorn over de zonde gedragen. Aan het kruis riep Hij: "Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten".

Zo is Hij 'aan zijnen Vader gehoorzaam geworden'. Het doel staat erbij: 'opdat Hij ons van de tijdelijke en eeuwige straffen der zonde verlossen zou'. Les 2 sprak over die tijdelijke en eeuwige straf. Hier blijkt dat Christus deze straf voor de Zijnen gedragen heeft.

Naar Zijn menselijke natuur

Vraag 33 vraagt in welke natuur Hij dit geleden heeft. 'Alleen in Zijn menschelijke natuur, dat is Zijne ziel en Zijn lichaam'. God kan niet lijden of sterven. In de hof van Gethsemane zei de Heere Jezus: "Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe". Hij leed dus naar ziel en lichaam.

Wat deed dan Zijn Godheid? Vraag 34 antwoordt dat de Godheid de mensheid zo sterkte, 'dat zij den last des toorns van God tegen de zonde heeft kunnen verdragen'. Een gewoon mens zou onder die last bezweken zijn. De psalmdichter vraagt: "Wie kent de sterkte Uws toorns"? Christus heeft die toorn gedragen, omdat Hij ook waarachtig God is.

Opgestaan tot onze gerechtigheid

Is Christus in de dood gebleven? Vraag 35 zegt: 'Neen Hij, maar Hij is ten derden dage opgestaan van de dooden tot onze gerechtigheid'. Ten derden dage betekent op de derde dag. De opstanding laat zien dat de Vader het offer van Zijn Zoon heeft aangenomen. Paulus schrijft dat Hij is "opgewekt om onze rechtvaardigmaking". Rechtvaardigmaking betekent dat God een zondaar vrijspreekt. De discipelen getuigden: "De Heere is waarlijk opgestaan".

Verheven aan Gods rechterhand

Vraag 36 vraagt waar Christus nu is naar Zijn mensheid. Hij 'is opgevaren ten hemel, en zit ter rechterhand van God den Vader'. Het boekje legt dat zelf uit: 'verheven in de hoogste heerlijkheid boven alle schepselen'. Zitten aan de rechterhand betekent dus de hoogste eer en macht ontvangen.

Waartoe is Hij zo hoog verheven? Vraag 37 noemt twee dingen. Hij zal 'van daar zijne Gemeente' regeren, en Hij is de Voorbidder van de Zijnen bij de Vader. Een voorbidder is iemand die voor een ander bidt en voor hem opkomt. Paulus zegt van Christus: "Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt".

Bij ons tot aan het einde

Vraag 38 stelt een eerlijke vraag. Christus heeft beloofd: "Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld". Hoe kan Hij dan in de hemel zijn? Het antwoord maakt een onderscheid. 'Naar Zijne Godheid, Majesteit, Genade en Geest, wijkt Hij nimmermeer van ons'. Nimmermeer betekent nooit. Met Zijn Godheid, Zijn macht, Zijn genade en Zijn Geest is Hij altijd bij de Zijnen.

Naar Zijn mensheid blijft Hij in de hemel, 'totdat Hij eenmaal zal komen, om te oordeelen de levenden en de dooden'. Bij de hemelvaart zeiden twee mannen in witte kleding: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen". Dat is ernstig, want ieder mens zal voor Hem verschijnen. Het is ook een troost: de Rechter is dezelfde Heiland Die voor de Zijnen geleden heeft.

Bijbelse onderbouwing

  • 1 Petrus 3:18

    “Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest;”

    Christus heeft als de Rechtvaardige voor onrechtvaardigen geleden, en dat is het hart van vraag 32.

  • Mattheüs 26:38

    “Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.”

    In de hof was Zijn ziel bedroefd tot de dood toe, en zo leed Hij naar ziel en lichaam.

  • Romeinen 4:25

    “Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”

    Christus is opgewekt om onze rechtvaardigmaking, zoals vraag 35 zegt dat Hij opstond tot onze gerechtigheid.

  • Romeinen 8:34

    “Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.”

    Christus zit aan de rechterhand van God en bidt voor de Zijnen, zoals vraag 37 zegt.

  • Handelingen 1:11

    “Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.”

    Bij de hemelvaart wordt beloofd dat Jezus zo zal terugkomen als Hij ten hemel ging, en daarover spreekt vraag 38.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Wat betekenen de woorden voor ons in het antwoord op vraag 32, en waarom zijn ze zo belangrijk?
  2. Waarom moest de Godheid van Christus Zijn menselijke natuur sterken in het lijden?
  3. Hoe troost het u dat Christus in de hemel voor de Zijnen bidt?
  4. Hoe denkt u aan de wederkomst van Christus: met angst, met verlangen of met allebei?

Samen leren thuis

Lees samen Lukas 24:1-12 of Handelingen 1:6-11 en laat de kinderen navertellen wat er gebeurde. Zeg daarna samen artikel 4 tot en met 7 van de twaalf artikelen op en zoek bij elk artikel de vraag uit deze les die het uitlegt. Leer samen vraag 38 uit het hoofd en dank de Heere voor Zijn lijden en Zijn voorbede.