Ga naar hoofdinhoud

Artikel 6 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders"

In het kort

Artikel 6 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt de hemelvaart van Christus en Zijn zitten aan Gods rechterhand. Hij ging met Zijn menselijk lichaam naar de hemel. Daar pleit Hij voor Zijn volk, zendt Hij Zijn Geest en regeert Hij Zijn kerk. Zo is Hij niet ver weg, maar ons ten goede in de hemel.

De tekst van Apostolicum 6

opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders;

Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.

Na Pasen bleef de Heere Jezus niet op aarde. Artikel 6 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt dat Christus 'opgevaren ten hemel' is. Opgevaren is een oud woord voor omhoog gegaan. Daarna volgt dat Hij zit 'ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders'. Het eerste deel vertelt wat er veertig dagen na Pasen gebeurde. Het tweede deel zegt wat Christus nu doet. De hemelvaart is dus geen afscheid zonder vervolg. Ze is het begin van Zijn regering vanuit de hemel.

Opgevaren ten hemel

Lukas beschrijft het in het boek Handelingen. De Heere Jezus had nog met Zijn discipelen gesproken. Toen "werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen". De discipelen zagen het met eigen ogen. Het was dus geen beeld of gevoel, maar een werkelijke gebeurtenis. Christus ging met hetzelfde lichaam waarin Hij gestorven en opgestaan was. Twee engelen zeiden daarna dat Hij op dezelfde wijze zal terugkomen.

De catechismus wijst erop dat Christus waarachtig mens en waarachtig God is. Met Zijn menselijk lichaam is Hij nu in de hemel en niet meer op aarde. Toch is Hij niet afwezig. Als God blijft Hij met Zijn genade en Geest altijd bij Zijn volk. Zo blijft Zijn belofte waar: "Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld". Ulieden is een oud woord voor u allen.

Wat de hemelvaart ons geeft

Zondag 18 van de Heidelbergse Catechismus noemt drie vruchten van de hemelvaart. De eerste is dat Christus in de hemel onze Voorspreker is. Een voorspraak is iemand die voor een ander het woord doet, zoals een advocaat. Hebreeën zegt dat Christus is ingegaan "in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons". Johannes schrijft: "wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige".

De tweede vrucht is dat wij "ons vlees in den hemel tot een zeker pand" hebben. Een pand is een onderpand, iets wat zekerheid geeft. Het lichaam van Christus in de hemel is de waarborg dat Hij ook Zijn leden bij Zich zal halen. Hij zei Zelf: "Ik ga heen om u plaats te bereiden". De derde vrucht is dat Hij Zijn Geest zendt. Door die Geest gaan de gelovigen zoeken wat boven is.

Zittende ter rechterhand Gods

Daarna belijdt het artikel dat Christus zit aan de rechterhand van God. Dat betekent niet dat God een lichaam heeft met een rechter- en een linkerkant. Het is een beeld uit het hof van een koning. Wie rechts naast de koning zat, had de hoogste eer en deelde in zijn macht. Al bij David klonk die belofte: "Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten".

Zitten betekent ook dat Zijn werk aan het kruis af is. Hebreeën zegt dat Hij gezeten is "nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft". Aan dat offer hoeft niets meer te worden toegevoegd. Het artikel noemt God hier 'des almachtigen Vaders'. Dat wijst terug naar het eerste artikel. Dezelfde almachtige Vader heeft de Zoon deze plaats van eer en macht gegeven.

Hoofd van Zijn kerk

Zondag 19 legt uit waarom het zitten erbij staat. Hij zit daar als Hoofd van Zijn kerk, "door Wien de Vader alle ding regeert". Paulus schrijft dat God Hem "der Gemeente gegeven" heeft "tot een Hoofd boven alle dingen". Niets in de wereld staat buiten Zijn gezag. Geen macht kan Zijn kerk van Hem afnemen.

Vanuit de hemel geeft Hij door Zijn Geest gaven aan Zijn leden. Petrus zei op de Pinksterdag dat Christus, verhoogd door Gods rechterhand, de beloofde Geest had uitgestort. Ook beschermt en bewaart Hij Zijn volk tegen alle vijanden. Daarom zei Hij vooraf: "Het is u nut, dat Ik wegga". Zijn heengaan was geen verlies, maar winst voor de Zijnen.

Uw hart naar boven

Dit artikel richt de blik omhoog. Paulus schrijft: "zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods". Dat maakt het leven op aarde niet onbelangrijk. Het betekent dat uw hart niet vastzit aan wat voorbijgaat. In zorgen, zonde en tegenslag mag u weten dat uw Hoofd in de hemel regeert en voor u bidt. Wie in Hem gelooft, verwacht uit de hemel de Zaligmaker.

Bijbelse onderbouwing

  • Handelingen 1:9

    “En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.”

    Voor de ogen van de discipelen wordt Christus opgenomen en neemt een wolk Hem weg, zodat zij Zijn hemelvaart werkelijk zien.

    Uitleg bij Handelingen 1

  • Markus 16:19

    “De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.”

    Markus verbindt de hemelvaart direct met het zitten aan Gods rechterhand, zoals het artikel die twee samen noemt.

  • Efeze 1:20

    “Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel;”

    God heeft Christus na de opstanding aan Zijn rechterhand gezet, ver boven elke macht in deze en de toekomende wereld.

  • Hebreeën 1:3

    “Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;”

    Christus gaat zitten nadat Hij de reiniging van onze zonden heeft volbracht, als teken dat Zijn offer volkomen is.

  • Psalm 110:1

    “Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.”

    David hoort de HEERE tegen zijn Heere zeggen dat Hij aan Gods rechterhand mag zitten totdat al Zijn vijanden onderworpen zijn.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De woorden over hemelvaart en rechterhand stonden al in de oude doopbelijdenis van de gemeente in Rome. Daar heette het kort dat Christus opgevaren is naar de hemel en zit aan de rechterhand van de Vader. In de latere vorm van de belijdenis wordt God hier opnieuw de almachtige Vader genoemd. Zo grijpt dit artikel terug op het begin.

In de tijd van de Reformatie kreeg dit artikel nieuwe aandacht. Lutherse theologen leerden dat de menselijke natuur van Christus door de vereniging met de Godheid overal tegenwoordig kan zijn. Zo wilden zij Zijn lichamelijke aanwezigheid in het Avondmaal vasthouden. De Heidelbergse Catechismus belijdt daartegenover dat Zijn menselijke natuur in de hemel is. Toch is Hij naar Zijn Godheid overal en altijd bij Zijn kerk.

Om over door te praten

  1. Wat zegt het woord 'zittende' over het werk dat Christus aan het kruis heeft volbracht?
  2. Hoe kan Christus met Zijn lichaam in de hemel zijn en toch elke dag bij Zijn kerk?
  3. Wat betekent het voor u dat er al een menselijk lichaam, dat van Christus, in de hemel is?
  4. Wat betekent het voor uw gebed dat Christus in de hemel voor u pleit?
  5. Hoe ziet het er in uw dagelijks leven uit om de dingen te zoeken die boven zijn?