Ga naar hoofdinhoud

Artikel 4 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle"

In het kort

Artikel 4 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt het lijden, sterven en begraven worden van Christus, tot en met 'nedergedaald ter helle'. Onder Pontius Pilatus werd Hij onschuldig veroordeeld en aan het kruis tot een vloek gemaakt. In Zijn lijden droeg Hij de helse benauwdheid, opdat de gelovigen daarvan verlost zouden zijn.

De tekst van Apostolicum 4

die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle;

Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.

Na de geboorte uit de maagd Maria gaat de geloofsbelijdenis direct naar het lijden. Over de jaren daartussen zegt zij niets. Artikel 4 van de Apostolische Geloofsbelijdenis volgt de weg naar beneden. Christus is Hij Die 'geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven'. Daarna volgen de woorden 'nedergedaald ter helle'. Stap voor stap gaat de Zoon van God dieper. Dat overkwam Hem niet buiten Zijn wil. Hij ging deze weg in de plaats van zondaars.

Geleden, Zijn hele leven lang

Het woord 'geleden' lijkt alleen op de laatste dagen te slaan. Zondag 15 van de catechismus leert dat Christus de hele tijd van Zijn leven op aarde heeft geleden, maar vooral aan het einde. Hij werd arm geboren en door velen verworpen. In de hof van Gethsemane zei Hij: "Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe". Hij leed naar lichaam en naar ziel. Wat Hij droeg, was de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht.

Jesaja had dat al gezien: "Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld". De straf die anderen verdienden, kwam op Hem. Zo was Zijn lijden het enige zoenoffer. Een zoenoffer is een offer dat de schuld wegneemt en verzoening brengt tussen God en de zondaar.

Onder een wereldlijke rechter

Behalve Christus Zelf en Maria is Pontius Pilatus de enige mens die in de belijdenis bij name genoemd wordt. Daarmee staat het lijden van Christus vast in de geschiedenis. Het gebeurde op een bekende plaats en in een bekende tijd, toen Pilatus stadhouder was. Pilatus verklaarde zelf: "Ik vind geen schuld in dezen Mens". Toch gaf hij toe aan de eis van de menigte.

Waarom moest het juist een rechter zijn? De catechismus antwoordt dat Christus onschuldig door de wereldlijke rechter veroordeeld werd. Zo bevrijdde Hij ons van het strenge oordeel van God dat over ons zou gaan. Een rechter sprak het vonnis uit over Iemand Die geen schuld had. Zo werd zichtbaar wat er werkelijk gebeurde. De Onschuldige nam de plaats in van de schuldigen.

Waarom de dood aan het kruis

Gekruisigd worden was een wrede en schandelijke dood. Toch gaat het de catechismus om meer dan de pijn. In de wet van Mozes staat: "een opgehangene is Gode een vloek". Paulus past dat toe op Christus. Hij heeft ons "verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons". Wie aan het hout hing, droeg dus zichtbaar de vloek van God.

Daardoor mag de gelovige zeker zijn dat Christus de vloek die op hem lag, op Zich genomen heeft. Petrus schrijft dat Hij onze zonden "in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout". Het kruis is daarom geen toeval in de geschiedenis. Het is de plaats waar de vloek werd weggedragen.

Gestorven en begraven

Christus moest ook werkelijk sterven. Zondag 16 leert waarom. Vanwege Gods gerechtigheid en waarheid kon de zonde niet anders betaald worden dan door de dood van Gods Zoon. Waarheid betekent hier dat God doet wat Hij gezegd heeft: op de zonde volgt de dood. Paulus noemt het daarom als eerste van het evangelie: "dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften".

De begrafenis bevestigt dat Hij waarlijk gestorven was. Zijn lichaam werd in een graf gelegd, zoals bij ieder mens. Daardoor verandert voor de gelovige ook de eigen dood. Die betaalt niets meer voor de zonde, want Christus heeft betaald. Sterven wordt een afscheid van de zonde en "een doorgang tot het eeuwige leven".

Nedergedaald ter helle

Over deze woorden zijn de meeste vragen. Ter helle is een oude vorm van naar de hel. De catechismus legt het niet uit als een tocht van de ziel naar een plaats onder de aarde. Christus heeft in Zijn hele lijden, maar vooral aan het kruis, de helse benauwdheid gedragen. Hij onderging "Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling". Aan het kruis riep Hij: "Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten". Hij werd door God verlaten, opdat de Zijnen niet verlaten zouden worden.

Waarom staan deze woorden dan na begraven? Ze vatten het diepste van Zijn lijden nog eens samen, tot troost van de gelovige. Aanvechting is de strijd waarin twijfel en angst het geloof aanvallen. Wie in zware aanvechting op Christus ziet, mag weten dat Hij hem bevrijd heeft van de angst en pijn van de hel. Daarom hoeft een kind van God in zijn diepste nood niet te wanhopen.

Bijbelse onderbouwing

  • Jesaja 53:5

    “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

    Jesaja zegt eeuwen tevoren dat de Knecht van de HEERE verwond wordt om de overtredingen van anderen en de straf draagt die hun vrede brengt.

    Uitleg bij Jesaja 53

  • Mattheüs 27:46

    “En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!”

    Aan het kruis roept Christus uit dat God Hem verlaten heeft, en daarin ligt de diepte van Zijn helse benauwdheid.

  • 1 Korinthe 15:3

    “Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;”

    Paulus noemt de dood van Christus voor onze zonden het eerste wat hij van het evangelie heeft doorgegeven.

  • 1 Petrus 2:24

    “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”

    Petrus belijdt dat Christus onze zonden in Zijn lichaam aan het hout heeft gedragen, opdat wij voor de gerechtigheid zouden leven.

  • Psalm 22:2

    “Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?”

    David klaagt over Godverlatenheid in de woorden die Christus later aan het kruis Zelf heeft uitgeroepen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De woorden 'onder Pontius Pilatus' staan al in de oudste vormen van de Romeinse doopbelijdenis. Ze verbonden het geloof aan een bekende stadhouder en dus aan de werkelijke geschiedenis. De woorden 'nedergedaald ter helle' ontbreken daar nog. Rond het jaar 400 vermeldt Rufinus dat ze in de belijdenis van de kerk van Aquileja stonden. Later werden ze in de westerse kerk algemeen.

Over de betekenis is lang verschil geweest. Rome leerde dat de ziel van Christus afdaalde naar een voorportaal van de hel, om de gelovigen van het Oude Testament te bevrijden. De lutherse kerken zagen er een overwinning van Christus over de hel in. Calvijn las de woorden als het lijden van Christus naar de ziel onder de toorn van God. De Heidelbergse Catechismus volgt die lijn in vraag 44.

Om over door te praten

  1. Waarom noemt de belijdenis bij het lijden van Christus juist de naam van Pontius Pilatus?
  2. Wat zegt het u dat Christus niet alleen aan het einde, maar Zijn hele leven heeft geleden?
  3. Hoe helpt de vloek van het kruis u om de genade van God beter te begrijpen?
  4. Waarom legt de catechismus 'nedergedaald ter helle' uit als de helse benauwdheid aan het kruis en niet als een tocht na de dood?
  5. Welke troost geeft dit artikel u in tijden van zware aanvechting of angst voor de dood?