Kort Begrip les 5: Gods Zoon, mens geworden
In het kort
Les 5 van het Kort Begrip gaat over Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God. Hij is waarachtig mens geworden zonder dat Zijn Godheid veranderde, en is ons in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. De namen Jezus en Christus zeggen wie Hij voor Zijn volk is: Zaligmaker en Gezalfde.
De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 5
24. Wat gelooft gij met deze woorden: In Jezus Christus Zijnen eeniggeboren Zoon, onze Heere?
Antw.Dat Jezus Christus, de eeuwige en eenige Zoon, des Vaders zij, ééns wezens met God den Vader en den H. Geest.
Bewijsteksten: Psalm 2:7; Micha 5:1; Johannes 1:14; Johannes 1:18; Hebreeën 1:5; Johannes 5:26; 1 Johannes 5:20; Johannes 10:30; Hebreeën 1:3
- Psalm 2:7 Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
- Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israel, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
- Johannes 1:14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
- Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.
- Hebreeën 1:5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?
- Johannes 5:26 Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven;
- 1 Johannes 5:20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.
- Johannes 10:30 Ik en de Vader zijn een.
- Hebreeën 1:3 Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;
Noot. Deze vraag komt uit de 14e druk van dezelfde uitgave (1892): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.
25. Gelooft gij niet, dat hij ook mensch geworden is?
Antw.Ja ik, want Hij is ontvangen van den Heiligen Geest, en geboren uit de maagd Maria.
Bewijsteksten: Lukas 1:35; Johannes 1:14; 1 Timotheüs 3:16; Hebreeën 2:14
- Lukas 1:35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.
- Johannes 1:14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
- 1 Timotheüs 3:16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
- Hebreeën 2:14 Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;
Noot. Deze vraag komt uit de 14e druk van dezelfde uitgave (1892): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.
26. Is dan zijne Godheid veranderd in Menschheid?
Antw.Neen, want de Godheid is onveranderlijk.
Bewijsteksten: Maleachi 3:6; Jakobus 1:17
- Maleachi 3:6 Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs! niet verteerd.
- Jakobus 1:17 Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.
Noot. Deze vraag komt uit de 14e druk van dezelfde uitgave (1892): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.
27. Hoe is hij dan mensch geworden?
Antw.Door aanneming der menschheid in eenigheid zijns Persoons.
Bewijstekst: Romeinen 9:5
- Romeinen 9:5 Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
Noot. Deze vraag komt uit de 14e druk van dezelfde uitgave (1892): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.
28. Heeft Hij dan Zijne menschheid uit den Hemel gebracht?
Antw.Neen Hij, maar Hij heeft die aangenomen uit de maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes, en is alzoo ons, zijnen broederen, in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde.
Bewijsteksten: Hebreeën 4:15; Filippenzen 2:7; Lukas 1:30-31; Mattheüs 1:20
- Hebreeën 4:15 Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
- Filippenzen 2:7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;
- Lukas 1:30-31 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS.
- Mattheüs 1:20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest;
Noot. Deze vraag komt uit de 14e druk van dezelfde uitgave (1892): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.
29. Waarom wordt Hij Jezus, dat is Zaligmaker, genaamd?
Antw.Omdat Hij Zijn volk zalig maakt van hunne zonden.
Bewijsteksten: Mattheüs 1:21; Lukas 2:21; Hebreeën 7:25
- Mattheüs 1:21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
- Lukas 2:21 En als acht dagen vervuld waren, dat men het Kindeken besnijden zou, zo werd Zijn Naam genaamd JEZUS, welke genaamd was van den engel, eer Hij in het lichaam ontvangen was.
- Hebreeën 7:25 Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
30. Is er anders geen Zaligmaker?
Antw.Neen. Want er is geen andere naam onder den hemel den menschen gegeven, door welken wij moeten zalig worden, dan door den naam van Jezus.
Bewijsteksten: Handelingen 4:12; Johannes 14:6; Jesaja 45:22
- Handelingen 4:12 En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.
- Johannes 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.
- Jesaja 45:22 Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.
31. Waarom wordt Hij Christus, dat is Gezalfde, genaamd?
Antw.Omdat Hij met den Heiligen Geest is gezalfd en van God den Vader is verordend tot onzen grooten Profeet, tot onzen eenigen Hoogepriester en tot onzen eeuwigen Koning.
Bewijsteksten: Handelingen 10:38; Psalm 45:8; Spreuken 8:23; Handelingen 3:22; Psalm 110:4; Hebreeën 7:20-21; Lukas 1:32-33; Psalm 2:6
- Handelingen 10:38 Belangende Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.
- Psalm 45:8 Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten.
- Spreuken 8:23 Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan.
- Handelingen 3:22 Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal.
- Psalm 110:4 De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
- Hebreeën 7:20-21 En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden; Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek).
- Lukas 1:32-33 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
- Psalm 2:6 Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.
Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Na God de Vader noemen de twaalf artikelen de Zoon. Vraag 24 tot 31 leggen uit wie Hij is: waarachtig God en waarachtig mens, de Zaligmaker en de Gezalfde.
De eeuwige Zoon van de Vader
Vraag 24 belijdt dat Jezus Christus 'de eeuwige en eenige Zoon, des Vaders' is. De vraag noemt Hem 'Zijnen eeniggeboren Zoon'. Eniggeboren betekent: de enige Zoon Die van nature Gods Zoon is. Gelovigen worden kinderen van God door aanneming, om Zijnentwil.
Eeuwig betekent: zonder begin. De Zoon is niet ergens in de tijd ontstaan. Hij is van eeuwigheid bij de Vader en is van hetzelfde wezen als de Vader en de Heilige Geest, even waarachtig God. De Heere Jezus zegt Zelf: "Ik en de Vader zijn een". Daarom noemt de belijdenis Hem ook onze Heere: Hij heeft recht op ons hele leven.
Waarachtig mens geworden
Vraag 25 vraagt of Hij ook mens geworden is. 'Ja ik, want Hij is ontvangen van den Heiligen Geest, en geboren uit de maagd Maria'. De engel zei tegen Maria: "De Heilige Geest zal over u komen". Zijn ontvangenis is een wonder van God.
Vraag 26 voorkomt een misverstand. Is Zijn Godheid veranderd in mensheid? 'Neen, want de Godheid is onveranderlijk'. God zegt: "Ik, de HEERE, word niet veranderd". De Zoon hield niet op God te zijn toen Hij mens werd. Vraag 27 zegt hoe het dan ging: 'Door aanneming der menschheid in eenigheid zijns Persoons'. Dat betekent: de Zoon nam de menselijke natuur aan en verenigde die met Zijn eigen Persoon. Zo is Hij één Persoon, God en mens.
Ons in alles gelijk
Vraag 28 vraagt of Hij Zijn mensheid uit de hemel heeft meegebracht. Het antwoord is nee: Hij heeft die 'aangenomen uit de maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes'. Hij had dus echt ons vlees en bloed. Zo is Hij 'ons, zijnen broederen, in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde'. Uitgenomen betekent: behalve. Hebreeën 4 zegt dat Hij "in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde". Daarom kan Hij "medelijden hebben met onze zwakheden". Omdat Hij zonder zonde was, kon Hij voor zondaars instaan.
De naam Jezus: Zaligmaker
Vraag 29 legt de naam Jezus uit. Het boekje zegt zelf: 'Jezus, dat is Zaligmaker'. Hij heet zo 'Omdat Hij Zijn volk zalig maakt van hunne zonden'. De engel zei het al tegen Jozef: "Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden". Zalig maken betekent: redden van zonde en straf, en het eeuwige leven geven.
Vraag 30 vraagt of er nog een andere Zaligmaker is. Het antwoord begint met een kort 'Neen'. Er is 'geen andere naam onder den hemel den menschen gegeven, door welken wij moeten zalig worden'. Wie redding zoekt bij zichzelf of bij een ander, vindt die niet. De Heere Jezus zegt: "Niemand komt tot den Vader, dan door Mij".
De naam Christus: Gezalfde
Vraag 31 legt de naam Christus uit: Gezalfde. In het Oude Testament werden profeten, priesters en koningen gezalfd. Christus is gezalfd 'met den Heiligen Geest'. Petrus spreekt erover "hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht". Hij is 'van God den Vader' verordend, dat is: aangesteld.
Hij is 'onzen grooten Profeet', Die ons de wil van God bekendmaakt. Hij is 'onzen eenigen Hoogepriester', Die Zichzelf geofferd heeft en voor ons bidt. En Hij is 'onzen eeuwigen Koning', Die Zijn volk regeert en beschermt. Wie Christus kent, heeft in Hem alles wat nodig is tot zaligheid.
Bijbelse onderbouwing
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.”
Het eeuwige Woord is vlees geworden, en dat belijden vraag 24 en 25 over de Zoon van God.
“En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.”
De engel zegt tot Maria dat de Heilige Geest over haar zal komen, en zo is Christus ontvangen.
“Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.”
Christus is in alle dingen verzocht zoals wij, maar zonder zonde, zoals vraag 28 zegt.
“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”
De engel geeft de naam Jezus en legt hem meteen uit: Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
“Belangende Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.”
Petrus zegt dat God Jezus gezalfd heeft met de Heilige Geest, en daarom heet Hij Christus.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom is het belangrijk dat de Zoon van God eeuwig is en niet in de tijd ontstaan?
- Wat betekent het voor u dat Christus in alle dingen verzocht is, maar zonder zonde?
- Waarom zegt vraag 30 dat er geen andere Zaligmaker is, en waar zoeken mensen toch redding?
- Wat leren de ambten van Profeet, Hogepriester en Koning u over wat Christus nu nog doet?
Samen leren thuis
Lees samen Lukas 1:26-38 en Mattheüs 1:18-21. Laat de kinderen de twee namen opzoeken die in deze les worden uitgelegd, en schrijf bij elke naam wat die betekent. Maak drie kolommen voor Profeet, Hogepriester en Koning en zet erbij wat Christus in elk ambt doet. Leer samen vraag 29 en 31 uit het hoofd.