Artikel 5 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "ten derden dage wederom opgestaan van de doden"
In het kort
Ten derden dage is Christus opgestaan van de doden: dat belijdt artikel 5 van de Apostolische Geloofsbelijdenis. Het graf was leeg, en de Heere liet Zich levend zien. Zijn opstanding geeft de gelovige drie dingen: vrijspraak van de zonden, een nieuw leven en de zekerheid dat ook zijn eigen lichaam zal opstaan.
De tekst van Apostolicum 5
ten derden dage wederom opgestaan van de doden;
Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.
Na het lijden, het sterven en de begrafenis van Christus komt in artikel 5 van de Apostolische Geloofsbelijdenis de grote omkeer. De kerk belijdt dat Hij 'ten derden dage wederom opgestaan van de doden' is. Wederom is een oud woord voor opnieuw. Hij Die werkelijk gestorven was, leefde weer. Dat is geen beeld voor een gedachte die voortleeft. Het is een gebeurtenis op een bepaalde dag, bij een echt graf.
Op de derde dag
Ten derden dage betekent: op de derde dag. De Heere Jezus stierf op vrijdag en stond op in de vroegte van de eerste dag van de week. Paulus rekent dit tot de kern van het evangelie: Hij "is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften". Die laatste woorden zijn belangrijk. De opstanding kwam niet onverwacht.
De Heere Jezus had het Zelf vooruit gezegd. De Zoon des mensen moest gekruisigd worden "en ten derden dage wederopstaan". Ook de Psalmen hadden het aangekondigd: "Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie". Petrus haalde die woorden op de Pinksterdag aan. Het was niet mogelijk dat de dood Hem vasthield.
Het lege graf
Op de morgen van de derde dag vonden de vrouwen het graf leeg. De engelen zeiden tegen hen: "Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan". Ze herinnerden hen eraan dat Hij dit in Galilea al gezegd had. Later liet de Heere Zich aan Zijn discipelen zien. Hij was geen geest, want Hij zei: "tast Mij aan, en ziet". Thomas mocht de wonden in Zijn handen en Zijn zijde zien.
Het lichaam dat in het graf gelegd was, is hetzelfde lichaam dat opstond. Daarom spreekt het artikel van opstaan van de doden. De vijanden konden het lege graf niet wegredeneren. Zij verspreidden het gerucht dat de discipelen het lichaam in de nacht gestolen hadden.
Wat de opstanding ons geeft
Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus vraagt wat de opstanding van Christus ons baat. Het antwoord noemt drie dingen. Het eerste is dat Christus door Zijn opstanding de dood overwonnen heeft. Zo kan Hij de gerechtigheid die Hij door Zijn sterven verwierf, ook werkelijk aan de Zijnen geven. Paulus zegt van Christus dat Hij "overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking".
Rechtvaardigmaking betekent dat God een zondaar vrijspreekt en rechtvaardig verklaart omwille van Christus. Hoeveel daarvan afhangt, zegt Paulus ook: "indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden". Een dode Heiland zou niemand vrijspreken. Een levende Heiland doet dat wel.
Het tweede is dat ook de gelovigen door Zijn kracht worden opgewekt tot een nieuw leven. Wie met Christus verbonden is, deelt in Zijn leven. Paulus legt het verband: "gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is", zo moeten ook de gelovigen "in nieuwigheid des levens wandelen". Dat is geen eigen prestatie. Het is de kracht van de levende Heere, Die de macht van de zonde breekt en het hart naar boven richt.
Het derde is dat de opstanding van Christus de gelovigen "een zeker pand onzer zalige opstanding" is. Een pand is een onderpand: iets wat u nu al in handen krijgt als zekerheid dat het beloofde komt. Paulus noemt Christus "de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn". In Israël was de eersteling het eerste deel van de oogst, dat aan de HEERE gewijd werd. Na de eersteling volgt de hele oogst.
Troost bij het graf
Daarom mogen gelovigen met andere ogen naar de dood kijken. Een graf blijft verdrietig, maar het heeft niet het laatste woord. De engelen vroegen de vrouwen waarom zij "den Levende bij de doden" zochten. Die vraag raakt ook u. Wie zijn leven bij de levende Christus zoekt, hoeft de dood niet als einde te zien. Dan mag u met Paulus zeggen: "Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus".
Bijbelse onderbouwing
“En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;”
Paulus rekent de opstanding op de derde dag tot de kern van het evangelie en zegt dat die naar de Schriften gebeurde.
“Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.”
Christus is als Eersteling opgewekt, en daarom is Zijn opstanding de waarborg dat de ontslapen gelovigen ook zullen opstaan.
“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”
Christus is om onze zonden overgeleverd en tot onze rechtvaardigmaking opgewekt, zodat Zijn opstanding de vrijspraak van de zondaar vaststelt.
“Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,”
De engelen bij het lege graf zeggen dat Jezus is opgestaan, zoals Hij in Galilea al had voorzegd.
“Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.”
Zoals Christus uit de doden is opgewekt, zo worden de gelovigen geroepen om in een nieuw leven te wandelen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De woorden over de opstanding op de derde dag horen bij de oudste kern van de geloofsbelijdenis. Paulus schreef aan Korinthe dat hij doorgaf wat hij zelf ontvangen had: Christus stierf, werd begraven en werd op de derde dag opgewekt. Die korte opsomming wordt vaak gezien als een van de vroegste belijdenissen van de kerk. Ook in de oudste bekende vorm van de Romeinse doopbelijdenis stond de opstanding op de derde dag al.
Er was ook vroeg verzet. In Korinthe beweerden sommigen dat de doden niet opstaan. Paulus antwoordde dat dan ook Christus niet opgewekt is. Hij noemde de getuigen die de Heere levend gezien hadden, onder wie meer dan vijfhonderd broeders tegelijk.
Om over door te praten
- Waarom maakt het voor het geloof uit dat Christus lichamelijk is opgestaan, en niet alleen voortleefde in de herinnering van Zijn discipelen?
- Wat bedoelt Paulus als hij schrijft dat Christus is opgewekt om onze rechtvaardigmaking?
- Welke van de drie vruchten van de opstanding uit de catechismus heeft u op dit moment het meest nodig, en waarom?
- Hoe kan de opstanding van Christus uw kijk op de dood veranderen, of op het graf van iemand die u liefhad?
- Waaraan is in het leven van een gelovige te merken dat hij met Christus tot een nieuw leven is opgewekt?