Ga naar hoofdinhoud

Woestijn van Juda in de Bijbel

Het Hebreeuwse woord voor woestijn, midbar, betekent eerder open, onbebouwd land waar kudden weiden dan een zandwoestijn. Mattheüs 3:1 gebruikt het Griekse eremos, een verlaten plaats. In 1 Samuël 23:24 en 26:1 staat ook jesjimon, woestenij, dat de Statenvertaling met wildernis vertaalt.

De woestijn van Juda is het kale, droge land tussen het bergland van Jeruzalem en Hebron en de Dode Zee. David verborg zich er voor Saul, het opschrift van Psalm 63 plaatst de psalm hier, en Johannes de Doper predikte in de woestijn van Judea (Mattheüs 3:1).

Ook bekend als: woestijn van Judea, Judese woestijn

Ligging

De woestijn van Juda is de oostelijke helling van het bergland van Juda. Zij begint vlak achter de bergrug waarop Jeruzalem, Bethlehem en Hebron liggen, en daalt over een korte afstand af naar de Dode Zee, die ruim vierhonderd meter onder de zeespiegel ligt. De regen valt vooral op de westkant van het bergland; hier is het droog. Het landschap bestaat uit kale kalkheuvels, diepe kloven en steile rotswanden langs de Dode Zee, met enkele bronnen, zoals bij En-gedi.

Vandaag

Het gebied ligt nu grotendeels op de Westelijke Jordaanoever en voor een kleiner deel in Israël, tussen Jeruzalem, Bethlehem en Hebron en de westoever van de Dode Zee. Welke streek bedoeld is, staat vast. Er liggen onder meer de bron van En-gedi, de vesting Masada, de ruïnes van Qumran en het oude klooster Mar Saba in het Kidrondal.

Geschiedenis

De Bijbel noemt de woestijn van Juda voor het eerst bij de vestiging in het land. De Kenieten, de familie van de schoonvader van Mozes, trokken met de kinderen van Juda op naar de woestijn van Juda ten zuiden van Arad (Richteren 1:16). Het stamgebied van Juda telde in de woestijn zes steden, waaronder de Zoutstad en En-gedi (Jozua 15:61-62). De Schrift noemt ook kleinere delen naar een nabijgelegen stad: de woestijn Zif, de woestijn van Maon, de woestijn van En-gedi en de woestijn van Thekoa. Op de vlucht voor Saul trok David met zijn mannen door deze streek. Hij bleef in de woestijn in de vestingen en op een berg in de woestijn Zif, en Saul zocht hem alle dagen, "doch God gaf hem niet over in zijn hand" (1 Samuël 23:14). In de woestijn van Maon ontkwam hij nauwelijks, toen Saul aan de ene kant van een berg ging en David aan de andere (1 Samuël 23:26). Daarna verbleef hij in de vestingen van En-gedi, waar hij Saul in een spelonk spaarde (1 Samuël 24:1-8), en later spaarde hij hem opnieuw bij de heuvel Hachila in de woestijn Zif (1 Samuël 26). Nabal, de man van Abigail, woonde in Maon aan de rand van dit gebied (1 Samuël 25:2). Psalm 63 draagt het opschrift: "Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda" (Psalm 63:1). Bij de opstand van Absalom ging David over de beek Kidron, recht naar den weg der woestijn, en wachtte hij in de vlakke velden der woestijn (2 Samuël 15:23, 28). Koning Josafat trok uit naar de woestijn van Thekoa tegen Ammon en Moab, en de HEERE gaf Juda de overwinning terwijl het volk zong (2 Kronieken 20:20-22). De profeet Amos was een van de veeherders van Thekoa, aan de rand van deze woestijn (Amos 1:1). In het Nieuwe Testament groeide Johannes de Doper op in de woestijnen (Lukas 1:80), vermoedelijk in deze streek, en predikte hij in de woestijn van Judea (Mattheüs 3:1). Na Zijn doop werd Jezus door de Geest in de woestijn geleid om verzocht te worden (Mattheüs 4:1). Welke woestijn dat was, zeggen de evangeliën niet. Later bouwde Herodes de Grote er burchten als Masada en het Herodion uit. Bij Qumran, aan de rand van de Dode Zee, werden in de twintigste eeuw de Dode-Zeerollen gevonden. In de Byzantijnse tijd woonden er veel monniken.

Betekenis in de Bijbel

De woestijn van Juda ligt vlak naast Jeruzalem en Bethlehem, maar is een andere wereld: droog, leeg en stil. In de Bijbel is zij daarom de plaats waar mensen op de vlucht gaan en waar God hen bewaart. David was er gejaagd als een veldhoen (1 Samuël 26:20), maar de HEERE gaf hem niet over in de hand van Saul. Psalm 63, volgens het opschrift gedicht toen David in de woestijn van Juda was (op de vlucht voor Saul of later voor Absalom), laat zien hoe zo'n tijd een gebed werd. In een land, dor en mat, zonder water, zegt David: "mijn ziel dorst naar U" (Psalm 63:2). Jesaja verbindt de woestijn met de terugkeer van de HEERE tot Zijn volk: "Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN" (Jesaja 40:3). De evangeliën zien die belofte vervuld in Johannes de Doper, die in de woestijn van Judea optrad (Mattheüs 3:3, Johannes 1:23). Daarheen trokken Jeruzalem en heel Judea uit om zich te laten dopen (Mattheüs 3:5). Jezus vroeg later aan de scharen wat zij in de woestijn waren gaan aanschouwen (Mattheüs 11:7). Ook de verzoeking van Christus staat in het teken van de woestijn. Israël werd veertig jaar in de woestijn beproefd (Deuteronomium 8:2); Christus werd veertig dagen in de woestijn verzocht en antwoordde met de woorden van Deuteronomium 8:3 (Mattheüs 4:4). De Schrift noemt de plaats niet. Omdat Jezus van de Jordaan kwam (Lukas 4:1), denken veel uitleggers aan de woestijn van Juda; een oude overlevering wijst een berg bij Jericho aan.

Sleutelgebeurtenissen in de woestijn van Juda

1

De Kenieten trekken naar de woestijn van Juda

De nakomelingen van de schoonvader van Mozes trekken met Juda op uit de Palmstad en gaan wonen in de woestijn van Juda, ten zuiden van Arad.

Richteren 1:16

2

David in de woestijn Zif

David verblijft met zijn mannen in de vestingen en op een berg in de woestijn Zif. Saul zoekt hem dagelijks, maar God geeft hem niet in zijn hand.

1 Samuël 23:14

3

Ontkomen in de woestijn van Maon

Saul gaat aan de ene kant van een berg, David aan de andere. Sauls mannen omsingelen David al, maar Saul moet terug omdat de Filistijnen het land zijn ingevallen.

1 Samuël 23:24-28

4

David spaart Saul bij En-gedi

In de vestingen van En-gedi snijdt David een slip van de mantel van Saul af, maar hij steekt zijn hand niet uit tegen de gezalfde des HEEREN.

1 Samuël 24:1-8

5

David vlucht voor Absalom

David trekt met het volk over de beek Kidron, de weg naar de woestijn op, en wacht in de vlakke velden der woestijn op bericht uit Jeruzalem.

2 Samuël 15:23

6

Josafat in de woestijn van Thekoa

Josafat roept Juda bij het uittrekken op om in de HEERE te geloven. Terwijl het volk zingt, verslaat de HEERE Ammon en Moab.

2 Kronieken 20:20

7

Johannes de Doper predikt

Johannes predikt in de woestijn van Judea de bekering, als de stem des roependen uit Jesaja 40.

Mattheüs 3:1-3

8

Jezus in de woestijn verzocht

Na Zijn doop wordt Jezus door de Geest in de woestijn geleid om verzocht te worden. De plaats wordt niet nader genoemd.

Mattheüs 4:1

Theologische betekenis

In de Schrift is de woestijn een plaats van beproeving en van ontmoeting. Mozes zei dat de HEERE Israël veertig jaar in de woestijn leidde om het te verootmoedigen en te weten wat in zijn hart was (Deuteronomium 8:2). Hosea spreekt over de woestijn als de plaats waar God Zijn volk lokt: "en Ik zal naar haar hart spreken" (Hosea 2:13). De woestijn van Juda laat beide kanten zien. Voor David was zij de school van het geloof. Hij had de belofte van het koningschap, maar leefde als een opgejaagde. Juist daar leerde hij dat zijn leven niet in de vestingen veilig was, maar in de hand van God (1 Samuël 23:14). In Psalm 63, uit zijn tijd in deze woestijn, zegt hij dat Gods goedertierenheid beter is dan het leven (Psalm 63:4). Johannes de Doper riep in de woestijn tot bekering. Wie bij hem kwam, moest de stad uit en de woestijn in. De weg van de HEERE werd bereid op een plaats waar niets was om op te steunen. Christus ging de woestijn in waar Israël had gefaald, en weerstond de verzoeker met het geschreven Woord (Mattheüs 4:4). Als de traditie gelijk heeft dat dit in de woestijn van Juda gebeurde, dan lag de plaats van Zijn beproeving vlak naast de stad waar Hij later zou lijden.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de woestijn van Juda in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over de woestijn van Juda

Waar lag de woestijn van Juda?

De woestijn van Juda lag aan de oostkant van het bergland van Juda, tussen de bergrug van Jeruzalem, Bethlehem en Hebron en de westoever van de Dode Zee. Het gebied daalt steil af naar de Dode Zee en krijgt weinig regen. Nu ligt het grotendeels op de Westelijke Jordaanoever en voor een kleiner deel in Israël. De ligging is zeker.

Is de woestijn van Juda hetzelfde als de woestijn van Judea?

Ja. Het Oude Testament spreekt van de woestijn van Juda (Richteren 1:16, Psalm 63:1), naar het stamgebied en koninkrijk Juda. In de tijd van het Nieuwe Testament heette het gebied Judea, en Mattheüs schrijft daarom de woestijn van Judea (Mattheüs 3:1). Het gaat om dezelfde streek ten oosten van Jeruzalem en Bethlehem.

Waar staat de woestijn van Juda in de Bijbel?

Met deze naam staat zij in Richteren 1:16, Psalm 63:1 en, als woestijn van Judea, in Mattheüs 3:1. Delen ervan komen voor als de woestijn Zif en de woestijn van Maon (1 Samuël 23 en 26), de woestijn van En-gedi (1 Samuël 24) en de woestijn van Thekoa (2 Kronieken 20:20). Ook Jozua 15:61-62 noemt de steden van Juda in de woestijn.

Wat gebeurde er in de woestijn van Juda?

David verborg zich er voor Saul en spaarde Saul tweemaal (1 Samuël 24 en 26). Later vluchtte hij er langs voor Absalom (2 Samuël 15:23). Koning Josafat versloeg in de woestijn van Thekoa Ammon en Moab (2 Kronieken 20). Johannes de Doper predikte er de bekering (Mattheüs 3:1), en veel uitleggers zoeken er de plaats van de verzoeking van Jezus.

In welke woestijn werd Jezus verzocht?

De evangeliën zeggen alleen dat Jezus door de Geest in de woestijn werd geleid om verzocht te worden (Mattheüs 4:1, Markus 1:12). Omdat Hij van de Jordaan kwam (Lukas 4:1), denkt men meestal aan de woestijn van Juda, tussen Jeruzalem en Jericho. Een oude overlevering wijst een berg bij Jericho aan als de berg van de verzoeking, maar de tekst noemt geen plaats.

Waarom noemt Psalm 63 de woestijn van Juda?

Het opschrift zegt dat David de psalm dichtte "als hij was in de woestijn van Juda" (Psalm 63:1). Het landschap klinkt erin door: David spreekt van een land, dor en mat, zonder water, en zegt dat zijn ziel naar God dorst (Psalm 63:2). Welke vlucht bedoeld is, zegt het opschrift niet. Veel uitleggers denken aan de vlucht voor Absalom, omdat vers 12 over de koning spreekt; anderen aan de jaren dat David voor Saul vluchtte.

Waarom predikte Johannes de Doper in de woestijn?

De evangeliën verbinden de plaats met Jesaja 40:3: "Een stem des roependen in de woestijn". Johannes was die stem (Mattheüs 3:3, Johannes 1:23). Hij was al in de woestijnen opgegroeid (Lukas 1:80). Wie hem wilde horen, moest Jeruzalem uit en de woestijn in trekken, naar de Jordaan. Zo werd de plaats zelf een deel van zijn oproep tot bekering.

Wat betekent woestijn in de Bijbel?

Het Hebreeuwse midbar, dat de Statenvertaling met woestijn vertaalt, is meestal geen zandwoestijn, maar droog, onbebouwd land waar herders in het regenseizoen hun kudden weiden. Zo werd de woestijn van Juda gebruikt door de herders van Thekoa, zoals Amos (Amos 1:1). Er waren bronnen, spelonken en schaapskooien, zoals bij de spelonk waar David Saul spaarde (1 Samuël 24:4).

Wat is er vandaag van de woestijn van Juda te zien?

Het landschap is grotendeels onveranderd: kale kalkheuvels, diepe kloven en rotswanden langs de Dode Zee. Bij En-gedi stroomt nog een bron met watervallen. Verder liggen er de vesting Masada van Herodes, de ruïnes van Qumran en oude kloosters zoals Mar Saba in het Kidrondal. De weg van Jeruzalem naar Jericho loopt dwars door het gebied.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan de woestijn van Juda

Bijbelhoofdstukken die zich in de woestijn van Juda afspelen

Leer meer over de woestijn van Juda met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de woestijn van Juda? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder