Inleiding tot 1 Samuel 26
1 Samuel 26 vertelt een van de meest krachtige verhalen over genade, zelfbeheersing en respect voor Gods autoriteit in de hele Bijbel. Voor de tweede keer krijgt David de perfecte gelegenheid om zijn achtervolger koning Saul te doden, maar opnieuw kiest hij ervoor om Gods gezalfde te sparen. Dit hoofdstuk toont het grote contrast tussen David's karakter en dat van Saul, en geeft ons waardevolle lessen over vergeving, geduld en vertrouwen op Gods timing.
Het Verraad van de Zifieten (vers 1-4)
Net als eerder in hoofdstuk 23 verraden de Zifieten David's verblijfplaats aan koning Saul. Ze melden dat David zich schuilhoudt op de heuvel Hakila, tegenover Jesimon. Dit toont aan dat David, ondanks zijn populariteit onder het volk, nog steeds vijanden had die hem wilden uitleveren aan Saul.
Saul reageert onmiddellijk en trekt uit met drieduizend uitgelezen mannen van Israël. Deze grote legermacht onderstreept hoe bedreigd Saul zich voelde door David. Saul's obsessie met David had hem blind gemaakt voor andere bedreigingen van Israël.
David's Nachtelijke Missie (vers 5-12)
David verkent eerst het kamp van Saul en ziet waar de koning en zijn legeraanvoerder Abner slapen. Samen met Abisai, een van zijn trouwste volgelingen, sluipt David 's nachts het vijandelijke kamp binnen. De tekst vertelt ons dat "de HEERE had hen in diepe slaap doen vallen" - Gods hand was duidelijk zichtbaar in deze gebeurtenis.