De twaalf verspieders
Twee verspieders vertrouwen op God, het volk weigert het land
Samenvatting
De twaalf verspieders gaat over Numeri 13 en 14: Mozes zendt uit elke stam een man om Kanaän te verkennen. Na veertig dagen komen zij terug met een tros druiven en een angstig bericht. Tien zeggen dat het land niet in te nemen is; alleen Jozua en Kaleb vertrouwen op de HEERE. Het volk weigert, en God bepaalt dat die generatie veertig jaar in de woestijn blijft.
Bijbelgedeelte
“En zij vertelden hem, en zeiden: Wij zijn gekomen tot dat land, waarheen gij ons gezonden hebt; en voorwaar, het is van melk en honig vloeiende, en dit is zijn vrucht.”
“Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zeide: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen!”
“Indien de HEERE een welgevallen aan ons heeft, zo zal Hij ons in dat land brengen, en zal ons dat geven; een land, hetwelk van melk en honig is vloeiende.”
“Alleen zijt tegen den HEERE niet wederspannig! en vreest gij niet het volk dezes lands; want zij zijn ons brood! hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons; vreest hen niet!”
“Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten.”
Het verhaal
Numeri 13 en 14 vertellen hoe Israël aan de grens van het beloofde land stond en er niet in durfde. Het volk was van de Sinaï naar de woestijn Paran getrokken (Numeri 10:11-12).
Welke opdracht kregen de twaalf verspieders?
De HEERE zei tegen Mozes dat hij uit elke stam een man moest uitzenden, een overste, om het land te verspieden dat Hij Israël zou geven. Twee namen keren later terug: Kaleb, de zoon van Jefunne, uit Juda, en Hosea, de zoon van Nun, uit Efraïm. Mozes gaf Hosea de naam Jozua. Zij moesten het land, het volk en de steden bekijken en vrucht meenemen.
Wat zagen de verspieders in Kanaän?
De mannen trokken van de woestijn Zin tot Rechob. Bij Hebron zagen zij Ahiman, Sesai en Talmai, kinderen van Enak. In een dal sneden zij een rank met een tros druiven af en droegen die met hun tweeën aan een draagstok, met granaatappels en vijgen. Dat dal heette voortaan Eskol, naar die tros. Na veertig dagen kwamen zij terug.
Wat zeiden de tien verspieders over het land?
Bij Kades toonden de verspieders de vruchten en zeiden: "het is van melk en honig vloeiende, en dit is zijn vrucht" (Numeri 13:27). Maar het volk was sterk, de steden waren vast en zeer groot, en er woonden kinderen van Enak. Kaleb bracht het volk tot stilte: "Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten" (Numeri 13:30). De andere mannen zeiden dat Israël niet tegen dat volk op kon. Zij brachten een kwaad gerucht over het land: de mensen waren van grote lengte, en de verspieders waren in hun eigen ogen als sprinkhanen.
Wat deden Jozua en Kaleb?
Die nacht weende het volk en murmureerde tegen Mozes en Aäron; het had liever in Egypte willen sterven. Zij wilden een nieuw hoofd aanstellen en teruggaan naar Egypte. Mozes en Aäron vielen op hun aangezicht. Jozua en Kaleb scheurden hun klederen en zeiden dat het land uitermate goed was en dat de HEERE hen erin zou brengen als Hij een welgevallen aan hen had: "vreest gij niet het volk dezes lands; want zij zijn ons brood! hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons" (Numeri 14:9). De vergadering wilde hen stenigen. Toen verscheen de heerlijkheid van de HEERE in de tent der samenkomst.
Hoe bad Mozes voor het volk?
De HEERE vroeg Mozes hoe lang dit volk Hem nog zou tergen: "En hoe lang zullen zij aan Mij niet geloven, door alle tekenen, die Ik in het midden van hen gedaan heb" (Numeri 14:11)? Hij zou het volk met de pest slaan en uit Mozes een groter volk maken. Mozes pleitte voor Israël: de volken zouden zeggen dat de HEERE dit volk niet in het land kon brengen. Hij herinnerde God aan Zijn eigen woorden: de HEERE is lankmoedig en groot van weldadigheid, Hij vergeeft, maar houdt de schuldige geenszins onschuldig. De HEERE antwoordde: "Ik heb hun vergeven naar uw woord" (Numeri 14:20).
Waarom moest Israël veertig jaar in de woestijn blijven?
Toch zouden de mannen die Gods tekenen hadden gezien en Hem tienmaal hadden verzocht, het land niet zien. Wie twintig jaar of ouder was en had gemurmureerd, zou in de woestijn sterven, behalve Kaleb en Jozua. De HEERE noemde Kaleb Zijn knecht, "omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen" (Numeri 14:24). De kleine kinderen, van wie het volk had gezegd dat ze buit zouden worden, zou God erin brengen. Voor elke dag van het verspieden kwam er een jaar: veertig jaar. De tien mannen van het kwade gerucht stierven door een plaag. Zie de uitleg bij Numeri 14.
Wat gebeurde er toen het volk toch optrok?
De volgende morgen klommen zij toch de berg op en zeiden dat zij gezondigd hadden. Mozes waarschuwde: "Trekt niet op, want de HEERE zal in het midden van u niet zijn" (Numeri 14:42). Zij trokken vermetel omhoog, terwijl de ark van het verbond en Mozes in het leger bleven. De Amalekieten en Kanaänieten van dat gebergte versloegen hen tot Horma toe. Pas na de veertig jaren zou Israël onder Jozua het land binnengaan.
Achtergrond
Kades lag in de woestijn Paran (Numeri 13:26); elders heet de plaats Kades-Barnea (Numeri 32:8; Jozua 14:6). Waar zij precies lag, is niet zeker. Deuteronomium 1:22-23 vult aan dat het volk zelf voorstelde verspieders te sturen en dat Mozes dat goed vond. In Numeri 13 geeft de HEERE de opdracht. De twee gedeelten vullen elkaar aan: het volk vroeg erom, en de HEERE liet het toe en gaf het bevel.
Hebron was een oude stad; Numeri 13:22 zegt dat zij zeven jaar vóór Zoan in Egypte gebouwd was. Daar woonden de kinderen van Enak, mannen van grote lengte. Hoe groot zij waren, zegt de tekst niet. Vijfenveertig jaar later vroeg Kaleb juist dit gebergte als erfdeel en kreeg hij Hebron (Jozua 14:10-13). De naam Hosea betekent ongeveer redding; Jozua betekent: de HEERE is redding. De Griekse vorm van die naam is Jezus.
Betekenis
In Numeri 13 en 14 gaat het niet in de eerste plaats om moedige of bange mannen, maar om de vraag of Israël de HEERE op Zijn woord gelooft. God had het land beloofd aan Abraham, Izak en Jakob, en Hij noemt het hier opnieuw het land dat Hij de kinderen Israëls zal geven (Numeri 13:2). De verspieders zagen allemaal hetzelfde: goede vruchten en sterke steden. Het verschil zat in wat zij met Gods belofte deden. De tien rekenden met de lengte van de inwoners, Jozua en Kaleb met de HEERE: "de HEERE is met ons; vreest hen niet" (Numeri 14:9). God Zelf noemt de kern: zij geloofden niet aan Hem, ondanks alle tekenen (Numeri 14:11). Psalm 106:24 vat het samen: "Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet".
Hier blijkt ook Wie God is. Mozes pleit op Gods eigen woorden uit Exodus 34:6-7: de HEERE is lankmoedig en vergeeft, en tegelijk houdt Hij de schuldige niet onschuldig. Beide gebeuren in Numeri 14. God verdelgt Zijn volk niet, maar de ongelovige generatie gaat het land niet in. Zijn genade houdt de weg open voor Kaleb en Jozua en voor de kinderen. Wat Kaleb onderscheidt, noemt God "een andere geest" (Numeri 14:24): hij bleef de HEERE volgen.
Het Nieuwe Testament gebruikt deze geschiedenis als waarschuwing. Hebreeën 3 en 4 lezen haar samen met Psalm 95: "En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof" (Hebreeën 3:19). Het woord deed hun geen nut, omdat het niet met het geloof gemengd was (Hebreeën 4:2). Paulus schrijft dat dit alles beschreven is "tot waarschuwing van ons" (1 Korinthe 10:11). Hebreeën 4:8-9 laat zien dat ook de intocht onder Jozua niet de laatste rust was: "Er blijft dan een rust over voor het volk Gods". Zo wijst het beloofde land vooruit naar de rust die God in Christus geeft. Meer over het land zelf staat bij het beloofde land.
Lessen voor vandaag
God vraagt ons Zijn belofte te geloven, ook als wat wij zien groter lijkt. Wat de tien over de sterke steden zeiden, was waar. Maar zij maakten er een kwaad gerucht van en lieten God buiten de rekening. Jozua en Kaleb zagen dezelfde kinderen van Enak en zeiden dat de HEERE met hen was. Het geloof ontkent de moeilijkheden niet, maar meet ze aan Hem.
Ongeloof is geen kleine zwakheid. Hebreeën 3:13 roept op elkaar te vermanen "zolang als het heden genaamd wordt", opdat niemand verhard wordt door de verleiding van de zonde. Wie Gods stem vandaag hoort, mag het antwoord niet uitstellen.
De HEERE hoort voorbede. Mozes bad voor een volk dat een ander hoofd wilde, en God vergaf. Dat geeft moed om voor anderen te bidden. Tegelijk leert het slot dat bekering iets anders is dan alsnog het eigen plan doordrijven. Het volk trok op nadat God gezegd had dat Hij niet mee zou gaan, en het werd verslagen. Gehoorzaam zijn is doen wat God nu zegt.
God vergeet de trouwe enkeling niet. Kaleb kreeg na vijfenveertig jaar het gebergte van Hebron, en hij zei dat hij door de HEERE in leven was gehouden, "gelijk als Hij gesproken heeft" (Jozua 14:10). Toen Jozua later opnieuw verspieders uitzond, kwamen zij terug met een ander bericht (Rachab en de verspieders).
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het volk Israël was uit Egypte getrokken. Nu waren ze bijna bij het land Kanaän, het land dat God aan Abraham, Izak en Jakob had beloofd.
De HEERE sprak tot Mozes. Mozes moest uit elke stam van Israël één man sturen om het land te bekijken. Zo werden het er twaalf. Ze heten verspieders: mannen die een land gaan verkennen. Twee van hen waren Kaleb, uit de stam Juda, en Hosea, uit de stam Efraïm. Mozes gaf hem een nieuwe naam: Jozua.
Ze moesten goed kijken naar het land, de mensen en de steden, en vruchten meenemen.
De twaalf mannen trokken door het hele land. Bij de stad Hebron woonden de kinderen van Enak. Dat waren grote, lange mannen. In een dal sneden de verspieders een tros druiven af. Twee mannen droegen die ene tros samen aan een stok. Ook namen ze granaatappels en vijgen mee.
Na veertig dagen kwamen ze terug bij Mozes en het volk. Ze lieten de vruchten zien en zeiden: "het is van melk en honig vloeiende, en dit is zijn vrucht". Dat betekent: het is een heel goed en rijk land. Maar het volk daar was sterk, zeiden ze. De steden waren groot en hadden muren.
Toen zei Kaleb: "Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten". Hij bedoelde: laten we gaan, want het land zal van ons worden. Maar de andere mannen zeiden dat Israël niet tegen hen op kon. Naast hen hadden de verspieders zich zo klein gevoeld als sprinkhanen.
Die nacht huilde het hele volk. Ze murmureerden tegen Mozes en Aäron. Murmureren is: boos en opstandig klagen. Ze zeiden dat hun vrouwen en kinderen buit van de vijand zouden worden. Ze wilden een nieuwe leider kiezen en teruggaan naar Egypte. Mozes en Aäron vielen op hun gezicht. Jozua en Kaleb scheurden hun kleren. Zo deed men toen bij grote schrik of verdriet. Ze zeiden dat het land heel goed was. Als de HEERE blij met hen was, zou Hij hen erin brengen. En ze zeiden: "de HEERE is met ons; vreest hen niet".
Maar het volk wilde Jozua en Kaleb stenigen: met stenen doodgooien. Toen liet de HEERE Zijn heerlijkheid zien, bij de tent der samenkomst. Dat was de tent waar God bij Zijn volk woonde.
De HEERE vroeg Mozes hoe lang dit volk Hem nog zou tergen. Tergen is: iemand steeds weer boos maken. Hoe lang zouden ze Hem niet geloven, terwijl ze al Zijn tekenen hadden gezien? God zei dat Hij het volk met de pest zou slaan, een zware ziekte, en het zou wegdoen. Uit Mozes zou Hij een groter volk maken. Maar Mozes bad voor het volk. Hij zei dat God geduldig en vol goedheid is, en vroeg Hem het volk te vergeven. De HEERE antwoordde: "Ik heb hun vergeven naar uw woord". God sloeg het volk niet met de pest.
Toch gebeurde er iets ernstigs. Wie God niet had geloofd, mocht het land niet in. Het volk moest veertig jaar in de woestijn blijven: een jaar voor elke dag van het verspieden. Wie twintig jaar of ouder was en tegen God had gemurmureerd, zou daar sterven. Maar juist hun kinderen zou God in het land brengen. En Kaleb en Jozua ook. Over Kaleb zei de HEERE: "omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen". De tien mannen die kwade dingen over het land hadden verteld, stierven door een plaag.
De volgende morgen wilde het volk toch het land in. Mozes waarschuwde dat de HEERE nu niet mee zou gaan. Ze gingen toch, en de vijanden op de berg versloegen hen.
Toen de veertig jaar in de woestijn voorbij waren, bracht God Zijn volk toch in het land. Jozua was toen hun leider, en ook Kaleb kwam erin, zoals God had beloofd. De HEERE doet wat Hij belooft, ook als mensen denken dat het niet kan.
“de HEERE is met ons; vreest hen niet!” (Numeri 14:9)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen vaak of God niet te streng was. Zeg eerlijk wat er staat: het volk had Gods wonderen gezien, en toch geloofde het Hem niet en wilde het terug. Op het gebed van Mozes vergaf God en verdelgde Hij het volk niet, maar deze generatie mocht het land niet in. God is heilig en neemt ongeloof ernstig, en Hij gaf het land aan hun kinderen.
- Leg de woorden verspieden, murmureren, welgevallen en tent der samenkomst één keer uit. Voor kinderen van vier tot zeven kunt u de plaag over de tien verspieders en de nederlaag aan het slot kort houden; de tros druiven, de woorden van Kaleb en Jozua en Gods belofte dragen de geschiedenis. Numeri 13:23-30 kunt u zelf uit de Bijbel voorlezen.
- Een kind kan vragen hoe groot de kinderen van Enak waren. De Bijbel noemt hen mannen van grote lengte, maar geeft geen maat; verzin er geen. Dat de verspieders zich sprinkhanen voelden, was hoe zij het zelf zagen. Oudere kinderen kunt u laten lezen hoe Kaleb op vijfentachtigjarige leeftijd Hebron kreeg (Jozua 14:6-14).
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat droegen twee verspieders samen aan een stok?
- NavertellenWat zeiden Jozua en Kaleb over de HEERE?
- VerwonderenWaarom waren Jozua en Kaleb niet bang?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenDe twaalf verspieders zagen hetzelfde land. Wat zeiden de tien, en wat zeiden Jozua en Kaleb?
- BetekenisHet volk was bang voor sterke mensen. Waarom zei God dat het probleem was dat ze Hem niet geloofden?
- VerbindingLater stuurde Jozua weer verspieders, naar Jericho (Jozua 2). Wat was er toen anders?
- ToepassingWanneer vind jij het moeilijk om op de Heere te vertrouwen, en wat zegt Hij dan tegen jou?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Hebreeën 3:16-19. Waarom konden de Israëlieten volgens deze brief het land niet ingaan, en waarom schrijft de schrijver dat aan christenen?
- Wie is God?Mozes noemt God lankmoedig en groot van weldadigheid, en toch blijft het volk veertig jaar in de woestijn. Hoe gaan Gods vergeving en de gevolgen hier samen?
- Moeilijke vraagNa het oordeel zei het volk dat het gezondigd had en wilde het alsnog optrekken. Waarom liep dat slecht af? Was dat dan geen echte bekering?
- PersoonlijkGod zegt dat Kaleb een andere geest had en Hem bleef volgen. Wat betekent het voor jou om de Heere te volgen als de meesten om je heen iets anders zeggen?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zijn beloften houdt en op het gebed van Mozes vergaf. Bid om een hart dat Zijn woord gelooft, ook als de moeilijkheden groot lijken.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De twaalf verspieders
Waar staat het verhaal van de twaalf verspieders in de Bijbel?
Het verhaal staat in Numeri 13 en 14. Mozes blikt erop terug in Deuteronomium 1:19-46, en Numeri 32:8-13 noemt het als waarschuwing voor een latere generatie. In Jozua 14:6-14 vraagt Kaleb het erfdeel dat hem toen beloofd was. Psalm 95 en Psalm 106 zingen over het ongeloof in de woestijn, en in het Nieuwe Testament komen Hebreeën 3 en 4 en 1 Korinthe 10 erop terug.
Wat zijn de namen van de 12 verspieders?
Numeri 13:4-15 noemt ze per stam: Sammua (Ruben), Safat (Simeon), Kaleb (Juda), Jigeal (Issaschar), Hosea (Efraïm), Palti (Benjamin), Gaddiël (Zebulon), Gaddi (Manasse), Ammiël (Dan), Sethur (Aser), Nachbi (Naftali) en Guel (Gad). Mozes gaf Hosea, de zoon van Nun, de naam Jozua. Levi staat er niet bij, en Jozef is verdeeld over Efraïm en Manasse. Van de twaalf worden alleen Jozua en Kaleb later nog genoemd.
Waarom vertrouwden Jozua en Kaleb op God en de anderen niet?
Zij zagen hetzelfde land, maar rekenden met Gods belofte. Jozua en Kaleb zeiden: "Indien de HEERE een welgevallen aan ons heeft, zo zal Hij ons in dat land brengen" (Numeri 14:8). De andere tien keken naar de sterke steden en de lange mannen. God Zelf zegt over Kaleb dat er "een andere geest met hem geweest is", en dat hij volhard had Hem na te volgen (Numeri 14:24). Hun vertrouwen was dus geen optimisme, maar geloof in wat God gezegd had.
Zwierf Israël veertig jaar omdat het de weg niet wist?
Nee. De reis van de Horeb naar Kades-Barnea was volgens Deuteronomium 1:2 elf dagreizen. De veertig jaar waren een oordeel van God: "elken dag voor elk jaar" zou het volk zijn ongerechtigheden dragen, omdat het na veertig dagen verspieden het land had verworpen (Numeri 14:34). In die tijd stierf de generatie van twintig jaar en ouder in de woestijn. God leidde Zijn volk al die jaren wel, met de wolkkolom en het manna.
Waren er echt reuzen in Kanaän?
De verspieders spraken over de kinderen van Enak, "mannen van grote lengte" (Numeri 13:32), en zeiden dat zij er "reuzen" hadden gezien. Hoe lang die mannen waren, zegt de Bijbel niet. Dat de verspieders zich sprinkhanen voelden, was hun eigen indruk (Numeri 13:33). Later roeide Jozua de Enakieten uit het gebergte uit; alleen in Gaza, Gath en Asdod bleven er over (Jozua 11:21-22). Kaleb verdreef de drie zonen van Enak uit Hebron (Jozua 15:14).
Wat betekent een land dat overvloeit van melk en honing?
Het betekent dat het land rijk en vruchtbaar was, zoals de verspieders zelf erkenden. In de Statenvertaling heet het een land "van melk en honig vloeiende" (Numeri 13:27). Die uitdrukking gebruikte God al toen Hij Mozes bij de braambos riep (Exodus 3:8). Melk wijst op goede weiden voor het vee, honing op een land vol vrucht. Of hier honing van bijen of zoete stroop van vruchten bedoeld is, wordt verschillend uitgelegd.
Hield God Zijn belofte aan Kaleb?
Ja. In Numeri 14:24 beloofde de HEERE dat Hij Kaleb zou brengen in het land waar hij als verspieder was geweest, en dat zijn zaad het zou bezitten. Jozua 14:6-14 vertelt de vervulling. Kaleb was veertig jaar toen Mozes hem uitzond, en vijfentachtig toen hij bij Jozua kwam. Hij zei dat hij door de HEERE in leven was gehouden, "gelijk als Hij gesproken heeft" (Jozua 14:10). Jozua zegende hem en gaf hem Hebron, "omdat hij volhard had den HEERE, den God Israels, na te volgen" (Jozua 14:14).
Waarom stuurde Mozes verspieders als God het land al beloofd had?
Omdat de HEERE het Zelf beval. In Numeri 13:2 zegt Hij dat Mozes uit elke stam een man moet zenden om het land te verspieden, "hetwelk Ik den kinderen Israels geven zal". Deuteronomium 1:22-23 vult aan dat het volk erom vroeg en dat Mozes dat goed vond. Dat God het land gaf, stond dus vast. De verspieders moesten bescheid brengen "wat weg wij daarin optrekken zullen, en tot wat steden wij komen zullen" (Deuteronomium 1:22). Het ging mis toen de tien er een vraag van maakten of Israël het land wel kon innemen.
Wat zegt het Nieuwe Testament over de twaalf verspieders?
Hebreeën 3 en 4 gebruiken deze geschiedenis als waarschuwing voor christenen: "En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof" (Hebreeën 3:19). Het woord deed hun geen nut, omdat het niet met het geloof gemengd was (Hebreeën 4:2). Ook de intocht onder Jozua was niet de laatste rust: "Er blijft dan een rust over voor het volk Gods" (Hebreeën 4:9). Paulus schrijft in 1 Korinthe 10:5-11 dat deze dingen beschreven zijn tot waarschuwing van ons.
Hoe vertelt u de twaalf verspieders aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Numeri 13 en 14 volgt, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Leg de nadruk op wat God doet: Hij belooft het land, Hij hoort het gebed van Mozes en vergeeft, en Hij houdt Zijn woord aan Kaleb en Jozua. De plaag en de nederlaag aan het slot kunt u voor jonge kinderen kort houden, zonder ze weg te laten.
Stel een vraag over De twaalf verspieders
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.