Ga naar hoofdinhoud

Dal van Hinnom in de Bijbel

Ge-Hinnom (Hebreeuws) betekent dal van Hinnom; voluit heet het het dal van de zoon van Hinnom. Wie Hinnom was, vertelt de Bijbel niet. Via het Aramees werd de naam in het Grieks geenna, bij ons bekend als Gehenna. De betekenis van Tofeth, de offerplaats in het dal, is onzeker.

Het dal van Hinnom is het dal aan de west- en zuidkant van het oude Jeruzalem, waar koningen van Juda hun kinderen in het vuur offerden (2 Kronieken 28:3). Jeremia noemde het Moorddal. Uit de naam Ge-Hinnom ontstond het Griekse woord gehenna, dat de Statenvertaling met hel vertaalt.

Ook bekend als: Hinnomdal, Dal des zoons van Hinnom, Ge-Hinnom, Gehenna, Tofeth, Thofeth, Moorddal, Wadi er-Rababi

Ligging

Het dal van Hinnom begint ten westen van het oude Jeruzalem, loopt langs de westkant van de stad naar het zuiden en buigt dan naar het oosten af. Ten zuiden van de stad Davids komt het uit in het Kidrondal, in de buurt van de bron Rogel (Jozua 18:16). Bij de verdeling van het land liep de grens tussen Juda en Benjamin door dit dal, zodat de stad van de Jebusieten net aan de kant van Benjamin lag (Jozua 15:8, 18:28).

Vandaag

Het dal heet nu Wadi er-Rababi en loopt nog altijd om de west- en zuidkant van de oude stad van Jeruzalem; de ligging staat vast. Op de hellingen liggen in de rots uitgehouwen graven uit de tijd van de koningen en later. Op de plek die Ketef Hinnom heet, vonden archeologen in 1979 twee kleine zilveren rolletjes met een tekst die dicht bij de priesterlijke zegen van Numeri 6:24-26 ligt.

Geschiedenis

Het dal van Hinnom komt in de Bijbel eerst voor als grens. Bij de verdeling van het land liep de grens van Juda door het dal van de zoon van Hinnom, langs de zuidkant van de stad van de Jebusieten, en dan omhoog naar de top van de berg aan de westkant van het dal (Jozua 15:8). Dezelfde lijn vormde de zuidgrens van Benjamin (Jozua 18:16). In de tijd van de koningen werd het dal een plaats van afgoderij. Van koning Achaz staat: "Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen" (2 Kronieken 28:3, vergelijk 2 Koningen 16:3). Zijn kleinzoon Manasse deed hetzelfde (2 Kronieken 33:6). In het dal lag een offerplaats die Tofeth heette, met hoogten waar zonen en dochters voor de Molech door het vuur gingen (Jeremia 7:31, 32:35). De wet had dat uitdrukkelijk verboden (Leviticus 18:21, Deuteronomium 12:31). Koning Josia maakte daar een einde aan. Hij verontreinigde Thofeth, "opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor den Molech door het vuur deed gaan" (2 Koningen 23:10). Door de plaats onrein te maken, was ze voor offers niet meer te gebruiken. Toch moest Jeremia later opnieuw over het dal profeteren. Hij kondigde aan dat het niet meer Tofeth zou heten, "noch dal des zoons van Hinnom, maar moorddal" (Jeremia 7:32). In Jeremia 19 ging hij met oudsten van het volk en van de priesters naar het dal bij de Zonnepoort, verkondigde daar het oordeel en brak een pottenbakkerskruik voor hun ogen: zo zou de HEERE het volk en de stad verbreken (Jeremia 19:1-2, 10-11). Bij de verwoesting door Babel kwam dat woord uit. Na de ballingschap vestigden mensen uit Juda zich opnieuw in het land, van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom (Nehemia 11:30). Het dal was weer de noordgrens van het gebied van Juda. De archeologie voegt daar de graven op de hellingen aan toe, en de zilveren rolletjes van Ketef Hinnom, die volgens de gangbare datering uit de late koningstijd stammen.

Betekenis in de Bijbel

Het dal van Hinnom laat zien hoe diep Juda in de tijd van de koningen was afgedwaald. Vlak onder de muren van de stad waar de tempel stond, werden kinderen geofferd. De HEERE zegt daarover bij Jeremia met nadruk dat Hij dit nooit had gewild: "hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen" (Jeremia 7:31). Daarom kreeg het dal een nieuwe naam. Wat de offeraars als heilige plaats zagen, zou bekendstaan als Moorddal, een plaats waar de doden begraven werden omdat er geen andere plaats meer was (Jeremia 7:32, 19:11). Bij Jesaja wordt Tofeth een beeld van Gods oordeel over de vijand: "Want Tofeth is van gisteren bereid; ja, hij is ook voor den koning bereid" (Jesaja 30:33). Zo werd het dal in het spreken van de profeten een plaats van vuur en oordeel. In het Nieuwe Testament keert de naam terug in de Griekse vorm gehenna. De Heere Jezus gebruikt dat woord in de evangeliën voor de plaats van het eeuwige oordeel, en Jakobus doet het één keer (Jakobus 3:6). De Statenvertaling vertaalt het met hel of helse vuur: "wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur" (Mattheüs 5:22). Markus 9:44 verbindt het met het slot van Jesaja (Jesaja 66:24): "Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt" (Markus 9:44). Let wel: de Statenvertaling gebruikt het woord hel ook voor andere woorden uit de grondtekst.

Sleutelgebeurtenissen in het dal van Hinnom

1

Grens van Juda en Benjamin

Bij de verdeling van het land loopt de grens van Juda door het dal van de zoon van Hinnom, aan de zuidkant van de stad van de Jebusieten.

Jozua 15:8

2

Achaz offert zijn zonen

Koning Achaz rookt in het dal en brandt zijn zonen in het vuur, naar het voorbeeld van de volken die de HEERE uit het land verdreven had.

2 Kronieken 28:3

3

Manasse volgt hem

Manasse doet zijn zonen door het vuur gaan in het dal van Hinnom en pleegt daarnaast waarzeggerij en toverij.

2 Kronieken 33:6

4

Josia verontreinigt Tofeth

Bij zijn hervorming maakt Josia de offerplaats Tofeth onrein, zodat niemand daar nog een kind voor de Molech kan offeren.

2 Koningen 23:10

5

Jeremia breekt de kruik

Jeremia gaat met oudsten naar het dal, kondigt aan dat het Moorddal zal heten en breekt een pottenbakkerskruik als teken van het komende oordeel.

Jeremia 19:1-11

6

Juda woont tot aan het dal

Na de ballingschap wonen de mensen van Juda opnieuw van Ber-seba tot aan het dal van Hinnom.

Nehemia 11:30

Theologische betekenis

Wat in het dal van Hinnom gebeurde, noemt de HEERE een gruwel, en de Schrift verbloemt daar niets aan. Het leven van kinderen is van Hem, en wie dat leven aan een afgod geeft, vergrijpt zich aan de Schepper. Dat het juist koningen van Juda waren die hiermee voorgingen, maakt het des te ernstiger: het volk dat Gods wet had ontvangen, deed wat de heidenen deden. Tegelijk laat het dal zien dat de HEERE niet zwijgt. Josia maakte de offerplaats onrein, en Jeremia kondigde het oordeel aan op de plek zelf. De nieuwe naam, Moorddal, keerde de zaak om: de plaats waar Juda zijn offers bracht, werd de plaats van zijn eigen doden. Wanneer de Heere Jezus de naam van dit dal gebruikt, bedoelt Hij niet het dal zelf, maar de plaats van het eeuwige oordeel waar dat dal een beeld van was. In de gereformeerde uitleg staat die waarschuwing naast het evangelie: Hij Die over de hel spreekt, is Dezelfde Die het oordeel voor de Zijnen gedragen heeft.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van het dal van Hinnom in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over het dal van Hinnom

Waar lag het dal van Hinnom?

Het dal van Hinnom ligt aan de west- en zuidkant van het oude Jeruzalem. Het begint ten westen van de stad, loopt naar het zuiden en buigt dan naar het oosten, waar het ten zuiden van de stad Davids in het Kidrondal uitkomt. In de tijd van Jozua liep de grens tussen Juda en Benjamin door dit dal (Jozua 15:8, 18:16). Het dal bestaat nog en heet nu Wadi er-Rababi.

Wat betekent de naam Hinnom?

Ge-Hinnom betekent in het Hebreeuws dal van Hinnom. De Bijbel noemt het vaak voluit het dal des zoons van Hinnom (2 Kronieken 28:3). Hinnom was mogelijk de naam van een vroegere eigenaar of bewoner, maar de Bijbel zegt niets over hem en de betekenis van de naam zelf is onzeker. Uit Ge-Hinnom ontstond via het Aramees het Griekse woord gehenna.

Wat is Tofeth?

Tofeth was een offerplaats in het dal van Hinnom, waar in de tijd van de koningen kinderen voor de Molech door het vuur werden geofferd. Jeremia spreekt van de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is (Jeremia 7:31). In 2 Koningen 23:10 spelt de Statenvertaling Thofeth. Koning Josia maakte de plaats onrein. De betekenis van de naam Tofeth is onzeker.

Wat gebeurde er in het dal van Hinnom?

De koningen Achaz en Manasse offerden er hun zonen in het vuur (2 Kronieken 28:3, 33:6), en op de offerplaats Tofeth gebeurde dat ook door anderen (Jeremia 7:31). Koning Josia maakte daar een einde aan door de plaats onrein te maken (2 Koningen 23:10). Jeremia kondigde in het dal het oordeel over Jeruzalem aan en brak er een pottenbakkerskruik als teken (Jeremia 19:1-11).

Waarom heet het dal van Hinnom ook Moorddal?

De naam Moorddal komt van Jeremia. Omdat het volk in het dal kinderen offerde, kondigde de HEERE aan dat het niet meer Tofeth zou heten, "noch dal des zoons van Hinnom, maar moorddal" (Jeremia 7:32). Jeremia 19:6 herhaalt die aankondiging. Wie daar offerden, zouden er zelf begraven worden, omdat er bij het oordeel over Jeruzalem geen andere plaats meer zou zijn.

Wat heeft het dal van Hinnom met de hel te maken?

Het Griekse woord gehenna, dat de Heere Jezus gebruikt voor de plaats van het eeuwige oordeel, is de naam van dit dal. De Statenvertaling vertaalt het met hel of helse vuur, bijvoorbeeld in Mattheüs 5:22, Mattheüs 10:28 en Markus 9:43. Het dal met zijn geschiedenis van vuur, dood en oordeel werd zo een beeld van het laatste oordeel. Zie voor de leer zelf het onderwerp De hel.

Was het dal van Hinnom een vuilnisbelt met altijd brandend vuur?

Dat wordt vaak gezegd, maar het is niet zeker. De Bijbel zegt het niet, en uit de tijd van de Heere Jezus zijn er geen bronnen die het beschrijven. Voor zover bekend duikt de voorstelling van een altijd brandende vuilnisbelt pas rond 1200 op, bij de joodse uitlegger David Kimchi. Wat de Bijbel wel zegt, is dat het dal een plaats van kinderoffers en later van oordeel en begraven was (Jeremia 7:31-32).

Bestaat het dal van Hinnom nog?

Ja. Het dal loopt nog altijd om de west- en zuidkant van de oude stad van Jeruzalem en draagt de Arabische naam Wadi er-Rababi. Op de hellingen liggen oude rotsgraven. Bij Ketef Hinnom werden in 1979 twee zilveren rolletjes gevonden met een tekst die dicht bij de zegen van Numeri 6:24-26 ligt. Een oude overlevering zoekt ook de akker des bloeds (Handelingen 1:19) aan de zuidkant van dit dal, maar dat is niet zeker.

Waar staat het dal van Hinnom in de Bijbel?

Het dal van Hinnom staat in Jozua 15 en 18 als grens, in 2 Koningen 23 en 2 Kronieken 28 en 33 bij de koningen Achaz, Manasse en Josia, in Jeremia 7, 19 en 32 bij de profetieën tegen Tofeth, en in Nehemia 11:30. Tofeth staat daarnaast in Jesaja 30:33. In het Nieuwe Testament keert de naam terug als gehenna, door de Statenvertaling met hel vertaald.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan het dal van Hinnom

Bijbelhoofdstukken die zich in het dal van Hinnom afspelen

Leer meer over het dal van Hinnom met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van het dal van Hinnom? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder