Ga naar hoofdinhoud

Hazor in de Bijbel

Chatsor (Hebreeuws). De naam hangt waarschijnlijk samen met het woord chatser, omheinde plaats, hof of nederzetting, en betekent dan ongeveer omheinde plaats of nederzetting. Dezelfde naam droegen ook andere plaatsen in Juda, Benjamin en Arabië.

Hazor was de leidende Kanaänitische stad in het noorden van het land, ten noorden van het Meer van Galilea. Jozua 11:10 noemt haar het hoofd van de koninkrijken in het noorden; Jozua nam haar in en verbrandde haar. Later regeerde er opnieuw een Jabin, wiens krijgsoverste Sisera Israël onderdrukte. Salomo bouwde Hazor uit tot vestingstad.

Ook bekend als: Chatsor, Tel Hazor, Tell el-Qedah

Ligging

Hazor lag in Opper-Galilea, ongeveer 15 kilometer ten noorden van het Meer van Galilea, aan de westrand van het dal van de Hula. De stad beheerste de grote weg die van Egypte via de kustvlakte en Megiddo naar Damascus en Mesopotamië liep. Na de verdeling van het land hoorde Hazor bij de vaste steden van Naftali (Jozua 19:35-36). In de buurt lagen Kedes en, waarschijnlijk, de wateren van Merom, waar Jozua de noordelijke koningen versloeg; de precieze ligging daarvan is onzeker (Jozua 11:5).

Vandaag

De identificatie is zeker: Hazor is Tel Hazor in het noorden van Israël, in het Arabisch Tell el-Qedah. Het is een grote tel met een hoge bovenstad en een veel grotere benedenstad, sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw uitgebreid opgegraven. Samen met Megiddo en Berseba staat Tel Hazor op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Geschiedenis

Hazor was al een grote stad voordat Israël het land binnentrok. Teksten uit Mari aan de Eufraat en de Amarnabrieven uit Egypte noemen de stad en haar koning, wat laat zien dat Hazor ook buiten Kanaän bekend was. Toen Jozua het zuiden had ingenomen, bracht Jabin, de koning van Hazor, een bondgenootschap van noordelijke koningen bijeen met veel paarden en wagens (Jozua 11:1-4). Zij legerden zich bij de wateren van Merom. De HEERE zei tot Jozua: "Vrees niet voor hun aangezichten" en gebood hem hun paarden te verlammen en hun wagens te verbranden (Jozua 11:6). Na de overwinning nam Jozua Hazor in, want Hazor was vroeger het hoofd van al die koninkrijken (Jozua 11:10). De andere steden die op hun heuvels stonden, liet Israël staan; alleen Hazor verbrandde Jozua (Jozua 11:13). De koning van Hazor staat in de lijst van verslagen koningen (Jozua 12:19), en de stad werd toegewezen aan Naftali (Jozua 19:36). In de richterentijd verkocht de HEERE Israël om zijn zonden in de hand van Jabin, de koning der Kanaänieten, die te Hazor regeerde (Richteren 4:2). Zijn krijgsoverste Sisera onderdrukte Israël twintig jaar met negenhonderd ijzeren wagens. Na de overwinning van Barak vluchtte Sisera naar de tent van Jaël, omdat er vrede was tussen Jabin en het huis van Heber (Richteren 4:17). Daarna werd de hand van Israël hard over Jabin, tot hij was uitgeroeid (Richteren 4:24). Samuël herinnerde het volk later aan deze tijd (1 Samuël 12:9). Salomo versterkte Hazor samen met Megiddo en Gezer (1 Koningen 9:15). Later, in de dagen van koning Pekah van Israël, nam de Assyrische koning Tiglath-Pilezer de stad in, met heel het land van Naftali, en voerde de inwoners weg naar Assyrië (2 Koningen 15:29). De opgravingen hebben een grote verwoestingslaag met sporen van brand aan het einde van de Kanaänitische tijd blootgelegd. Wie de stad toen verwoestte en wanneer precies, is onder archeologen omstreden. Ook vond men een stadspoort met zes kamers, die lijkt op poorten in Megiddo en Gezer en daarom vaak aan Salomo wordt toegeschreven; die datering wordt niet door iedereen gedeeld. Verder zijn er een diep watersysteem en een verwoestingslaag uit de Assyrische tijd gevonden.

Betekenis in de Bijbel

In het boek Jozua staat Hazor voor de sterkste macht in het noorden. De overwinning op Jabin en zijn bondgenoten vormt in Jozua 11 het slot van de grote veldtochten, al voerde Jozua nog vele dagen krijg (Jozua 11:18); daarna nam hij het hele land in, en "het land rustte van den krijg" (Jozua 11:23). Dat juist het hoofd van de koninkrijken viel, liet zien dat de belofte van God groter was dan de macht van Kanaän. In Richteren keert de naam terug, nu als bron van onderdrukking. Het volk dat onder Jozua had overwonnen, werd door zijn ontrouw onderworpen aan een koning die te Hazor regeerde. De Bijbel noemt beide koningen Jabin. Omdat de eerste Jabin door Jozua gedood werd (Jozua 11:10), gaat het om twee koningen; waarschijnlijk droegen meer koningen van Hazor die naam. Wel is duidelijk dat de bevrijding onder Debora en Barak opnieuw een daad van de HEERE was (Richteren 4:23). Psalm 83:10 vraagt God later om Zijn vijanden te doen als Sisera en als Jabin aan de beek Kison. In de koningstijd laat Hazor de opkomst en de ondergang van Israël zien. Salomo maakte er een vestingstad van; onder Pekah viel de stad met heel het land van Naftali in de handen van Assyrië. Zo staat Hazor in de Schrift aan het begin en aan het einde van het wonen van Israël in het noorden.

Sleutelgebeurtenissen in Hazor

1

Jabin smeedt een bondgenootschap

Jabin, de koning van Hazor, roept de koningen van het noorden bijeen. Met veel paarden en wagens legeren zij zich bij de wateren van Merom.

Jozua 11:1-5

2

Jozua neemt Hazor in en verbrandt de stad

Na de overwinning neemt Jozua Hazor in, het hoofd van al die koninkrijken, en verbrandt alleen deze stad met vuur.

Jozua 11:10-13

3

Jabin van Hazor onderdrukt Israël

In de richterentijd regeert Jabin te Hazor. Zijn krijgsoverste Sisera onderdrukt Israël twintig jaar met negenhonderd ijzeren wagens.

Richteren 4:2-3

4

Sisera vlucht naar de tent van Jaël

Na de nederlaag vlucht Sisera naar Jaël, omdat er vrede is tussen Jabin van Hazor en het huis van Heber de Keniet.

Richteren 4:17

5

Salomo bouwt Hazor op

Salomo zet dwangarbeiders in om Hazor, Megiddo en Gezer te versterken, naast de tempel en de muur van Jeruzalem.

1 Koningen 9:15

6

Assyrië neemt Hazor in

In de dagen van koning Pekah neemt Tiglath-Pilezer Hazor en het hele land van Naftali in en voert de inwoners weg naar Assyrië.

2 Koningen 15:29

Theologische betekenis

Bij Hazor staat de macht van paarden en wagens tegenover het woord van de HEERE. Jozua kreeg de opdracht de paarden te verlammen en de wagens te verbranden (Jozua 11:6). Israël mocht zijn vertrouwen niet stellen op dezelfde middelen als de volken om hen heen. Psalm 33 zegt het zo: "Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte" (Psalm 33:17). De verovering van Hazor is ook een oordeel. De Schrift zegt dat het van de HEERE was hun harten te verstokken, zodat zij Israël met oorlog tegemoet gingen (Jozua 11:20). Al aan Abraham had God gezegd dat de ongerechtigheid der Amorieten nog niet volkomen was (Genesis 15:16). God wachtte lang, maar Zijn geduld had een einde. Dat oordeel ging later ook over Israël zelf. Dat laat de verdere geschiedenis zien. Hetzelfde volk dat Hazor innam, werd door Hazor onderdrukt toen het de HEERE vergat (1 Samuël 12:9). De vesting die Salomo bouwde, kon Israël niet beschermen toen het andere goden diende (2 Koningen 17:7). Een sterke stad is geen veilige plaats zonder de HEERE.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Hazor in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Hazor

Waar lag Hazor?

Hazor lag in Opper-Galilea, ongeveer 15 kilometer ten noorden van het Meer van Galilea, aan de rand van het dal van de Hula. De stad lag aan de grote handelsweg van Egypte naar Damascus en Mesopotamië. Na de verdeling van het land hoorde zij bij Naftali (Jozua 19:36). De plaats is zeker bekend: het is Tel Hazor in het noorden van Israël.

Wat betekent de naam Hazor?

Hazor, in het Hebreeuws Chatsor, hangt waarschijnlijk samen met het woord chatser, dat een omheinde plaats, een hof of een nederzetting aanduidt. De naam betekent dan ongeveer omheinde plaats of nederzetting. Het woord zegt niets over muren; de sterke vesting die Hazor werd, blijkt uit de geschiedenis, niet uit de naam. Omdat het een gewone benaming was, droegen meer plaatsen in Israël en daarbuiten deze naam.

Waar staat Hazor in de Bijbel?

De belangrijkste plaatsen zijn Jozua 11 (de verovering door Jozua), Jozua 12 en 19 (de lijst van koningen en het erfdeel van Naftali), Richteren 4 (koning Jabin en Sisera), 1 Samuël 12:9, 1 Koningen 9:15 (Salomo bouwt de stad op) en 2 Koningen 15:29 (de verovering door Assyrië). Andere plaatsen met de naam Hazor staan in Jozua 15, Nehemia 11 en Jeremia 49.

Wat gebeurde er in Hazor?

Jabin, de koning van Hazor, leidde een bondgenootschap van noordelijke koningen tegen Jozua. Na de slag bij de wateren van Merom nam Jozua de stad in en verbrandde haar (Jozua 11:10-13). In de richterentijd regeerde er weer een Jabin, wiens krijgsoverste Sisera Israël onderdrukte (Richteren 4:2). Salomo versterkte de stad (1 Koningen 9:15), en de Assyriërs namen haar in (2 Koningen 15:29).

Was Jabin in Jozua 11 dezelfde als in Richteren 4?

De Bijbel noemt in Jozua 11:1 en in Richteren 4:2 een Jabin, koning van Hazor. De Jabin van Jozua werd gedood (Jozua 11:10), dus het gaat om twee verschillende koningen. Veel uitleggers denken dat Jabin een naam was die koningen van Hazor vaker droegen. De Schrift legt het verband niet uit; zeker is alleen dat Hazor opnieuw een macht werd die Israël kon onderdrukken.

Waarom verbrandde Jozua alleen Hazor?

Jozua 11:13 zegt dat Israël de steden die op hun heuvels stonden niet verbrandde, behalve Hazor alleen. Een uitdrukkelijke reden noemt de tekst niet. Wel zegt Jozua 11:10 dat Hazor vroeger het hoofd van al die koninkrijken was; veel uitleggers zien daarin de verklaring: het middelpunt van de vijandige macht werd geheel geoordeeld. De andere steden kon Israël zelf gaan bewonen (Deuteronomium 6:10).

Wat is er op Tel Hazor gevonden?

Tel Hazor is een van de grootste opgegraven tels van Israël. Archeologen vonden er een verwoestingslaag met sporen van brand uit het einde van de Kanaänitische tijd, een stadspoort met zes kamers die vaak aan Salomo wordt toegeschreven, een diep watersysteem en sporen van de Assyrische verwoesting. Over de precieze datering en de duiding van deze lagen bestaat discussie onder archeologen.

Zijn er meer plaatsen met de naam Hazor?

Ja. Jozua 15:23 noemt een Hazor in het zuiden van Juda, en Jozua 15:25 nog Hazor-Hadattha en Kerioth-Hezron, dat is Hazor. Na de ballingschap woonden Benjaminieten in een Hazor (Nehemia 11:33). Jeremia 49:28-33 spreekt over de koninkrijken van Hazor bij Kedar, in de Arabische woestijn. Verder noemt de Bijbel En-Hazor in Naftali (Jozua 19:37) en Baal-Hazor bij Efraïm, waar Absalom schaapscheerders had (2 Samuël 13:23). Deze plaatsen zijn niet dezelfde als het Hazor van Jozua 11 in Galilea.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Hazor

Bijbelhoofdstukken die zich in Hazor afspelen

Leer meer over Hazor met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Hazor? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder