Ga naar hoofdinhoud

Ethiopië in de Bijbel

Cusch (Hebreeuws כּוּשׁ, Kusj) is in de Bijbel de naam van het land en van een zoon van Cham (Genesis 10:6); de betekenis van de naam is onzeker. De Griekse vertaling geeft het weer met Aithiopia, en daarvan komt Ethiopië.

Het bijbelse Ethiopië is het land Cusch ten zuiden van Egypte, langs de Nijl, grotendeels het huidige Soedan. De Statenvertaling noemt het Cusch of Morenland en zijn bewoners Moren. Uit dit land kwam de kamerling die Filippus doopte (Handelingen 8:27).

Ook bekend als: Cusch, Kusj, Morenland, Nubië

Ligging

Cusch lag ten zuiden van Egypte, in het dal van de Nijl ten zuiden van de eerste stroomversnelling bij Syene, het huidige Aswan. Ezechiël beschrijft Egypte als het land "van den toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland" (Ezechiël 29:10). Jesaja spreekt van het land "aan de zijde der rivieren van Morenland", met boden in schepen van biezen (Jesaja 18:1-2).

Vandaag

Het bijbelse Cusch is waarschijnlijk vooral het gebied dat nu Nubië heet: het zuiden van Egypte en het noorden van Soedan, langs de Nijl. Het is niet hetzelfde als de huidige staat Ethiopië, die zuidoostelijker op de hoogvlakte ligt en de oude Griekse naam later overnam. In de tijd van Handelingen was Meroë, ten noorden van het huidige Khartoem, de hoofdstad van dit rijk.

Geschiedenis

Cusch staat al in Genesis 2:13: de rivier Gihon loopt om het hele land Cusch heen. Waar dat land van het paradijsverhaal lag, is onzeker. In de volkerenlijst is Cusch een zoon van Cham, de vader van onder anderen Seba en Nimrod (Genesis 10:6-8). Mozes had een Cuschietische vrouw, en Mirjam en Aaron spraken daarover tegen hem (Numeri 12:1). Of dit Zippora was of een andere vrouw, zeggen uitleggers verschillend. In de tijd van de koningen trokken legers uit Cusch tegen Juda op. Moren waren bij het leger van Sisak (2 Kronieken 12:3), en Zerah, de Moor, kwam met een groot leger tot Maresa. Koning Asa riep tot de HEERE, en de HEERE plaagde de Moren (2 Kronieken 14:9-12). Later hoorde de Assyrische koning Sanherib dat Tirhaka, de koning van Cusch, tegen hem uittrok (2 Koningen 19:9). Tirhaka wordt meestal gelijkgesteld met farao Taharqa, een van de koningen uit Kusj die toen ook over Egypte heersten. In de laatste dagen van Jeruzalem haalde Ebed-Melech, de Moorman, een kamerling aan het hof van Zedekia, Jeremia uit de kuil (Jeremia 38:7-13). God beloofde hem redding, omdat hij op Hem vertrouwd had (Jeremia 39:16-18). In het Nieuwe Testament reisde een kamerling van Candace, de koningin der Moren, naar Jeruzalem om te aanbidden. Op de terugweg werd hij door Filippus gedoopt (Handelingen 8:27-38).

Betekenis in de Bijbel

Voor Israël was Cusch het verre zuiden, aan de rand van de bekende wereld. Het rijk van Ahasveros reikte van Indië tot aan Morenland (Esther 1:1). De profeten noemen Cusch vaak samen met Egypte, als een macht waarop Juda niet moest vertrouwen (Jesaja 20:3-5). Tegelijk zien de profeten en psalmen de Moren komen tot de God van Israël: "Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken" (Psalm 68:32). Psalm 87:4 noemt de Moor onder wie in Sion geboren zijn, en Jesaja ziet een geschenk uit dat land gebracht worden naar de berg Sion (Jesaja 18:7). Sefanja spreekt van aanbidders "Van de zijden der rivieren der Moren" (Sefanja 3:10). In Handelingen 8 wordt dat zichtbaar. Een hoge beambte uit dit verre land leest Jesaja 53 en hoort van Filippus het evangelie van Jezus. Zo gaat het evangelie op weg naar het uiterste der aarde, zoals de Heere Jezus had gezegd (Handelingen 1:8).

Sleutelgebeurtenissen in Ethiopië

1

De Cuschietische vrouw van Mozes

Mirjam en Aaron spreken tegen Mozes vanwege de Cuschietische vrouw die hij genomen had.

Numeri 12:1

2

Asa en Zerah de Moor

Zerah trekt met een groot leger tegen Juda op. Asa roept tot de HEERE, en de HEERE slaat de Moren voor Juda.

2 Kronieken 14:9-12

3

Tirhaka, koning van Cusch

Sanherib hoort dat Tirhaka, de koning van Cusch, tegen hem uittrekt, en zendt opnieuw boden naar Hizkia.

2 Koningen 19:9

4

Ebed-Melech redt Jeremia

De Moorman Ebed-Melech pleit bij koning Zedekia voor Jeremia en haalt hem met touwen en oude lappen uit de kuil.

Jeremia 38:7-13

5

De kamerling van Candace gedoopt

Een kamerling van de koningin der Moren leest Jesaja op de terugweg uit Jeruzalem. Filippus verkondigt hem Jezus en doopt hem.

Handelingen 8:27-38

Theologische betekenis

Jeremia vraagt of een Moorman zijn huid kan veranderen, of een luipaard zijn vlekken, en vervolgt: "Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen" (Jeremia 13:23). Het beeld gaat niet over de Moorman zelf, maar over Juda: zoals niemand zijn huid kan veranderen, kan een volk dat aan het kwade gewend is uit zichzelf geen goed doen. De gereformeerde leer van de onmacht van de mens tot het goede verwijst vaak naar dit vers. Amos houdt Israël voor: "Zijt gijlieden Mij niet als de kinderen der Moren, o kinderen Israels? spreekt de HEERE" (Amos 9:7). Israël kon niet roemen op zijn afkomst; God is ook de God van de verre volken, en alleen Zijn verkiezing maakt het verschil. Juist uit Cusch komen in de Bijbel mensen die op God vertrouwen, zoals Ebed-Melech (Jeremia 39:18) en de kamerling, die zijn weg met blijdschap ging (Handelingen 8:39). Zo laat de Schrift zien dat God Zich een volk verzamelt uit alle volken, ook van de einden der aarde, zoals Psalm 68:32 al zag.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Ethiopië in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Ethiopië

Waar lag het land Ethiopië uit de Bijbel?

Het bijbelse Ethiopië, in het Hebreeuws Cusch, lag ten zuiden van Egypte langs de Nijl. Ezechiël 29:10 noemt Syene, het huidige Aswan, als grens tussen Egypte en Morenland. Het gaat dus vooral om het gebied dat nu Nubië heet, in het zuiden van Egypte en het noorden van Soedan. Waar het land Cusch uit Genesis 2:13 lag, het land rond de rivier Gihon, is onzeker.

Hoe heet Ethiopië in de Statenvertaling?

Het woord Ethiopië staat niet in de Statenvertaling. Het land heet daar Cusch (Genesis 2:13, 2 Koningen 19:9) of Morenland (Psalm 68:32, Jesaja 18:1), de bewoners heten Moren, één bewoner een Moor (2 Kronieken 14:9) of Moorman (Jeremia 38:7, Handelingen 8:27). De vrouw van Mozes heet de Cuschietische (Numeri 12:1). Cusch is ook een persoonsnaam: een zoon van Cham (Genesis 10:6).

Is het bijbelse Ethiopië hetzelfde als het huidige Ethiopië?

Nee. Het bijbelse Cusch lag langs de Nijl ten zuiden van Egypte, grotendeels in het huidige Soedan. De staat die nu Ethiopië heet, ligt verder naar het zuidoosten, op de hoogvlakte. De Griekse naam Aithiopia werd voor Cusch gebruikt en ging later op dat land over. De kerk van Ethiopië verbindt zich in haar overlevering met de kamerling uit Handelingen 8, maar die kwam uit het rijk van Meroë in het Nijldal.

Wat zeggen de profeten over Cusch?

De profeten noemen Cusch meestal samen met Egypte. Jesaja liep drie jaar naakt en barrevoets als teken over Egypte en over Morenland: wie op die machten vertrouwde, zou beschaamd uitkomen (Jesaja 20:3-5). Nahum noemt Morenland en Egypte de macht van de stad No, die toch gevankelijk weggevoerd werd (Nahum 3:8-10), en Sefanja kondigt ook over de Moren het oordeel aan (Sefanja 2:12). Tegelijk zien Jesaja 18:7 en Sefanja 3:10 een tijd komen waarin uit dit verre land gaven voor de HEERE gebracht worden.

Welke mensen uit Cusch noemt de Bijbel?

De Bijbel noemt verschillende mensen uit Cusch. Cusch zelf is een zoon van Cham (Genesis 10:6). Mozes had een Cuschietische vrouw (Numeri 12:1). Zerah de Moor trok met een groot leger tegen koning Asa op (2 Kronieken 14:9), en Tirhaka, de koning van Cusch, tegen Sanherib (2 Koningen 19:9). Ebed-Melech, een Moorman aan het hof van Zedekia, haalde Jeremia uit de kuil (Jeremia 38:7-13). In het Nieuwe Testament doopt Filippus een kamerling van Candace, de koningin der Moren (Handelingen 8:27-38).

Wat betekent Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken?

Deze woorden staan in Psalm 68:32. De psalm ziet de volken naar de God van Israël komen: gezanten uit Egypte en Morenland, dat zijn handen biddend tot God uitstrekt. Het verre Cusch staat voor de heidenvolken aan de einden der aarde. Veel uitleggers zien een vervulling in de bekering van de kamerling uit Handelingen 8 en in de verbreiding van het evangelie onder alle volken.

Waar staat Ethiopië in de Bijbel?

Onder de namen Cusch, Morenland, Moren en Moorman komt het land in tientallen verzen voor. Belangrijke plaatsen zijn Genesis 2:13 en 10:6-8, Numeri 12:1, 2 Kronieken 14:9-15, 2 Koningen 19:9, Psalm 68:32 en 87:4, Jesaja 18 en 20:3-5, Jeremia 13:23 en 38:7-13, Ezechiël 29:10, Sefanja 3:10 en in het Nieuwe Testament Handelingen 8:26-39.

Bijbelverhalen in Ethiopië

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Ethiopië

Bijbelhoofdstukken die zich in Ethiopië afspelen

Leer meer over Ethiopië met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Ethiopië? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder