Scheba in de volkerenlijst
Scheba wordt genoemd als zoon van Raema uit het geslacht van Cusch; in Genesis 10:28 komt de naam ook voor bij de zonen van Joktan.
Scheba (Hebreeuws שְׁבָא) is de naam van een volk en zijn land, en in de geslachtslijsten van een stamvader. De betekenis van de naam is onzeker. Het Zuid-Arabische rijk dat meestal met Scheba gelijkgesteld wordt, heette in zijn eigen inscripties Saba. Niet te verwarren met Seba (סְבָא), een ander volk.
Scheba was een ver land in het zuiden, bekend om goud, wierook en kostbare stenen. De koningin van Scheba bezocht koning Salomo in Jeruzalem (1 Koningen 10:1). De meeste onderzoekers zoeken Scheba in het rijk Saba in het huidige Jemen; de Ethiopische overlevering verbindt het met Ethiopië.
Ook bekend als: Saba, Sheba, Sabeërs
Scheba lag ver van Israël: de koningin van het Zuiden kwam van de einden der aarde (Mattheüs 12:42). De profeten noemen Scheba als land van wierook, goud en kostbare stenen, waarvan de kamelenkaravanen naar het noorden trokken (Jesaja 60:6, Ezechiël 27:22). Het rijk Saba lag in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland, aan de rand van de woestijn, aan het begin van de handelsweg waarlangs wierook en mirre naar Egypte, Israël en de havens van de Middellandse Zee gingen.
Meestal gelijkgesteld met het rijk Saba in het westen van het huidige Jemen, met als hoofdstad Marib. Daar zijn een grote stuwdam en tempels met Sabese inscripties gevonden. Toch is de identificatie niet zeker. De Ethiopische overlevering ziet de koningin als vorstin van Ethiopië, en in het noorden van Ethiopië en Eritrea zijn sporen van Zuid-Arabische invloed gevonden. Sommige teksten noemen Scheba naast Dedan en Thema of als rovende stam (Genesis 25:3, Job 1:15, 6:19), wat ook aan stammen in Noord-Arabië kan doen denken.
De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.
Scheba wordt genoemd als zoon van Raema uit het geslacht van Cusch; in Genesis 10:28 komt de naam ook voor bij de zonen van Joktan.
De koningin hoort van Salomo, komt naar Jeruzalem met goud, specerijen en kostbare stenen, prijst de wijsheid van Salomo en looft de HEERE, Die hem koning maakte.
Salomo geeft de koningin wat zij begeert, en zij keert met haar dienaren terug naar Scheba.
Mannen uit Scheba roven de runderen en ezelinnen van Job en doden zijn knechten.
De psalm ziet de koningen van Scheba en Seba geschenken brengen aan de koning die recht doet.
Jesaja ziet karavanen uit Scheba naar Sion komen met goud en wierook, tot lof van de HEERE.
In de klaagzang over Tyrus handelen de kooplieden van Scheba en Raema met specerijen, kostbaar gesteente en goud.
De Heere Jezus zegt dat de koningin van het Zuiden in het oordeel tegen Zijn geslacht zal getuigen, want meer dan Salomo is hier.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Scheba in de Schrift beter te begrijpen.
Scheba lag ver in het zuiden: Mattheüs 12:42 zegt dat de koningin van het Zuiden van de einden der aarde kwam. De meeste onderzoekers stellen Scheba gelijk met het rijk Saba in het zuidwesten van Arabië, het huidige Jemen, met als hoofdstad Marib. Dat rijk was bekend door de handel in wierook en mirre. Zeker is die identificatie niet; de Ethiopische overlevering zoekt Scheba in Ethiopië.
Waarschijnlijk wel. Saba is de naam die het Zuid-Arabische rijk in zijn eigen inscripties droeg, en die naam komt overeen met het Hebreeuwse Scheba. Daarom spreekt men ook van de koningin van Saba. De bewoners van Scheba heten in de Statenvertaling Sabeërs (Job 1:15). Wel moet Scheba onderscheiden worden van Seba, een ander volk dat in de Bijbel apart genoemd wordt.
In het Hebreeuws zijn het twee verschillende namen. Seba is een zoon van Cusch (Genesis 10:7) en wordt genoemd naast Egypte en Morenland (Jesaja 43:3); het wordt vaak in Afrika gezocht, maar ook dat is onzeker. Er is een Scheba onder de kleinzonen van Cusch (Genesis 10:7) en een Scheba onder de zonen van Joktan (Genesis 10:28). Psalm 72:10 noemt beide namen naast elkaar. Let op: in Genesis 25:3 schrijft de Statenvertaling Seba voor een kleinzoon van Abraham en Ketura, terwijl het Hebreeuws daar Scheba heeft; 1 Kronieken 1:32 schrijft bij dezelfde persoon Scheba.
Nee. Berseba, in de Statenvertaling Ber-seba, is een stad in het zuiden van Juda, en de naam betekent put van de eed of put van zeven (Genesis 21:31). In het Hebreeuws wordt het tweede deel van Berseba met een andere slotletter geschreven dan Scheba; het zijn verschillende woorden, die alleen in klank en Nederlandse spelling op elkaar lijken. Over de stad gaat de pagina over Berseba.
De Bijbel zegt het niet. De meeste onderzoekers zoeken Scheba in Zuid-Arabië, in het rijk Saba in het westen van Jemen, waar Sabese inscripties en de stuwdam van Marib bewaard zijn. De Ethiopische overlevering verbindt het land met Ethiopië; het boek Kebra Nagast, in zijn huidige vorm uit de middeleeuwen, noemt de koningin Makeda. Ook Josephus noemt haar een koningin van Egypte en Ethiopië. In Noord-Ethiopië en Eritrea zijn sporen van Zuid-Arabische invloed gevonden, maar dat beslist de vraag niet.
De naam Scheba staat in ruim twintig verzen. De belangrijkste zijn de geslachtslijsten (Genesis 10:7 en 10:28, 1 Kronieken 1), het bezoek van de koningin aan Salomo (1 Koningen 10, 2 Kronieken 9), Job 6:19, Psalm 72:10 en 72:15, Jesaja 60:6, Jeremia 6:20, Ezechiël 27:22-23 en 38:13 en Joël 3:8. In het Nieuwe Testament heet de koningin de koningin van het Zuiden (Mattheüs 12:42, Lukas 11:31).
In Job 1:15 deden de Sabeërs een inval en roofden het vee van Job; in het Hebreeuws staat daar Scheba. Job 6:19 noemt karavanen: "de wandelaars van Scheba wachten op haar". Zulke rondtrekkende handelaars en rovers wijzen erop dat mensen uit Scheba ook in Noord-Arabië voorkwamen, dichter bij het land Uz, al is ook de ligging van Uz onzeker.
Volgens de Bijbel vooral goud, wierook, specerijen en kostbare stenen. De koningin bracht deze naar Salomo (1 Koningen 10:2, 10:10), Jesaja spreekt over goud en wierook uit Scheba (Jesaja 60:6) en Ezechiël over kooplieden van Scheba met alle hoofdspecerij, kostbaar gesteente en goud (Ezechiël 27:22). Dat past bij wat bekend is van Zuid-Arabië, waar wierook en mirre groeiden en vandaar naar het noorden werden vervoerd.
Als Scheba het rijk Saba was, liggen de belangrijkste resten in het westen van Jemen, rond de oude hoofdstad Marib. Daar zijn delen van een grote oude stuwdam en ruïnes van tempels met Sabese inscripties bewaard. Plaatselijke en Arabische overlevering verbindt sommige van die ruïnes met de koningin, maar een direct spoor van haar is niet gevonden.
Ofir
Ofir is nooit teruggevonden; voorgesteld zijn Zuid- of West-Arabië, de kust van Oost-Afrika tegenover Jemen en India
Ethiopië
Het bijbelse Cusch is waarschijnlijk vooral het gebied dat nu Nubië heet: het zuiden van Egypte en het noorden van Soedan, langs de Nijl
Jeruzalem
Jeruzalem bestaat nog en is een van de oudste voortdurend bewoonde steden ter wereld
Elath
De ligging is onzeker
Tyrus
Tyrus is zeker geïdentificeerd: het is de stad Sur in het zuiden van Libanon
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Scheba? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Scheba.
Plaats Scheba in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Scheba.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Scheba.
Verken thema's die verbonden zijn met Scheba.