Ga naar hoofdinhoud

Scheba in de Bijbel

Scheba (Hebreeuws שְׁבָא) is de naam van een volk en zijn land, en in de geslachtslijsten van een stamvader. De betekenis van de naam is onzeker. Het Zuid-Arabische rijk dat meestal met Scheba gelijkgesteld wordt, heette in zijn eigen inscripties Saba. Niet te verwarren met Seba (סְבָא), een ander volk.

Scheba was een ver land in het zuiden, bekend om goud, wierook en kostbare stenen. De koningin van Scheba bezocht koning Salomo in Jeruzalem (1 Koningen 10:1). De meeste onderzoekers zoeken Scheba in het rijk Saba in het huidige Jemen; de Ethiopische overlevering verbindt het met Ethiopië.

Ook bekend als: Saba, Sheba, Sabeërs

Ligging

Scheba lag ver van Israël: de koningin van het Zuiden kwam van de einden der aarde (Mattheüs 12:42). De profeten noemen Scheba als land van wierook, goud en kostbare stenen, waarvan de kamelenkaravanen naar het noorden trokken (Jesaja 60:6, Ezechiël 27:22). Het rijk Saba lag in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland, aan de rand van de woestijn, aan het begin van de handelsweg waarlangs wierook en mirre naar Egypte, Israël en de havens van de Middellandse Zee gingen.

Vandaag

Meestal gelijkgesteld met het rijk Saba in het westen van het huidige Jemen, met als hoofdstad Marib. Daar zijn een grote stuwdam en tempels met Sabese inscripties gevonden. Toch is de identificatie niet zeker. De Ethiopische overlevering ziet de koningin als vorstin van Ethiopië, en in het noorden van Ethiopië en Eritrea zijn sporen van Zuid-Arabische invloed gevonden. Sommige teksten noemen Scheba naast Dedan en Thema of als rovende stam (Genesis 25:3, Job 1:15, 6:19), wat ook aan stammen in Noord-Arabië kan doen denken.

De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.

Geschiedenis

Scheba verschijnt in de Bijbel eerst als naam in de geslachtslijsten. In de volkerenlijst van Genesis 10 is Scheba een zoon van Raema, uit het geslacht van Cusch (Genesis 10:7), en ook een zoon van Joktan, naast Ofir en Havila (Genesis 10:28-29). Daarnaast noemt Genesis 25:3 een kleinzoon van Abraham en Ketura die in de Statenvertaling Seba heet, maar in het Hebreeuws dezelfde naam draagt; 1 Kronieken 1:32 schrijft hier Scheba. Hoe deze lijnen samenhangen, leggen uitleggers verschillend uit. Vaak wordt gedacht aan Arabische stammen die met elkaar handelden en zich vermengden. Bekend werd Scheba door het bezoek van zijn koningin aan Salomo. Zij hoorde van Salomo en van de Naam van de HEERE, en kwam naar Jeruzalem met een groot gevolg en kamelen die specerijen, goud en kostbare stenen droegen (1 Koningen 10:1-2). Zij gaf de koning honderdtwintig talenten goud, en van de specerij staat er: "als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen" (1 Koningen 10:10). Daarna keerde zij terug naar haar land (1 Koningen 10:13). 2 Kronieken 9 vertelt hetzelfde. In het boek Job vallen Sabeërs, in het Hebreeuws mannen van Scheba, het vee van Job aan (Job 1:15), en Job noemt de wandelaars van Scheba, reizende karavanen die naar water uitzien (Job 6:19). De Psalmen en de profeten noemen Scheba om zijn rijkdom: het goud van Scheba (Psalm 72:15), wierook uit Scheba (Jeremia 6:20, Jesaja 60:6), de kooplieden van Scheba en Raema op de markten van Tyrus (Ezechiël 27:22-23). Ezechiël 38:13 laat Scheba en Dedan spreken als handelsvolken, en Joël 3:8 noemt die van Scheba een vergelegen volk. In het Nieuwe Testament keert Scheba terug in de woorden van de Heere Jezus over de koningin van het Zuiden (Mattheüs 12:42, Lukas 11:31). Buiten de Bijbel is het rijk Saba bekend uit Sabese inscripties en uit Assyrische bronnen. Assyrische koningen uit de achtste eeuw voor Christus noemen volgens de gangbare lezing schatting van Sabeërs. De oudste Sabese inscripties zijn volgens de meeste dateringen jonger dan de tijd van Salomo, zodat Scheba in de tiende eeuw voor Christus buiten de Bijbel nauwelijks bekend is.

Betekenis in de Bijbel

In de Bijbel staat Scheba voor de verre, rijke volken aan de rand van de bekende wereld. Dat de koningin van zo ver kwam, onderstreept hoe ver het gerucht van de wijsheid die God aan Salomo gaf, was doorgedrongen. Zij prees niet alleen Salomo, maar ook de HEERE: "Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad" (1 Koningen 10:9). Psalm 72 maakt van Scheba een beeld van de volken die de Koning van Gods volk eren: "de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren" (Psalm 72:10). Jesaja ziet de volken naar Sion komen: "zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen" (Jesaja 60:6). Veel uitleggers denken bij die gaven aan het goud en de wierook van de wijzen uit het oosten (Mattheüs 2:11), al noemt Mattheüs Scheba niet. Jeremia laat een andere kant zien: ook wierook uit Scheba maakt de offers van een ongehoorzaam volk niet aangenaam (Jeremia 6:20). Ezechiël noemt de kooplieden van Scheba en Raema onder de handelspartners van Tyrus (Ezechiël 27:22-23), en in Ezechiël 38:13 vragen Scheba en Dedan aan Gog of hij komt om buit te halen. Scheba staat daar voor de wereldhandel, die rijk is, maar met Tyrus en Gog onder Gods oordeel over de volken valt.

Sleutelgebeurtenissen in Scheba

1

Scheba in de volkerenlijst

Scheba wordt genoemd als zoon van Raema uit het geslacht van Cusch; in Genesis 10:28 komt de naam ook voor bij de zonen van Joktan.

Genesis 10:7

2

De koningin van Scheba bij Salomo

De koningin hoort van Salomo, komt naar Jeruzalem met goud, specerijen en kostbare stenen, prijst de wijsheid van Salomo en looft de HEERE, Die hem koning maakte.

1 Koningen 10:1-10

3

Terug naar haar land

Salomo geeft de koningin wat zij begeert, en zij keert met haar dienaren terug naar Scheba.

1 Koningen 10:13

4

Sabeërs vallen Job aan

Mannen uit Scheba roven de runderen en ezelinnen van Job en doden zijn knechten.

Job 1:15

5

Geschenken voor de Koning

De psalm ziet de koningen van Scheba en Seba geschenken brengen aan de koning die recht doet.

Psalm 72:10

6

Goud en wierook uit Scheba

Jesaja ziet karavanen uit Scheba naar Sion komen met goud en wierook, tot lof van de HEERE.

Jesaja 60:6

7

Kooplieden van Scheba in Tyrus

In de klaagzang over Tyrus handelen de kooplieden van Scheba en Raema met specerijen, kostbaar gesteente en goud.

Ezechiël 27:22

8

De koningin van het Zuiden

De Heere Jezus zegt dat de koningin van het Zuiden in het oordeel tegen Zijn geslacht zal getuigen, want meer dan Salomo is hier.

Mattheüs 12:42

Theologische betekenis

De koningin van Scheba kwam uit een heidens land om te horen. Zij kwam met raadsels, zag de wijsheid van Salomo en zijn huis, en erkende dat de HEERE Israël liefhad (1 Koningen 10:9). Daarmee is Scheba in de Schrift een vroege aanwijzing dat de volken zullen komen tot de God van Israël. Psalm 72 en Jesaja 60 werken dat uit: de verre volken brengen hun schatten naar de Koning en naar Sion. De Heere Jezus keert het beeld om naar Zijn hoorders. De vreemde vorstin reisde van de einden der aarde om een koning te horen; Zijn eigen geslacht had Iemand in zijn midden Die meer is dan Salomo, en wilde niet horen (Mattheüs 12:42). De gereformeerde uitleg ziet daarin Christus als de ware Wijsheid van God en de Koning van Psalm 72, aan Wie de volken hulde brengen. Tegelijk waarschuwt Jeremia dat goud en wierook uit Scheba op zichzelf niets waard zijn voor God (Jeremia 6:20). Het gaat niet om de gave, maar om het hart dat de HEERE zoekt.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Scheba in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Scheba

Waar lag Scheba?

Scheba lag ver in het zuiden: Mattheüs 12:42 zegt dat de koningin van het Zuiden van de einden der aarde kwam. De meeste onderzoekers stellen Scheba gelijk met het rijk Saba in het zuidwesten van Arabië, het huidige Jemen, met als hoofdstad Marib. Dat rijk was bekend door de handel in wierook en mirre. Zeker is die identificatie niet; de Ethiopische overlevering zoekt Scheba in Ethiopië.

Is Scheba hetzelfde als Saba?

Waarschijnlijk wel. Saba is de naam die het Zuid-Arabische rijk in zijn eigen inscripties droeg, en die naam komt overeen met het Hebreeuwse Scheba. Daarom spreekt men ook van de koningin van Saba. De bewoners van Scheba heten in de Statenvertaling Sabeërs (Job 1:15). Wel moet Scheba onderscheiden worden van Seba, een ander volk dat in de Bijbel apart genoemd wordt.

Wat is het verschil tussen Scheba en Seba?

In het Hebreeuws zijn het twee verschillende namen. Seba is een zoon van Cusch (Genesis 10:7) en wordt genoemd naast Egypte en Morenland (Jesaja 43:3); het wordt vaak in Afrika gezocht, maar ook dat is onzeker. Er is een Scheba onder de kleinzonen van Cusch (Genesis 10:7) en een Scheba onder de zonen van Joktan (Genesis 10:28). Psalm 72:10 noemt beide namen naast elkaar. Let op: in Genesis 25:3 schrijft de Statenvertaling Seba voor een kleinzoon van Abraham en Ketura, terwijl het Hebreeuws daar Scheba heeft; 1 Kronieken 1:32 schrijft bij dezelfde persoon Scheba.

Heeft Scheba iets te maken met Berseba?

Nee. Berseba, in de Statenvertaling Ber-seba, is een stad in het zuiden van Juda, en de naam betekent put van de eed of put van zeven (Genesis 21:31). In het Hebreeuws wordt het tweede deel van Berseba met een andere slotletter geschreven dan Scheba; het zijn verschillende woorden, die alleen in klank en Nederlandse spelling op elkaar lijken. Over de stad gaat de pagina over Berseba.

Lag Scheba in Jemen of in Ethiopië?

De Bijbel zegt het niet. De meeste onderzoekers zoeken Scheba in Zuid-Arabië, in het rijk Saba in het westen van Jemen, waar Sabese inscripties en de stuwdam van Marib bewaard zijn. De Ethiopische overlevering verbindt het land met Ethiopië; het boek Kebra Nagast, in zijn huidige vorm uit de middeleeuwen, noemt de koningin Makeda. Ook Josephus noemt haar een koningin van Egypte en Ethiopië. In Noord-Ethiopië en Eritrea zijn sporen van Zuid-Arabische invloed gevonden, maar dat beslist de vraag niet.

Waar staat Scheba in de Bijbel?

De naam Scheba staat in ruim twintig verzen. De belangrijkste zijn de geslachtslijsten (Genesis 10:7 en 10:28, 1 Kronieken 1), het bezoek van de koningin aan Salomo (1 Koningen 10, 2 Kronieken 9), Job 6:19, Psalm 72:10 en 72:15, Jesaja 60:6, Jeremia 6:20, Ezechiël 27:22-23 en 38:13 en Joël 3:8. In het Nieuwe Testament heet de koningin de koningin van het Zuiden (Mattheüs 12:42, Lukas 11:31).

Wie waren de Sabeërs in het boek Job?

In Job 1:15 deden de Sabeërs een inval en roofden het vee van Job; in het Hebreeuws staat daar Scheba. Job 6:19 noemt karavanen: "de wandelaars van Scheba wachten op haar". Zulke rondtrekkende handelaars en rovers wijzen erop dat mensen uit Scheba ook in Noord-Arabië voorkwamen, dichter bij het land Uz, al is ook de ligging van Uz onzeker.

Wat kwam er uit Scheba?

Volgens de Bijbel vooral goud, wierook, specerijen en kostbare stenen. De koningin bracht deze naar Salomo (1 Koningen 10:2, 10:10), Jesaja spreekt over goud en wierook uit Scheba (Jesaja 60:6) en Ezechiël over kooplieden van Scheba met alle hoofdspecerij, kostbaar gesteente en goud (Ezechiël 27:22). Dat past bij wat bekend is van Zuid-Arabië, waar wierook en mirre groeiden en vandaar naar het noorden werden vervoerd.

Wat is er vandaag van Scheba te zien?

Als Scheba het rijk Saba was, liggen de belangrijkste resten in het westen van Jemen, rond de oude hoofdstad Marib. Daar zijn delen van een grote oude stuwdam en ruïnes van tempels met Sabese inscripties bewaard. Plaatselijke en Arabische overlevering verbindt sommige van die ruïnes met de koningin, maar een direct spoor van haar is niet gevonden.

Bijbelverhalen in Scheba

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Scheba

Bijbelhoofdstukken die zich in Scheba afspelen

Leer meer over Scheba met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Scheba? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder