Ga naar hoofdinhoud

Cyprus in de Bijbel

Kypros (Grieks, Κύπρος). De herkomst van de naam is onzeker. Het Latijnse woord voor koper komt van de naam van het eiland, niet andersom. Het Oude Testament spreekt waarschijnlijk over Cyprus als Chittim, naar de havenstad Kition.

Cyprus is het eiland waar Barnabas en Saulus hun eerste zendingsreis begonnen. Het ligt in het oosten van de Middellandse Zee en was de geboortegrond van Barnabas: Barnabas en Saulus predikten in Salamis en de stadhouder in Pafos kwam tot geloof (Handelingen 13:4-12). Later voer Barnabas er met Markus opnieuw heen.

Ook bekend als: Kypros

Ligging

Cyprus ligt in de noordoosthoek van de Middellandse Zee, ten zuiden van de kust van Klein-Azië en ten westen van de kust van Syrië. Seleucië, de haven van Antiochië, lag aan de overkant van het water op het vasteland van Syrië. Salamis lag aan de oostkust, Pafos in het zuidwesten, zodat wie van Salamis naar Pafos reisde het hele eiland doortrok. Het binnenland is bergachtig, met het Troodosgebergte in het westen.

Vandaag

Het eiland heet nog altijd Cyprus; de identificatie is zeker. Van Salamis zijn de resten bij Famagusta aan de oostkust opgegraven, met onder meer een theater en een gymnasium uit de Romeinse tijd. Nea Pafos, de Romeinse bestuursstad, ligt bij het huidige Pafos, waar mozaïekvloeren van Romeinse villa’s zijn blootgelegd.

Geschiedenis

Cyprus was in de oudheid bekend om zijn koper en om zijn ligging op de scheepsroutes tussen Syrië, Egypte en Klein-Azië. Grieken en Feniciërs woonden er naast elkaar, met Kition aan de zuidkust als Fenicische havenstad; later stond het eiland onder vreemde heersers, onder wie de Perzen. In teksten uit de bronstijd heet het eiland waarschijnlijk Alasia. Na de tijd van de Ptolemeeën werd Cyprus Romeins. In de tijd van Paulus was het een provincie onder een stadhouder die in Pafos zetelde. In het Nieuwe Testament komt Cyprus eerst ter sprake bij Barnabas, een Leviet "van geboorte uit Cyprus", die zijn akker verkocht en het geld aan de voeten van de apostelen legde (Handelingen 4:36-37). Na de dood van Stefanus trokken verstrooide gelovigen door Fenicië, Cyprus en Antiochië, maar zij spraken alleen tot de Joden (Handelingen 11:19). Daarna waren het "enige Cyprische en Cyreneische mannen" die in Antiochië ook tot de Grieken spraken (Handelingen 11:20). Toen de Heilige Geest Barnabas en Saulus afzonderde, gingen zij naar Seleucië, "en van daar scheepten zij af naar Cyprus" (Handelingen 13:4). In Salamis predikten zij in de synagogen der Joden, met Johannes Markus als dienaar (Handelingen 13:5). Zij trokken het eiland door tot Pafos. Daar wederstond de tovenaar Elymas, ook Bar-Jezus genoemd, hen bij de stadhouder Sergius Paulus. Paulus kondigde hem blindheid aan, en de stadhouder geloofde (Handelingen 13:6-12). Vanaf dit moment noemt Lukas de apostel Paulus. Na het meningsverschil over Markus nam Barnabas hem mee en voer naar Cyprus (Handelingen 15:39). Daarmee verdwijnt Barnabas uit Handelingen. Later noemt Lukas nog Mnason van Cyprus, een oude discipel bij wie Paulus en zijn reisgenoten zouden logeren, op weg naar of in Jeruzalem (Handelingen 21:16). Op zijn reizen voer Paulus nog twee keer langs het eiland (Handelingen 21:3, 27:4). Er zijn inscripties gevonden met de naam Sergius Paulus. Of een ervan over de stadhouder van Handelingen 13 gaat, is onzeker. Een latere overlevering zegt dat Barnabas op Cyprus is gestorven en bij Salamis begraven; de Bijbel zegt daar niets over.

Betekenis in de Bijbel

Cyprus staat aan het begin van de zending onder de heidenen. Het eiland was het eerste land waar Barnabas en Saulus kwamen nadat de gemeente van Antiochië hen had uitgezonden. Lukas noemt geen reden waarom zij juist daar begonnen. Wel was Barnabas er geboren, en in Salamis waren meer synagogen (Handelingen 13:5). In Pafos ontmoet het Evangelie voor het eerst in Handelingen een Romeins bestuurder. Lukas noemt Sergius Paulus een verstandig man, die het Woord Gods graag wilde horen (Handelingen 13:7). De tegenstand kwam van een Joodse tovenaar en valse profeet. Lukas besluit: "Als de stadhouder zag, hetgeen geschied was, toen geloofde hij, verslagen zijnde over de leer des Heeren" (Handelingen 13:12). Hij zag wat er met Elymas gebeurde, maar Lukas zegt dat hij verslagen was over de leer: het wonder bevestigde het Woord, het Woord bracht hem tot geloof. Cyprus is ook verbonden met mensen die in de Schrift een plaats hebben als dragers van het Woord. De mannen van Cyprus brachten het Evangelie naar de Grieken in Antiochië, waar de discipelen voor het eerst christenen genoemd werden (Handelingen 11:26). Barnabas, de zoon der vertroosting, en zijn neef Markus (Kolossenzen 4:10) keerden naar Cyprus terug. Markus, die op deze eerste reis afhaakte, werd later voor Paulus van waarde; Paulus schreef over hem: "hij is mij zeer nut tot den dienst" (2 Timotheüs 4:11). In het Oude Testament is Cyprus waarschijnlijk onder de naam Chittim te vinden: bij de last over Tyrus komt het bericht van de val uit het land Chittim (Jesaja 23:1), en Jesaja 23:12 roept Sidon op naar Chittim over te varen. Die naam kreeg later een ruimere betekenis voor de landen en schepen uit het westen (Daniël 11:30).

Sleutelgebeurtenissen op Cyprus

1

Verstrooide gelovigen komen op Cyprus

Na de vervolging rond Stefanus trekken gelovigen tot Fenicië, Cyprus en Antiochië. Zij spreken het Woord alleen tot de Joden.

Handelingen 11:19

2

Mannen van Cyprus prediken tot de Grieken

Gelovigen uit Cyprus en Cyrene spreken in Antiochië ook tot de Grieken. De hand des Heeren is met hen en velen bekeren zich.

Handelingen 11:20-21

3

Barnabas en Saulus in Salamis

Uitgezonden door de Heilige Geest varen Barnabas en Saulus van Seleucië naar Cyprus. In Salamis prediken zij in de synagogen, met Johannes Markus als dienaar.

Handelingen 13:4-5

4

Elymas wordt met blindheid geslagen

In Pafos probeert de tovenaar Elymas de stadhouder van het geloof af te houden. Paulus, vervuld met de Heilige Geest, kondigt hem blindheid aan, en hij ziet de zon een tijd niet.

Handelingen 13:6-11

5

De stadhouder Sergius Paulus gelooft

De stadhouder ziet wat er gebeurt en gelooft, verslagen over de leer des Heeren. Hij is de eerste Romeinse bestuurder in Handelingen die tot geloof komt.

Handelingen 13:12

6

Barnabas vaart met Markus naar Cyprus

Na de onenigheid over Markus scheiden Paulus en Barnabas. Barnabas neemt Markus mee naar Cyprus; Paulus trekt met Silas over land.

Handelingen 15:39

7

Paulus vaart onder Cyprus heen

Op de reis naar Rome vaart het schip van Sidon uit in de luwte van Cyprus, omdat de wind tegen is.

Handelingen 27:4

Theologische betekenis

Op Cyprus wordt zichtbaar dat de zending het werk is van de Heilige Geest. Barnabas en Saulus waren "uitgezonden zijnde van den Heiligen Geest" (Handelingen 13:4). De gemeente vastte, bad en legde hun de handen op, maar de roeping kwam van God. Zo begon het werk onder de heidenen niet met een plan van mensen, maar met het bevel van de Heere. De ontmoeting in Pafos laat de strijd zien die het Evangelie meebrengt. Elymas zocht de stadhouder van het geloof af te keren, en Paulus noemde zijn werk het verkeren van de rechte wegen des Heeren (Handelingen 13:10). De blindheid die over Elymas kwam, was een oordeel, maar met een grens: voor een tijd. Een gereformeerde uitleg ziet hier hoe God het geloof bewerkt door het Woord, terwijl Hij de tegenstand breekt. Cyprus herinnert ook aan de weg van Markus. Hij liet het werk na Cyprus in de steek, en Paulus wilde hem niet meer mee. Toch keerde Barnabas met hem naar Cyprus terug, en later vroeg Paulus zelf naar hem. De Heere gebruikt ook dienaren die eerst falen.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Cyprus in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Cyprus

Waar lag Cyprus?

Cyprus is het grote eiland in het oosten van de Middellandse Zee, ten zuiden van Klein-Azië en ten westen van de kust van Syrië en Libanon. Barnabas en Saulus voeren er vanuit Seleucië, de haven van Antiochië, naartoe (Handelingen 13:4). Zij kwamen aan in Salamis aan de oostkust en trokken het eiland door tot Pafos in het zuidwesten. Het eiland draagt nog altijd dezelfde naam.

Waar staat Cyprus in de Bijbel?

Het eiland Cyprus wordt alleen in Handelingen bij naam genoemd: Handelingen 4:36, 11:19-20, 13:4, 15:39, 21:3, 21:16 en 27:4. De belangrijkste passage is Handelingen 13:4-12, het bezoek van Barnabas en Saulus aan Salamis en Pafos. In Hooglied 1:14 en 4:13 staat ook het woord Cyprus, maar daar gaat het om een plant. Het Oude Testament noemt het eiland waarschijnlijk Chittim.

Wat gebeurde er op Cyprus?

Op de eerste zendingsreis predikten Barnabas en Saulus in de synagogen van Salamis. In Pafos riep de stadhouder Sergius Paulus hen bij zich om het Woord Gods te horen. De tovenaar Elymas verzette zich en werd door Paulus met blindheid geslagen. Daarop geloofde de stadhouder (Handelingen 13:4-12). Later voer Barnabas met Markus opnieuw naar Cyprus (Handelingen 15:39).

Kwam Barnabas uit Cyprus?

Ja. Lukas stelt hem voor als Joses, door de apostelen Barnabas genoemd, "een Leviet, van geboorte uit Cyprus" (Handelingen 4:36). Hij verkocht een akker en gaf de opbrengst aan de apostelen. Toen hij later met Paulus de eerste zendingsreis begon, gingen zij eerst naar Cyprus, en na hun scheiding keerde Barnabas er met Markus terug (Handelingen 15:39). Volgens een latere overlevering is hij op Cyprus gestorven.

Wat betekent een tros van Cyprus in Hooglied?

In Hooglied 1:14 zegt de bruid: "Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi". Hier is Cyprus niet het eiland, maar een welriekende struik met trossen bloemen. Uitleggers denken meestal aan de hennastruik, die in het Latijn cyprus heette. Ook in Hooglied 4:13 staat cyprus naast nardus als geurige plant. De wijngaarden van En-Gedi lagen aan de Dode Zee, ver van het eiland.

Is Chittim hetzelfde als Cyprus?

Waarschijnlijk wel, in ieder geval oorspronkelijk. De naam hangt vermoedelijk samen met Kition, een Fenicische havenstad op Cyprus. Jesaja 23:1 zegt dat de schepen van Tarsis het nieuws van de val van Tyrus uit het land Chittim vernamen, dus onderweg, op een eiland voor de kust. Jeremia 2:10 spreekt van de eilanden der Chitteers, en Jesaja 23:12 roept Sidon op naar Chittim over te varen. Later werd de naam ruimer gebruikt voor de landen en schepen uit het westen; in Daniël 11:30 denken veel uitleggers aan de Romeinen. Elke tekst moet dus in zijn eigen verband gelezen worden.

Wie was de stadhouder van Cyprus in Handelingen?

De stadhouder heette Sergius Paulus. Lukas noemt hem een verstandig man, die Barnabas en Saulus bij zich riep omdat hij het Woord Gods wilde horen (Handelingen 13:7). Hij zetelde in Pafos, de bestuursstad van de Romeinse provincie. Na het oordeel over Elymas geloofde hij. Er zijn inscripties met de naam Sergius Paulus bekend, maar of die over dezelfde man gaan, is onzeker.

Wat is er vandaag van Salamis en Pafos te zien?

Van Salamis zijn uitgebreide resten opgegraven bij Famagusta aan de oostkust, waaronder een theater en een gymnasium uit de Romeinse tijd. Bij het huidige Pafos in het zuidwesten liggen de resten van Nea Pafos, de Romeinse bestuursstad, bekend om de mozaïekvloeren van villa’s. De zuil in Pafos die de zuil van Paulus heet, berust op latere overlevering, niet op de Bijbel.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Cyprus

Bijbelhoofdstukken die zich op Cyprus afspelen

Leer meer over Cyprus met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Cyprus? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder